Ik ben vandaag definitief in de laatste fase terechtgekomen. Het gebeurde toen ik nietsvermoedend de Zeeman inliep om iets voor Pasen te kopen. In een impuls was ik van de fiets gestapt om die winkel binnen te snellen .Ik had een geel servetje met een leuk kuiken erop in mijn hoofd.
Toen zag ik haar bij de kassa staan. Er lagen een paar grappige washandjes op haar gloednieuwe rode Bugaboo. Ze hadden de vorm van eendjes en kikkers. Ze had een andere blik in haar ogen dan de laatste keer dat ik haar zag, tijdens een werkbespreking. In de kinderwagen lag een piepklein baby'tje te slapen met een mutsje op. Het baby'tje bewoog haar lipjes in haar slaap en liep af en toe vuurrood aan.
'Ik wist niet dat het zo geweldig zou zijn.'Ze bleef verrukt naar haar dochtertje kijken. Terwijl we praatten, versperden we de weg naar de kassa.
'Bevallen is echt iets verschrikkelijks,' fluisterde ze even later. Ik knikte.
Er stond een opstopping van vrouwen achter ons. Allemaal hoogzwanger, zag ik. Ze hadden ook allemaal een paar stofdoekjes in hun hand. Of een pakketje grote onderbroeken.
'Ik zocht eigenlijk iets voor Pasen,'zei ik.
'Dat hebben ze hier niet,' zei ze.
'Dacht ik al.'
Het was niet zomaar een impuls geweest, dat ik van de fiets afstapte.
woensdag 31 maart 2010
dinsdag 30 maart 2010
Voorbereidend gesprekje
'Dus Jeetje, jij bent en blijft de eerste. Jij zult altijd onze eerste zijn. En jouw zusje wordt de tweede.'
'Nee,' zegt Jeetje, 'dat wil ik niet. Een is minder dan twee!'
'Nee,' zegt Jeetje, 'dat wil ik niet. Een is minder dan twee!'
maandag 29 maart 2010
Voor het eerst samen fietsen
Al heel vroeg vertrekken we op zondag naar het Amstelstation. We zullen met de trein naar opa en oma gaan.
Naast mij op het fietspad fietst - voor het eerst - mijn grote dochter op haar te kleine, roze fietsje. In haar nieuwe jurk. Ze kijkt strak voor zich uit, de knokkels van haar handen zijn wit. Sinds gisteren kan ze zelf op- en afstappen en de fiets moest mee om het aan opa en oma te laten zien.
'Ik krijg pijn aan m'n armen van het fietsen,' zegt ze.
'Je hoeft het stuur niet zo hard vast te houden,' zeg ik. 'Dat kan ook iets losser.'
'Mam! Ik kan fietsen en praten tegelijk!' roept ze uit.
We fietsen door. Haar benen komen bijna tegen het stuur en haar wangen worden steeds roder. Voor ons ligt de Berlagebrug. Daar moeten we dadelijk overheen.
Maar eerst is er nog een fietser die ons voorbij wil. Ik geef Jeetje aanwijzingen vooral aan de kant van het water te blijven, en vertel haar dat ik achter haar zal gaan fietsen. Jeetje houdt haar ogen strak gericht op het fietspad en knikt een paar keer. Ze knijpt haar handen nog eens extra vast om het stuur en trapt. Haar staartjes zwiepen heen en weer. Ook haar fietsje slingert van links naar rechts, zodra de fietser haar passeert.
Jeetje en ik staan op het perron te wachten. Het roze fietsje staat naast haar. Jeetje ritst haar jas maar eens los en zucht diep. Ze wrijft in haar handen.
'Ik heb zweethanden,' zegt ze. 'Heb jij ook zweethanden?'
Dan kijkt ze me aan. Ik zie haar ter plekke een meter of wat groeien.
Naast mij op het fietspad fietst - voor het eerst - mijn grote dochter op haar te kleine, roze fietsje. In haar nieuwe jurk. Ze kijkt strak voor zich uit, de knokkels van haar handen zijn wit. Sinds gisteren kan ze zelf op- en afstappen en de fiets moest mee om het aan opa en oma te laten zien.
'Ik krijg pijn aan m'n armen van het fietsen,' zegt ze.
'Je hoeft het stuur niet zo hard vast te houden,' zeg ik. 'Dat kan ook iets losser.'
'Mam! Ik kan fietsen en praten tegelijk!' roept ze uit.
We fietsen door. Haar benen komen bijna tegen het stuur en haar wangen worden steeds roder. Voor ons ligt de Berlagebrug. Daar moeten we dadelijk overheen.
Maar eerst is er nog een fietser die ons voorbij wil. Ik geef Jeetje aanwijzingen vooral aan de kant van het water te blijven, en vertel haar dat ik achter haar zal gaan fietsen. Jeetje houdt haar ogen strak gericht op het fietspad en knikt een paar keer. Ze knijpt haar handen nog eens extra vast om het stuur en trapt. Haar staartjes zwiepen heen en weer. Ook haar fietsje slingert van links naar rechts, zodra de fietser haar passeert.
Jeetje en ik staan op het perron te wachten. Het roze fietsje staat naast haar. Jeetje ritst haar jas maar eens los en zucht diep. Ze wrijft in haar handen.
'Ik heb zweethanden,' zegt ze. 'Heb jij ook zweethanden?'
Dan kijkt ze me aan. Ik zie haar ter plekke een meter of wat groeien.
zaterdag 27 maart 2010
Controle
'We willen even een hartfilmpje maken van de baby.' De verloskundige en de stagiaire staan voor mij.
'Dat hoeft niet hoor.'
'Je voelde haar vandaag toch niet veel bewegen?'
'Nee, maar ze zal wel slaperig zijn geweest'
'We vonden uw buik hard en haar hartslag ook hoog.'
'Maar dat was toch juist goed? Af en toe hoog en dan weer terug?'
'We leggen je dertig minuten aan een hartfilmpje en dan weten we precies hoe het met haar is. En dan kun je gerust het weekend in.'
'Ja, maar...'
De dames wenken me.
'Ik heb eigenlijk geen tijd,' zeg ik.
Ze kijken me streng aan.
'Ik eh, ik moet mijn andere dochter ophalen. Die is ergens spelen.'
'Ja, maar mevrouw,' zeggen ze. 'Dit is toch wel even...'
'... belangrijk?'
Ze knikken.
Ik loop mee naar het kamertje en ze leggen me aan de apparatuur. Een derde verpleegkundige komt erbij staan en neemt mijn temperatuur op.
'Ik heb geen koorts hoor,' lach ik.
Even later lig ik aan een monitor in een kleine ruimte in het Academisch Medisch centrum. Ik luister naar de hartslag van de baby. Op mijn telefoon hou ik de tijd in de gaten. Over een half uur moet ik bij Jeetje zijn.
'Dat hoeft niet hoor.'
'Je voelde haar vandaag toch niet veel bewegen?'
'Nee, maar ze zal wel slaperig zijn geweest'
'We vonden uw buik hard en haar hartslag ook hoog.'
'Maar dat was toch juist goed? Af en toe hoog en dan weer terug?'
'We leggen je dertig minuten aan een hartfilmpje en dan weten we precies hoe het met haar is. En dan kun je gerust het weekend in.'
'Ja, maar...'
De dames wenken me.
'Ik heb eigenlijk geen tijd,' zeg ik.
Ze kijken me streng aan.
'Ik eh, ik moet mijn andere dochter ophalen. Die is ergens spelen.'
'Ja, maar mevrouw,' zeggen ze. 'Dit is toch wel even...'
'... belangrijk?'
Ze knikken.
Ik loop mee naar het kamertje en ze leggen me aan de apparatuur. Een derde verpleegkundige komt erbij staan en neemt mijn temperatuur op.
'Ik heb geen koorts hoor,' lach ik.
Even later lig ik aan een monitor in een kleine ruimte in het Academisch Medisch centrum. Ik luister naar de hartslag van de baby. Op mijn telefoon hou ik de tijd in de gaten. Over een half uur moet ik bij Jeetje zijn.
vrijdag 26 maart 2010
Recensie Nederlands Dagblad!
donderdag 25 maart 2010
Rokjes dag
De dag begon om half zeven in de ochtend. Daar sta je dan - kogelrond, in je ondergoed - met je dochter van bijna vijf voor een open kledingkast te discussiëren over het belang van het combineren van kleding. Je vertelt haar wat wèl en wat niet samen kan worden gedragen en dat dat wat zij wil echt! niet! kan! Punt uit. En dat we dat ook echt! niet! doen!
'Omdat ik de baas ben,' roep je. En: 'Discussie gesloten.'
Jeetje is anti-broek. Goed, dat begrijp ik. Al heb ik zelf vrijwel nooit rokjes aan en heb ik ook weleens gelezen dat dochters - zeker als ze nog jong zijn - hun moeder als groot voorbeeld zien. Ze willen in alles op haar lijken. Maar Jeetje houdt niet van mijn kledingstijl. Die noemt ze 'saai' en de kleur zwart vindt ze 'iew.'
Terug naar het hele prille begin van de dag.
'Je mag kiezen!' roep je. 'Dat rokje met stippen óf dat t-shirt met stippen.'
'Ik wil allebei.'
'Nee, dat staat voor geen meter.'
'Jawel.'
Dit zal uitmonden in een onnodig gevecht.
Tenslotte krijs jij: 'Waarom wil jij nou altijd dat kutrokje aan!' En je werpt je dochtertje terug op haar bed. Jouw buik - die je volkomen vergeten was - verkrampt meteen.
'Dat is geen kutrokje.' Ze huilt. 'Dat is geen kuhutrokje.'
'Sorry, dat is ook geen kutrokje. Dat had ik ook niet moeten zeggen.' Je hijgt. Dan strompel je terug naar je eigen bed. Uitgeput. Het is zeven uur. De wekker gaat!
'Omdat ik de baas ben,' roep je. En: 'Discussie gesloten.'
Jeetje is anti-broek. Goed, dat begrijp ik. Al heb ik zelf vrijwel nooit rokjes aan en heb ik ook weleens gelezen dat dochters - zeker als ze nog jong zijn - hun moeder als groot voorbeeld zien. Ze willen in alles op haar lijken. Maar Jeetje houdt niet van mijn kledingstijl. Die noemt ze 'saai' en de kleur zwart vindt ze 'iew.'
Terug naar het hele prille begin van de dag.
'Je mag kiezen!' roep je. 'Dat rokje met stippen óf dat t-shirt met stippen.'
'Ik wil allebei.'
'Nee, dat staat voor geen meter.'
'Jawel.'
Dit zal uitmonden in een onnodig gevecht.
Tenslotte krijs jij: 'Waarom wil jij nou altijd dat kutrokje aan!' En je werpt je dochtertje terug op haar bed. Jouw buik - die je volkomen vergeten was - verkrampt meteen.
'Dat is geen kutrokje.' Ze huilt. 'Dat is geen kuhutrokje.'
'Sorry, dat is ook geen kutrokje. Dat had ik ook niet moeten zeggen.' Je hijgt. Dan strompel je terug naar je eigen bed. Uitgeput. Het is zeven uur. De wekker gaat!
woensdag 24 maart 2010
Tussen de verhalen in, zit ik
Het waren achteraf gezien waanzinnige maanden; zittend achter m'n bureautje op de slaapkamer en maar doorschrijven. Ik rolde zo uit bed, schoof achter de groene werktafel en kon weer terug het bed in. Ik leefde in de fictie. Met onderbrekingen als eten, gezin en sociale zaken.
De proefdruk van de novelle die ik voor de grafische school in Rotterdam schreef, heb ik gisteren voor het laatst doorgenomen. De dag daarvoor kreeg ik de zetproef van het verhaal voor Tirade onder ogen.
Nu is er geen eigen verhaal meer waar ik middenin zit, geen verhaal waar ik aan denk. Weg is de ijzeren regelmaat. En de komende maanden zal alles voorgoed anders worden. Zelfs mijn huis zal niet meer van mij zijn.
Hier zit ik met een grote voetbal aan mij geplakt, waarmee ik regelmatig tegen deurposten stoot. Wanneer is die er precies gekomen en zo rond?
Mijn hoofd zoekt nog naar nieuwe verhalen, ergens een houvast. Mijn lichaam is nog niet beter en slaapt 's middags uren.
Vandaag kocht ik een slaapzakje maat 50 - 62. Een auberginekleurige badcape. Een thermometer. Een speen voor vanaf dag 1. Sudocrème voor rode billetjes. Een borsteltje.
'Een borsteltje! Een borsteltje. Wat moeten we daar nou mee?' zei man. 'Jeetje had het eerste jaar toch ook geen haar?'
En in onze woonkamer staat een Maxi-Cosi met versleten tijgerprint waar Jeetje ooit in lag. Nu weer, opgerold en demonstratief. Bijna vijf jaar. Ze doet net alsof ze slaapt.
Iedereen bereidt zich op zijn eigen manier voor op een nieuw verhaal. Dat bijna geen verhaal meer is. En wat dan?
De proefdruk van de novelle die ik voor de grafische school in Rotterdam schreef, heb ik gisteren voor het laatst doorgenomen. De dag daarvoor kreeg ik de zetproef van het verhaal voor Tirade onder ogen.
Nu is er geen eigen verhaal meer waar ik middenin zit, geen verhaal waar ik aan denk. Weg is de ijzeren regelmaat. En de komende maanden zal alles voorgoed anders worden. Zelfs mijn huis zal niet meer van mij zijn.
Hier zit ik met een grote voetbal aan mij geplakt, waarmee ik regelmatig tegen deurposten stoot. Wanneer is die er precies gekomen en zo rond?
Mijn hoofd zoekt nog naar nieuwe verhalen, ergens een houvast. Mijn lichaam is nog niet beter en slaapt 's middags uren.
Vandaag kocht ik een slaapzakje maat 50 - 62. Een auberginekleurige badcape. Een thermometer. Een speen voor vanaf dag 1. Sudocrème voor rode billetjes. Een borsteltje.
'Een borsteltje! Een borsteltje. Wat moeten we daar nou mee?' zei man. 'Jeetje had het eerste jaar toch ook geen haar?'
En in onze woonkamer staat een Maxi-Cosi met versleten tijgerprint waar Jeetje ooit in lag. Nu weer, opgerold en demonstratief. Bijna vijf jaar. Ze doet net alsof ze slaapt.
Iedereen bereidt zich op zijn eigen manier voor op een nieuw verhaal. Dat bijna geen verhaal meer is. En wat dan?
Abonneren op:
Posts (Atom)