Werkdag 2 aan boek. Waar ik achtergekomen ben is dat een manuscript geen wijn is die lekkerder wordt naarmate je 'm langer laat liggen. Geen kaas die vanzelf rijpt.
Tijdens mijn afwezigheid is er helemaal niks gebeurd. De personages werden niet leuker. De alinea's kregen geen extra glans. Integendeel.
Nu ik er weer ben, is mijn blik juist meedogenlozer dan ooit. Wat ik voel is afstand, wat ik zie is werk, wat ik zet: strepen.
Heerlijk. Of nou ja.
woensdag 22 augustus 2012
dinsdag 21 augustus 2012
Moord of pinguïneieren
Ze zit op de bovenste traptrede en fluistert dat ze niet kan slapen. Ik hoor haar wel maar negeer het. Ik lig op het kleed naar het journaal te kijken; de facebook-moord en de moord op een zeventienjarige waarvan twee kinderen van veertien en vijftien verdacht worden. De nieuwslezer zegt dat we nu niet moeten denken dat er een hausse aan jeugdige moordenaars is.
Jeetje fluistert iets harder dat ze niet kan slapen. En nog harder.
'Ga naar bed jij! Hup slapen.'
'Maar ik vind dit zo leuk.'
'Dit is niet leuk.'
'Jawel, ik vind het leuk.'
'Je zegt maar wat. Ik kijk gewoon het journaal.'
'Dat vind ik nou net leuk.'
'Morgen kijk jij naar het jeugdjournaal. En nu naar bed.'
'Het jeugdjournaal is niks aan.'
'Waarom niet?'
'Daar komt nóóit een moord op, of gevangenisstraffen.'
'Dat klopt,' zegt man, 'bij jullie journaal gaat het weer meer over pinguïneieren die uitkomen.'
Jeetje fluistert iets harder dat ze niet kan slapen. En nog harder.
'Ga naar bed jij! Hup slapen.'
'Maar ik vind dit zo leuk.'
'Dit is niet leuk.'
'Jawel, ik vind het leuk.'
'Je zegt maar wat. Ik kijk gewoon het journaal.'
'Dat vind ik nou net leuk.'
'Morgen kijk jij naar het jeugdjournaal. En nu naar bed.'
'Het jeugdjournaal is niks aan.'
'Waarom niet?'
'Daar komt nóóit een moord op, of gevangenisstraffen.'
'Dat klopt,' zegt man, 'bij jullie journaal gaat het weer meer over pinguïneieren die uitkomen.'
maandag 20 augustus 2012
Hippie 2
Op donderdagavond reden we halsoverkop naar een duinpannetje in Texel om de tropische hitte en de vrijdagfiles voor te zijn. Om alles voor te zijn.
In het diepst van mijn wezen kan ik dan wel een hippie willen zijn - daar komt ook mijn verhaal de Nomadensnaar uit voort - maar ik weet na dit weekend kamperen ook weer dat, iets minder diep, het luxepaardje hinnikt. Dat is hoogstens een mooi weer hippie. Een van alle gemakken voorzien hippie. Als ze s' avonds maar onder een goeie douche kan staan om het zand eraf te wassen, als ze maar een schone handdoek heeft. Voor haar geen kind dat uit het klimrek valt en haar voet kneust, geen peuter die niet gaat slapen als ze zou moeten slapen, naast haar in het hemelse duinpannetje alsjeblieft geen Brabantse buren die een familiebijeenkomst houden, geen ijskoude nachten als ze niet genoeg beddengoed heeft, want van al deze dingen krijgt het luxepaardje vreselijke steken in haar hoofd. Ze weet ook niet wat het is.
Ik las vanmorgen een interview met Bernlef in de VK van afgelopen zaterdag. 'Ik ben geen man van de daad. Ik ben een waarnemer, een toeschouwer. Ik kan niet op zo'n assertieve manier aan het leven deelnemen als sommige mensen dat kunnen. Misschien heb je als schrijver ook wel een bepaalde mate van afstand tot het leven nodig om het te kunnen verbeelden... 'er is een verschil tussen reizen als toerist en je echt in het avontuur storten.'
Ik kon me er helemaal in vinden.
'Je bent een hippie of niet,' zei man toen ik die donderdagavond nog tegensputterde. Het was mijn idee om op stel en sprong te vertrekken en daarna ben ik ook altijd degene die tegen begint te sputteren. Misschien wilde ik het openen van het document BOEK 3 ook wel voor zijn. Maar dat kan ik haast niet geloven want boven alles ben ik een werkpaardje.
Degene die in mij een boventoon voert is toch wel de tegen-sputteraar. Tegen mijn eigen ideeën sputtert die nogal graag.
In het diepst van mijn wezen kan ik dan wel een hippie willen zijn - daar komt ook mijn verhaal de Nomadensnaar uit voort - maar ik weet na dit weekend kamperen ook weer dat, iets minder diep, het luxepaardje hinnikt. Dat is hoogstens een mooi weer hippie. Een van alle gemakken voorzien hippie. Als ze s' avonds maar onder een goeie douche kan staan om het zand eraf te wassen, als ze maar een schone handdoek heeft. Voor haar geen kind dat uit het klimrek valt en haar voet kneust, geen peuter die niet gaat slapen als ze zou moeten slapen, naast haar in het hemelse duinpannetje alsjeblieft geen Brabantse buren die een familiebijeenkomst houden, geen ijskoude nachten als ze niet genoeg beddengoed heeft, want van al deze dingen krijgt het luxepaardje vreselijke steken in haar hoofd. Ze weet ook niet wat het is.
Ik las vanmorgen een interview met Bernlef in de VK van afgelopen zaterdag. 'Ik ben geen man van de daad. Ik ben een waarnemer, een toeschouwer. Ik kan niet op zo'n assertieve manier aan het leven deelnemen als sommige mensen dat kunnen. Misschien heb je als schrijver ook wel een bepaalde mate van afstand tot het leven nodig om het te kunnen verbeelden... 'er is een verschil tussen reizen als toerist en je echt in het avontuur storten.'
Ik kon me er helemaal in vinden.
'Je bent een hippie of niet,' zei man toen ik die donderdagavond nog tegensputterde. Het was mijn idee om op stel en sprong te vertrekken en daarna ben ik ook altijd degene die tegen begint te sputteren. Misschien wilde ik het openen van het document BOEK 3 ook wel voor zijn. Maar dat kan ik haast niet geloven want boven alles ben ik een werkpaardje.
Degene die in mij een boventoon voert is toch wel de tegen-sputteraar. Tegen mijn eigen ideeën sputtert die nogal graag.
woensdag 15 augustus 2012
Hippie
We kunnen er dan wel grapjes over maken, maar diep van binnen wil ik een hippie zijn. Op vakantie zag ik haar - de vrouw die ik zou willen zijn - door de zee lopen, gebruind, nergens een randje vet, want de hippie eet geen vlees en geen snoep, ze droeg zo'n rare wijde pofbroek, hemdje, hond aan haar zijde, leren bandjes om haar armen, meer niet. Ze bewoog zich vrij. Ze was vrij. Ze trok zich niets aan van ons, wij die daar zaten. Geen geld hebben en toch overal komen. Ik weet niet hoe ze dat doen. Als ik het concept verder uit ga diepen, stuit ik al gauw op de problemen van het hippie-bestaan. Misschien is 'hippie' ook niet de juiste benaming. Ik weet niet hoe ik ze moet noemen. Je ziet er nu ook wel veel in de stad. Maar die vieze hippies bedoel ik niet.
We doen vaak een beetje lacherig over de hippie. Het is niks voor ons. Wij zijn zo niet. Maar er is iets dat me aantrekt in hun zijn. Ooit in bioscoop Kriterion was er een nomadische jongeman die dwars door me heen keek. Hij vroeg in het Engels ga je met mij mee of niet? Ik deed het niet natuurlijk. Het sloeg nergens op. Vreemde hippies die vragen of je met hen meegaat. Dat is vragen om ellende. Allemaal escapisten, die lui.
We doen vaak een beetje lacherig over de hippie. Het is niks voor ons. Wij zijn zo niet. Maar er is iets dat me aantrekt in hun zijn. Ooit in bioscoop Kriterion was er een nomadische jongeman die dwars door me heen keek. Hij vroeg in het Engels ga je met mij mee of niet? Ik deed het niet natuurlijk. Het sloeg nergens op. Vreemde hippies die vragen of je met hen meegaat. Dat is vragen om ellende. Allemaal escapisten, die lui.
maandag 13 augustus 2012
Lia
We liepen voor het eerst weer door Amsterdam, Jeetje (7) en ik. Zij was goddelijk mooi met haar witte t-shirtje, lange bruine benen onder een te kort geworden rokje en ze sleepte het pluchen hondje Lia met zich mee aan een touwtje. We waren tevergeefs op zoek geweest naar de kinderboekwinkel op de Nieuwezijdsvoorburgwal en namen nu de snelste route naar de boekwinkel in de Haarlemmerstraat. Ergens achter het Spui liepen we toen ik zag dat Jeetje oogcontact had met een hoer. Een moment daarna keken ook de vrouw en ik elkaar aan. Een split-second. We glimlachten.
'Ze zwaaide naar mij,' zei Jeetje toen we doorliepen. 'Maar waarom stond ze daar nou zo in haar bikini? Ze deed zo.'
Jeetje zwaaide met haar billen en knipperde met haar ogen en tuitte haar mond.
'Dat was een prostituee,' zei ik.
'Een wat?'
'Een pros-ti-tuee.'
'Waarom staat ze daar?'
'Dat is haar beroep. Ze verkoopt haar lichaam.'
Jeetje keek me aan. Niet-begrijpend. Ik kan net niet in dat hoofdje kijken, maar ik zie gewoon dat er razendsnel gedacht wordt. Ze nam ook geen genoegen met mijn abstracte uitleg.
'Mannen willen kusjes van haar en daar moeten ze voor betalen.' Zoiets zei ik.
Op dat moment kijken we een souterrain in waar een vrouw in bikini zich net over een bed buigt om het op te maken of af te halen.
'Hier heb je er wéér één!'
'Ja.'
'Het lijkt me toch niet zo'n leuk beroep,' zegt ze even later.
'Dat is het ook niet,' zeg ik, 'die vrouwen kunnen vaak niet anders. En ze moeten toch geld verdienen.'
'Ik zag net ook al een heleboel blote mannen op posters,' zegt ze en trekt het witte hondje achter zich aan. Lia is inmiddels helemaal smerig geworden van onderen. Een bruin buikje, bruine pootjes.
'Ze zwaaide naar mij,' zei Jeetje toen we doorliepen. 'Maar waarom stond ze daar nou zo in haar bikini? Ze deed zo.'
Jeetje zwaaide met haar billen en knipperde met haar ogen en tuitte haar mond.
'Dat was een prostituee,' zei ik.
'Een wat?'
'Een pros-ti-tuee.'
'Waarom staat ze daar?'
'Dat is haar beroep. Ze verkoopt haar lichaam.'
Jeetje keek me aan. Niet-begrijpend. Ik kan net niet in dat hoofdje kijken, maar ik zie gewoon dat er razendsnel gedacht wordt. Ze nam ook geen genoegen met mijn abstracte uitleg.
'Mannen willen kusjes van haar en daar moeten ze voor betalen.' Zoiets zei ik.
Op dat moment kijken we een souterrain in waar een vrouw in bikini zich net over een bed buigt om het op te maken of af te halen.
'Hier heb je er wéér één!'
'Ja.'
'Het lijkt me toch niet zo'n leuk beroep,' zegt ze even later.
'Dat is het ook niet,' zeg ik, 'die vrouwen kunnen vaak niet anders. En ze moeten toch geld verdienen.'
'Ik zag net ook al een heleboel blote mannen op posters,' zegt ze en trekt het witte hondje achter zich aan. Lia is inmiddels helemaal smerig geworden van onderen. Een bruin buikje, bruine pootjes.
woensdag 18 juli 2012
Oud en jong
Nog voor ik het café van de Beurs van Berlage binnen was, kwam hij al op me af lopen en nam me mee naar het tafeltje waar hij zat, met zijn dochter van zestien en haar vriendin. Met hen was hij tien dagen in Amsterdam. Voor het laatst had ik hem gezien in Townsville, Australië, negentien of twintig jaar geleden. Als deelnemers van Interplay, het Young Playwrights Festival in Queensland. Hij was de Tsjech. En Esther en ik waren uitverkoren om met onze eenakters Nederland te vertegenwoordigen. We vlogen allebei voor het eerst toen. We waren negentien of misschien wel twintig. Ik denk dat de Tsjech ook voor het eerst vloog. De Tsjech en ik herkenden elkaar aan de andere kant van de wereld meteen in onze afkeer voor zo'n beetje alles wat daar gebeurde. En er gebeurde veel, we hadden een vol programma. Het was geweldig goed geregeld allemaal. Wij waren maatjes in het niet willen meedoen. Dat dat vooral voortkwam uit angst en ander ongemak, wisten we toen nog in het geheel niet. Nee, wij haatten groepen, groepsprocessen en opgelegde gezelligheid. Zoals echte schrijvers dat doen. Mijn verbazing over dat hij geen pinpas had, is me altijd heel erg bijgebleven. De cultuurshock. Er bestonden echt mensen zonder pinpas. En vandaag was ik weer verbaasd dat hij geen smartphone uit zijn zak haalde om de weg te vinden. Hij was nog echt met kaarten aan het kloten. We hadden in de loop van de jaren nauwelijks tot geen contact gehouden. Eens in de zes jaar kreeg ik een eenregelig berichtje. En ik stuurde dan zoiets terug.
Dus hier zaten we nu.
We waren de enigen op het terras onder het afdak, het regende maar hij moest roken. In Praag is er geen rookverbod in cafés. Hij gaf zijn bokkige dochter en haar vriendin 5 euro en zij verdwenen even de stad in. Gebogen door de regen zag ik ze gaan.
Hij excuseerde zich ineens voor een grapje dat hij twintig jaar geleden maakte en dat geen leuk grapje was. Dat grapje herinnerde ik mij goed. Hij vroeg ook waar in Amsterdam het te doen was voor jonge mensen. Dat wist ik niet precies. Ik wist alleen plekken voor oude mensen.
Dus hier zaten we nu.
We waren de enigen op het terras onder het afdak, het regende maar hij moest roken. In Praag is er geen rookverbod in cafés. Hij gaf zijn bokkige dochter en haar vriendin 5 euro en zij verdwenen even de stad in. Gebogen door de regen zag ik ze gaan.
Hij excuseerde zich ineens voor een grapje dat hij twintig jaar geleden maakte en dat geen leuk grapje was. Dat grapje herinnerde ik mij goed. Hij vroeg ook waar in Amsterdam het te doen was voor jonge mensen. Dat wist ik niet precies. Ik wist alleen plekken voor oude mensen.
dinsdag 17 juli 2012
Lethargie
Het zijn de dagen voor de vakantie en ik kan me nergens toe zetten. Als ik eenmaal een besluit genomen heb, hou ik me er niet aan. Geen kledingstuk lijkt bij me te passen deze dagen.
Op zondag en op maandag ben ik in de Bijenkorf geweest, trok daar dezelfde broek aan en legde die weer terug.
Ik had me deze dagen heel anders voorgesteld.
Ik probeer in te pakken. Wat mee kan, moet ingepakt worden, maar veel kan er niet mee in het vliegtuig. Een tent, een slaapzak, een matje en dat maal vier.
Het zijn de dagen dat ik niet schrijf en wel achter de computer zit, het document open en toch maar weer sluit. Zoveel tijd is er niet.
Ik zie mij zitten hier met mijn joggingpak aan, het haar in een staartje. Er is dus wel degelijk het plan om te rennen. Er zijn ook wel plannen. Maar waarschijnlijk doe ik dit pak dadelijk weer uit zonder te hebben gerend. Vanwege het weer.
Buiten is het zo donker dat het lijkt alsof de avond alweer invalt, terwijl het nog maar elf uur is en de dag nog alles in zich zou moeten hebben.
De nachten voor de vakantie breng ik half wakend door.
Op zondag en op maandag ben ik in de Bijenkorf geweest, trok daar dezelfde broek aan en legde die weer terug.
Ik had me deze dagen heel anders voorgesteld.
Ik probeer in te pakken. Wat mee kan, moet ingepakt worden, maar veel kan er niet mee in het vliegtuig. Een tent, een slaapzak, een matje en dat maal vier.
Het zijn de dagen dat ik niet schrijf en wel achter de computer zit, het document open en toch maar weer sluit. Zoveel tijd is er niet.
Ik zie mij zitten hier met mijn joggingpak aan, het haar in een staartje. Er is dus wel degelijk het plan om te rennen. Er zijn ook wel plannen. Maar waarschijnlijk doe ik dit pak dadelijk weer uit zonder te hebben gerend. Vanwege het weer.
Buiten is het zo donker dat het lijkt alsof de avond alweer invalt, terwijl het nog maar elf uur is en de dag nog alles in zich zou moeten hebben.
De nachten voor de vakantie breng ik half wakend door.
Abonneren op:
Posts (Atom)