zondag 12 februari 2012

Het konijntje

's Ochtends vroeg, komt de buurman - die disc jockey is - al bloem lenen. Voor het avondeten. Terwijl zijn vrouw en kinderen niet thuis zullen zijn, stooft hij voor zichzelf konijnenbouten met gepofte aardappeltjes en pastinaak. Het konijn moet uren garen maar dan heb je ook heerlijk, zacht, lichtbruin vlees. En dan nog een goed glas wijn erbij, zegt hij verheerlijkt. De manier waarop hij het vertelt, de zorgvuldigheid, intrigeert me. Omdat het het zoveelste bewijs is dat mensen anders zijn dan je denkt. Tegenstrijdiger. En omdat ik, als er niemand thuis is, het niet eens in mijn hoofd zou halen om te koken. Een boterham zou ik, staand aan het aanrecht, naar binnen proppen. Zodra de kinderen uit het zicht zijn, koken man en ik allebei niet meer, we ruimen niet meer op, we stoppen met alles eigenlijk.
Als ik de buurman uren later bij het ijs tref, denk ik onmiddellijk aan het konijntje dat thuis in zijn pan ligt te sudderen. Tussen de verse kruiden.

donderdag 9 februari 2012

Ik schaam me dood

Een mij onbekende organisatie uit Den Haag stuurde me een lange, goedbedoelde mail over de rechten van mijn toneelwerk. Het bericht ging in het bijzonder over het recht van bewerking van een stuk van Gombrowicz. Of ik dat had. Ik heb dat stuk in 1999 geschreven en ik wist nog dat het toentertijd geen bewerking genoemd mocht worden omdat men vond dat het niets meer met het origineel te maken had. Dus dat begon ik terug te schrijven.
Toen ik al op verzend geduwd had, zag ik mijn catastrofale vergissing.
Op de een of andere manier word ik altijd kriegel als het over mijn toneelstukken gaat, net zoals ik kriegel word als ik blauwe enveloppen op de deurmat vind met mijn naam erop. Ik wil er niets mee te maken hebben, maar het blijft terugkomen. Ja, ik wil wel geld ontvangen, maar dat moet geruisloos worden bijgeschreven. Het was een ongemakkelijke periode in mijn leven en ik wil er niet aan herinnerd worden? Zoiets moet het zijn. Ik heb ook ooit bij een callcenter gewerkt, aangenomen vanwege mijn goeie stem, waar ik na een dag ben weggevlucht omdat de mensen die ik belde mij almaar niet konden verstaan. Het geld dat ik die dag verdiend had, heeft me nog jarenlang achtervolgd. Ze moesten het kwijt, maar ik wilde het niet ontvangen. Waardoor het dus steeds terug bleef komen. Het heeft allemaal iets met schaamte te maken.
Maar gisteren schreef ik een nette mail naar de mevrouw van die organisatie en eindigde met: 'En als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust stellen,' om er meteen na verzending achter te komen dat ik een mailwisseling met iemand anders erbij had gevoegd. Met kreten als: 'Het amateurtoneel achtervolgt me.' En: 'Wat een gezeik!' En: 'Terwijl ik helemaal geen tijd heb voor deze onzin, omdat ik een Groots Boek moet schrijven.'

woensdag 8 februari 2012

De vlieg

's Avonds zaten we bij de haard. Man zat op de stoel en las de krant en ik zat op de bank met de net gepresenteerde dichtbundel van Anne Büdgen. Hoe langer mijn proza wordt, hoe meer ik me ga interesseren voor poëzie. Het kan zoveel korter. Eigenlijk ben ik een dichter. Ik voel me ook het meest thuis onder dichters. Alleen dicht ik nooit meer.
'Nee, jij bènt geen dichter,' riep man nog voor ik het weer hardop gezegd had.
Poëzie is geheimzinniger. Het laat zich niet zo makkelijk kennen. Het kan vanalles oproepen en toch dwingend zijn. Ik begrijp niet hoe het werkt. Hoe je het maakt.
Als vanzelf begon ik man voor te lezen. Hij keek kort op van zijn krant en nadat ik een paar gedichten voorgelezen had, zei hij: De vlieg loopt/Over de muur/En denkt er het zijne van.

maandag 6 februari 2012

Alles leefde

Ik rende door de sneeuw met een interview van Jeroen van Kan met Jeanette Winterson op mijn oren. De zon scheen. Het aanhoudende knarsen onder je voeten. Dat voelt lekker. Het Diemerpark op haar mooist. Ik moest mijn ogen af en toe dichtknijpen, mijn hoofd afwenden van het schitterende wit. Teveel licht, scherpte en helderheid kan ik niet verdragen. Ik rende en wandelde hele stukken. Om er langer over te doen. Ik had ook over het water kunnen gaan lopen. Jeanette vertelde over haar onmogelijkheid om lineair te denken, lineaire verhalen te schrijven omdat het hoofd zo nu eenmaal niet werkt. Omdat de tijd niet bestaat. De tijd is gekunsteld. Dat is fijn om te horen van zo'n goeie schrijfster. Ik besefte dat ik het ook echt niet meer moest gaan proberen. Dat hele lineaire. Het zit er bij mij gewoon niet in. Daar ligt mijn kracht niet.
Goed, op een gegeven moment kwam ik toch weer thuis terecht.
Moest ik weer naar binnen. Het hok in. De tweede fase van mijn werk zou echt aanbreken nu. Mijn wangen tintelden. Alles leefde. Uitstelgedrag.

zaterdag 4 februari 2012

Paradijs

Aan het einde van onze straat, wordt er geschaatst. Het ziet er hier onvoorstelbaar paradijselijk uit. Licht, zonovergoten. Er lopen mensen met ijzers langs ons huis, zoals ze in de zomer in bikini's voorbij komen. Deetje en ik zitten binnen naar hen te kijken. Deze ochtend gleed ik over het ijs met haar in een slee achter me aan.
Deetje bleef de slee maar 'boot' noemen, ze wees af en toe naar het water en zei 'zwemmen?'
En ik zei: 'Nee, dat is ijs.'
'Mmmmm, ijs.'
'Dat is geen lekker ijs. Dat is ijs om op te schaatsen.'
'Sneeuw,' zei ze toen maar. En na de zoveelste ronde op die slee, zei ze: 'Nee sneeuw. Deetje nee sneeuw!' Na dit een paar keer gezegd te hebben, stapte ze af en ging huilen. En toen ik haar weer in de slee wilde zetten om richting steiger te sleeën, riep ze 'Nee boot!' En ging op haar rug in de sneeuw liggen. In haar idiote groene pak waarover Jeetje vanmorgen opmerkte: 'Ik vind het zielig. Zij weet helemaal niet dat ze er zo raar uitziet.'

vrijdag 3 februari 2012

Het blijft eng

Met een paar truien en mutsen op, drie paar kousen aan, aanvaardde ik gisteravond de tocht naar de kroeg in de stad. In East of Eden was het verjaardagsfeestje van de vriendin die op het kruispunt van twee levens verkeert. Middenin een scheiding en aan het begin van een nieuwe liefde. Nog zonder huis. Hier kwamen haar oude en nieuwe leven bij elkaar. Dat was mooi om te zien.
Het bleek meteen het thema van de avond.
Toen ik er binnenkwam, stond ik oog in oog met de ex van een andere vriendin. We omhelsden elkaar. Ik herinnerde me nog zijn gelukkige blik toen hij vier jaar geleden de deur opendeed om mij hun kersverse zoontje te laten zien. Nu had ik al dik twee jaar niets meer van hem vernomen.
Ik zei: 'Kom anders een keer bij ons langs met de jongen.' Hij knikte. We wisten allebei dat hij het nooit zou doen. Het is vreemd. Dat mensen blijkbaar zo uit je leven kunnen vallen. Maar er kunnen er dus heel snel weer een hoop bijkomen. Dat zag ik gisteravond ook.
Het leven blijft maar weinig zekerheden bieden.

woensdag 1 februari 2012

Pop en engelenvleugels

We maakten een tocht naar het einde van de straat. De grote, het kleintje en ik. Bij het Groentepaleis kochten we een Turks brood, yoghurt met aardbeien, broccoli en ook maar een rol Oreo koekjes. Daar was de grote dol op sinds zij ze, drie jaar geleden op het dode vulkaaneiland - waar zelfs de koekjes zwart waren - voor het eerst gegeten had.
Ik stond met een pop onder m'n arm, die 'mama' zei als ik m'n arm iets te hard tegen m'n lijf drukte, voor de toonbank. Het kleintje stond naast me. Zij zag er uit als een roze Teletubbie in dat krappe winterpak, daarboven een knalrode kabouter muts met een groot hart erop dat licht geeft in het donker. Haar wangen waren net zo rood als de muts en zagen eruit alsof ze open zouden barsten. Er hingen engelenvleugels om mijn schouders, als een boodschappentas. De grote wilde de vleugels halverwege de wandeling naar het groentepaleis niet meer om hebben, dus kreeg moeder ze. Er was met haar al een strijd gevoerd over haar muts. Dus zo kwam het dat ik met een pop onder mijn arm en engelenvleugels om in het groentepaleis stond.