maandag 15 februari 2016
Tien Jaar
Op vrijdagavond deed ik mascara op haar trillende oogleedjes, lippenstift, verdween ze om half acht met een schaal worstjes in een vreemd huis om er pas om elf uur weer uit te komen.
Op zaterdag hing ze in pyjama, met spierwit snuitje, voor de computer en deed een online spel. 'Misschien is dat aardige meisje dat jou steeds cadeautjes geeft, wel een vieze veertigjarige man,' zei ik. 'Pas erop! Denk erom.'
Op zondagavond stond ik bij de halte op ons eiland te wachten op tram 26. Het was donker. Het regende. Het was koud. In de verte zag ik de twee felle koplampen uit de richting van centraal station komen. Het rood/zwart geblokte jasje stond voor de deur. De blonde paardenstaart. De hand met de tramkaart in de aanslag. De concentratie op haar gezicht. De deuren gingen open.
Zodra ze me zag, lachte ze breed, gaf haar portemonneetje. De tramkaart. De hele verantwoordelijkheid. Het was allemaal weer voor mij.
vrijdag 12 februari 2016
Mag ik iets zeggen?
Ik wil net naar bed gaan als er wordt aangebeld. Het is half elf 's avonds. Ik denk aan een buurvrouw die iets nodig heeft. Maar door het glas zie ik dat er een onbekende Surinamer van een jaar of vijftig/zestig voor de deur staat. Hij kijkt een beetje lodderig uit zijn ogen. Hij lijkt op mijn opa die volgens mij precies vandaag, 25 jaar geleden is overleden. De opa in de Mercedes die tot zijn eigen ellende altijd aangehouden werd bij de grens om zijn paspoort te laten zien. De opa met het bruine hoofd en de melkflessen als benen.
We kijken elkaar aan door de ruitjes van de voordeur. Nooit bellen er vreemde mannen aan. Nu zit man in Zweden en meteen - tring -. De man gebaart dat ik open moet doen. Hij heeft ook iets verdrietigs of hij speelt verdrietig.
'Doe eens open.' Hij staat bijna met zijn neus tegen het glas. 'Ik wil iets zeggen.'
'O?'
'Mag ik iets zeggen?'
'Nee.'
'Mag ik iets zeggen?' Hij praat harder.
'Eigenlijk niet,' roep ik.
Ik draai me om en loop het halletje snel uit, doof de lichten en verdwijn snel naar boven. Als opa mij na een kwart eeuw nog iets wil komen zeggen, moet ie dat niet om half elf 's avonds doen.
Dat weet hij zelf ook wel.
We kijken elkaar aan door de ruitjes van de voordeur. Nooit bellen er vreemde mannen aan. Nu zit man in Zweden en meteen - tring -. De man gebaart dat ik open moet doen. Hij heeft ook iets verdrietigs of hij speelt verdrietig.
'Doe eens open.' Hij staat bijna met zijn neus tegen het glas. 'Ik wil iets zeggen.'
'O?'
'Mag ik iets zeggen?'
'Nee.'
'Mag ik iets zeggen?' Hij praat harder.
'Eigenlijk niet,' roep ik.
Ik draai me om en loop het halletje snel uit, doof de lichten en verdwijn snel naar boven. Als opa mij na een kwart eeuw nog iets wil komen zeggen, moet ie dat niet om half elf 's avonds doen.
Dat weet hij zelf ook wel.
donderdag 11 februari 2016
Ontwikkelingen
Er zijn ontwikkelingen gaande.
De laatste tijd is het bijvoorbeeld net alsof ik leef. Heel apart. Het is niet zo dat ik eerst niet leefde. Meer dat ik het nu ook merk. Mijn personages overkomt zoiets al heel lang. Van het ene op het andere moment, meestal als het net te laat is, leven ze. En wat dan!
Nu ben ik mijn eigen personage geworden. Het gaat precies zo als ik bedacht had.
Ik sprak laatst met een schrijver die een verhaal had geschreven over zijn ( inmiddels ex) vriendin. In het verhaal beschreef hij hun prille verliefdheid en hoe de relatie uiteindelijk uit zou gaan, en een jaar later ging het op precies die manier uit.
Het was heel gevaarlijk wat je daar deed, zei zijn redacteur.
Schrijven is ontzettend gevaarlijk, zei ik.
In het nieuwe boek van Nell Zink dat ik net las, werd korte metten gemaakt met schrijvers die dachten dat ze bezig waren met Zeer Belangrijke Zaken. Een gedicht: een speelgoedmuis in de dode hoek van het wereldtoneel. Dat stond er heel wat beter. Maar ik heb nu geen zin dat op te zoeken.
Ontwikkelingen hebben iets onheilspellends, mailde iemand me.
Dat is waar. Je weet niet waar ze zich heen ontwikkelen. Maar zonder ontwikkelingen geen roman. Zonder ontwikkelingen geen leven. Zo zou je het kunnen zeggen. Leve de ontwikkelingen, misschien?
De laatste tijd is het bijvoorbeeld net alsof ik leef. Heel apart. Het is niet zo dat ik eerst niet leefde. Meer dat ik het nu ook merk. Mijn personages overkomt zoiets al heel lang. Van het ene op het andere moment, meestal als het net te laat is, leven ze. En wat dan!
Nu ben ik mijn eigen personage geworden. Het gaat precies zo als ik bedacht had.
Ik sprak laatst met een schrijver die een verhaal had geschreven over zijn ( inmiddels ex) vriendin. In het verhaal beschreef hij hun prille verliefdheid en hoe de relatie uiteindelijk uit zou gaan, en een jaar later ging het op precies die manier uit.
Het was heel gevaarlijk wat je daar deed, zei zijn redacteur.
Schrijven is ontzettend gevaarlijk, zei ik.
In het nieuwe boek van Nell Zink dat ik net las, werd korte metten gemaakt met schrijvers die dachten dat ze bezig waren met Zeer Belangrijke Zaken. Een gedicht: een speelgoedmuis in de dode hoek van het wereldtoneel. Dat stond er heel wat beter. Maar ik heb nu geen zin dat op te zoeken.
Ontwikkelingen hebben iets onheilspellends, mailde iemand me.
Dat is waar. Je weet niet waar ze zich heen ontwikkelen. Maar zonder ontwikkelingen geen roman. Zonder ontwikkelingen geen leven. Zo zou je het kunnen zeggen. Leve de ontwikkelingen, misschien?
maandag 8 februari 2016
Krankzinnig universum
Vlak voor sluitingstijd liepen we het Stedelijk binnen. En van het een op andere moment waren we in een krankzinnig universum. De expositie van Isa Genzken. Mach Dich Hübsch. Een idiote wereld. Kleurrijke installaties en objecten. In geen enkele zaal iets wat in de lijn der verwachting lag. Nergens houvast. Of iets waarop je kon voortborduren. Ook al kwam het me allemaal heel bekend voor. En was er tegelijkertijd niets geks aan.
Er overviel me, dwalend van ruimte naar ruimte, iets wonderlijks. Ik vond het prachtig. (Heel wonderlijk voor mij, zo ineens iets prachtig te vinden) En: Ik bevond me er middenin. Niet aan de rand. Niet als toeschouwer. Nee.
Dit is de binnenkant van mijn hoofd, dacht ik. Ik ben door mijn hoofd aan het wandelen. Ja, als het er daar zo uitziet, is het niet zo gek dat het niet altijd even duidelijk is welke draad ik volgen moet. Maar vervelen zal ik me niet.
Gelukkig zag ik ook hier en daar Michael Jackson. Wat die daar nou weer deed bij Isa Genzken? Wat die in mijn hoofd doet? Het is leuk verbanden leggen. Steeds andere verbanden. Alles is mogelijk. Alles verandert. We waren daar helemaal alleen, man en ik. We wandelden door andere zalen, maar het bleef dezelfde expositie.
Precies een half uur later werden we eruit gebonjourd. Het stormde daarbuiten ontiegelijk.
Er overviel me, dwalend van ruimte naar ruimte, iets wonderlijks. Ik vond het prachtig. (Heel wonderlijk voor mij, zo ineens iets prachtig te vinden) En: Ik bevond me er middenin. Niet aan de rand. Niet als toeschouwer. Nee.
Dit is de binnenkant van mijn hoofd, dacht ik. Ik ben door mijn hoofd aan het wandelen. Ja, als het er daar zo uitziet, is het niet zo gek dat het niet altijd even duidelijk is welke draad ik volgen moet. Maar vervelen zal ik me niet.
Gelukkig zag ik ook hier en daar Michael Jackson. Wat die daar nou weer deed bij Isa Genzken? Wat die in mijn hoofd doet? Het is leuk verbanden leggen. Steeds andere verbanden. Alles is mogelijk. Alles verandert. We waren daar helemaal alleen, man en ik. We wandelden door andere zalen, maar het bleef dezelfde expositie.
Precies een half uur later werden we eruit gebonjourd. Het stormde daarbuiten ontiegelijk.
vrijdag 5 februari 2016
Hoe Lang Nog?
Ik heb de laatste tijd tijd om te wandelen, ik heb tijd om een verhaal af te maken, ik heb tijd om een hoorspel te schrijven, ik heb tijd om les te geven, ik heb tijd om boodschappen te doen, ik heb tijd om te koken, ik heb tijd om een verjaardag te bezoeken, ik heb tijd om naar de kapper te gaan, ik heb tijd om koffie te drinken met een vriend, ik heb tijd om te lezen, ik heb tijd om een spelletje met de kinderen te spelen, ik heb tijd om met man te praten, ik heb tijd om te sporten, ik heb tijd om..
Waar komt die tijd ineens vandaan? Er zitten niet meer uren in een dag. Een uur duurt niet langer dan een uur. Ik heb het drukker dan ooit, daar heeft het ook al niets mee te maken.
Tijd is beweging. Tijd is alleen nu. Ik moet de filosofen eens naslaan op het begrip tijd, als ik daar tijd voor heb.
Waar komt die tijd ineens vandaan? Er zitten niet meer uren in een dag. Een uur duurt niet langer dan een uur. Ik heb het drukker dan ooit, daar heeft het ook al niets mee te maken.
Tijd is beweging. Tijd is alleen nu. Ik moet de filosofen eens naslaan op het begrip tijd, als ik daar tijd voor heb.
donderdag 4 februari 2016
Allergie
Ze is tjips gaan zeggen. Ik weet niet wanneer precies.
'Ik heb zin in tjips,' zegt ze.
'Geen tjips Jeetje.'
'Maar ik heb zin in tjips.'
'Ik wil niet hebben dat jij hier in huis tjips zegt. Waarom zeg je nou steeds tjips.'
'Waarom mag zij geen tjips zeggen.'
'Het is sjeps!'
'Sjeps?' zegt Jeetje.
'SJEPS ja. Sjeps. Wij zeggen sjeps.'
Plotselings blijkt er een wij en een zij te zijn. Als het over sjeps en tjips gaat.
'Ik heb zin in tjips,' zegt ze.
'Geen tjips Jeetje.'
'Maar ik heb zin in tjips.'
'Ik wil niet hebben dat jij hier in huis tjips zegt. Waarom zeg je nou steeds tjips.'
'Waarom mag zij geen tjips zeggen.'
'Het is sjeps!'
'Sjeps?' zegt Jeetje.
'SJEPS ja. Sjeps. Wij zeggen sjeps.'
Plotselings blijkt er een wij en een zij te zijn. Als het over sjeps en tjips gaat.
dinsdag 2 februari 2016
Het woei
Mijn drie buurvrouwen zaten al in de wagen op mij te wachten.
'Je bent twee minuten te laat,' zeiden ze toen ik instapte.
'Ja, ik was m'n fietssleutel heel lang aan het zoeken, maar dat was dus niet nodig.'
'Nee,' zeiden ze. 'Dat had je kunnen weten als je je app gecheckt had.'
'Ja, maar er kwamen zoveel berichtjes voorbij en ik moest mijn fietssleutel nog zoeken..'
'Dat was dus niet nodig als je je app gecheckt had.'
'Nee, als ik m'n app gecheckt had, was ik op tijd geweest.'
We reden naar de sportschool.
We sportten.
Een buurvrouw moest binnenkort in haar bikini passen en in zomerjurkjes. We hadden het over calorieën. De immense hoeveelheid calorieën die al in één glas wijn bleek te zitten.
'Ja dag, ik kan niet ook nog zonder wijn,' zei ze. 'Het moet wel leefbaar blijven.'
'Al die modellen drinken champagne,' zei ik. 'Misschien is dat wat?'
'Je moet gewoon gaan genieten,' zei een andere buurvrouw. 'Met een vrolijk gezicht erboven staat die bikini altijd goed.'
'Ja,' zeiden we. 'Met een vrolijk gezicht staat alles goed.'
'Als ik weer ga roken, ben ik ook zo vijf kilo kwijt,' zei ze. 'Ik woog ooit vijfenveertig kilo. Toen dronk ik alleen maar bier en ik rookte.'
We liepen over het grasveldje terug naar de auto. Twee buurvrouwen liepen recht door de hondenpoep.
'Sukkels,' zeiden we.
We reden terug. Die twee met de voeten omhoog.
Na vijfhonderd meter waren we er. Mijn autodeur vloog open omdat het zo woei.
'Kijk je wel uit met die deur,' zeiden ze.
'Je bent twee minuten te laat,' zeiden ze toen ik instapte.
'Ja, ik was m'n fietssleutel heel lang aan het zoeken, maar dat was dus niet nodig.'
'Nee,' zeiden ze. 'Dat had je kunnen weten als je je app gecheckt had.'
'Ja, maar er kwamen zoveel berichtjes voorbij en ik moest mijn fietssleutel nog zoeken..'
'Dat was dus niet nodig als je je app gecheckt had.'
'Nee, als ik m'n app gecheckt had, was ik op tijd geweest.'
We reden naar de sportschool.
We sportten.
Een buurvrouw moest binnenkort in haar bikini passen en in zomerjurkjes. We hadden het over calorieën. De immense hoeveelheid calorieën die al in één glas wijn bleek te zitten.
'Ja dag, ik kan niet ook nog zonder wijn,' zei ze. 'Het moet wel leefbaar blijven.'
'Al die modellen drinken champagne,' zei ik. 'Misschien is dat wat?'
'Je moet gewoon gaan genieten,' zei een andere buurvrouw. 'Met een vrolijk gezicht erboven staat die bikini altijd goed.'
'Ja,' zeiden we. 'Met een vrolijk gezicht staat alles goed.'
'Als ik weer ga roken, ben ik ook zo vijf kilo kwijt,' zei ze. 'Ik woog ooit vijfenveertig kilo. Toen dronk ik alleen maar bier en ik rookte.'
We liepen over het grasveldje terug naar de auto. Twee buurvrouwen liepen recht door de hondenpoep.
'Sukkels,' zeiden we.
We reden terug. Die twee met de voeten omhoog.
Na vijfhonderd meter waren we er. Mijn autodeur vloog open omdat het zo woei.
'Kijk je wel uit met die deur,' zeiden ze.
Abonneren op:
Posts (Atom)