dinsdag 11 oktober 2016

Gewoon helemaal

Vannacht werd ik wakker van het miauwen van een kater op straat en het rommelen aan het slot van de voordeur. Ronnie is terug! Man is terug! Alle hens aan dek! Maar beneden bleek de stoep leeg. Ik haalde voor de zekerheid toch de haak van de deur. Een mens kan zich vergissen. Ook man.
Op een ander moment in de nacht kwam Deetje mijn slaapkamer in: 'Ik hoor steeds iemand beneden koffie malen,' fluisterde ze.
'Er is niemand,' zei ik.
'Papa misschien?'
'Papa is toch uit logeren.'
'Komt hij morgen terug?'
'Hij komt woensdag en zaterdag.'
'En dan gaat hij weer?'
'Dat denk ik wel.'
'Maar wanneer komt hij echt helemáál terug? Gewoon helemaal.'
'Dat weet ik niet precies.'
'Ik ben bang.'
'Kom maar bij me liggen.'
Een opgekruld meisje lag naast me te slapen, op de plek waar gisteren man nog lag.

maandag 10 oktober 2016

Not yet

Ik zwaaide man uit vanmorgen. Hij moest in alle vroegte naar het werk, en daarna zal hij naar een andere stad rijden om de sleutel op te halen. Nee, ik zwaaide hem niet uit, ik stond stiekem door het glas van onze voordeur te kijken hoe hij in de auto stapte, de deur dichttrok en wegreed. De donkerte in.
Zoals ik op zaterdagavond in de Leidsedwarsstraat naar hem had staan kijken. Hij was wat eerder dan afgesproken bij Bombay en stond al voor het restaurant. En ik was er ook wat eerder en keek. Hij liep precies de andere kant op dan daar waar ik stond. Hij was wat vroeg, hij maakte nog een ommetje.  Hij slenterde als het ware de straat uit. Nou daag dan, zei ik en zwaaide met een slap handje.
 Op het Leidseplein pakte ik mijn fiets en racete hem via een andere straat tegemoet. 
'Hee hoi. Ik had je al gezien.'
'Hè? Wanneer dan?'
'Ik hou je overal in de gaten.'
'Heb je nieuwe schoenen aan?'
'Ja. Hoe weet jij dat?'
'Dat zie ik toch.'
'Dat jij dat ziet.'
We gingen naar de voorstelling Husbands and Wives van Toneelgroep Amsterdam. Een absolute aanrader, maar dit terzijde. Na de voorstelling spraken we over de vorm en de structuur van het stuk dat die zo goed was geweest, dronken we een paar wijntjes, spraken we over mensen in het algemeen dat die altijd maar weer zulke domme dingen doen tot ze dood gaan, liepen we naar de fietsenstalling waar zijn fiets stond. Ik werd staande gehouden door een singer/songwriter uit New York die mij om een vuurtje vroeg. Ik zag hoe man verdween onder de grond. 
'Is he leaving you?' vroeg de singer/songwriter. 
'Not yet,' zei ik.
En dat is ook zo.


vrijdag 9 september 2016

Even niet

Hey you out there,
Ik ben er even niet.
Voorlopig, - ik denk zo tot de kerst - plaats ik hier geen stukjes. Ik vind het onwennig. Maar ik ga mij concentreren op het andere werk dat me nu echt te doen staat. Op een dag ben ik terug. Ik hoop jij ook.
Mocht het nou beter voor me blijken te werken deze tekstjes wel te maken, dan ben ik er veel eerder gewoon weer. Niet te rigide zijn, nooit te rigide zijn, vind ik. 
Me.

vrijdag 2 september 2016

De muis

Ik las een biografie van een visser die jarenlang de zee borduurde omdat hij ziek was en niet veel anders meer kon. Ik heb het hier al eerder gehad over de muis met de schort achter de kinderwagen die ik in klas zes van de lagere school borduren moest. Die muis komt vaak terug.
Een grijze muis met schort en strik, achter een kinderwagen. Naar mijn idee heb ik het hele jaar alleen aan dat ene borduurwerkje gewerkt, de andere meisjes waren allang klaar, ook de jongens hadden hun figuurzaag-werkje af, terwijl ik op die handenarbeid vrijdagmiddag maar steeds met naald en draad in de weer was. Net zo lang tot die verschrikkelijke grijze muis tevoorschijn zou piepen. Het moest precies dezelfde muis worden als iedereen had. Ik weet nog dat de juf zei dat mijn muis niet goed was. De voorkant niet en de achterkant ook niet. Mijn muis helde voorover en de achterkant van het borduurwerkje was één grote knoop. Voor de moeite kreeg ik een zes min. Het maakte mij niet uit. Als ik maar nooit meer zou hoeven borduren. En de muis wilde ik voorgoed vergeten, maar meer dan dertig jaar later popt ze nog regelmatig in mijn geheugen op. Het lijkt nu alles wat ik ooit op de basisschool gedaan heb.
We hadden een meester én een juf in de zesde klas. Het was een getrouwd stel. De juf ging over de borduurwerken en de meester over het figuurzagen. Net zoals de juf ons de biologieles gaf over het menselijk lichaam en de meester in een ander lokaal aan de jongens vertelde wat er voor de jongens allemaal te gebeuren stond.

donderdag 1 september 2016

Zuiverheid

Een woensdagmiddag op het Diemerstrandje. Deetje en haar vriendje groeven een kuil naast het kleed waarop ik zat. Die twee zesjarigen; het allerjongste en verreweg het allermooiste stel dat ik ken, ongelooflijk trouw, respectvol en zorgvuldig naar elkaar toe. Ze bieden elkaar altijd een luisterend oor, zijn óók begripvol als de ander een kleinood lijkt te hebben, nooit of te nimmer zullen ze een grapje maken ten koste van de ander, ze dragen zorg voor elkaar, en zijn sinds hun crèchetijd in een dialoog verwikkeld die geen einde lijkt te kennen, er bestaat bij die twee niet zoiets als sleur, ze kunnen er geen genoeg van krijgen met elkaar te spelen, een enkel meningsverschil daargelaten, wat vaak op ernstige wijze met elkaar besproken wordt, geen volwassen stel doet hen dat na.
Goed, gisteren wilde er dus een derde jongetje meedoen met het graven van die kuil. Het vriendje van Deetje werd, zo had ik hem nog nooit gezien, meteen nogal vilein naar het jongetje toe. Eigenlijk ronduit vals.
'Waarom doe je nou steeds onaardig?' vroeg ik.
'Ik weet het niet,' zei hij, 'ik voel boosheid als hij erbij komt. En daarom wil ik niet dat hij mee doet. Steeds als ik hem zie, voel ik heel veel boosheid hierbinnen. En daarom ga ik dan zo doen.'
'Ja,' zei Deetje, 'hij wil gewoon niet dat het jongetje meedoet.'


dinsdag 30 augustus 2016

De bos

Ik zit naast de roze met paarse bos bloemen - hoofdzakelijk rozen - die ik eergisteren naast de vuilnisbak vond, een paar straten verderop, nog in cellofaan, met 2 zakjes voeding, en die minstens veertig Euro gekost moet hebben. Ik was op weg naar de supermarkt, maar heb toen de bos opgeraapt en thuis in een vaas lauw water gezet, de stelen scheef afgesneden, de zakjes voeding erbij gedaan, de bloemen mooi geschikt, het lot van die bloemen trof me bovenmatig, alsof zij er ook maar iets aan kunnen doen! Zo maar weggesmeten bij het vuilnis. Tussen de gever en de ontvanger komt het voorlopig niet goed.
Maar de gigantische bos was niet ín de container gepropt. Dat dan toch niet. Er zat iets van erbarmen in de persoon - vanwege de kleur van de bos denk ik aan een vrouw - die de bloemen niet wilde/kon ontvangen, zoals moeders die hun baby te vondeling leggen, het kindje dan meestal toch naast de container leggen in plaats van erin, in de hoop dat iemand zich erom bekommert.
Zo heb ik, de held van dit verhaal, die doorgaans weinig op heeft met bossen bloemen, mij om deze bos bloemen bekommerd, die daar in de brandende zon lag te sterven.
Goed, de bloemen leven dus nog even. De grote vakantie is voorbij. Het is nu werkdag twee. Oók voor de mensen die buiten van negen tot vijf aan het heien zijn. Er wordt voor mijn neus een heel nieuw dorp op palen in het water gestampt. Jeetje zit in groep acht, Deetje in groep drie en ik ben groeploos, ik moet mijzelf richting zien te geven. Dat zijn de feiten.

maandag 22 augustus 2016

Dan moet Ronnie het zelf maar weten

Gisterochtend hebben we Ronnie, die al zeker zes weken van huis was weggelopen, rustigjes langs het water zien wandelen. Hij zag er goed uit en leek ook wel blij om ons te zien. We hebben hem in een tas gepropt en zijn snel met hem naar huis gegaan. Toen waren we eindelijk allemaal weer bij elkaar. Met z'n allen keken we toe hoe het ontrouwe beest brokjes naar binnen schrokte. Zijn zuster besnuffelde zijn reetje even. Maar trippelde al gauw verveeld terug naar haar mandje.
Na het vreetfestijn ging Ronnie in onze tuin liggen slapen. De hele dag door heb ik gecontroleerd of hij daar nog wel lag.
'Niet schreeuwen,' zei ik tegen de kinderen, 'dat vindt Ronnie niet leuk. Dan gaat Ronnie weer weg. Willen jullie dat Ronnie weer weggaat soms?'
De kinderen deden extreem zachtjes. Steeds lag Ronnie er nog.
Maar vanmorgen was het zwarte mormel toch in geen velden of wegen meer te bekennen.
Hij is naar zijn nieuwe stekje waarschijnlijk. Naar Martje. Aan de dijk. Nog geen vijf minuten hier vandaan. Martje. Met haar enorme tuin. En haar kleine hippie huisje met de grote gele zon op de voordeur. En haar kippenren. En haar houtkachel binnen en buiten. En haar bloemenzee. En haar moestuin.
Daar is Ronnie nu liever dan bij ons.