maandag 7 december 2015

Jonathan Heather de Serrano

Ik rende vannacht naar beneden voor een pen om de naam Jonathan Heather de Serrano op te schrijven. Jonathan Heather de Serrano was, in mijn droom, de échte naam van mijn zwijgende cursist.
Ik heb namelijk, in de realiteit, een cursist die zwijgt.
Na zeven lessen heeft de jongeman nog altijd niets gezegd.  Hij geeft geen commentaar op de anderen, hij schrijft niets, hij praat niet, hij zit daar maar kaarsrecht in de klas. Met een leeg schrift.
Ik weet niet wie hij is, wat hij komt doen als hij niet schrijft, en besluit hem na een paar lessen maar een beetje te negeren, - misschien gaat-ie op een dag wat zeggen, misschien heeft-ie een lange aanloop nodig,  ikzelf heb tenslotte het eerste jaar op de kleuterschool óók alleen gezwegen, gekeken en niet gespeeld, hij is nog jong, hij zou uitzonderlijk verlegen kunnen zijn, je moet daar nooit al te veel nadruk op leggen, weet ik uit ervaring - maar hoe meer ik hem negeer, hoe groter het mysterie en hoe meer aandacht hij in feite trekt.
Nu verschijnt hij zelfs al in mijn dromen als Jonathan Heather de Serrano. Maar ik weet nog altijd niet wat hij wil. Waarom hij met een schuilnaam in mijn schrijfklasje zit.

donderdag 3 december 2015

Aardgaswinning

In de vroege ochtend, we wandelen met z'n drieën naar school, wil de vijfjarige weten hoe het gas in de auto komt. Waar het gas vandaan komt eigenlijk? Hoe het eruit ziet.
'Waarom wil ze dát nou weten?' vraagt de tienjarige. 'Gas.'
'Ja, gas,' zeg ik.
Het wordt steeds duidelijker hoe verschillend de zusters zijn. De tienjarige was al jong met allerlei existentiële kwesties bezig. Wie is de mens en waarom. Met dat soort vragen kan ik ook heel goed uit de voeten.
De vijfjarige echter kan niet nalaten mee te rijden als ze in de auto zit. Ze houdt in de gaten hoeveel benzine of gas er nog in zit. Of we weten dat er bijna getankt moet worden. Of we wel de goede kant op gaan. En dus ook waar het gas vandaan komt. Wat gebeurt er als het op raakt?
Terwijl de tienjarige en ik dromerig voor ons uit staren. Het zal ons een zorg zijn hoe het ding rijdt, als het maar rijdt.
's Avonds kijken we een Klokhuis-aflevering over aardgaswinning. Het blijkt behoorlijk interessant voor ons alledrie. Als je je er maar in verdiept.


woensdag 2 december 2015

Te laat

Ik mailde dat het echt goed met me ging. Beter dan ooit eigenlijk. Je kon van opbloeien spreken. Leven. Dat soort woorden gebruikte ik. Zodra je zo nodig meent te moeten melden dat het echt goed met je gaat, moet je oppassen. Dat wist ik toen ik het schreef al. Ook wist ik dat dit soort beweringen onzin waren. Kinderachtig. Ze behoorden definitief tot het verleden. Net zoals de onheilsgedachte: alles zal mislukken als ik niet vóór ze op de bel gedrukt heeft, de voordeur al heb geopend.
De bel ging. Op exact hetzelfde moment trok ik de voordeur open. Te laat. Vandaar.

zondag 29 november 2015

Bot

Tijdens het rennen luisterde ik naar het radioprogramma Nooit meer slapen. Een interview met de documentairemaakster Marijn Frank die aan vlees verslaafd is en net een documentaire over vlees gemaakt had. (Die ik nu heel graag wil zien. Wat een boeiend onderwerp! ) De presentatrice vroeg op een gegeven moment of ze ook zo van het afkluiven van kippenpoten hield - ja - en dat dat misschien iets zei over haar karakter. Misschien was ze iemand die letterlijk tot op het bot wilde gaan?
Ze wilde weten hoe het zat. Ze nam geen genoegen met halve waarheden. Elke steen zou bovenkomen.
Meteen zag ik mijzelf en de karbonade in de keuken van mijn ouders. Botjesvlees noemde ik het vroeger. Je kon mij als kind niet gelukkiger maken dan met botjesvlees. Het werd pas echt interessant als ik in de buurt van het bot kwam. Het punt waarop het echte kluiven begon. De allerlaatste vetrandjes die ik er met mijn tanden afschraapte. Hoe ik aan die keukentafel zat met zo'n bot in mijn smalle, kleffe handen. Ik weet nog hoe ik zat te azen op de botten van mijn ouders. Hoe ik scherp in de gaten hield of ze die niet te ver aan het afkluiven waren.
Meestal kreeg ik ze wel, omdat ze niet zo veel van bot hielden als ik, en al helemaal niet van vettige handen.

woensdag 25 november 2015

Niets met liefde

We stonden in de boekhandel naast de hapjes, we hadden een glas wijn in onze hand. Het was net na de presentatie van 'Meer Oost'.  Ik had een deel van het Het schot voorgelezen, een verhaal dat in 'Lastmens en andere verhalen' staat en ook in die bundel is opgenomen. Het gaat over iemand die op een nacht plotseling getroffen wordt door een kogel. Het moment waarop leven en dood elkaar raken en alleen de spijt overblijft.
We hadden het over de nieuwe verhalenbundel 'Er moet iets gebeuren' van Maartje Wortel. Het verhaal De schrijver 2 waarvan we zwaar onder de indruk waren. We spraken over het onderzoek naar de liefde dat in haar werk vaak terugkomt.
Ikzelf heb juist helemaal niets met liefde, zei ik. Ik hoorde mezelf nogal flink de nadruk leggen op helemaal niets.
Ze zei:  Nee, jij hebt weer heel veel met ziekenhuizen.
Ziekenhuizen?
Ja, waarom schrijf je eigenlijk zo veel over ziekenhuizen?
Hier had ik nooit over nagedacht. Ik had niets bijzonders met ziekenhuizen. Ja, ik was er geboren. Maar in enkele van mijn verhalen kwam inderdaad een ziekenhuis voor. Daar had ze een punt.
Er gebeurt altijd wel iets in een ziekenhuis, zei ik snel.

Dit en de zin 'ikzelf heb juist helemaal niets met liefde' is de afgelopen drie dagen rond blijven zingen.
Zoals de zin 'je moet de juiste engelen volgen' me nu al zeven dagen achtervolgt.
Totdat ik het verband eindelijk zie, misschien.

vrijdag 20 november 2015

Oorsprong

'Wie is eigenlijk de moeder van sinterklaas?' vraagt de vijfjarige als ik haar in bed leg.
'De moeder van Sinterklaas.'
'Ja?'
'Sinterklazina misschien?'
'Sinterklazina? Heet ze zo?'
'Dat weet ik niet.'
'Heeft Sinterklaas geen moeder?'
'Iedereen komt inderdaad uit een moeder.'
'Ja,' zegt ze. 'Behalve ... de wereldbol.'
'Waar zou die dan vandaan komen?' vraag ik.
De vijfjarige heeft geen idee.
'Sommigen denken dat God de wereldbol heeft gemaakt,' zeg ik.
'Wie is God?'
'Sommige mensen geloven in God.'
'Van godverdomme?'
'Ja, van godverdomme.'
'Maar wie ís God? Ze kijkt haar kleine slaapkamer rond. Ik haal mijn schouders op.

woensdag 18 november 2015

Leesbevordering


'Wanneer komt je boek?' vroeg een collega die naast me stond in een stampvol Paradiso. Er werd een nieuwe uitgeverij gelanceerd. Het deed me denken aan het boekenbal. Maar dan een hipper en jonger publiek. Het was lang geleden dat de literatuur op één avond meer dan duizend mensen trok. Al weet ik niet of het alle aanwezigen puur om de literatuur ging. Ver weg, waar anders de popsterren staan, stonden nu de nieuwe uitgevers. De één in pak met wit vlinderdasje, de ander droeg gewoon een zwart t-shirt met jeans.
'Ik gok op het najaar,' zei ik tegen de collega, 'er is wel net een verzamelbundel uit. Met oud en nieuw werk.'
'Wanneer?'
'Twee weken geleden.'
'Daar heb ik helemaal niets van meegekregen.'
'We willen het ook een beetje stilhouden.'
Het programma begon. Toen we met onze handen het teken van de nieuwe uitgeverij moesten maken, kreeg het geheel een sektarisch trekje. Op het podium de overdonderde sekteleiders. Superemotioneel waren ze Een spelletje was uit de hand gelopen, nu keken ze naar een zaal vol volgelingen. Nu runden ze een uitgeverij. Door hun vier schrijvers werd gesproken over vertrouwen, liefde, geluk, lezers en aandacht.

We kregen hun eerste boek 'Er moet iets gebeuren'' van Maartje Wortel mee naar huis. Ver na middernacht begon ik met lezen. Daar is het tenslotte allemaal voor bedoeld.