Met een rotgang fietste ik van Bos & Lommer de Baarsjes in, tenminste dat stond nu op de straatnaambordjes 'Baarsjes', het was spitsuur en over een dik kwartier moest ik op het Roeterseiland zijn om les te geven. De eerste les van het seizoen. De routeplanner op mijn telefoon kon de huidige locatie niet vinden. De mensen aan wie ik de weg vroeg, verstonden me niet. Het zweet stond op mijn voorhoofd. Ik racete alle kanten op. Het kwam me allemaal even onbekend voor. Maar zelfs m'n eigen straat zou ik nu niet meer herkennen. Er was geen enkel aanknopingspunt.
Ik kwam terug van de boekpresentatie van 'Van dode mannen win je niet' van Walter van den Berg en probeerde maar beter te accepteren dat ik te laat zou komen. Meteen toen dit gebeurd was, herkende ik de Nassaukade en wist ik waarheen de weg mij leidde. De receptionist zei dat ik er gehaast uitzag en dat hij deze keer maar geen grapjes zou maken. Mijn blouse was nat. Als ik mijn armen bewoog, rook ik mezelf. Terwijl de cursisten een schrijfopdracht maakten, las ik passages uit 'Van dode mannen win je niet.' Eenmaal thuis legde ik mijn benen op tafel en las door.
Vannacht schrok ik wakker van een diep en donker mannengebrul. 'Neuken,' werd er gebruld. Het klonk onmenselijk. Beestachtig. Ik knipte mijn lampje aan en sloeg het boek weer open. Buiten schreeuwde de man: 'Neuken. Ik wil neuken.'
donderdag 26 september 2013
woensdag 25 september 2013
Vulpen
In de tweede klas van de basisschool kreeg iedereen een nieuwe vulpen. Behalve de linkshandigen.
De nieuwe vulpennen waren rood en hadden een mat-zilveren dop. Mijn pen was helemaal donkergroen. Volgens de meester zouden linkshandigen met de nieuwe vulpen vlekken in hun schrift maken. Maar ik vlekte nooit bij het schrijven. Ik had mezelf al in de eerste klas aangeleerd om mijn hand op een bepaalde manier omhoog te houden. Zo schrijf ik nu nog steeds.
In de weken nadat de kinderen de nieuwe vulpen hadden gekregen, kreeg ik steeds meer moeite met het schrijven met mijn donkergroene pen. Mijn pen ging stroef over het papier. Mijn pen bleef haken. Mijn pen veroorzaakte vlekken in mijn schrift.
Totdat de meester mij op een dag ook een nieuwe vulpen gaf. Het moment waarop ik mijn oude pen bij hem inleverde, herinner ik me nog goed. Maar nog beter herinner ik me de eerste keer dat ik met de nieuwe aanwinst schreef; de softe, lichtblauwe, dikke letters die in mijn schrift kwamen te staan. In plaats van de messcherpe, donkere, dunne lijnen die mijn oude pen gemaakt had.
De nieuwe vulpennen waren rood en hadden een mat-zilveren dop. Mijn pen was helemaal donkergroen. Volgens de meester zouden linkshandigen met de nieuwe vulpen vlekken in hun schrift maken. Maar ik vlekte nooit bij het schrijven. Ik had mezelf al in de eerste klas aangeleerd om mijn hand op een bepaalde manier omhoog te houden. Zo schrijf ik nu nog steeds.
In de weken nadat de kinderen de nieuwe vulpen hadden gekregen, kreeg ik steeds meer moeite met het schrijven met mijn donkergroene pen. Mijn pen ging stroef over het papier. Mijn pen bleef haken. Mijn pen veroorzaakte vlekken in mijn schrift.
Totdat de meester mij op een dag ook een nieuwe vulpen gaf. Het moment waarop ik mijn oude pen bij hem inleverde, herinner ik me nog goed. Maar nog beter herinner ik me de eerste keer dat ik met de nieuwe aanwinst schreef; de softe, lichtblauwe, dikke letters die in mijn schrift kwamen te staan. In plaats van de messcherpe, donkere, dunne lijnen die mijn oude pen gemaakt had.
maandag 23 september 2013
Donna
Middenin de nacht fietste ik terug met het boek van Donna Tartt aan mijn stuur. Meer dan negenhonderd bladzijden. Ik had er iemand morsdood mee kunnen slaan.
De boekpresentatie van het Puttertje was in de Stadsschouwburg en we wilden weleens zien hoe Donna dat deed.
De eerste drie kwartier werd er alleen maar over de schrijfster gesproken, zonder dat we haar zelf te zien kregen. En toen het zover leek te zijn, zagen we nóg alleen maar haar silhouet achter een doek. Een schaduwspel. Ze las voor. We hoorden haar stem. Ze versprak zich twee keer.
Het hoogtepunt van de avond was het moment waarop ze tevoorschijn kwam. In een lang gewaad. En op grote schoenen. Daar stond de schrijfster. In het volle licht.
De gelijkenis met haar en het puttertje was opvallend. Als je tien jaar over een boek doet, word je het onderwerp waarover je schrijft. Dat kan ook haast niet anders.
Bij de borrel stond ze een paar keer vlak bij ons. Je zou haar gemakkelijk over het hoofd zien vanwege haar lengte. Ze is maar één meter vijftig lang. Rondom haar was steeds een hele lege cirkel. Het was stervensdruk. Maar waar zij ging, weken de mensen uiteen.
De boekpresentatie van het Puttertje was in de Stadsschouwburg en we wilden weleens zien hoe Donna dat deed.
De eerste drie kwartier werd er alleen maar over de schrijfster gesproken, zonder dat we haar zelf te zien kregen. En toen het zover leek te zijn, zagen we nóg alleen maar haar silhouet achter een doek. Een schaduwspel. Ze las voor. We hoorden haar stem. Ze versprak zich twee keer.
Het hoogtepunt van de avond was het moment waarop ze tevoorschijn kwam. In een lang gewaad. En op grote schoenen. Daar stond de schrijfster. In het volle licht.
De gelijkenis met haar en het puttertje was opvallend. Als je tien jaar over een boek doet, word je het onderwerp waarover je schrijft. Dat kan ook haast niet anders.
Bij de borrel stond ze een paar keer vlak bij ons. Je zou haar gemakkelijk over het hoofd zien vanwege haar lengte. Ze is maar één meter vijftig lang. Rondom haar was steeds een hele lege cirkel. Het was stervensdruk. Maar waar zij ging, weken de mensen uiteen.
zondag 22 september 2013
Temperatuur verschil
Op een feest in Enschede sprak ik met een vrouw uit Eindhoven die ook een hele tijd in Groningen gewoond had. Maar wel in een huis zonder zwembad. Hoeveel huizen ze er ook bekeken hadden, er was er in Groningen geen met zwembad te koop. 'Vind je dat niet gek?'
Ik knikte. Heel gek.
De makelaar had hen na de zoveelste bezichtiging gevraagd wat ze nou met een zwembad moesten.
'Gek toch?' zei ze.
Weer knikte ik.
Ze zei dat ze de opmerking van de makelaar, toen ze er uiteindelijk woonden, ineens heel goed begreep.
'Je kunt daar gewoon niet zwemmen!' riep ze uit. 'Het is daar echt veel kouder. Dat scheelt een paar graden.'
'O, maar natuurlijk!'
'Waarschijnlijk zijn de zwembaden in Groningen allemaal onderpandig,' ging ze door. 'In Groningen zwemmen de mensen binnen. Ze moeten wel.'
Daarna vertelde de vrouw over de middendertigers in Eindhoven die alle oude villa's opkochten, ze vervolgens afbraken om er de prachtigste nieuwbouwvilla's neer te zetten. De ene villa was nog mooier dan de ander. Schitterend gewoon.
'Crisis, hè?' zei iemand anders in het gezelschap.
Ik knikte. Heel gek.
De makelaar had hen na de zoveelste bezichtiging gevraagd wat ze nou met een zwembad moesten.
'Gek toch?' zei ze.
Weer knikte ik.
Ze zei dat ze de opmerking van de makelaar, toen ze er uiteindelijk woonden, ineens heel goed begreep.
'Je kunt daar gewoon niet zwemmen!' riep ze uit. 'Het is daar echt veel kouder. Dat scheelt een paar graden.'
'O, maar natuurlijk!'
'Waarschijnlijk zijn de zwembaden in Groningen allemaal onderpandig,' ging ze door. 'In Groningen zwemmen de mensen binnen. Ze moeten wel.'
Daarna vertelde de vrouw over de middendertigers in Eindhoven die alle oude villa's opkochten, ze vervolgens afbraken om er de prachtigste nieuwbouwvilla's neer te zetten. De ene villa was nog mooier dan de ander. Schitterend gewoon.
'Crisis, hè?' zei iemand anders in het gezelschap.
donderdag 19 september 2013
In gezelschap
Het rennen is in een versnelling gekomen sinds ik niet meer altijd alleen loop. Ik loop verder en harder in gezelschap. Het is leuker. Gisteren, toen ik echt geen zin had, sprintten we steeds een stukje door het Diemerpark, van lantaarnpaal naar lantaarnpaal. In mijn eentje zou ik dat nooit gedaan hebben. In mijn eentje zou ik gisteren helemaal niet gegaan zijn. Ik beweerde hier ooit dat ik niet met iemand anders kan lopen omdat ik me automatisch aanpas aan het ritme van de ander en mijn eigen ritme daarbij hoe dan ook verlies. Dat blijkt niet waar. Of ik ben inmiddels gewoon beter in staat mij niet in meteen in een ander te verliezen. Dit biedt perspectief voor de toekomst. Wie weet wat ik nog allemaal in samenwerkingsverband ga doen, nu ik als gezelschapsdier optimaler blijk te functioneren.
dinsdag 17 september 2013
Gek vak
De laatste dagen fiets ik elke dag wel een keer naar de uitgeverij. Om wat op te halen, weg te brengen, te bekijken of te bespreken. Het duurt nog precies een maand voor het boek uitkomt. En pas dan weet ik zeker dat er een boek uitkomt. Daar kan ik me nu niets bij voorstellen. Waar we het over hebben is ongrijpbaar.
Wat ik nu weet is dat ik niets meer aan de inhoud kan veranderen. En dat ik het zo goed vindt. Waar het over gaat, weet ik niet meer precies. Wel dat ik het erover wilde hebben.
Het gaat over van alles. Het is lastig dat allemaal onder woorden te brengen, eigenlijk is het meer dat ik daar geen zin in heb, het staat tenslotte in dat boek.
Maar als er naar gevraagd wordt, moet ik het wel proberen. Als er niet naar gevraagd wordt niet per se. Dan hoop ik dat de lezers het begrijpen. Als de lezers ook niet weten waar het over gaat, is het toch geen goed boek.
Als er lezers zijn tenminste. Dat is de eerste voorwaarde.
Wat ik nu weet is dat ik niets meer aan de inhoud kan veranderen. En dat ik het zo goed vindt. Waar het over gaat, weet ik niet meer precies. Wel dat ik het erover wilde hebben.
Het gaat over van alles. Het is lastig dat allemaal onder woorden te brengen, eigenlijk is het meer dat ik daar geen zin in heb, het staat tenslotte in dat boek.
Maar als er naar gevraagd wordt, moet ik het wel proberen. Als er niet naar gevraagd wordt niet per se. Dan hoop ik dat de lezers het begrijpen. Als de lezers ook niet weten waar het over gaat, is het toch geen goed boek.
Als er lezers zijn tenminste. Dat is de eerste voorwaarde.
maandag 16 september 2013
Enge museumbezoekers
We bezochten het Huis van Marseille. De foto's die Eddo Hartmann maakte van zijn ouderlijk huis dat hij op 12-jarige leeftijd ontvluchtte en waar hij na 20 jaar weer terugkwam, waren indrukwekkend. Het was een absolute chaos in het herenhuis. Het papier en andere troep lag er opgestapeld tot aan de negentiende eeuwse plafonds, maar daaronder was alles precies zoals zijn moeder en hij het toentertijd achterlieten. De telefoonlijst van de klas waarin hij zat, lag nog naast de grijze draaitelefoon. Zijn tekeningen hingen aan de muur.
Maar daar wilde ik het hier helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over Deetje (3) die zich na een paar foto's zo vreemd begon te gedragen, dat ik dat hele huis van Marseille zo snel mogelijk moest zien te verlaten.
Als een dolle rende ze de kamers door, ging overal languit op de vloer liggen, op haar buik, met handen voor haar ogen. Bezoekers moesten over haar heen stappen om de de volgende expositieruimte te kunnen betreden. Ik glimlachte en trok mijn Deetje als een dweil over de vloer. Haar beentjes in de gele maillot maakten zwembewegingen.
'Waarom doe je nou zo raar, Deetje,' zei ik toen we eindelijk buiten stonden. 'Wat is dat voor gekkigheid.'
'Ik ben zo bang voor de mensen,' fluisterde ze.
'Wat een onzin,' zei ik. 'Mensen in een museum doen juist niks.'
'Ik vind die mensen eng, mama.'
Ik wist hier niets op te zeggen. Wat was er eng aan museumbezoekers?
'Ze lopen er met z'n allen zwijgend rond,' zei man toen. 'Ze staan stil, kijken een hele tijd naar zo'n foto aan de muur en lopen dan weer zwijgend door. Alleen de vloer kraakt af en toe.'
Maar daar wilde ik het hier helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over Deetje (3) die zich na een paar foto's zo vreemd begon te gedragen, dat ik dat hele huis van Marseille zo snel mogelijk moest zien te verlaten.
Als een dolle rende ze de kamers door, ging overal languit op de vloer liggen, op haar buik, met handen voor haar ogen. Bezoekers moesten over haar heen stappen om de de volgende expositieruimte te kunnen betreden. Ik glimlachte en trok mijn Deetje als een dweil over de vloer. Haar beentjes in de gele maillot maakten zwembewegingen.
'Waarom doe je nou zo raar, Deetje,' zei ik toen we eindelijk buiten stonden. 'Wat is dat voor gekkigheid.'
'Ik ben zo bang voor de mensen,' fluisterde ze.
'Wat een onzin,' zei ik. 'Mensen in een museum doen juist niks.'
'Ik vind die mensen eng, mama.'
Ik wist hier niets op te zeggen. Wat was er eng aan museumbezoekers?
'Ze lopen er met z'n allen zwijgend rond,' zei man toen. 'Ze staan stil, kijken een hele tijd naar zo'n foto aan de muur en lopen dan weer zwijgend door. Alleen de vloer kraakt af en toe.'
Abonneren op:
Posts (Atom)