donderdag 19 september 2013

In gezelschap

Het rennen is in een versnelling gekomen sinds ik niet meer altijd alleen loop. Ik loop verder en harder  in gezelschap. Het is leuker. Gisteren, toen ik echt geen zin had, sprintten we steeds een stukje door het Diemerpark, van lantaarnpaal naar lantaarnpaal. In mijn eentje zou ik dat nooit gedaan hebben. In mijn eentje zou ik gisteren helemaal niet gegaan zijn. Ik beweerde hier ooit dat ik niet met iemand anders kan lopen omdat ik me automatisch aanpas aan het ritme van de ander en mijn eigen ritme daarbij hoe dan ook verlies. Dat blijkt niet waar. Of ik ben inmiddels gewoon beter in staat mij niet in meteen in een ander te verliezen. Dit biedt perspectief voor de toekomst. Wie weet wat ik nog allemaal in samenwerkingsverband ga doen, nu ik als gezelschapsdier optimaler blijk te functioneren.

dinsdag 17 september 2013

Gek vak

De laatste dagen fiets ik elke dag wel een keer naar de uitgeverij. Om wat op te halen, weg te brengen, te bekijken of te bespreken. Het duurt nog precies een maand voor het boek uitkomt. En pas dan weet ik zeker dat er een boek uitkomt. Daar kan ik me nu niets bij voorstellen. Waar we het over hebben is ongrijpbaar.
Wat ik nu weet is dat ik niets meer aan de inhoud kan veranderen. En dat ik het zo goed vindt. Waar het over gaat, weet ik niet meer precies. Wel dat ik het erover wilde hebben.
Het gaat over van alles. Het is lastig dat allemaal onder woorden te brengen, eigenlijk is het meer dat ik daar geen zin in heb, het staat tenslotte in dat boek.
Maar als er naar gevraagd wordt, moet ik het wel proberen. Als er niet naar gevraagd wordt niet per se. Dan hoop ik dat de lezers het begrijpen. Als de lezers ook niet weten waar het over gaat, is het toch geen goed boek.
Als er lezers zijn tenminste. Dat is de eerste voorwaarde.


maandag 16 september 2013

Enge museumbezoekers

We bezochten het Huis van Marseille. De foto's die Eddo Hartmann maakte van zijn ouderlijk huis dat hij op 12-jarige leeftijd ontvluchtte en waar hij na 20 jaar weer terugkwam, waren indrukwekkend. Het was een absolute chaos in het herenhuis. Het papier en andere troep lag er opgestapeld tot aan de negentiende eeuwse plafonds, maar daaronder was alles precies zoals zijn moeder en hij het toentertijd achterlieten. De telefoonlijst van de klas waarin hij zat, lag nog naast de grijze draaitelefoon. Zijn tekeningen hingen aan de muur.
Maar daar wilde ik het hier helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over Deetje (3) die zich na een paar foto's zo vreemd begon te gedragen, dat ik dat hele huis van Marseille zo snel mogelijk moest zien te verlaten.
Als een dolle rende ze de kamers door, ging overal languit op de vloer liggen, op haar buik, met handen voor haar ogen. Bezoekers moesten over haar heen stappen om de de volgende expositieruimte te kunnen betreden. Ik glimlachte en trok mijn Deetje als een dweil over de vloer. Haar beentjes in de gele maillot maakten zwembewegingen.
'Waarom doe je nou zo raar, Deetje,' zei ik toen we eindelijk  buiten stonden. 'Wat is dat voor gekkigheid.'
'Ik ben zo bang voor de mensen,' fluisterde ze.
'Wat een onzin,' zei ik. 'Mensen in een museum doen juist niks.'
'Ik vind die mensen eng, mama.'
Ik wist hier niets op te zeggen. Wat was er eng aan museumbezoekers?
'Ze lopen er met z'n allen zwijgend rond,' zei man toen. 'Ze staan stil, kijken een hele tijd naar zo'n foto aan de muur en lopen dan weer zwijgend door. Alleen de vloer kraakt af en toe.'



vrijdag 13 september 2013

Read My World

Kom morgen allemaal naar de Tolhuistuin in Amsterdam. Of liever vandaag al.
Zaterdag vanaf 16.00 lezen daar voor: Maartje Wortel, Sanneke van Hassel, Said el Haji, David Vann (ja, die van Legend of a suicide) en ik.
En nog tienduizend andere schrijvers. Het is al begonnen. Kijk op: www.readmyworld.org

Twee merkwaardige zaken

Deze ochtend fietste met Deetje (3) naar de stad om bij de uitgeverij proefdruk twee op te halen. Ook gingen we onderweg wat in speeltuinen zitten en in winkels kijken.

In de kledingwinkel zegt de juffrouw: 'Wat een schat van een kind heb jij zeg. Wat speelt ze lief.'
'Ja, hè?'
En dan: 'Wat heb je zelf een ontzettend mooie broek aan.'
'Dank je.'
'Hij zit perfect. Hij staat je erg goed.'
'Ok. Bedankt.'
Ik draai me om en loop met de lieve schat aan mijn hand vlug de winkel uit.

In de zandbak in het Sarphatipark komt er een mevrouw naar me toe. Ze vraagt me welk kapper ik heb. Ik vertel haar over de kapper die ik bezoek in mijn eigen straat.
Dan zegt de mevrouw: 'Je ziet er helemaal geweldig uit. Weet je dat?'
'Nou, dank je,' zeg ik.
De mevrouw glimlacht en gaat weer bij haar peuter zitten. Even verderop.
Ik sta op van de zandbakrand en we maken dat we wegkomen. Tegen zoveel onverwachte vriendelijkheid ben ik niet opgewassen.

Mijn proefdruk. Het is geen dik boek. Het zijn 156 bladzijdes. Dat vind ik dan toch best jammer. Het liefst had ik plotseling een lijvig werk geschreven. Maar ik schreef een kleine roman. Het lijkt of je daar vrij weinig over te zeggen hebt.
'Jij maakt mijn dag helemaal goed,' zegt de receptioniste tegen Deetje. 'Wat ben jij een kleurig meisje.'

donderdag 12 september 2013

Volmaakt

Tijdens spitsuur schuifelen Jeetje en ik in de massa mee op weg naar tram 26. Recht voor centraal station staat een grote mevrouw, - twee vlechten, een extra-large groezelig t-shirt, legging - uit volle borst te schreeuwen en te zingen dat Jezus ons ook in zijn hart wil sluiten, als we maar even naar Hem zouden luisteren. Jezus is er ook voor jou, gilt ze. De kudde splitst zich voor haar neus in tweeën, buigt af naar links en naar rechts. Wij hobbelen in de groep mee die zich naar de trams aan de rechterkant beweegt. Mijn achtjarige dochter in haar glinsterende gouden jas. De H&M tas (met daarin een jurk en gymbroek) in haar ene hand, de andere hand in de mijne. Haar twee blonde staarten zwaaien. De grote witte tanden. Ze is volmaakt.
'Het is wél heel goed geprobeerd van haar,' zegt ze als we de vrouw passeren, 'maar het helpt niets. Niemand hoort echt wat ze zegt. Ze moet iets anders gaan bedenken.'

dinsdag 10 september 2013

Nog waarder dan de waarheid

Ik was bij een redactievergadering van de Brugkrant die per september heel Amsterdam Oost bestrijkt en met 70.000 exemplaren een grotere oplage heeft dan het Parool. Maar daar laten we ons niet op voorstaan. We doen het op eigen kracht. Er wordt thee en cola geschonken en op tafel staan worteltjes en koekjes met chocola. De hoofdredactie vertelt over de nieuw te varen koers. Minder IJburg, meer de stad in. Het is allemaal reuze opwindend.
'Er moeten in elk geval niet méér columns in hoor,' zegt een medewerker, 'ik vind het er nu al veel te veel. Wat moeten de mensen daar nou mee?'
De mede-columniste naast me gaat met haar theezakje heen en weer in mijn glas. De thee kleurt vreemd  lila.
'Korte berichten zijn wel heel leuk,' zegt de medewerker, 'daar staat tenminste nieuws in, wetenswaardigheden, dát willen de mensen lezen. Niet die zielenroerselen.'
'Géén fictie,' fluister ik tegen mijn mede-columniste die maar met het ouwe theezakje in het hete water blijft bewegen.
'Nee,' fluistert ze, 'maar wat ik schrijf is allemaal echt gebeurd.'
'Precies. Wat ik opschrijf ook.'
'De mensen willen er óók iets van opsteken,' gaat de medewerker door. Het blijft even stil. Iemand bijt op een worteltje. Mijn thee is donkerpaars geworden.
'Of zitten er hier soms ook columnisten bij?' vraagt de medewerker aarzelend.
Eenmaal thuis pak ik de krant. Het eerste wat ik lees is de column van Frits Abrahams, zoals elke dag, en vandaag ook de wekelijkse column van Pia de Jong over gemiddelde kinderen die jaar in jaar uit en van minuut tot minuut door hun ouders en professionele coaches gemanaged worden om hen voor te bereiden op de selectie voor een topuniversiteit. Dat laatste boeit me bovenmatig. Omdat het te maken heeft met waar mijn boek over gaat. Maar dat is fictie.