zaterdag 23 november 2013

Hou je van haar?

'Tessa, de moeder uit je boek, hou je van haar?'
'Ja,' zei ik. En mompelde ook nog: 'Meer dan de meeste mensen geloof ik.'
'Ze is een heel naar mens, toch?'
'Dat vind ik niet.'
Toen liet de interviewer me een stuk voorlezen waarin ze inderdaad niet vriendelijk overkomt jegens haar dochtertje Summer. Nog zacht uitgedrukt.
'Nou?' zei de interviewer.
'Ja, dit is inderdaad nogal naar,' lachte ik.
'Precies.'
We zaten in een zaaltje met publiek. Een stuk of acht camera's op me gericht. Al was ik me daar op dat moment niet heel erg bewust van.
'Jij hebt expres een naar stukje uitgekozen,' zei ik maar tegen de interviewer. Dat was onzin. Hij kon me op willekeurig welke pagina iets laten voorlezen of er zat wel narigheid in. Maar ik wist niets beters. De dagen erna dacht ik erover na. Het was niet de eerste keer dat die vraag mij gesteld werd. Ik had 'm geloof ik kunnen voorzien, maar kwam niet verder dan de ontkenning. 'Ze is heus niet naar.' Nare mensen vind ik zo ontzettend oninteressant namelijk. Ik krijg dagelijks reacties van mensen die Tessa ontroerend vonden. Die zeiden haar helemaal te begrijpen. Die mee werden genomen in haar gedachtengang, ook al wilden ze dat op den duur liever niet meer.  Ze moesten lachen tijdens het lezen, al vonden ze van zichzelf dat dat eigenlijk niet mocht. Iemand schreef me: Ik voelde me betrapt op mijn eigen gedachten. Dat is precies waar het mij om gaat, denk ik. Ik wilde geen naar mens laten zien, maar de narigheid in onszelf blootleggen. Omdat we mensen zijn. Speelballen van onszelf en onze omgeving. Terwijl we het meestal goed bedoelen. Zo ontzettend goed. Ook Tessa. Vooral Tessa, die ik het niet gemakkelijk gemaakt heb.
Maar dat zei ik allemaal niet.


Vrijheid

In de tram bekijk ik mijn zwarte racefiets die met één wiel in het rekje hangt, en ik wil er zelfs een foto van maken. De fiets is het beste cadeau dat ik ooit kreeg. De fiets is vrijheid. Snelheid. Effectiviteit. Lichtheid. Omdat het ding zo licht is, durf ik 'm tegenwoordig zelfs mee de tram in te nemen en zo ben ik in minder dan tien minuten in centrum Amsterdam. Het is opmerkelijk dat ik dit allemaal denk. Ik hecht mij niet snel, nergens aan, maar helemaal niet aan spullen. Ik raak alles kwijt. Ik gooi veel weg. Soms denk ik dat ik een bepaald gevoel voor schoonheid mis. Ik bewonder mensen die liefdevol over spullen kunnen praten. Zelfs de aankoop van een vergiet kan hen vervullen. Ze aaien het vergiet. Als ik op bezoek kom, krijg ik het vergiet te zien. Het is niet zomaar een vergiet. Bij mij was, tot de fiets in mijn leven kwam, alles eender.
Voor ik mijn telefoon gepakt heb om een foto te maken, maakt de tram een bocht en valt de fiets bijna op een kinderwagen. In vier stappen ben ik er. De spaken van het voorwiel zitten klemvast tussen het dikke plastic. Als ik de fiets probeer op te tillen, maakt de tram nog een scherpere bocht en word ik tegen het hokje van de conducteur aan geslingerd. De passagiers kijken toe hoe ik pogingen doe het voorwiel los te krijgen van mijn - net nog zo innig geliefde - fiets. Mijn handen worden zwart. Het is spitsuur. De gangpaden staan vol. De conducteur zegt dat ik sowieso geen fiets mee naar binnen had mogen nemen. Als ik de spaken begin te verbuigen, stapt een mevrouw in bontjas naar voren en helpt me. 'Dat is zónde,' zegt ze. 'Als het ding maar losgaat,' zeg ik. Zegt de verrader.  Zodra het ook maar even tegenzit, wil ik de fiets al laten staan. Achterlaten. Bekijk het maar. Dag fiets. Vrij wil ik zijn. 


donderdag 21 november 2013

Mythe

Thuisgekomen maakte moeder de oven open. Een sterke geur van verschroeid vlees. Pijn. Het litteken van de brandwond, dat daar al zat sinds moedertje een jaar of acht was, lag weer open. Zo zou het dus ruiken als ze gecremeerd werd. Maar dan iets sterker.
De maaltijd, die man voor haar in de oven gezet had voordat hij de deur uit ging, at ze lauw op. Met haar jas nog aan. De bloemen, de olie, het notitieboekje, lagen naast haar handschoenen op tafel. Moeder droeg veel make-up omdat ze net in een televisieprogramma had gezeten, waar ze over moederschap had gepraat natuurlijk. Moeder was een luchtig tussendoortje geweest. Voor haar was de vertaler van een Japans meesterwerk, na haar werd er met de biograaf van de allerbeste schrijver van de twintigste eeuw gesproken.
Terwijl moeder de bloemkool naar binnen propte, dacht ze na over de verbranding. Het kon geen toeval zijn dit juist nú gebeurde. Haar hand was rood. Het vel eraf. Ze staarde recht in haar oude wond.Een beetje moeder zou weten dat je je poten niet zonder handschoenen in een hete oven stopt. Hoe langer moeder ernaar keek, hoe betekenisvoller de wond.
'Ik kan niet slapen.' Bovenaan de trap stond haar oudste dochter in ondergoed. Een engel. Nadat moeder haar dochter een kus gegeven had en nog eens had ingestopt, snelde ze weer naar beneden. De laatste vijf treden gleed ze uit. Ook die val had iets mythisch vond ze.


dinsdag 19 november 2013

Gehaktdag

Kokhalzend stond ik achter het fornuis, in een hemd met daarover een helblauw Portugees keukenschort met haan. De trui had ik uit voorzorg uitgetrokken. Een stinkende juf is voor niemand prettig. De kinderen zaten achter twee laptops waarvan er eentje het niet fatsoenlijk deed. Waarom hebben we geen tv meer? Die van acht wilde dit kijken, die van drie wilde dat zien. Ze ruzieden. Ik zag het hangoog van de jongste, de donkere kringen onder haar ogen, het gezicht van de oudste was krijtwit, zowat doorschijnend. Het liep al tegen zessen toen ik het gehakt met uitjes en al in de prullenbak kieperde, ik had nog twintig minuten om de zaak goed te krijgen.
Het kokhalzen was al begonnen toen ik het biologische rundergehakt uit de verpakking gehaald had.  Maar ik dacht: gehakt heeft altijd iets smerigs, waarom eten wij die troep zo vaak? Ik kots van gehakt. De tartaartjes waren ook ver over de datum. Man appte dat hij er nog niet was. 
Toen ik uiteindelijk om tien voor half zeven het pand verliet, liet ik de bleke en de schele achter. 'Zullen jullie geen ruzie maken? Deur niet opendoen, he? Papa staat in de file, maar lang kan het nooit duren.' Ze knikten vaagjes, ik sloeg de deur achter me dicht. De oven staat aan, dacht ik op de fiets, de oven staat aan, de oven staat aan.

zondag 3 november 2013

Virtuele verhuizing 2

Kijk voortaan op www.elkegeurts.nl voor dit blog. Misschien ben ik vanaf nu voorgoed verhuisd naar die site. Misschien keer ik hier weer gewoon terug. Het kost me moeite deze plaats, waar ik sinds 2007 bijna elke dag iets opschreef, te verlaten. Ook op een virtuele plek kan men gesteld raken.

vrijdag 1 november 2013

Twee weken en één dag

Het boek is nu twee weken en één dag in de wereld.  Er is al veel over geschreven en ik heb de nodige interviews gehad. Ik zie mijn hoofd terug in kranten en tijdschriften. De Donald Duck is het enige blad dat hier op de mat valt waarin nog niets over De weg naar zee gestaan heeft. Dat is allemaal mooi maar  onrustig. Mensen zeggen er goede dingen over en ik lees dingen waarin ik me niet kan vinden. Ik wil me er niet mee bezig houden maar ook als ik denk dat het me niet bezig houdt, houdt het me bezig. In mijn slaap. Ik moet er aan wennen. Het is inherent aan dit vak. Dat ondanks dit soort onrust toch het mooiste vak is dat ik me kan voorstellen. Maar gisteren kocht ik een ringband en met de perforator maakte ik gaatjes in de informatie die ik verzameld heb voor boek 4. De eerste teksten. Er ligt een nieuw schrift op mijn bureau waarin staat wat er zou moeten gebeuren. Het grote lezen is begonnen. Nieuwe boeken, nieuwe inspiratiebronnen, aantekeningen. Dit is een leuke fase. Nu hoop ik dat ik me niet te veel laat afleiden. En dat intussen mijn boek op eigen poten gaat staan. Zonder mijn begeleiding kan. Maar vooral hoop ik dat het boek de weg zal vinden. Naar de lezer.

woensdag 30 oktober 2013

Moederschap

Vandaag heb ik 'Let's talk about Kevin' van Lionel Shriver uitgelezen. Een lijvig boek over het moederschap. Wat als je moeder van een zoon bent die een slachtpartij op zijn middelbare school heeft aangericht? Als je die roman aan het lezen bent, begin je je eigen kinderen op den duur ook als harteloze monsters zien die, terwijl ze lief naast je in bed kruipen, er alleen maar op uit zijn je te pijnigen.
Vandaag kwam ook de VPROgids met een fijn artikel over 'De weg naar zee' en 'Het lam' van Jannie Regnerus. Het stuk begint zo: 'Jannie Regnerus en Elke Geurts komen - vrijwel gelijktijdig - beiden met een roman over moederschap. Moederschap dat niet bracht wat hoopvol was verwacht. Het moederschap is heikel literair terrein. Wie het aandurft de relatie tussen moeder en kind tot onderwerp te nemen, loopt nog altijd grote kans beticht te worden van het produceren van huisvrouwenliteratuur. Domestic novels noemen ze die in het Engels. Romans die dichtbij huis blijven. Gelukkig hebben we nu een Nobelprijswinnaar die heeft bewezen dat een actieradius van twintig kilometer grootse literatuur op kan leveren. Maar over Alice Munro is de afgelopen weken volkomen terecht al voldoende bejubeld...'
Moederschap dus. Een hot item de laatste tijd. Gisteren schreef iemand in een mail aan mij dat ze het gevoel had dat boeken over moeders en kinderen het zwaarder hebben dan andere boeken. Iemand anders vertelde me dat ze dacht dat moederschap binnen de literatuur steeds normaler ging worden. Hoe meer vrouwen er schrijven, hoe meer moederschap er automatisch in de geschriften terechtkomt.  Zonder dat we daar nou van opkijken.
Zo. Nu kan ik het woord niet meer horen.
Toen ik Jeetje (8) net in bed legde, zei ze dat mijn voorhoofd hetzelfde aanvoelde als dat van mijn moeder.  'Ik ken niemand op de wereld die zo'n voorhoofd heeft,' zei ze, 'behalve jij en oma.'

De plooi

De hele dag zat ik hier toch in de plooi omdat de fotografe zou komen. Ook al wist ik niet of ze zeker zou komen. s' Ochtends vroeg belde ze al om te zeggen dat ze ergens in Nederland in de file stond en dat vlak vóór haar de vrachtwagens omvielen op de snelweg. Haar auto schudde ook  heen en weer, zei ze.  Ze liet nog wel iets van zich horen als ze het nog zou redden. Ze kon niets voorspellen. Op nieuwssites zag ik foto's van ontwortelde bomen die boven op auto's terechtgekomen waren. Ik las over twee dode automobilisten in Amsterdam. Die fotografe kwam niet meer, de eerstkomende tijd zeer zeker niet, maar toch bleef ik in de plooi. Het werkt niet lekker in zo'n plooi ,maar ik begreep dat die niet weg zou gaan voordat ik zekerheid had. Gelukkig was het allemaal niet voor niets. Aan het eind van de dag stond de fotografe  voor mijn deur. Even later stond ik op de tafel in de achtertuin in een innige omhelzing met ons kromme appelboompje. Of ik er één wilde plukken, vroeg ze. Dat wilde ik. Natuurlijk wilde ik dat. Met het plukken van een appeltje begon tenslotte alles. Ik stond dus op de tafel, hield het boompje vast alsof het mijn geliefde was, de zon scheen fel in mijn gezicht, het begon te regenen, er waren windstoten. Ze knipte en knipte, en achteraf bedenk ik me dat ze net zo lang doorging tot ze me helemaal uit elke plooi had. Toen ging ze weer.

maandag 28 oktober 2013

Andere plek

Mijn nieuwe blog staat op www.elkegeurts.nl



zaterdag 26 oktober 2013

De brui

De nacht was lang. Er stond een emmer naast mijn bed die ik om het uur opnieuw moest legen en omspoelen in de badkamer. Mijn hoofd barstte uit elkaar. Van het ene op het andere moment was ik doodziek geworden. Als het zo moet, hoeft het van mij niet meer, dacht ik een paar keer. Het was nogal larmoyant om zo te denken, dat wist ik.  De dag daarvoor had ik een vriendin bezocht die net haar laatste chemokuur erop had zitten, het liefst over een week weer aan het werk wilde en ik had na een halve nacht overgeven al genoeg van het leven. Rond zessen hoorde ik de Volkskrant op de mat vallen. Ik wist dat daar een recensie in zou staan, maar ik stond niet op. Als het lichaam het niet doet, doet de rest er ook minder toe. Een paar uur later bracht man de krant naar boven, hij liep langzaam, de aard van het stuk kon ik aan zijn voetstap al aflezen. Het was een saaie recensie van mijn boek. Een beschrijving van de inhoud. Drie sterren gaf Arjan Peters. Niet slecht. Maar ook niet opgewonden. Dat verbaasde me. Ik had veel meer verwacht of was het gehoopt? De rest van de dag lag ik in bed met de gordijnen dicht. Als het zo moet, dacht ik, dan schrijf ik niets meer. Ook nu besefte ik dat het een nogal verwende manier van denken was. De conclusie van dit al is dat ik er nogal snel de brui aan wil geven. Dat is niet zo mooi.


donderdag 24 oktober 2013

Wel en niet

Er ligt één boek van mij tussen de andere boeken op tafel, zie ik meteen bij binnenkomst. Het is de eerste keer dat ik het in een boekhandel zie liggen. Het is de vraag of de andere boeken verkocht zijn of dat dit het enige exemplaar was. Gisteren stond er een interview met mij in het Parool met daarboven de  kop: Dat grimmige heb ik altijd al gehad. Zojuist zie ik mezelf terug in een absurde houding in de Brugkrant. Verkleed als een soort potloodventer. Brullend als een leeuw. De fotograaf en ik waren een week geleden naar de drie rokende mesthopen in het Diemerpark gefietst. Daar had ik de lange leren jas aangetrokken voor de rubriek De Jas en toen werd de foto gemaakt. Er stond een mevrouw te kijken terwijl ik in allerlei poses voor de mesthopen aan het poseren was. Diezelfde dag stond er een oude vrouw in het begijnhof vlak voor het bankje waarop ik geïnterviewd werd voor een radioprogramma. Ze leunde op haar stok en keek toe terwijl wij praatten.
'Wat zijn jullie aan het doen?' vroeg ze.
'Dit is voor de radio,' zei de interviewer.
'O, ik maak nog eens wat mee zeg,' zei ze. 'Radio.' Nadat ze een tijdje geïnteresseerd toegekeken had, stiefelde ze door.
Vandaag, toen ik de verzamelde kronkels van Carmiggelt afrekende, stond ik oog in oog met een affiche van mijn lachende zelf. Ik lachte terug.
Maar wat ik hier mee wilde zeggen, het is net of het niet over mij gaat. Dat gaat het ergens ook niet. En ergens ook wel. 

dinsdag 22 oktober 2013

Onbetrouwbaar

Ik wilde gisteren net een blog gaan schrijven over mijn aanstaande verhuizing binnenshuis, een andere werkkamer, een ander uitzicht, en over de eerste reacties van mensen uit mijn omgeving die mijn boek gelezen hebben. Ik krijg woorden terug als: Lamgeslagen, buikpijn, beklemming, goed.
Maar toen ik stiekem even op Facebook ging, ik had nog zo met mezelf afgesproken er niet op te kijken, las ik daar over de plotselinge dood van een collega. Thomas Blondeau. Vijfendertig jaar. Het was te laat om het bericht weg te klikken, Facebook uit te zetten, van niets te weten. Het was ook te laat om nog een blog te schrijven over lezersreacties en/of werkkamers. Het was overal te laat voor.
Al kende ik hem nog nauwelijks. We zaten allebei bij de Bezige Bij. Allebei net boek drie uit. Op een auteursfeestje bij de uitgeverij sprak ik hem voor het eerst. Bij de borrelnootjes. Het ging over vertrouwen. Wie vertrouw je wel en wie niet. Ik vond hem intrigerend en ook grappig. Met die haarlok en die manier van praten. Maar vannacht droomde ik over hem en over de  onbetrouwbaarheid van onze lichamen.

vrijdag 18 oktober 2013

Eerste besprekingen De weg naar zee.

Vandaag staat er al een grote recensie in NRC:  'De weg naar zee is ondanks de lichte toon een beklemmende roman, waarin de ouderschapsdingetjes steeds meer worden overvleugeld door de alras gevaarlijker aandoende gekte van de hoofdpersoon. (...) Een moeder onderneemt een helletocht door verbrande duinen in de roman van Elke Geurts. Het is angstaanjagend wat zij met haar dochtertje uitspookt. Maar het echte gevaar komt van binnen. Er zit meer dan genoeg Munro in haar schrijverschap.'
Noot: Arjen Fortuin had wel liever gezien dat de roman nog compacter was dan die al is. Hij prefereert de verhalenschrijver in mij. 

De LINDA zegt over De weg naar zee : 'Ouders krijgen het kind dat ze verdienen. Tessa bedenkt dit als ze op stap gaat met haar dochtertje Summer. Wat een onbezorgd uitje naar het strand had moeten worden, ontpopt zich tot een tocht van de waarheid. Sterke en spannende roman over grenzeloze moederliefde.'

De weg naar zee is boek van de week in de LIBELLE en Marleen Janssen schrijft daarover op haar boekenblog. 'De weg naar zee is geschreven in heel korte zinnetjes. Staccato. Stekelig soms. Koel en observerend. Dat zorgt voor een enorme spanning. Het verhaal greep me bij de strot. De gekte van de moeder, de schoonheid van het 'mislukte' kind, dat met recht Summer heet. Wat een beeldschone kleine roman. Elke Geurts heeft een stevige, heldere stem. Met een zwart soort humor maakt ze het drama licht.'

De weg naar zee is ook een must read in de OPZIJ hoorde ik net precies De recensie is door de telefoon voorgelezen, maar ik weet niet meer wat erin stond. (Nog vermoeid van de boeklancering gisteravond.) Een must read in elk geval.

donderdag 17 oktober 2013

Feestje!

De drie-jarige zit nog in haar ledikant en ik neem met haar vast de dag door.
'Je gaat eerst naar de crèche en ik kom je vroeg ophalen want vanavond is er een feestje.'
'Ja, een feestje,' zegt ze. 'Een feestje.' Niet lang daarna: 'Maar waarom is er eigenlijk een feestje.'
'Omdat ik een boek gemaakt heb.'
'Omdat jij een boek gemaakt hebt?'
'Ja. Omdat het boek er nu is'.
'Omdat het boek er is.'
'Het boek is eigenlijk soort van jarig,' probeer ik.'
'Nee, een boek kan niet jarig zijn. Dat kan helemaal niet.' Ze lacht.
'Dat is waar.'
'Gaan we ook voor het boek zingen dan? Nee toch?'
'Nee. Dat is gek.'
'Ja, dat is gek,' zegt ze. En klimt uit bed.



woensdag 16 oktober 2013

Vanavond De Avonden

Vanavond in de Avonden heb ik een gesprek met Jeroen van Kan over De weg naar zee.
Dus luistert allen.



dinsdag 15 oktober 2013

Dit is wel iets voor je

Om zeven uur 's avonds, net toen Deetje (3) een woedeaanval had, ging de bel. De overbuurvrouw die bij de Bezige Bij werkt, kwam me feliciteren met De weg naar zee, - ze had het al gelezen zei ze - en ze bracht me een ander boek. Lof van het rommelige leven van Katie Roiphe.
Ze zei erbij: 'Ik vermoed dat dit wel iets voor je is.'
Ik ken haar verder helemaal niet. Zij mij ook niet. Maar er is niets leukers als mensen die vermoeden dat boeken of dingen wel iets voor je zijn, vind ik. Dus toen het rommelige leven hier in bed lag, ging ik voor de houtkachel liggen, sloeg de verzameling essays van Katie Roiphe open en begon te lezen.
Er stond: 'In mijn eigen leven doe ik vaak mijn uiterste best conflicten en zelfs meningsverschillen te vermijden, dus het is wel wat vreemd dat ik in mijn essays vaak de confrontatie lijk te zoeken, waardoor mensen zich gauw ongemakkelijk en soms zelfs diep gekrenkt voelen. Het is moeilijk uit te leggen waar dat precies door komt. En al geef ik grif toe dat het op zich een weinig zinvolle of houdbare levenshouding is, toch lijk ik mijn dagen zo te vullen: als een vriendelijk persoon, die op papier fel uithaalt.'
Ik wist meteen dat het iets voor me was.
En op mijn keukentafel ligt:


maandag 14 oktober 2013

Superalleen

Mijn boek was kleiner dan ik dacht, vierkanter en dunner. De donkerblauwe stoffen kaft was minstens twee keer zo dik als de inhoud. Op de cover een geel stripeendje met ogen op steeltjes. Het boek was ook zo zwaar als een baksteen.  Ik kon het niet lang vasthouden zonder een lamme arm te krijgen.
'Niet handig voor de mensen die het mee willen nemen in de trein,' dacht ik nog. 'Maar ja.'
De titel luidde Superalleen!  Daar stond ik ook van te kijken. Er zat een briefje bij de doos dat er op het laatst voor Superalleen! gekozen was, omdat ze dat toch beter vonden, en er was haast bij geweest. Verder geen tijd meer om dat nog met mij te bespreken.
'Superalleen!' zei ik een paar keer zachtjes voor me uit. 'Superalleen.'

vrijdag 11 oktober 2013

Nobelprijs

We hebben verse muntthee en broodjes gegrilde aubergine met kalkoenfilet besteld.
'Ze is goed,' zeg ik.
'Waarom is ze dan zo goed?' vraagt hij.
'Je moet die verhalen gewoon eens een keer lezen, man.'
'Die titels van haar alleen al.' Hij trekt zijn neus op. 'Liefde van een goede vrouw, Liefde slaapt nooit, Te veel geluk.'
'Het gaat bij Alice Munro over de dagelijkse levens van mensen - vrouwen meestal - in de periferie van de samenleving, die op de een of andere manier aan hun lot, achtergrond proberen te ontsnappen.'
'Precies,' zegt hij. 'Van die nuffige huisvrouwtjeslyriek.'
We zetten onze tanden in de kalkoenbroodjes.
'De onderwerpen mogen dan wel dicht bij haar leefwereld liggen, maar het wordt juist geen moment saai.' Ik spreek met volle mond. 'Elk verhaal blijft hoogst origineel en verfrissend. Ik leer van haar dat je je onderwerpen juist dicht bij huis mag zoeken. Moet zoeken misschien zelfs.'
'Vrouwen schrijven graag over hun eigen kleine wereldjes.' De collega verorbert zijn broodje, alsof hij een hele kalkoen aan het afkluiven is.
'Het was echt een openbaring, weet je dat, toen ik haar verhalen voor het eerst las. Een heel nieuw perspectief. Haar fragmentarische vertelstructuur. Haar gebruik van tijd. Alsof die niet eens bestaat. Zo soepel springt zij heen en weer tussen heden, verleden en toekomst. Virtuoos. En dan alle wendingen die ik niet aan zag komen. En...'
Hij knijpt de honingfles leeg in zijn theeglas en roert.
'Binnen een paar zinnen schetst Alice Munro haarscherp de psychologie van iemand,' zeg ik. 'In elk verhaal weet ze opnieuw menselijke drijfveren bloot te leggen die ondoorgrondelijk zijn, eigenlijk ook onbenoembaar en met het blote oog nauwelijks waarneembaar. Je begrijpt meer van jezelf als je haar verhalen leest en daardoor begrijp je dus meer van de wereld.'
Hij neemt een slokje en duwt het laatste stukje van zijn broodje naar binnen.
'Vrouwen schrijven over hun eigen kleine wereldjes en mannen schrijven over dé wereld. Dat is het verschil,' zegt hij als hij uitgekauwd is.
'We kunnen net zo goed zeggen: Vrouwen gaan dieper op de details in en mannen blijven meer aan de oppervlakte. Ze vertellen minder. Maar dat zeggen we nooit.'
'Nee, dat zeggen we nooit,' zegt hij.
 We drinken thee. We kijken op onze telefoons. De thee is op. De broodjes ook.
'Ach, je moet haar werk eens lezen,' zeg ik voor we gaan. 'Dat is alles.'
'Ik hou ook gewoon niet van korte verhalen,' zegt hij.
'Ze heeft minder woorden nodig om alles te vertellen.'
Hij knikt.

donderdag 10 oktober 2013

Even een stukje over de poezen

De poezen puberen volgens mij. Ze nemen het huis over, rennen als gekken de trappen op en af, gaan op mijn toetsenbord zitten als ik de deur van mijn werkkamer niet sluit. 's Ochtends in alle vroegte smijten ze zich tegen de slaapkamerdeuren van de meisjes. We worden tegenwoordig eerder gewekt door hun gebonk dan door iets anders. 's Nachts slapen ze in de gang voor de kinderslaapkamers.  Tijdens het eten zitten ze altijd onder de stoel van de kleinste omdat die het meeste knoeit natuurlijk. Een keer is Ronnie al hoog opgesprongen om met zijn bekje een stuk brood uit haar handen weg te pakken. Deetje werd helemaal rood en begon naar hem te schreeuwen dat ze dit onaardig vond.
'Dit is heel onaardig Jonnie!'  zei ze. 'Dat mag niet.' Er volgde een preek. Maar Ronnie zat een eindje verderop met het stuk brood met honing tussen zijn klauwen, alsof het een net gevangen muis betrof, en het ging allemaal zijn ene oor in en zijn andere uit.
Nu liggen ze naast mij op een kussentje te slapen. Twee kleine hondjes. Tegen elkaar aan. Ik denk dat ik ze heel binnenkort zal moeten  laten ontmannen- en vrouwen. Misschien morgen al.

woensdag 9 oktober 2013

Interessant vak

De journaliste van het Parool zit er al als ik binnenkom. Ik ga zitten en zij zet het opname apparaatje aan, zo ging het gisteren ook. Het interviews geven, wordt op dag 2 al routine. Het is heel vreemd dat ik zo dadelijk van alles zal gaan vertellen en dat zij dan later met mijn woorden aan de slag gaat. Er een consistent verhaal van maakt. Dat ik dat niet zelf doe, met die woorden. Wiens verhaal is het dan?
Interessant vak, journalistiek.

dinsdag 8 oktober 2013

Control freak

Na een gesprek van 2,5 uur kijkt de journaliste van de Volkskrant me aan: 'Dus ben jij een faalangstige control freak?
'Eh, nou dat ook weer niet,' zeg ik. 'Geen control freak...'
'Dat dacht ik ook niet hoor.'
'Nee?'
'Nee, een control freak èn een buitenstaander zijn gaat niet samen.'
Hier moest ik even over nadenken. Waarom zou dat nou niet samengaan?
Ze zei: 'Een control freak bevindt zich per definitie ín de situatie om de zaak goed in de gaten te kunnen houden.'
Dat was waar.
Ik bèn ook helemaal geen control freak gelukkig. Maar hoe was dat control freak dan in de conversatie geslopen? Er was iets met controle. Ik wilde wel graag ergens de controle over hebben, maar waarover ook alweer? Controle, controle, controle.

maandag 7 oktober 2013

Show don't tell

In alle vroegte rende ik langs de achterkant van de Joodse begraafplaats in het Flevopark toen ik plotseling dacht aan show don't tell. Laatst had ik daar een gesprekje over met een collega. Als ik begin met een schrijfcursus, komt show don't tell meestal meteen aan de orde. Daarvoor gebruik ik een hoofdstuk uit 'Het Dikke Schrift' van Agota Kristof. Het is belangrijk om dat principe te snappen als je begint met schrijven. Het laten zien in plaats van het te vertellen. De werking van suggestie. Leren observeren en heel precies op te schrijven wat er is, wat je ziet, hoort, ruikt.  Je ervan bewust worden wat je precies zegt. Het gebruik van vage woorden tegengaan. Ervoor zorgen dat de lezer zelf z'n mening kan vormen en dat de schrijver het niet allemaal voorkauwt.
Maar vanmorgen, toen ik langs de graven holde, dacht ik aan een ware show-don't-tellmaffia.
Alsof het de borstvoedingsmaffia betreft, dacht ik. Ik heb geen idee waarom dat op dat moment in mij opkwam. De zon piepte door het gebladerte. Zonnestralen schenen op de stenen. De ochtendmist hing tussen de zerken. Ze stonden kris kras door elkaar. De meesten weggezakt. Scheef. Het terrein was groter dan ik altijd gedacht had en bijna overwoekerd.
Die collega had mij gezegd: 'Jij doet het zelf ook. Jij schrijft heel erg show don't tell.'
'En jij niet, hè?' zei ik
'Nee.'
'Jij doet het helemáál nooit, hè?' zei ik.
'En bedankt,' had hij gezegd.
Show don't tell, dacht ik. Show don't tell. In een regelmatig tempo liet ik de begraafplaats achter me en draafde de ringdijk op.
Nu doe ik het volgens mij weer.


donderdag 3 oktober 2013

Geheimen

'Ik wou dat ik helemaal door jouw ogen kon kijken,' zo begint Jeetje (8) bij het ontbijt al.  'Dat ik jou even kon zijn.'
'O jee, ja? Waarom?' zeg ik.
'Dan zou ik weten wat jij precies ziet. Misschien zie jij heel andere dingen dan ik.'
Ik knik, doe intussen iets met boterhammen en beleg.
'En ik zou te weten komen wat je allemaal écht denkt,' gaat ze door. 'Dan kom ik achter al jouw geheimen.'
'Maar ik heb geen geheimen,' zeg ik. 'Denk jij dat ik geheimen voor jou heb?'
Ze knijpt haar ogen samen en bekijkt me. Ik doe net of ik niet weet waar ze het over heeft, terwijl ik nog heel goed weet dat ik vroeger exact hetzelfde verlangen had. Mijn moeders geheimen moest ik zien te ontrafelen. Dat was een belangrijke missie.
'En dan ben jij mij geworden en dan kun je niet meer terug,' zeg ik.
'Ik wil het maar even,' zegt ze, 'een dagje wil ik jou zijn. Langer echt niet.'

woensdag 2 oktober 2013

Toch?

Op de fiets naar het flevopark met de drie-jarige achterop.

'Ik zat in jouw buik toch, mama?' roept ze.
'Ja.'
En toen ik een baby was, kon ik alleen maar liggen. Baby's zitten in de buiken van mama's en niet van papa's.'
'Nee, niet van papa's.'
'Waarom eigenlijk?'
'Zomaar.'
'Daarom is geen reden toch?'
'Nee.'
'Zomaar wel?'

'Hee mama, ik ben toch een kind?'
'Ja.'
'En een meisje?'
'Ja.'
'Is een kind ook een mens?'
'Ja, jij bent ook een mens.'
'Wie is er nog meer een mens?'
'Ik ben een mens. Papa is een mens. Jeetje is een mens.'
'Wie is er geen mens?'
'Ronnie en Noenoe zijn geen mensen.'
'Wie nog meer niet?'
'Beesten zijn geen mensen.'
'En de Gruffalo ook niet hè?'
'Die bestaat niet in het echt, hè?
'O nee, alleen in het bos, hè?'

Als we in het park zijn en ik haar van de fiets til, kijkt ze omhoog.
'De bomen. Ik denk dat die omhoog gehouden worden met een touw anders zouden ze vallen. Toch?'

dinsdag 1 oktober 2013

Sfeer

Eindelijk zag ik de film Borgman en ik weet nog niet precies hoe ik 'm moet plaatsen. Dat vind ik op zich al interessant. Ik heb erg moeten lachen om het geweld. Werd er iemand gewurgd, schaterde ik het uit. De mannen onder de grond deden me denken aan  vampiers die uit hun graf opstaan. Van Warmerdam moet de serie True Blood hebben gezien.
Een eigen kille wereld, met een eigen logica. Maar de villa die speciaal gebouwd was voor deze film, zou je makkelijk hier op IJburg aan kunnen treffen. Het gezin dat er woont ook.
Ik heb tientallen van dat soort villa's gezien op het laatste eiland. De laatste tijd kom ik er wel eens met hardlopen omdat ik in het donker liever niet door het park ren. Dus ren ik langs de vrijstaande villa's met strakke gazons en glimmende wagens op de oprit. In het midden een dieprode, lichtgevende rechthoek. Een verlicht tennisveld. Altijd als ik er kom is dat tennisveld leeg. Er is daar sowieso nooit een mens op straat. Vorige week zag ik er al wel een dennenboom met kerstverlichting.


vrijdag 27 september 2013

donderdag 26 september 2013

In nood

Met een rotgang fietste ik van Bos & Lommer de Baarsjes in, tenminste dat stond nu op de straatnaambordjes 'Baarsjes', het was spitsuur en over een dik kwartier moest ik op het Roeterseiland zijn om les te geven. De eerste les van het seizoen. De routeplanner op mijn telefoon kon de huidige locatie niet vinden. De mensen aan wie ik de weg vroeg, verstonden me niet. Het zweet stond op mijn voorhoofd. Ik racete alle kanten op. Het kwam me allemaal even onbekend voor. Maar zelfs m'n eigen straat zou ik nu niet meer herkennen. Er was geen enkel aanknopingspunt.
Ik kwam terug van de boekpresentatie van 'Van dode mannen win je niet' van Walter van den Berg en probeerde maar beter te accepteren dat ik te laat zou komen. Meteen toen dit gebeurd was, herkende ik de Nassaukade en wist ik waarheen de weg mij leidde. De receptionist zei dat ik er gehaast uitzag en dat hij deze keer maar geen grapjes zou maken. Mijn blouse was nat. Als ik mijn armen bewoog, rook ik mezelf. Terwijl de cursisten een schrijfopdracht maakten, las ik passages uit 'Van dode mannen win je niet.' Eenmaal thuis legde ik mijn benen op tafel en las door.
Vannacht schrok ik wakker van een diep en donker mannengebrul. 'Neuken,' werd er gebruld. Het klonk onmenselijk. Beestachtig.  Ik knipte mijn lampje aan en sloeg het boek weer open. Buiten schreeuwde de man: 'Neuken. Ik wil neuken.'


woensdag 25 september 2013

Vulpen

In de tweede klas van de basisschool kreeg iedereen een nieuwe vulpen. Behalve de linkshandigen.
De nieuwe vulpennen waren rood en hadden een mat-zilveren dop. Mijn pen was helemaal donkergroen. Volgens de meester zouden linkshandigen met de nieuwe vulpen vlekken in hun schrift maken. Maar ik vlekte nooit bij het schrijven. Ik had mezelf al in de eerste klas aangeleerd om mijn hand op een bepaalde manier omhoog te houden. Zo schrijf ik nu nog steeds.
In de weken nadat de kinderen de nieuwe vulpen hadden gekregen, kreeg ik steeds meer moeite met het schrijven met mijn donkergroene pen. Mijn pen ging stroef over het papier. Mijn pen bleef haken. Mijn pen veroorzaakte vlekken in mijn schrift.
Totdat de meester mij op een dag ook een nieuwe vulpen gaf. Het moment waarop ik mijn oude pen bij hem inleverde, herinner ik me nog goed. Maar nog beter herinner ik me de eerste keer dat ik met de nieuwe aanwinst schreef; de softe, lichtblauwe, dikke letters die in mijn schrift kwamen te staan. In plaats van de messcherpe, donkere, dunne lijnen die mijn oude pen gemaakt had.

maandag 23 september 2013

Donna

Middenin de nacht fietste ik terug met het boek van Donna Tartt aan mijn stuur. Meer dan negenhonderd bladzijden. Ik had er iemand morsdood mee kunnen slaan.
De boekpresentatie van het Puttertje was in de Stadsschouwburg en we wilden weleens zien hoe Donna dat deed.
De eerste drie kwartier werd er alleen maar over de schrijfster gesproken, zonder dat we haar zelf te zien kregen. En toen het zover leek te zijn, zagen we nóg alleen maar haar silhouet achter een doek. Een schaduwspel. Ze las voor. We hoorden haar stem. Ze versprak zich twee keer.
Het hoogtepunt van de avond was het moment waarop ze tevoorschijn kwam. In een lang gewaad. En op grote schoenen. Daar stond de schrijfster. In het volle licht.
De gelijkenis met haar en het puttertje was opvallend. Als je tien jaar over een boek doet, word je het onderwerp waarover je schrijft. Dat kan ook haast niet anders.
Bij de borrel stond ze een paar keer vlak bij ons. Je zou haar gemakkelijk over het hoofd zien vanwege haar lengte. Ze is maar één meter vijftig lang. Rondom haar was steeds een hele lege cirkel. Het was stervensdruk. Maar waar zij ging, weken de mensen uiteen.

zondag 22 september 2013

Temperatuur verschil

Op een feest in Enschede sprak ik met een vrouw uit Eindhoven die ook een hele tijd in Groningen gewoond had. Maar wel in een huis zonder zwembad. Hoeveel huizen ze er ook bekeken hadden, er was er in Groningen geen met zwembad te koop. 'Vind je dat niet gek?'
Ik knikte. Heel gek.
De makelaar had hen na de zoveelste bezichtiging gevraagd wat ze nou met een zwembad moesten.
'Gek toch?' zei ze.
Weer knikte ik.
Ze zei dat ze de opmerking van de makelaar, toen ze er uiteindelijk woonden, ineens heel goed begreep.
'Je kunt daar gewoon niet zwemmen!' riep ze uit. 'Het is daar echt veel kouder. Dat scheelt een paar graden.'
'O, maar natuurlijk!'
'Waarschijnlijk zijn de zwembaden in Groningen allemaal onderpandig,' ging ze door. 'In Groningen zwemmen de mensen binnen. Ze moeten wel.'
Daarna vertelde de vrouw over de middendertigers in Eindhoven die alle oude villa's opkochten, ze vervolgens afbraken om er de prachtigste nieuwbouwvilla's neer te zetten. De ene villa was nog mooier dan de ander. Schitterend gewoon.
'Crisis, hè?' zei iemand anders in het gezelschap.

donderdag 19 september 2013

In gezelschap

Het rennen is in een versnelling gekomen sinds ik niet meer altijd alleen loop. Ik loop verder en harder  in gezelschap. Het is leuker. Gisteren, toen ik echt geen zin had, sprintten we steeds een stukje door het Diemerpark, van lantaarnpaal naar lantaarnpaal. In mijn eentje zou ik dat nooit gedaan hebben. In mijn eentje zou ik gisteren helemaal niet gegaan zijn. Ik beweerde hier ooit dat ik niet met iemand anders kan lopen omdat ik me automatisch aanpas aan het ritme van de ander en mijn eigen ritme daarbij hoe dan ook verlies. Dat blijkt niet waar. Of ik ben inmiddels gewoon beter in staat mij niet in meteen in een ander te verliezen. Dit biedt perspectief voor de toekomst. Wie weet wat ik nog allemaal in samenwerkingsverband ga doen, nu ik als gezelschapsdier optimaler blijk te functioneren.

dinsdag 17 september 2013

Gek vak

De laatste dagen fiets ik elke dag wel een keer naar de uitgeverij. Om wat op te halen, weg te brengen, te bekijken of te bespreken. Het duurt nog precies een maand voor het boek uitkomt. En pas dan weet ik zeker dat er een boek uitkomt. Daar kan ik me nu niets bij voorstellen. Waar we het over hebben is ongrijpbaar.
Wat ik nu weet is dat ik niets meer aan de inhoud kan veranderen. En dat ik het zo goed vindt. Waar het over gaat, weet ik niet meer precies. Wel dat ik het erover wilde hebben.
Het gaat over van alles. Het is lastig dat allemaal onder woorden te brengen, eigenlijk is het meer dat ik daar geen zin in heb, het staat tenslotte in dat boek.
Maar als er naar gevraagd wordt, moet ik het wel proberen. Als er niet naar gevraagd wordt niet per se. Dan hoop ik dat de lezers het begrijpen. Als de lezers ook niet weten waar het over gaat, is het toch geen goed boek.
Als er lezers zijn tenminste. Dat is de eerste voorwaarde.


maandag 16 september 2013

Enge museumbezoekers

We bezochten het Huis van Marseille. De foto's die Eddo Hartmann maakte van zijn ouderlijk huis dat hij op 12-jarige leeftijd ontvluchtte en waar hij na 20 jaar weer terugkwam, waren indrukwekkend. Het was een absolute chaos in het herenhuis. Het papier en andere troep lag er opgestapeld tot aan de negentiende eeuwse plafonds, maar daaronder was alles precies zoals zijn moeder en hij het toentertijd achterlieten. De telefoonlijst van de klas waarin hij zat, lag nog naast de grijze draaitelefoon. Zijn tekeningen hingen aan de muur.
Maar daar wilde ik het hier helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over Deetje (3) die zich na een paar foto's zo vreemd begon te gedragen, dat ik dat hele huis van Marseille zo snel mogelijk moest zien te verlaten.
Als een dolle rende ze de kamers door, ging overal languit op de vloer liggen, op haar buik, met handen voor haar ogen. Bezoekers moesten over haar heen stappen om de de volgende expositieruimte te kunnen betreden. Ik glimlachte en trok mijn Deetje als een dweil over de vloer. Haar beentjes in de gele maillot maakten zwembewegingen.
'Waarom doe je nou zo raar, Deetje,' zei ik toen we eindelijk  buiten stonden. 'Wat is dat voor gekkigheid.'
'Ik ben zo bang voor de mensen,' fluisterde ze.
'Wat een onzin,' zei ik. 'Mensen in een museum doen juist niks.'
'Ik vind die mensen eng, mama.'
Ik wist hier niets op te zeggen. Wat was er eng aan museumbezoekers?
'Ze lopen er met z'n allen zwijgend rond,' zei man toen. 'Ze staan stil, kijken een hele tijd naar zo'n foto aan de muur en lopen dan weer zwijgend door. Alleen de vloer kraakt af en toe.'



vrijdag 13 september 2013

Read My World

Kom morgen allemaal naar de Tolhuistuin in Amsterdam. Of liever vandaag al.
Zaterdag vanaf 16.00 lezen daar voor: Maartje Wortel, Sanneke van Hassel, Said el Haji, David Vann (ja, die van Legend of a suicide) en ik.
En nog tienduizend andere schrijvers. Het is al begonnen. Kijk op: www.readmyworld.org

Twee merkwaardige zaken

Deze ochtend fietste met Deetje (3) naar de stad om bij de uitgeverij proefdruk twee op te halen. Ook gingen we onderweg wat in speeltuinen zitten en in winkels kijken.

In de kledingwinkel zegt de juffrouw: 'Wat een schat van een kind heb jij zeg. Wat speelt ze lief.'
'Ja, hè?'
En dan: 'Wat heb je zelf een ontzettend mooie broek aan.'
'Dank je.'
'Hij zit perfect. Hij staat je erg goed.'
'Ok. Bedankt.'
Ik draai me om en loop met de lieve schat aan mijn hand vlug de winkel uit.

In de zandbak in het Sarphatipark komt er een mevrouw naar me toe. Ze vraagt me welk kapper ik heb. Ik vertel haar over de kapper die ik bezoek in mijn eigen straat.
Dan zegt de mevrouw: 'Je ziet er helemaal geweldig uit. Weet je dat?'
'Nou, dank je,' zeg ik.
De mevrouw glimlacht en gaat weer bij haar peuter zitten. Even verderop.
Ik sta op van de zandbakrand en we maken dat we wegkomen. Tegen zoveel onverwachte vriendelijkheid ben ik niet opgewassen.

Mijn proefdruk. Het is geen dik boek. Het zijn 156 bladzijdes. Dat vind ik dan toch best jammer. Het liefst had ik plotseling een lijvig werk geschreven. Maar ik schreef een kleine roman. Het lijkt of je daar vrij weinig over te zeggen hebt.
'Jij maakt mijn dag helemaal goed,' zegt de receptioniste tegen Deetje. 'Wat ben jij een kleurig meisje.'

donderdag 12 september 2013

Volmaakt

Tijdens spitsuur schuifelen Jeetje en ik in de massa mee op weg naar tram 26. Recht voor centraal station staat een grote mevrouw, - twee vlechten, een extra-large groezelig t-shirt, legging - uit volle borst te schreeuwen en te zingen dat Jezus ons ook in zijn hart wil sluiten, als we maar even naar Hem zouden luisteren. Jezus is er ook voor jou, gilt ze. De kudde splitst zich voor haar neus in tweeën, buigt af naar links en naar rechts. Wij hobbelen in de groep mee die zich naar de trams aan de rechterkant beweegt. Mijn achtjarige dochter in haar glinsterende gouden jas. De H&M tas (met daarin een jurk en gymbroek) in haar ene hand, de andere hand in de mijne. Haar twee blonde staarten zwaaien. De grote witte tanden. Ze is volmaakt.
'Het is wél heel goed geprobeerd van haar,' zegt ze als we de vrouw passeren, 'maar het helpt niets. Niemand hoort echt wat ze zegt. Ze moet iets anders gaan bedenken.'

dinsdag 10 september 2013

Nog waarder dan de waarheid

Ik was bij een redactievergadering van de Brugkrant die per september heel Amsterdam Oost bestrijkt en met 70.000 exemplaren een grotere oplage heeft dan het Parool. Maar daar laten we ons niet op voorstaan. We doen het op eigen kracht. Er wordt thee en cola geschonken en op tafel staan worteltjes en koekjes met chocola. De hoofdredactie vertelt over de nieuw te varen koers. Minder IJburg, meer de stad in. Het is allemaal reuze opwindend.
'Er moeten in elk geval niet méér columns in hoor,' zegt een medewerker, 'ik vind het er nu al veel te veel. Wat moeten de mensen daar nou mee?'
De mede-columniste naast me gaat met haar theezakje heen en weer in mijn glas. De thee kleurt vreemd  lila.
'Korte berichten zijn wel heel leuk,' zegt de medewerker, 'daar staat tenminste nieuws in, wetenswaardigheden, dát willen de mensen lezen. Niet die zielenroerselen.'
'Géén fictie,' fluister ik tegen mijn mede-columniste die maar met het ouwe theezakje in het hete water blijft bewegen.
'Nee,' fluistert ze, 'maar wat ik schrijf is allemaal echt gebeurd.'
'Precies. Wat ik opschrijf ook.'
'De mensen willen er óók iets van opsteken,' gaat de medewerker door. Het blijft even stil. Iemand bijt op een worteltje. Mijn thee is donkerpaars geworden.
'Of zitten er hier soms ook columnisten bij?' vraagt de medewerker aarzelend.
Eenmaal thuis pak ik de krant. Het eerste wat ik lees is de column van Frits Abrahams, zoals elke dag, en vandaag ook de wekelijkse column van Pia de Jong over gemiddelde kinderen die jaar in jaar uit en van minuut tot minuut door hun ouders en professionele coaches gemanaged worden om hen voor te bereiden op de selectie voor een topuniversiteit. Dat laatste boeit me bovenmatig. Omdat het te maken heeft met waar mijn boek over gaat. Maar dat is fictie.

maandag 9 september 2013

Normaal

Een jongeman haalt een microfoontje onder m'n roze blouse door. Voor de boekenkast ga ik zitten, op de bank die er speciaal voor is neergezet. Een grote, hoge ruimte. Er staat een camera op statief. De jonge vrouw vraagt of ik in tweeeneenhalve minuut wil vertellen waar mijn boek over gaat. Voor de verkoop. Eerst in het Engels. En daarna in het Nederlands. De twee glimlachen vriendelijk en geven mij een teken dat ik kan beginnen. 'Ja. Nu.'
Dat zal moeilijk gaan. Ik wil toevallig net nu dood.
'Ja. Nu.'
Ik heb echt  geen idee waar mijn boek over gaat.  Maakt mij niet uit in welke taal ik het moet verwoorden.
'Ja. Nu.' Ze blijven glimlachen.
'Ik doe het niet hoor,' zeg ik.
Maar even later hoor ik mezelf braaf mijn Engelse voorbereide verhaaltje opzeggen. Daarna moet het in het Nederlands. Dat heb ik niet van tevoren opgeschreven. Ik ga wel heel erg kort door de bocht, hoor ik. Maar het maakt mij allang niet meer uit. Als ik hier maar weg mag is het enige wat ik kan denken. Als ik hier weg ben, is alles goed. Eenmaal weer veilig thuis eet ik, nog in mijn roze blouse, een zak chocolade pindarotsjes leeg. Het was al met al best gemakkelijk, als ik maar normaal had gedaan.


vrijdag 6 september 2013

Lambs

Op IJburg is blauwalg gesignaleerd en opnieuw een kinderlokker. De strandjes zijn afgezet. Ik loop met een vriendin die ik al sinds de kleuterschool ken het Diemerpark door richting Muiden. Als we teveel praten, vliegen de insecten onze mond in. Dus soms is het even slikken. Eén keer fietst de kinderlokker voor ons. In slakkengang. Dik, wijdbeens, met een nat staartje in zijn nek. Maar dat is kinderachtig.
We rennen net de brug over als de eerste auto naar ons toetert.
'De kinderlokker!' roep ik. 'Daar is-ie!'
Het blijft even stil naast mij. Dan zegt mijn vriendin:  'Eerder een ouwe wijvenlokker, denk je niet?'
Dat is waar. Ik denk dat het komt omdat we vroeger in ons dorp de kinderlokkers en de heksen  constant van ons af moesten schudden. Als ik met haar loop, schiet ik automatisch een jaar of dertig terug in de tijd.
Zodra we IJburg weer in rennen, claxonneert de ene auto na de andere. Het moet de schemer zijn, de blote benen, en de ongewone warmte die maakt dat de bestuurders toeteren.
Daarna komen we te praten over Engelse spreekwoorden als 'Mutton dressed as lamb.'

woensdag 4 september 2013

Noodbrief ingevuld

'Waarom regel jij nooit iets.' Jeetje schreeuwt het uit. 'Nooit!'
'Wat moet ik regelen?' Ik zit rechtop op de rand van haar bed, klaar om Het nooit eindigende verhaal voor te lezen en kijk haar aan.
''Ik heb vandaag alwéér een nieuwe noodbrief van de juf meegekregen.'
'Een nieuwe noodbrief?'
'Ja, ze geeft me er elke dag weer een mee naar huis.'
'Waarom?'
'Omdat ik de enige van de klas ben die de noodbrief nog niet ingeleverd heeft!' De tranen springen in haar ogen. 'De énige.'
'O.'
'De juf vraagt steeds aan mij of ik thuis ergens een noodbrief heb zien liggen. En dan zeg ik 'nee' en dan kopieert ze een nieuwe.'
'Vandaar,' zeg ik. 'Ik dacht al: liggen die brieven nou overal?'
'Ja! We hebben er nu al acht!' schreeuwt ze. 'ACHT.'
'Wat moet ik met acht noodbrieven, Jeetje?'
'Wat moet je daarmee? Wat moet je daarmee?' roept Jeetje. 'Wat denk je dat je daarmee moet?INVULLEN natuurlijk.'
'Maar ik was de eerste noodbrief helemaal niet kwijt hoor,' zeg ik. 'Dacht de juf dat? Nee,  ik heb de noodbrief gewoon netjes op het prikbord hangen. Zeg dat maar tegen de juf.'
Even later komen we over de witte muur van haar slaapkamer te spreken en de optie de muur te behangen met fel oranje noodbrieven. Daarna kunnen we verder met het nooit eindigende verhaal.

dinsdag 3 september 2013

Verlaten

De school was uit. Het blonde meisje viel op tussen de andere blonde meisjes op het schoolplein.Het was de manier waarop ze rondkeek. Hoopvol. Zoekend. En hoe langer ze er stond, hoe langer haar nek werd, om over al die ouders heen te kunnen kijken die steeds maar niet voor haar kwamen.
Een voor een werden de kinderen opgehaald.
Het schoolplein liep langzaam leeg. Ze verroerde zich niet. Ze beet op haar lip terwijl ze de straat afspeurde. Ze huilde niet, daarvoor vond ze zichzelf denk ik te oud. Een jaar of acht moet ze zijn geweest. Jeetjes leeftijd. Om haar schouders hing een grote canvas tas, met natuurlijk een lege beker erin en een trommel vol broodkorstjes. Na een minuut of twintig waren echt alle ouders verdwenen en liepen er  alleen nog kinderen in fluoriderende hesjes van de naschoolse opvang. Een tijdje bleef ze op dezelfde plek staan. Toen haalde ze haar schouders op en vertrok. Ik zag haar lopen. Het dappere ding. Over de brug ging ze. In de richting van het andere eiland.


maandag 2 september 2013

Huilen

Op de bruiloft werd veel gehuild. Eerst in de Amstelkerk en later in het restaurant bij de speeches. Overal zag ik tranen rollen en ogen gedept worden met zakdoekjes. De hele kerk kreeg het te kwaad toen de bruidegom zijn bruidegom toezong.
'Moet je nou zien!' Ik stootte man aan. 'Iedereen huilt.'
'Dat is ontroering,' fluisterde hij. 'Ont-roe-ring.' Zijn ogen waren nat.
'Ja, dat weet ik ook wel.'
Ik begreep het allemaal best .De liefde die hier gedeeld en getoond werd, was mooi. Dat zag ik. Maar ik hoefde niet te huilen. Al zou ik het willen. Sterker nog: ik zou het wel willen. Met iedereen meehuilen. Maar het gebeurt niet.
Toen ik hier tijdens het diner met iemand over sprak, stelde hij me gerust. Ik hoefde niet per se een onverschillig en ongenaakbaar type te zijn. Ik was gewoon meer een observator. Iemand die ziet dat iedereen huilt en constateert dat er ontroering is. Die mensen moeten er ook zijn.
'Dat is handig voor een schrijver,' zei hij. 'Als je een zekere afstand tot de wereld hebt.'



donderdag 29 augustus 2013

Oké, goed, prima.

Daarnet op de uitgeverij nam ik de proefdruk nog eens door met de mevrouw die daarover gaat.
Ze zegt: 'Hier staat 'ze is oké'.Vind ik prima. Maar jij hebt er nu 'goed' van gemaakt. Waarom?'
'Ja, ik dacht goed is toch beter dan oké.'
'Ik vind oké ook goed hoor.'
'Vind je oké beter?'
'Ik vind oké wel prima. Maar als jij per se goed wilt...'
'Misschien past 'oké' toch meer bij het personage.'
'Dus het is goed?
'Het is oké.'
'Prima.'
'Goed.'
Hierna maakte ik nog een rondje langs de burelen. Over anderhalve maand komt mijn boek uit. Er wordt over De weg naar zee gepraat. Al bestaat het nog niet. Voor mij is het alweer klaar. Af. Als het nog lang duurt, ben ik het echt vergeten. Het ligt bijna achter me. Maar het moet nog beginnen.


woensdag 28 augustus 2013

Kijken wat er gebeurt.

Een interview met Alex van Warmerdam in NRC vandaag, maakt me nieuwsgierig naar Borgman, maar meer nog werkt het inspirerend. Door de manier waarop hij het maakproces verwoordt.

"Je zou kunnen zeggen dat dat misschien wel de essentie van kunstenaarschap is. Een idee in de wereld zichtbaar maken. En dan als poppenspeler aan de touwtjes trekken. Kijken wat er gebeurt. Kijken hoe mensen zich gedragen. En dat is meestal niet best. (...)
Hij vertelt ook hoe elke film voortkomt uit de andere, vaak als reactie, omdat hij iets anders wil proberen- 'Ik wil mezelf vermaken tijdens het schrijven' - of een scène voor ogen heeft die hij altijd nog eens wilde verfilmen."

Ik krijg meteen zin om aan iets nieuws te beginnen. Kijken wat er nu weer gebeurt. (Meestal niet best)

dinsdag 27 augustus 2013

De goedheid van de mens

Op mijn racefiets doorkruiste ik de stad en ter hoogte van het Hoofddorpplein bedacht ik dat ik ook eens moest opschrijven hoe lief en behulpzaam de medemens kan zijn. Toen ik de PC Hooftstraat voorbijkwam, was mijn ketting er namelijk af gegaan. Ik stond op het trottoir naar de lege tandwielen te kijken toen een jongeman die bij de G-starwinkel werkte, hij deed mij denken aan de zanger Blaudzun, naar buiten kwam om me te helpen. En dat terugleggen van de ketting ging niet één, twee, drie. Nee, na een hele tijd klooien, zijn handen werden steeds smeriger, hij moest zelfs nog een schroevendraaier gaan halen om het spatbord eraf te kunnen schroeven om erbij te komen, lag het ding er pas weer op. De jongeman was perfect gekleed en nu zat hij hier op de stoep midden in de zon, vlak voor een overvol terras, te priegelen aan een racefiets van een hem onbekende  vrouw.
Goed, ik was dus in de buurt van het Hoofddorpplein toen het in mij opkwam de goedheid van de mens te beschrijven en er precies op dat moment, echt waar,  een fietser op me inreed. Met een enorme klap. Het was een jongen van een jaar of twintig met voorop het rekje van zijn fiets een meid in plaats van een mand, waardoor hij me niet had gezien. Zij gilde bakvisachtig. En ik riep: 'Wat doe je?' 
Zonder op of om te kijken, of zelfs maar sorry te zeggen, stak hij de straat over. Toen ik na een tijdje weer opstapte, hoorde ik het giechelen van de meid nog. De rest van de tocht trapte ik zwaarder. Er schuurde iets. De stang van mijn fiets was verbogen. Het wiel liep aan. 


vrijdag 23 augustus 2013

Create your new life op IJburg!

Create your new life op IJburg! stond er op het bord. Ik rende langs het bouwterrein. Een poster van het IJmeer met daarop een rug van een meisje dat op de boulevard zit en over het water uitkijkt. Haar rugzak nonchalant naast haar neergezet. Create your new life op IJburg! Waarom was haar ouwe leven niet goed? Waar liep ze voor weg? Dacht ze nou werkelijk...?
Meteen ook moest ik denken aan de Ikeaspreuk Design your own life. Daarna flitste man door mijn hoofd die gisteren gepolst was om in een Ikea reclamespot te figureren. Op het schoolplein was hij er  al ooit uitgepikt voor een ANWB-reclame. En nu Ikea.
Maar goed, ik was dus aan het joggen en aan mijn linkerkant lag dat braakliggend stuk grond. Rechts van mij aan het water stond een geel bordje met: Surfstrand, hier niet zwemmen. Een paar weken geleden was daar een jongen van vijf verdronken. Ik zag nergens een spoor van hem. Op het voetpad kwamen vaders met kinderwagens me tegemoet slenteren. Badend in het zonlicht. Vrijdag: papadag. Op de boulevard lag een grijs/blonde vrouw in foetushouding, - opgekruld, knieën opgetrokken - naast haar een leeg theeglas.



donderdag 22 augustus 2013

Burgeroorlog

'Zijn die mensen dood?' vraagt Jeetje (8) aan het ontbijt. Ze wijst op de voorpagina van de krant.
'Ja.'
'Maar er zitten ook kinderen bij,' zegt ze.
'Die kinderen worden niet speciaal doodgemaakt hoor,' zegt man snel, 'die zijn gewoon óók omgekomen bij het bombardement. Net als iedereen daar.'
'Bombardement?' vraagt ze.
'Ja,' zeg ik. 'In Syrië is een gifgasaanval geweest. Omdat daar  een burgeroorlog is.'
'Bur-ger-oor-log?'
'Ja, dan gaat de bevolking met elkaar vechten.'
'Waarom?'
'Ze willen de president weg hebben.'
'O.' Jeetje buigt zich over de foto's van de gestorvenen, bestudeert de man met het dode kind, tot ik de krant bij haar vandaan trek en zeg dat ze door moet eten.
'En wat is er dan met Egypte?' Terwijl ze van haar boterham met pindakaas hapt, leest ze de kop van haar nieuwe Kidsweek: 'Ik hoop dat het goedkomt met Egypte.'
'Ja, daar is ook bijna een burgeroorlog,' zeg ik. En ik herhaal dat ze door moet eten omdat we anders te laat op school komen. En dat willen we zeker niet.

woensdag 21 augustus 2013

Sleutel vergeten

Het was het slaapkamerraam waar Ronnie de kat een paar weken geleden door naar buiten gevallen was. Daar moest ik doorheen zien te komen. De houten ladder waar ik op stond, was niet lang genoeg. Met mijn handen kon ik bij de vensterbank. En als ik wat sterker was geweest, als ik wat krachttraining had gedaan, zou ik mezelf misschien zo omhoog hijsen en naar binnen werpen. Maar dat had ik niet.
De tweede ladder die gebracht werd, was iets langer, nog steeds te kort, maar het moest kunnen. Ik zou me door het raam naar binnen moeten kunnen wringen.  Op z'n minst een snoekduik naar voren maken, met mijn kop op de oude houten gymzaalvloer knallen.
Met één hand vernielde ik het horregaas. Toen we hier kwamen wonen waren we vooral blij omdat er horren voor de ramen zaten.Die dingen zijn hartstikke duur. Die koop je zelf niet. Hier dacht ik aan terwijl ik het gaas in één beweging opzij ratste.
De buurvrouw hield de ladder vast. Op de stoep dromden steeds meer mensen samen. Het werd een heel woensdagmiddag evenement. Ik hield me vast aan de sponning van het raam en tilde mijn been zo hoog mogelijk op. Deze keer zou het gaan lukken. Mijn spijkerbroek spande rond mijn reet, net nu had ik er een aan waar nul procent elasticiteit in zat.


dinsdag 20 augustus 2013

Weerzien

Ze stond bij de mineola's. Ik herkende haar kleine, ronde lichaam van veraf al. Het gele winkelmandje om haar arm was nog leeg. Het gekke was: ze stond daar wel, maar maakte op geen enkele manier aanstalten om de mineola's  in haar mandje te laden.
'Hee wat goed je weer es te zien,' zei ik. 'In de Vomar of all places. Hoe is de verhuizing gegaan?'
Ze zweeg.
'Jij ook aan de mineola's?'
Omdat ze nog altijd niets zei, ging ik door.
'Jeetje wil geen sinaasappel of mandarijn mee naar school. Het moet een mineola zijn. En als ik Deetje vraag wat ze op de crèche voor fruit gegeten heeft, zegt ze: mienejoola. Het lijkt wel een mineola hausse!' Ik lachte. Zij bleef onbeweeglijk staan.
Toen ik tenslotte vooroverboog om een plastic zakje te pakken voor de begeerde vruchten, zag ik wel dat haar bovenlip beefde.
'Wat is er?' vroeg ik. 'Gaat het wel met je?'
'Wat is er?' zei ze. 'Gaat het wel met je?'
'Wat doe je?' vroeg ik.
'Wat doe je?' zei ze.
'Ben je mij nou aan het napraten?'
'Ben je mij nou aan het napraten?' zei ze.
Nadat ik zoveel mogelijk mineola's bij elkaar in een zakje gepropt had, maakte ik dat ik wegkwam bij de groente- en fruitafdeling.

maandag 19 augustus 2013

Het normale leven begint weer

Het was de eerste schooldag, nieuwe mensen namen hun intrek in het huis naast dat van ons, de lucht was fris en helder. We fietsten met z'n allen naar school om Jeetje naar groep vijf te brengen. Deetje fietste zonder zijwielen naast me. Ik zag het donkere kruintje. De blote benen die heel snel trapten. De gebruinde handen aan het stuur. Op het trottoir liepen hele gezinnen in slingers. Op een dag als vandaag gingen ze nog hand in hand. We kwamen in een stoet van ouders en kinderen terecht; voor de schooldeuren eindigend in een fuik. We wachtten tot we naar binnen konden. Op het schoolplein klonk geroezemoes en gelach. Alle kinderen leken wel geknipt en hadden waarschijnlijk ook een druppel teatreeoil op hun hoofd. Om de luizen af te weren. Al doen de meeste luizen toch gewoon waar ze zin in hebben.
Toen we even later met z'n drieën het gebouw weer uitkwamen, was de lucht al donker en zwaar. In een zeiknat zomerjurkje leverde ik Deetje af op de crèche.

zaterdag 17 augustus 2013

Docentschap 2

Aan het eind van dag vijf van mijn cursus zat ik voorovergebogen te luisteren naar de teksten die voorgelezen werden, en te roepen wat er weg kon of welke zin bovenaan moest staan. Iedereen zat op het puntje van zijn stoel. Er werd geschrapt, geschaafd en opnieuw voorgelezen.
 's Avonds zou er een voorstelling zijn in het Crea theater waarin alle zomercursussen van de afgelopen week zich in tien minuten presenteerden. Mijn deelnemers mochten een verhaal van één minuut voordragen. In de ochtend werd er gemopperd en getwijfeld. In één minuut kon je niets zeggen. Verhalen van één minuut, dat was niks.
Maar het hardop redigeren van de teksten en ze dan telkens weer voorlezen, bewees het tegendeel. Hoe korter de stukjes werden, hoe beter. Dat kon iedereen horen. Het was alsof er in de laatste minuut nog een belangrijke klik werd gemaakt.
Een jongen had aan het begin gezegd: 'Ik vind het eigenlijk vooral interessant om te kijken wie er allemaal op zo'n cursus Vervreemdend Proza afkomt.'
Dat vond ik ook. Wie het allemaal precies waren, weet ik nog steeds niet. We hebben alle introductie overgeslagen. Maar daar ging de week ook niet over.

donderdag 15 augustus 2013

Docentschap

Op dag vier van mijn cursus 'Vervreemdend Proza' gaat het mis. Net na de pauze loop ik met nóg een stapel gekopieerde verhalen in mijn hand lokaal 1.23 in. De lucht is dik en muf omdat de ramen er niet open kunnen. Mijn hoofd moet al rood zijn. De tafels staan in een rechthoek en zijn bezaaid met papieren, honderden vellen, kris kras door elkaar. De twaalf cursisten lopen er omheen en proberen de boel voor zichzelf compleet te krijgen. Juiste volgorde. Juiste naam. Iedereen heeft meerder pagina's geschreven. De meeste vellen zijn zonder naam, zonder nummering. Ik sta aan het hoofd van de tafel en leg er nóg een stapel papier bij. Er wordt naar elkaar geroepen en er worden dingen aan mij gevraagd. Deze verhalen kunnen we onmogelijk allemaal bespreken in een paar uur. Het lokaal is net groot genoeg voor zoveel mensen, als ze op hun stoel blijven zitten. 'Orde,' wil ik roepen. En: 'Ho, ho.' De tijd loopt.
'Ik ben beter in tekstanalyse dan in de logistiek,' zeg ik maar.
'Ja, we willen allemáál alleen de leuke dingen doen,' zegt de cursist die naast me staat.


dinsdag 13 augustus 2013

Vervreemding

"Marquez verklaarde ooit dat een gedetailleerde leugen altijd de schijn van waarheid wekt. Als je vertelt dat er opeens tweehonderd blauwe olifanten langs kwamen rennen, gelooft niemand je. Maar zeg je dat het 167 volwassen dieren en vijftien kleintjes waren, dan klinkt dat al een stuk geloofwaardiger. Ook Cortazar past deze truc vaak toe. (....) Mijn verhalen zijn voor het merendeel van dezelfde makelij als mijn romans, zegt Cortazar, openingen naar de verwondering, overhalingen tot een verplaatsing van waaruit het gewone niet langer geruststellend is, omdat niets gewoon is zodra je het onderwerpt aan een stil gestaag onderzoek."

Dit kwam ik tegen in een oud krantenartikel en las ik vanmorgen voor aan mijn cursisten die ik de hele week de cursus Vervreemdend Proza geef. Een term die hoe langer  en meer ik ermee werk, onhoudbaarder wordt. Want ik kan nu, na de tweede dag van de cursus, al helemaal niets meer bedenken wat niet vervreemdend is. En 's avonds onderweg naar huis, op mijn racefiets, zie ik ook hele andere dingen.


zaterdag 10 augustus 2013

Heetgebakerd

Briesend kwam mijn vriendin er aan gefietst. Ze was onderweg naar het station twee keer bijna aangereden door dezelfde auto en had, toen ze daar iets van zei, van de bestuurder een grote mond gekregen.
'Het is gewoon eng,' zei ze, 'de enorme woede die ik meteen op voel komen.'
'Dat ken ik.'
'Ik ben eigenlijk heel heetgebakerd,' zei ze.
'Ik ook,' zei ik. 'En wraaklustig.'
Het waren geen mooie eigenschappen die onderweg naar het café al ter sprake kwamen. Daar hou ik van. Maandenlang had ik haar niet echt gesproken. En ik merkte hoezeer ik haar gemist had.
De zon scheen. Het terras waar we gingen zitten, zal vol lachende en kletsende mannen en vrouwen. Klinkende glazen. Schaaltjes met grote, glimmende olijven. Zoenende stelletjes. We keken rond.
'Mensen zijn gewoon allemaal heel verdorven,' fluisterde ze.
'Zo is het,' zei ik. 'Een dun laagje vernis.'
Na het eerste wijntje kwamen we er al op dat onze woede niet eens zo heel verkeerd was. Het diende toch zeker ergens toe. Het was een manier om duidelijk een grens aan te geven. Een overlevingsmechanisme. Tot hier kun je gaan en niet verder. Lafheid was veel erger.
Bij het zoveelste wijntje zeiden we dat we agressie niet goed keurden, dat het ook zeker niet verstandig was, maar waren we het er allebei over eens dat onze mannen best iets minder conflictvermijdend hadden mogen zijn.

vrijdag 9 augustus 2013

Kattenstuk

De kinderen zijn uit logeren, maar we hebben er nog twee. Ronnie B. is eergisteren uit het raam gedonderd. Eén hoog. Vermoedelijk heeft hij het gaas van de hor opengekregen, is aan de buitenkant van de vensterbank gaan zitten en toen uitgegleden. Nu heeft hij zijn rechterpoot gekneusd en doet het rustiger aan. Opvallend is dat zijn zusje sindsdien naar hem gromt en blaast. Helemaal niet begripvol.
Maar als ik het zusje op schoot genomen heb -  misschien keken we te veel naar haar arme broertje - wil ook Ronnie B. er per se bij komen liggen. Hij houdt zijn pootje een beetje slap omhoog en kijkt mij aan met zijn zwarte kopje. Het zusje blijft luid spinnend liggen waar ze ligt.
Toen heeft man Ronnie B. maar mee naar buiten genomen aan een tuigje. Zijn zusje zit nu met haar neus tegen het raam en volgt jaloers zijn bewegingen.
Verder hou ik niet bijzonder veel van katten. Behalve dus van deze twee. Zo ook met kinderen.

dinsdag 6 augustus 2013

98

Mijn vader en ik, met Jeetje (8) en Deetje (3) op de achterbank, rijden door het Noord-Limburgse landschap op weg naar oma's 98ste verjaardag. Als we er bijna zijn, zegt Deetje: 'Ik vind oma eng.'
'Waarom?'
'Daarom is geen reden, hè?' zegt ze.
'Nee,' zeg ik.
De verjaardag wordt in de immense tuin van één van haar zoons gevierd. Als wij aankomen, is iedereen er al. Oma heeft dekens om haar benen en een deken om haar schouders. Ze is bijna helemaal ingepakt omdat ze zo dun is. We zitten in een grote kring rondom haar met blote armen en benen. Ze eet taart en drinkt wijn. Ze heeft haar stoel rechtop staan, kijkt rond en ze praat ook best veel. Maar als ik haar feliciteer, zegt ze dat ze 98 echt te oud vindt. Dat ze zo moe is. Ze mag niet klagen van ons. 'Het is maar net wat je instelling is!' zegt een oom.
We zijn blij dat ze er nog is. Zij moet ook blij zijn dat wij er zijn. Als oma  binnen op de bank ligt, hebben wij het over leeftijd en dat we voor we het weten 98 zijn.
'O, nee, dat vind ik veel te oud,' zegt een tante.
'Ik wil ook zeker geen 98 worden,' zegt een andere tante. 'Absoluut niet.'
Een oom zegt dat hij liever van de brug geduwd zou willen worden dan ooit in het bejaardenhuis te belanden. Wij vinden dat oma blij moet zijn dat ze zo oud is, maar niemand zou zelf die leeftijd willen bereiken. Behalve ik, misschien. Ik weet het niet. Maar dood zijn, lijkt me helemaal niets.


maandag 5 augustus 2013

De bel ging

In mijn renpakje deed ik open. Voor de deur stond een rokende man met in zijn kielzog een vrouw. Ze identificeerden zich met een stuk dat ik op mijn weblog geplaatst had. Ze wilden dat ik het er vanaf haalde.
'Wat goed dat jullie mijn blog volgen,' zei ik. 'Dat wist ik niet.'
'Mijn broer zit in de gevangenis,' zei de vrouw.
'Ik verzin nog wel iets,' zei de man. 'Ik hoop dat je verkracht wordt in het park.'
Daarna verdwenen ze, even plotseling als ze gekomen waren, in het duister dat hen omringde. Mijn vriendin, die achter de deur had staan luisteren, en ik konden eindelijk gaan rennen.
'Nou, gezellig hier op IJburg,' zei ze.
'Ja,' zei ik, 'het is Living on the Edge hier.' Ik versnelde het tempo. 'Elke dag moeten we blij zijn dat we nog leven. Maar dan ben je ook ècht blij, snap je? Dat is het hele mooie.'
Ze knikte. Maar of ze het echt begreep, weet ik niet.

donderdag 1 augustus 2013

Mensen

Op deze bloedhete dag werk ik boven aan een kerstverhaal terwijl helemaal beneden twee poesjes over de piano wandelen. Of ze knallen balletjes in alle hoeken van de kamer. Maar als ik even niets hoor, loop ik de trap af om hun water te verversen. En meteen dat van mijzelf. Ook zij zullen zich hier nu wel gevangen voelen. Hoe leg ik die arme beestjes uit dat het voor hun eigen bestwil is dat ze binnen zitten? Dat het nog maar een paar weken duurt.
Ik mag hier gelukkig dadelijk al even weg. Die mensen overal om me heen. We zitten hier de laatste tijd veel te dicht opeengepakt volgens mij. Dat verstikt. Zoveel mensen op één eiland. Ze maken mekaar nog af. Ik heb ook helemaal geen zin in mensen. Ze vervuilen mijn hoofd. Ik wil me niet met ze bezighouden. Ze zijn lelijk en ze stinken. Geef mij maar kleine katjes.

woensdag 31 juli 2013

Liefde


We landden zacht dit jaar. Het terugkeren verliep pijnlozer dan ooit tevoren. Er was ook haast geen temperatuurovergang. Het buitenleven kon thuis worden voortgezet. Het was zelfs leuk alle buren weer te zien, misschien hadden we het keuvelen op de stoep wel gemist? Ook de logistiek binnenshuis ging gesmeerd. Op dezelfde dag dat we uit het vliegtuig stapten,  hadden we al vier wassen gedraaid,  waren de koffers teruggezet op de plaats waar ze hoorden en de boodschappen gedaan; pindakaas, drop, vegetarische kruidenworst en dorade voor op de barbecue.
 ’s Avonds gingen we met vijf burenstellen en hun kroost op de stoep barbecueën om het leven te vieren, dat we weer thuis waren, of ter afscheid van de familie die morgen zou vertrekken. We beschilderden hun caravan ‘make love not war.’ De kinderen verfden regenbogen en rode harten terwijl de volwassenen proostten. Als het zo doorging, zou dit weleens uit kunnen lopen op zo’n klef IJburgs lovefeest waar iedereen het altijd over heeft, maar waarvan niemand weet waar of het is.
Tegen half negen zwaait er ergens een deur open. De bewoners komen, met een bel wijn in hun hand, bij ons staan.
‘Ga lekker zitten. Er is nog genoeg.’ In eerste instantie vermoeden we niets. Hun dochter is de caravan aan het beschilderen met de andere kinderen. Deze mensen zijn meestal weg voor hun werk en doen niet aan stoepgekeuvel. Het zijn vooral hun steeds wisselende au-pairs waar we mee te maken hebben. Maar nu zijn ze er dan.
‘Jullie zijn slechte ouders,’ zegt de vrouw. ‘Dat wil ik even zeggen.’
Het wordt in een keer muisstil.
‘Twee jaar lang sluiten jullie met z’n allen onze dochter buiten. Hoe laag is het om een kind stelselmatig te negeren. Als volwassenen! En nu mag ze wel meedoen. Nu kan het ineens wèl, hè? Dit doen jullie alleen maar om goede sier te maken voor de rest van de buurt. Jullie zijn slechte ouders.’
Hierna begint ze de buurvrouw die ze het langst kent en plein public te beledigen. Niemand doet iets. Ik bekijk de tierende, lange vrouw met naast haar de gekromde, tengere echtgenoot. Zijn grote spiegelbril boven strakke kaken. Haar lijkbleke, maskerachtige gelaat. Wat is er ineens in die twee gevaren?
‘Ja, kijk maar niet zo verbaasd.’ Ze richt zich tot mij. ‘Jij weet goed waar ik het over heb. Héél goed. Jij doet het ook. Jij.’
De buurman fluistert dat ik kalm moet blijven. Dat het geen enkele zin heeft.
‘Ik weet van mezelf dat ik een goede moeder ben,’ hoor ik haar zeggen. ‘Een héél goede moeder.’
Het is mooi dat zij daar zo zeker van is. Ik zou het over mezelf niet durven beweren. Misschien is dat wel laf. Maar hun dochter is een  leuk, sprankelend kind. Daar is niets mis mee, nog niet. Juist door er zo min mogelijk voor haar te zijn, bewijst de vrouw haar meisje waarschijnlijk de allergrootste dienst. Dat inzien, is inderdaad goed moederschap. Dat is pure liefde. De goede moeder trekt haar dochter bij ons vandaan en sleurt haar - en haar spiegelman - mee terug hun huis in. De deur slaat dicht. Onze landing is alsnog hard.

Hier alvast de column voor de Brugkrant van augustus! 

dinsdag 30 juli 2013

Roze Princess

Ver na middernacht, het was na tweeën, liep de licht gekromde, tengere man op All Stars door de straat, - zwarte jeans, oversized t-shirt, sigaret tussen opmerkelijk gespannen kaken - met onder zijn arm een roze kinderfietsje. In het licht van de lantaarnpaal zag je dat er Princess op het frame geschreven stond. De spaken waren verroest maar wel versierd met gekleurde kraaltjes. De hoge zijwieltjes als vliegtuigvleugels. Het ijzeren mandje hing scheef aan de bagagedrager in plaats van aan het stuur en hinderde hem steeds bij het lopen. Maar hij liep verder.

In de deuropening rookte hij de laatste peuk voor het slapengaan toen het fietsje daar ineens gestaan had. Pontificaal voor zijn deur. Midden op zijn stukje stoep. Recht voor zijn neus. Hij zag dat driejarige buurmeisje er weer op voorbij sjezen. Hij hoorde haar lachen. Zingen. Terwijl zijn eigen achtjarige meisje binnen zat met het geluid van de televisie voluit om het kletsen van de kinderen niet te hoeven horen.
Zijn kaken verstrakten. Hij stak een nieuwe sigaret op, keek een paar keer om zich heen, pakte toen heel snel het fietsje en verdween ermee in het donker.

Op de steiger aan het einde van de straat hield hij halt, keek schichtig rond, en smeet de roze Princess het water in. Daarna dat rotmandje dat ernaast gevallen was. De plons was goed te horen. Maar vrijwel iedereen sliep toch.



maandag 29 juli 2013

Noe-Noe en Ronnie B.

Veel gebeurtenissen later, waarvan de bosbrand en de evacuatie van een camping in Portugal wat mij betreft het meeste indruk maakte, - niet per se leuk, maar de parallel met het boek dat ik net afgerond had, is op z'n minst vreemd te noemen, ik ben dol op parallellen en toevalligheden (als ze er niet zijn maak ik ze) - zijn we weer thuis. Waar ik de drukproef op de mat vond. Waar het leven weer begint. Voor het eerst sinds jaren, vind ik het terugkomen niet per se erg. Ook wonderlijk is dat.
Maar nu het belangrijkste: De komst van Noe-Noe en Ronnie B (voluit: Ronnie Blacky) gisteravond.  Onze twee nieuwe huisgenoten van twaalf weken oud. Het zijn stoere plattelandskinderen en nu dan, na een autotocht van anderhalf uur, in de stad terechtgekomen. Het eerste wat ze deden was hun kopjes tegen de achterdeur drukken, de vier houten schuttingen van ons tuintje bekijken. Die konden ze gemakkelijk hebben.Vannacht trof ik ze dicht tegen elkaar aan slapend op de gang voor onze slaapkamerdeur. Toen heb ik beneden de twee nieuwe mandjes gehaald. Noe-Noe en Ronnie B. trippelden geruisloos achter mij aan. Trap af en even later trap weer op. Ik zette de mandjes op de door hun gekozen plek neer en zei: 'Ga maar lekker slapen Noe-Noe en Ronnie. Het is goed.' Of ze dat gedaan hebben, weet ik niet. Af en toe schrok ik wakker van een pianotoets die aangeslagen werd. Ook hoorde ik een keer een ontzettend gekrab beneden. Ik hoopte maar dat dat niet het bankstel was. En dat bleek het ook niet te zijn.




donderdag 4 juli 2013

Vakantie

Op 17 oktober a.s. verschijnt De weg naar zee van Elke Geurts. Zo staat het in de catalogus van de uitgever. Zo ziet het boek eruit. En nu begint de vakantiestop. Tot daarna, graag!




Op een hete zomerdag sleept Tessa haar zevenjarige dochter in een bolderkar door een zwartgeblakerd duingebied. Een verzengende tocht, waarin ze de zeven jaren met Summer overdenkt. Het meisje is niet haar gedroomde evenbeeld geworden, maar dat heeft Tessa er nooit van weerhouden alles op alles te zetten om het beste uit haar kind te halen; een goede versie van zichzelf.  Hoe langer ze door het mulle zand loopt, hoe sterker haar het gevoel van mislukking overvalt. 

woensdag 3 juli 2013

Ernst

'Hans straalt een ernst uit die ik lang niet ben tegengekomen: we zijn eraan gewend geraakt te veinzen dat wij zelf ook weten hoe belachelijk we zijn.' Dat schrijft Arnon Grunberg vandaag in zijn column in NRC waarin hij verslag doet van zijn vrijwillige verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.
En dat vind ik een goeie observatie.
Ik denk dat ik ook ernstiger ga worden.

maandag 1 juli 2013

Softijs

In Den Haag ging ik voorlezen. Eerst van het reservaat IJburg af. En daarna ook nog uit het reservaat dat Amsterdam heet. Eenmaal in de trein neem ik me altijd voor om dat meer te doen. Het is goed om te reizen. Andere dingen te zien. Wandelend door Den Haag zag ik alleen de blauwe lijn op het scherm van mijn telefoon. Ik was het blauwe bolletje. Computergestuurd liep ik naar het Nutshuis.
In de tuin waren een man of zeventig, de zon scheen, ze hadden net ontbeten, de sfeer was goed. Het zag er heel gezellig uit. Ik zou zo dadelijk uit mijn boek voorlezen. De allereerste test op het publiek. Het werd stil toen ik aan het woord was, doodstil. De spanning was op een gegeven moment om te snijden. Dat was goed, maar ook werd ik er ongemakkelijk van. Ik was blij dat er na mij nog mooie, zwoele muziek gespeeld werd door café Luna.
'Je had ze wel te pakken,' zei de organisatrice na afloop, 'het is scherp geschreven.'
'Scherp ja.'
Daarna ging ik snel weg. Met mijn jas om mijn arm slenterde ik door Den Haag. Ergens nam ik een softijsje.

zaterdag 29 juni 2013

Houding

Door het Diemerpark rende ik, zoals gewoonlijk, en dacht aan het advies dat ik gisteren kreeg. Het ging over mijn houding. Iemand zei me dat ik wat meer met mijn tieten vooruit moest lopen en en mijn neus in de wind. Dus rende ik door het Diemerpark borst vooruit, neus omhoog, toen er een scooter langsreed. De doorleefde man die erop zat, - een licht verlopen rocker, hij was van mijn leeftijd vermoed ik - keek naar me en ik keek terug. Even verderop stopte hij om op zijn telefoon te kijken en toen ik langs rende, als een verwaande hinde, reed hij zachtjes met me mee. Ik bleef rennen natuurlijk.
'Kennen we elkaar?' vroeg hij.
'Nee.'
'We zouden elkaar wel moeten kennen. Vind je niet?'
'In elk geval niet nu,' zei ik.
'Wat is het emailadres waarop ik je kan bereiken?'
Ik dacht dat het een grap was en draafde rustig verder. Hij vroeg het nog een keer.
'Ik heb geen email.'
'Nee?'
'Ben je mal!' Ik zette het op een drafje.
'O jammer,' zei hij en gaf gas. Even later reed de scooter de Nesciobrug over en verdween. Ik sloeg linksaf naar mijn eiland en dacht na over mijn houding.

vrijdag 28 juni 2013

Nieuwe fiets

In de Jaren zat ik met een collega te praten over lesgeven, - we bespraken de weekcursus die ik in augustus bij Crea zal geven -  met uitzicht op mijn nieuwe, zwarte racefiets. Met een ketting vastgemaakt aan het hek. Ik had hem nu een kleine week. De eerste keer dat ik ermee naar de stad fietste, kreeg ik last van zadelpijn. Nu wilde ik niets liever dan wegfietsen. De hele dag de stad doorrijden. (Vanavond mag ik gelukkig weer!) Het gaat drie keer zo snel als normaal. Ik ben verlost van logge kinderzitjes. Als ik erop fiets, lijkt het alsof ik overal van verlost ben. De racefiets = vrijheid. Het nadeel is: de vrijheid moet vastgemaakt met twee sloten. De vrijheid glimt en is gewild.
Het was interessant om te praten over schrijfonderwijs. Ook omdat het jezelf weer bewust maakt van wat je doet. Het ambacht. Tijdens het schrijven van 'De weg naar zee'  heb ik een paar keer doelbewust mijn eigen oefening toegepast. Dat werkte erg goed. Daarna had ik een lunchafspraak in de IJsbreeker met mijn redactrice. Dat was jammer genoeg niet zover fietsen. Ik zette de fiets alleen op het klikslot. Heel gevaarlijk, maar het versterkte mijn vrijheidsgevoel. Op het terras van de IJsbreeker aten we garnalenkroketjes en bespraken van alles. Het ging onder andere over mijn volgende boek. Daarover praten: dat is ook vrijheid. Het was fris buiten, maar we zaten tenminste dicht bij het fietsenrek.

En voor wie zondag in Den Haag is. Ik lees hier voor. Ik neig ernaar om een stukje uit m'n roman voor te lezen. Maar misschien wordt het een kort verhaal. Eigenlijk zou ik moeten fietsen.

donderdag 27 juni 2013

Twee citaten

In NRC lees ik net een artikel over Disabled Theater van de Franse choreograaf/regisseur Jérôme Bel. Een voorstelling die hij gemaakt heeft met geestelijk gehandicapte spelers en die wereldwijd de meningen verdeelt.

'Hebben we niet altijd geleerd dat je niet om 'deze mensen' mag lachen, sterker nog, dat je vooral niet te lang naar ze mag kijken? Maar ze staan toch op het toneel? Moeten we dan extra hard lachen en applaudisseren om alles wat vagelijk grappig is of op dans lijkt (wat een deel van het publiek doet)? Of is dat in wezen ook een uiting van ongemak?
Vragen dus over onze eigen houding ten opzichte van mensen met een geestelijke handicap, waarbij puur esthetische normen niet of in elk geval verminderd toepasbaar zijn.'

'In onze huidige cultuur, vervolgt Bel, krijgen we een ideaalbeeld voorgespiegeld van mooie, sterke, perfecte mensen. Ook in het theater: mensen vinden het fijn zich te identificeren met Brad Pitt et cetera. "Dat verklaart waarom geestelijk gehandicapten niet in het publieke domein zijn vertegenwoordigd. Het is bijna subversief om deze mensen in het theater te laten zien zoals ze zijn. Die zichtbaarheid, of liever gezegd onzichtbaarheid, vind ik interessant."

Dat vind ik ook interessant. De voorstelling is in Amsterdam als ik in Portugal zit. Dat is jammer. Niet dat ik in Portugal zit, maar wel dat ik het stuk niet kan zien.
Mijn boek gaat daar in wezen ook over. Want wat doe je als je kind niet voldoet aan het (je) ideaalbeeld?

dinsdag 25 juni 2013

Wil je weggaan?

Er wordt vanavond geschreeuwd op ons eiland. Het is één uitzinnige man. Ik ben op de vierde etage, wil net gaan lezen, maar denk steeds aan moord of zo. Dus ik moet toch kijken. Als ik uit het raam hang, is het schreeuwen gestopt. De oranje gloed van de zon is nog net boven de huizen. Overal liggen kinderen te slapen, weet ik. Een zee van slapende kinderen. De glinstering van het water in de verte. De tuinen zijn leeg maar in een achtertuin staat een man met een pet rustig in zijn barbecue te porren. Rook stijgt op en ik wil net op de bank gaan liggen met Joseph Roth als de man plotseling terug zijn huis inloopt. Schreeuwend: 'Ik wil geen kuthoer in dit huis. Wil je weggaan?'
Binnen gilt een vrouw. Erbovenuit klinkt het hese, rauwe 'ik wil geen kuthoer' van de man. Er vallen daar duidelijk dingen om. Doffe bonken. 'Je gooit met eten. Ben je gek geworden?' hoor ik haar roepen.  'Wie the fuck ben ik! Wie ben ik! Kuthoer!' brult hij. En: 'Wil je weggaan?'
Na een tijdje wandelt de man met de pet doodkalm zijn tuin weer in en stookt het vuur wat hoger op. Als hij weer naar binnen gaat, zie ik een vrouwenhand de glazen pui achter hun twee dichtschuiven.
Buiten brandt de barbecue.

maandag 24 juni 2013

De oude

Als ik de deur open, is er eerst de fotomuur met haar lachende kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Daarachter zit oma (bijna 98) op haar nieuwe stoel die haar met een paar drukken op de knoppen overeind kan helpen. Ze luistert naar de klassieke zender op de radio, net zoals de vorige keer dat ik hier kwam. Dat is alweer lang geleden.
Nu verwacht ze me niet. Het duurt een paar seconden voor ze me herkent. Er lopen in het bejaardentehuis zoveel verschillende meisjes, nee vrouwen, haar kamer in.
Ik buig voorover, kus haar en ze fluistert dat ze alles vergeet. Maar al gauw blijkt dat dat niet waar is.
Het gaat trager, dat wel. Ze is ook steeds zo moe, zegt ze. Ze hoopt elke dag op beterschap maar zodra ze 's ochtends ontwaakt, is ze alweer doodmoe. Zelfs van praten, raakt ze uitgeput. Ze heeft geen vooruitzicht meer. Ja, in haar hoofd is ze nog altijd dezelfde, in haar hoofd kan ze alles nog, maar de realiteit is anders.  Dat gevoel ken ik goed. De realiteit die niet lijkt te kloppen. Die lelijk is. Uitputtend ook. Maar geen mens komt er onderuit. Ook oma niet. Toch is er nog altijd een beetje hoop dat ze op een dag wakker wordt en weer 'de oude' zal zijn. Oké, niet helemaal de oude. Dat verwacht ze niet. Alleen iets meer uitgerust. Meer vraagt ze niet.
'Dag schat,' zegt ze als ik weer ga.  'Tot de volgende keer misschien.'
'Ik hoop het wel,' zeg ik. 'Maar jij niet zeker?'
'Jawel,' zegt ze, 'als ik maar iets beter ben. Dan hoop ik het zeker wel.' Oma laat haar stoel in de ligstand glijden.



vrijdag 21 juni 2013

Allerlaatste werkdag

Een paar dagen voor de uitgerekende datum, ging ik in de Balie een lezing houden over Alice Munro die in haar beginjaren 'de schrijvende huisvrouw' werd genoemd en inmiddels heel vaak wordt getipt voor de Nobelprijs voor Literatuur. Het moest gaan over mijn liefde voor haar werk. Ik was al weken bezig een deel van haar oeuvre te herlezen en had geprobeerd een doorwrocht stuk te schrijven. Het zou het beste zijn geweest ter plekke een verhaal van Munro voor te lezen. Maar daar zijn haar verhalen allemaal te lang voor.
Mijn lezing begon op het moment waarop ik in die tijd naar bed ging. Wijdbeens en traag fietste ik rond tienen naar het Leidseplein.  'Lastmens' was net uit. Dus ik stond al steeds meer in de belangstelling dan ik eigenlijk zou willen. Maar dit was echt mijn allerlaatste werkdag.
In de Balie werd ik in het midden van de ruimte geplaatst, kogelrond achter een piepklein tafeltje. Een kring van mensen sloot zich om me heen.  Alles van mij, het hele gevaarte  kon een uur lang minutieus bekeken worden. De voor, achterkant en zelfs de flanken. Het bulkte over het krukje waarop ik zat.
Het zou voor dit stukje het mooist geweest zijn als toen, met al die ogen op me gericht, de weeën begonnen. Maar die begonnen niet. Misschien is dat toch nóg mooier. Laat me maar aanmodderen.
Ja, hoe ik hier nu op kom? Alice Munro heeft net, op 82-jarige leeftijd, aangekondigd dat ze nooit meer iets nieuws zal publiceren. Haar werk zit erop. Het is beter op het hoogtepunt te stoppen, heeft ze gezegd.

woensdag 19 juni 2013

De processen

Toen ik wakker werd stak ik mijn kloppende, geschilde middelvinger hoog de lucht in. En in de spiegel zag ik dat mijn ogen  diep weggezonken waren in hun kassen. Veel te diep. Meteen trok ik mijn renkleding aan. Nu zit ik hier achter mijn bureau om zo dadelijk een rondje te gaan rennen, voordat die gigantische hitte toeslaat, en iets nieuws te bedenken. Een volgend project. Er moet iets constructiefs in het hoofd zitten om aan te werken, alleen een kerstverhaal is te weinig. Ik weet al wel waar het volgende boek over zal gaan, tijdens het rennen denk ik verder aan waar ik gebleven was, maar ik heb de samenhang nog niet gevonden. De vorm niet. Het perspectief is me niet helemaal duidelijk. Verder probeer ik alles open te houden.
Dan is er nog de angst dat dit idee uiteindelijk weer op drie kwart zal sneuvelen, en dat het dan na twee jaar schrijven toch gewoon het àndere simpelere idee wordt dat nu ook bestaat. Ik wil dat proces graag voor zijn. Dat probeer ik al mijn hele leven, processen voor te zijn. Maar het gebeurt gewoon. De dingen.

dinsdag 18 juni 2013

Vrij

Vanzelf kwam ik erachter dat je behalve fijn komkommer snijden, met de nieuwe Jamie Oliver dunschiller ook heel goed een dun plakje huid van je middelvinger kunt schillen.

Deetje had op de crèche de hele dag zitten wachten tot ik haar kwam ophalen, zei ze.
'Waarom duurde het zo lang, mama, voor je kwam?'
'Wat heb je vandaag gedaan?'
'Niks. Alleen maar op jou gewacht.'

Terwijl Jeetje intussen bij een vriendinnetje in haar enthousiasme zo hard tegen de glazen schuifpui aan rende - 'ik nam een aanloop, ik wilde zo in één keer het gras op springen, een snoekduik, van binnen naar buiten ' - dat er werd gedacht aan een gebroken neus, tand door de lip en andere serieuze verwondingen.

En ik heb ze nog wel verteld dat ze zijn geboren om vrij te zijn.


maandag 17 juni 2013

Tijd

Het is mooi weer om verder te gaan met het schrijven van een kerstverhaal. Het schooljaar loopt ten einde. Jeetje heeft haar rapport gehad waarin alleen op spelling wat aan te merken valt. 'De regels worden nog al eens verwart,' schrijft de juf bij het hoofdstukje spelling.
Mijn boek 'De weg naar zee'  komt in oktober uit. Voor mij best snel. Maar voor het nichtje van man dat gisteren vertelde dat ze zwanger is, duurt oktober nog een eeuwigheid. Vannacht werd Deetje wakker met buikpijn en veertig graden koorts. Ik herinnerde me dat ze ook al zo warm was toen ik haar in bed legde, maar dat ik aannam dat het de hittegolf was die eraan zat te komen. Alsof het logisch is dat de hitte zich eerst in de peuter nestelt. Als je kleine ziek is, wil je de ziekte meteen van haar afhalen. Het wegpoetsen. De ziekte overnemen. Meer dan een nat washandje op haar hoofdje leggen kun je niet doen. Wachten tot het voorbij is.



vrijdag 14 juni 2013

Bedroefdheid

Deetje stapt de badkamer binnen met betraande ogen. En trillende lippen. Je zou denken dat er iemand dood is.
'Waar is mijn stleepjesmaillot nou?' Haar stem slaat over. 'Ik ben mijn stleepjesmaillot kwijt.'
'Waar heb je hem gisteren uitgedaan?' roep ik vanuit de douche.
'Beneden.'
'Daar ligt-ie dan nu nog,' zeg ik.
En daar lag die ook. Probleem opgelost. Toch mag de bedroefdheid over de verdwenen streepjesmaillot niet te licht opgevat worden.

Ik heb het nog niet over het jasje gehad dat man me gaf voor mijn veertigste. Een praktisch ANWBjasje - winddicht, waterdicht - dat ik zo in mijn tas kan proppen, omdat ik het altijd zo koud heb als ik 's avonds laat thuiskom. Aubergine-kleurig met gele fluoriderende strepen. Dat laatste is ook erg handig omdat ik dus regelmatig door het donker fiets. Het is goed om te reflecteren.
Nu mijn haar nog kort en aubergine. Veel gepensioneerden fietsen met zo'n jasje , één voor hem en één voor haar, in rustig tempo door de uiterwaarden. Nieuwe identieke fietsen. De velgen schitteren in het zonlicht.



woensdag 12 juni 2013

Autoriteit

Ik had een klein feestje. Er was champagne, taart van Kuyt, sushi, chocola en asperges. Een man of twaalf. We zaten binnen en buiten rond een vuurtje. Het weer was zwoel en bij elk glas champagne verzoende ik me meer met mijn leeftijd; het was ook inderdaad best stoer. Tot de buurman aanbelde. 'Het is kwart voor elf 's avonds', zei hij. 'Een doordeweekse dinsdag. Er wordt te hard gepraat in de tuin.' En de rook van het vuurtje veroorzaakte ook al overlast.
Iedereen verstomde. Deetje, wakker geworden door de bel, begon te huilen en ik verdween naar boven. Toen ik terugkwam, hoorde ik uit de tuin alleen nog fluistergeluiden. Zodra iemand hardop dreigde te gaan praten, werd dat gecorrigeerd.  Hier en daar klonk onderdrukt gegiechel. 'Het vuurtje doe ik echt niet uit hoor,' fluisterde man.
We waren veertig. Maar op onze vingers getikt. Een schoolkamp waarin de meester was komen zeggen dat we nu eindelijk stil moesten zijn. Ook binnen werd er op gedempte toon met elkaar gesproken.
'Dat hoeft echt niet hoor!' zei ik nog. 'Als je binnenzit, mag je best hardop praten hoor.'
Maar dat deden ze niet.

maandag 10 juni 2013

Kist

Vandaag zal ik weer eens een verhaal schrijven. De korte baan. Heel iets anders dan ik de afgelopen tijd gedaan heb. Om er weer in te komen, begon ik vanmorgen met het lezen van 'Oom Igor' van Jeroen Brouwers uit de bundel Waanzin & Vervreemding die ik laatst in een antiquariaat tegenkwam, en daarna pakte ik Alice Munro erbij en las 'Dolly' uit haar laatste bundel. Zo moet dat: verhalen schrijven. Ik ga er dadelijk, voor ik echt begin, nog eentje van haar lezen. Van Jeroen Brouwers wist ik niet zeker of het perspectief van het kind met de losse tand, wel klopte. Was hier wel een zevenjarige aan het woord. Maar wat geeft het? De sfeer was goed. Je wilde doorlezen. Belangrijke criteria. Voor eind juni zal ik nog twee verhalen af hebben. Als het goed is. Uit de kist die ik gisteren van mijn ouders kreeg, viste ik mijn eerste echte schrijfsel. Ik schreef het toen ik in klas vier zat.  Groep zes. Ik weet het nog heel goed. Ook de vulpen waarmee ik het schreef. De kist zat volgestopt met oude brieven, logboeken, plakwerkjes, een borduursel, tekeningen en oude agenda's met daarin een poster van de Dolly Dots en Don Johnson die ik met stift ingekleurd had. Het is niet de kist van Pessoa. Het lijkt ook niet zo lang geleden allemaal. Dat is geloof ik echt het teken van ouderdom. Ook vond ik twee krantenberichtjes die ik meer dan twintig jaar geleden op een a-vier plakte. Een stukje over een dertigjarige man die zijn baby vlak na de geboorte in zee in Scheveningen verdronken had. Omdat hij niet kon verkroppen dat ze geestelijk gehandicapt zou zijn. Een ander berichtje ging over een achttienjarige zwangere vrouw die hersendood was na een ongeluk maar nog zes maanden in leven zou worden gehouden om de baby te kunnen redden. Ernaast stond: goed voor een verhaal. Ook kwam ik een grote verzameling overlijdensadvertenties tegen van ene Ingrid, een mij onbekend meisje uit mijn geboortejaar. Met daarbij de aantekening; hoe kan het dat ze volledig onverwacht is doodgegaan?
De fascinaties veranderen niet gek veel.  Toen ik de kist gisteravond weer netjes dicht probeerde te krijgen, lukte dat met geen mogelijkheid. Er is maar één manier om alles terug te stoppen. Al kunnen die agenda's wel weg.

vrijdag 7 juni 2013

Borsten

In bad hebben we het over borsten. Alle wetenswaardigheden over de vrouwelijke borst passeren de revue. Hoe het nou voelt. Wanneer ze zullen komen en welke vorm ze dan hebben. Of het pijn doet als ze daar hangen. Het is voor Jeetje (8) nog allemaal de vraag. Vrij snel ben ik bij het feit terechtgekomen dat de borsten van sommige vrouwen er afgesneden worden.
'Dan zijn ze weer net zo plat als jij,' zeg ik.
Jeetjes dromerige blik verdwijnt meteen. 'Waarom doen ze dat dan?'
'Als je borsten ziek zijn, moeten ze eraf.'
'Ik weet heus wel wat borstkanker is,' zegt ze.
'Hoe weet je dat?'
'Nou, ik zag laatst een vrouw, die had nepborsten. Ze pasten duidelijk niet bij haar. Ze was veel en veel kleiner dan jij en haar borsten waren drie of vier keer zo groot. Ze waren helemaal rond en stonden naar voren. Die had dat denk ik.'

dinsdag 4 juni 2013

Schijn

Ik ren door het gedeelte van het park dat men 'natuurlijk' laat verwilderen. Blote benen, blote armen, heb ik. Alles baadt in het zonlicht. Links en rechts van mij het vette gras dat een halve meter, nee zeker een meter hoog staat. Een zee van gele bloemetjes. Het glinsterende Amsterdam-Rijnkanaal. Een zwarte vrachtboot met een container uit China vaart voorbij. Ik zou eigenlijk niet weten wat ze allemaal over het water vervoeren. Maar aan mijn rechterhand moet ergens de ringslang kronkelen. Ze hebben er broedhopen gemaakt van oud maaisel en paardenmest.
Tot in de verte de man. Een Jezus-type. Een strak hemdje boven zijn jeans. Een brede torso.  Twee fikse honden aan zijn zijde. Hoe dichter ik hem nader, hoe verder hij in het gras verdwijnt. Tot hij weg is. Steeds denk ik: omkeren of doorrennen met gevaar voor eigen leven.
Die Jezus sleurt mij dadelijk het gras in, drukt mij neer, knoopt zijn gulp open,  de honden zijn ervoor getraind, straks ben ik al in stukken gesneden, word ik in een vriezer gelegd en even later opgelost in een bad van zoutzuur, door de gootsteen spoel ik weg.
Het is ook altijd allemaal schijn. Nergens ben je veilig. De grond waarop ik loop was een chemische gifbelt. Er zit nu een doos omheen om het gif tegen te houden, maar honden mogen hier niet graven en tentharingen niet in de grond worden gestoken. Of het gaat fout.

maandag 3 juni 2013

Algemeenheden

In de krant las ik vanmorgen dat je vanaf je veertigste niet meer van je geboorte af leeft, maar naar je dood toe. Deze week ga ik nog van mijn geboorte af en dan keer ik om. Al wil ik helemaal nergens vanaf leven maar ook zeker nergens naartoe. Ga ik door voor de volgende ronde? Of kies ik voor de garantie dat ik nog exact veertig jaar gezond doorleef en dan geen dag langer?
Vandaag werd het zoveelste omslag van mijn boek gemaild, weer met een andere belettering. Het is vreemd zo'n boek te zien dat nog alle vormen kan krijgen, maar er uiteindelijk eentje aanneemt. Dat zal het dan zijn. Ook dat is met alles zo.
Ik kan vandaag alleen maar in algemeenheden kletsen. Het wordt tijd dat ik als een dolle naar de Kerkstraat fiets, daar op een matje ga liggen ontspannen. En dan weer als een idioot terugfiets.