Tegenwoordig zie ik hier ook wel Hubots in plaats van mensen. Misschien experimenteren ze op IJburg - toch al een experimenteel stukje Amsterdam - met de menselijke robot uit de serie Real Humans. Vandaar de perfectie. Misschien word ik stiekem door de Hubots omringd en ben ik de enige die zich niet tegelijk met haar Iphone hoeft op te laden
In de serie worden de Hubots ingezet als hulp in de huishouding. Het verzorgen van de kinderen. Je kunt een Hubot inkopen als vriendin. En als je er een speciale chip bij koopt, kun je ook seks met ze hebben. Heel ideaal. Ze komen dichtbij de perfecte mens. Ze liegen niet. Ze zijn vriendelijk en voorkomend. Onthouden alles. En worden niet oud en lelijk. Het enige is: ze hebben geen ziel maar een harde schijf.
Ik ben soms bang dat die Hubots hier in IJburg (ook wel: Hubot Heaven) heel goed zouden aarden. En daarom ik niet echt.
Want ik lieg, ik ben niet vriendelijk en voorkomend. Mijn geheugen is weerzinwekkend slecht. Ik word oud en ook echt steeds lelijker. Ik ben niet geprogrammeerd, ik heb een ziel, ik doe maar wat.
dinsdag 11 december 2012
maandag 10 december 2012
Alles
De stalen kam ligt al klaar op de badrand. Ze zitten elk aan een kant van het bad met veel schuim. Deetje speelt een rollenspel met een geel eendje en Jeetje gaat op in een mini-haai. Hun hoofden ingesmeerd met conditioner.
'Waarom bestaan luizen?' vraagt Jeetje. 'Waarvoor zijn ze nodig?'
'Tja.'
'En waarom bestaan mensen eigenlijk?' Haar stem klink feller. 'Ja, waarom bestáán wij. Dat wil ik nou eindelijk wel eens weten!'
'Om te leven?'
'Dat doen we gewoon. Waarom? Waar is dat voor nodig?'
'Om het leuk te hebben?'
'Als ik er niet was, zou ik overal tegelijk zijn. In de lucht, de zee, de bloemen. Ik was liever overal geweest. Dat lijkt me veel leuker.'
'Dan had je geen bewustzijn,' zeg ik.
'Wat is dat?'
'Dan is er niemand die het leuk vindt of juist niet leuk.'
'Nou, èn? Dat is dan toch ook niet nodig?'
'Dan was er geen Jeetje.'
Ze haalt haar schouders op. Haar hand springt met het haaitje door de lucht. 'Anders was ik alles geweest,' zegt ze dromerig.
Ik pak de stalen kam en trek haar hoofd naar achteren.
'Waarom bestaan luizen?' vraagt Jeetje. 'Waarvoor zijn ze nodig?'
'Tja.'
'En waarom bestaan mensen eigenlijk?' Haar stem klink feller. 'Ja, waarom bestáán wij. Dat wil ik nou eindelijk wel eens weten!'
'Om te leven?'
'Dat doen we gewoon. Waarom? Waar is dat voor nodig?'
'Om het leuk te hebben?'
'Als ik er niet was, zou ik overal tegelijk zijn. In de lucht, de zee, de bloemen. Ik was liever overal geweest. Dat lijkt me veel leuker.'
'Dan had je geen bewustzijn,' zeg ik.
'Wat is dat?'
'Dan is er niemand die het leuk vindt of juist niet leuk.'
'Nou, èn? Dat is dan toch ook niet nodig?'
'Dan was er geen Jeetje.'
Ze haalt haar schouders op. Haar hand springt met het haaitje door de lucht. 'Anders was ik alles geweest,' zegt ze dromerig.
Ik pak de stalen kam en trek haar hoofd naar achteren.
zondag 9 december 2012
Wij mensen
Er raast een storm over de vlakte waar ik ren, als enige. Een kleine tornado is het. De wolken zijn zwart, woest en grillig gevormd. Puntig. Scherper ook dan anders. Daarachter schijnt de zon, fel licht. Feller dan ooit. De twee dikke konijnen in de berm hebben moeite niet om te vallen. Hun oren waaien naar achteren. Ze schuilen samen achter een struikje. Dat vind ik mooi. De hele ochtend heb ik met Jeetje afleveringen van Human Planet gekeken. 'Er is maar één wezen op deze planeet dat in alle omstandigheden kan overleven,' hoor ik de stem van Carice van Houten weer zeggen. 'En dat zijn wij.'
Ik ren tot ik heel in de verte een ander mens zie aankomen, een man is het. Naast hem een kleiner mannetje op een fiets met zijwieltjes. Ik meen de man te herkennen, maar ik heb geen bril op. De symbiose tussen mens en natuur, denk ik. We naderen elkaar in rap tempo. De ander en ik. Alsof ik naar een aflevering van Human Planet kijk. Mijn ogen knijp ik samen om beter te zien. De man steekt zijn hand op. Het teken van begroeting. Maar pas als ik vlak voor hem sta, bijna neus aan neus, weet ik zeker dat het mijn redacteur is. Ik spring zachtjes op en neer tegenover hem. Om warm te blijven.
Ik ren tot ik heel in de verte een ander mens zie aankomen, een man is het. Naast hem een kleiner mannetje op een fiets met zijwieltjes. Ik meen de man te herkennen, maar ik heb geen bril op. De symbiose tussen mens en natuur, denk ik. We naderen elkaar in rap tempo. De ander en ik. Alsof ik naar een aflevering van Human Planet kijk. Mijn ogen knijp ik samen om beter te zien. De man steekt zijn hand op. Het teken van begroeting. Maar pas als ik vlak voor hem sta, bijna neus aan neus, weet ik zeker dat het mijn redacteur is. Ik spring zachtjes op en neer tegenover hem. Om warm te blijven.
vrijdag 7 december 2012
Eerste natte sneeuw
Op ons nieuwbouweiland zijn we er weer helemaal klaar voor. Om half negen schuren de sleeën volgeladen met dikke en dunne kinderen al over de stoepen. Voortgetrokken door hijgende vaders of moeders allemaal met kniehoge leren bontlaarzen, de mannen hebben Russische mutsen op hun hoofd, de vrouwen gekleurde oorwarmers. De kinderen dragen skilaarzen over hun maillots. De hele kleintjes hebben hun skipakjes al aan. Alles gevoerd met echt bont.
'Wat heb je gekregen van sinterklaas?'
De kinderen weten het echt niet meer, kunnen het zich niet herinneren. Met een klassenmoeder spreek ik over de vrijwillige bijdrage die de ouders in de klassepot hadden moeten doen. Drie Euro of minder.
'Misschien zijn er sommigen die het niet kunnen betalen,' zegt ze.
'Ik denk toch eerder aan luiheid.'
'Dat kun je niet zeggen,' zegt ze.
'Wat heb je gekregen van sinterklaas?'
De kinderen weten het echt niet meer, kunnen het zich niet herinneren. Met een klassenmoeder spreek ik over de vrijwillige bijdrage die de ouders in de klassepot hadden moeten doen. Drie Euro of minder.
'Misschien zijn er sommigen die het niet kunnen betalen,' zegt ze.
'Ik denk toch eerder aan luiheid.'
'Dat kun je niet zeggen,' zegt ze.
donderdag 6 december 2012
Peter
Ik werd gebeld door Peter. Hij zei: 'Dag Elke.'
Het was half elf 's avonds, ik zat op de bank bij de houtkachel, en ik vroeg waar Peter mij zo laat nog voor belde, om er heel snel achteraan te zeggen dat ik niet echt een Peter kende, ja, ik ken wel Peters, mijn vader heet zo en ook de overbuurman, dat waren de Peters die meteen in mij opkwamen, maar geen van die Peters was de Peter die ik nu aan de lijn had, mijn vader klonk anders en zou ook niet snel 'met Peter' zeggen en ook Peter de overbuurman had niet zo'n lage stem.
Toen ik hem vroeg Peter Wie? zei hij: 'Peter Rutten.'
'Peter Rutten.'
'Ja,' zei hij.
'O ja. En waarvoor bel je ook alweer?'
'Gewoon om even te kletsen.' Er klonk verbazing in Peters stem.
Ik had Peter Rutten aan de lijn die ik moest kennen, maar ik wist echt niet waarvan ik Peter Rutten zou moeten kennen en ik schaamde me diep omdat ik zo snel de namen vergat van de mensen die me dierbaar waren, kennelijk zo dierbaar dat ze me om half elf 's avonds nog belden om even te kletsen.
Ik groef dieper naar de Peters in mijn geheugen. Er was een Peter die een bestseller geschreven had, een Peter die dood was en er was de broer van een aangetrouwde tante die ook Peter heette. In mijn hoofd klonken steeds de eerste regels van een Slauerhoff-gedicht: zeven zonen had moeder, allen heetten Peter, behalve Wanjka die Iwan heette.
'Komt het nu ongelegen, Elke?'
'Eh ja, Peter,' zei ik. Ik gluurde naar man die even verderop met gefronste wenkbrauwen naar het gesprek tussen Peter en mij zat te luisteren en weer schaamde ik me, de stem van Peter Rutten klonk zwoel, het moest mijn geheime minnaar zijn die op een verkeerd tijdstip belde, Peter Rutten en ik waren intimi, maar ik had dat verdrongen en nu kwam het alsnog allemaal uit.
'Lag je al in bed, Elke?' vroeg Peter.
Het was half elf 's avonds, ik zat op de bank bij de houtkachel, en ik vroeg waar Peter mij zo laat nog voor belde, om er heel snel achteraan te zeggen dat ik niet echt een Peter kende, ja, ik ken wel Peters, mijn vader heet zo en ook de overbuurman, dat waren de Peters die meteen in mij opkwamen, maar geen van die Peters was de Peter die ik nu aan de lijn had, mijn vader klonk anders en zou ook niet snel 'met Peter' zeggen en ook Peter de overbuurman had niet zo'n lage stem.
Toen ik hem vroeg Peter Wie? zei hij: 'Peter Rutten.'
'Peter Rutten.'
'Ja,' zei hij.
'O ja. En waarvoor bel je ook alweer?'
'Gewoon om even te kletsen.' Er klonk verbazing in Peters stem.
Ik had Peter Rutten aan de lijn die ik moest kennen, maar ik wist echt niet waarvan ik Peter Rutten zou moeten kennen en ik schaamde me diep omdat ik zo snel de namen vergat van de mensen die me dierbaar waren, kennelijk zo dierbaar dat ze me om half elf 's avonds nog belden om even te kletsen.
Ik groef dieper naar de Peters in mijn geheugen. Er was een Peter die een bestseller geschreven had, een Peter die dood was en er was de broer van een aangetrouwde tante die ook Peter heette. In mijn hoofd klonken steeds de eerste regels van een Slauerhoff-gedicht: zeven zonen had moeder, allen heetten Peter, behalve Wanjka die Iwan heette.
'Komt het nu ongelegen, Elke?'
'Eh ja, Peter,' zei ik. Ik gluurde naar man die even verderop met gefronste wenkbrauwen naar het gesprek tussen Peter en mij zat te luisteren en weer schaamde ik me, de stem van Peter Rutten klonk zwoel, het moest mijn geheime minnaar zijn die op een verkeerd tijdstip belde, Peter Rutten en ik waren intimi, maar ik had dat verdrongen en nu kwam het alsnog allemaal uit.
'Lag je al in bed, Elke?' vroeg Peter.
dinsdag 4 december 2012
Voordat
9.17. Zo te zien aan mijzelf sta ik alweer op het punt te gaan rennen. Ik kan het opmaken uit mijn kleding en ik zie het aan de plaats waar ik zit, namelijk beneden aan de keukentafel. Dichtbij de voordeur.Man staat aan het aanrecht koffiebonen te malen. De meisjes hebben allebei twee vlechtjes in hun haar en zijn vertrokken, de één is druk bezig met een rap voor de sint die morgen op school komt, de andere heb ik meerdere malen gewaarschuwd voor ze de deur uitging: Pas op. Hij Komt Straks Binnenvallen. Hij Doet Niks.
Eigenlijk vind ik dat de goedheiligman op crèches sowieso niet moet komen. Ik vind dat hij nergens moet verschijnen. De suggestie is genoeg. Het is werkelijk verschrikkelijk om zo'n goedkope sinterklaas hier over het winderige nieuwbouwplein van het winkelcentrum te zien dwalen. Op zoek naar? Op de voorpagina van de krant twee doden deze ochtend. Jeroen Willems die gisteren plotseling stierf en die de hoofdrol speelt in de film Boven is het stil. Daar dacht ik aan, of eigenlijk ik dacht aan de blogs van Gerbrand Bakker waarin Jeroen Willems voorkomt en aan wat hij ervan zou vinden.
'Misschien heeft hij de volkskrant', zegt man, 'dan heeft hij 'm gisteren nog gewoon zelf uit de brievenbus gehaald en de volgende dag staat hij er zelf in.'
En dan die grensrechter die doodgetrapt is door drie vijftienjarigen. Dat is ook erg natuurlijk. De ene was vijftig, de ander eenenveertig. We worden oud. We moeten opschieten. Ik ga maar weer eens rennen voordat de bom valt.
Eigenlijk vind ik dat de goedheiligman op crèches sowieso niet moet komen. Ik vind dat hij nergens moet verschijnen. De suggestie is genoeg. Het is werkelijk verschrikkelijk om zo'n goedkope sinterklaas hier over het winderige nieuwbouwplein van het winkelcentrum te zien dwalen. Op zoek naar? Op de voorpagina van de krant twee doden deze ochtend. Jeroen Willems die gisteren plotseling stierf en die de hoofdrol speelt in de film Boven is het stil. Daar dacht ik aan, of eigenlijk ik dacht aan de blogs van Gerbrand Bakker waarin Jeroen Willems voorkomt en aan wat hij ervan zou vinden.
'Misschien heeft hij de volkskrant', zegt man, 'dan heeft hij 'm gisteren nog gewoon zelf uit de brievenbus gehaald en de volgende dag staat hij er zelf in.'
En dan die grensrechter die doodgetrapt is door drie vijftienjarigen. Dat is ook erg natuurlijk. De ene was vijftig, de ander eenenveertig. We worden oud. We moeten opschieten. Ik ga maar weer eens rennen voordat de bom valt.
maandag 3 december 2012
Op het punt
8.37 uur. Ik sta op het punt te gaan rennen, te zien aan de kleding die ik draag en het schoeisel. Te zien ook aan de manier waarop ik op mijn nieuwe bureaustoel zit. Mijn benen naar links in plaats van onder de tafel. Man brengt de kinderen weg. Eerst gaat de kleine naar de crèche en dan wordt de grote naar school gebracht. De kleine is officieel beter verklaard, al moest ze nog wel kotsen vanmorgen na het hoesten of tijdens de hoestbui, daar wil ik vanaf zijn. We hebben het trouwens ook niet meer over het kotsen. Als zijzelf haar mondje maar houdt. Ik ben van plan nu eerst nog een stukje te schrijven omdat ik bang ben dat het er anders vandaag niet meer van komt. Als de dag eenmaal begonnen is, komt het vaak nergens meer van. Buiten valt de natte sneeuw, het is nog niet echt licht geworden. Het ziet ernaar uit dat het donker blijft vandaag. Maar niet pikzwart.
Ik ga maar eens.
Ik ga maar eens.
Abonneren op:
Posts (Atom)