zaterdag 14 november 2015

Oorlog


'Is het oorlog?' vraagt de vijfjarige aan de ontbijttafel.
'Nee, hier niet.'
'Is het wel ergens oorlog?'
'Ja.'
'Komt de oorlog hier naartoe?'
'Nee, daar letten we goed op.'
'Maar wat ís oorlog eigenlijk?'
Ik leg uit - natuurlijk in glasheldere, concrete bewoordingen - wat oorlog is. Ook de vluchtelingen in ons land (in onze stad, om de hoek, aan de Polderweg) komen aan bod.
'Hier in de straat staat nog een huis te koop,' zegt ze.
Ik vertel haar dat al die vluchtelingen niet zomaar huizen kunnen kopen.
'Als wij moeten vluchten, nemen we dan wel NoeNoe en Ronnie mee?' vraagt ze.
'Ja.'
'En de bank?'
'De bank niet.'
'Als Ronnie maar weer terug is, als wij moeten vluchten.' Ze kijkt zorgelijk om zich heen.
Na het ontbijt, gaat ze op de grond liggen. Het is oorlog bij playmobilpoppetjes in het ingestorte playmobilhuis. Iedereen moet vluchten. Hoge stemmetjes.

vrijdag 13 november 2015

Bezinken

Ik heb het de laatste dagen zo druk met het laten bezinken van dingen dat het lijkt alsof ik nergens anders meer tijd voor heb. Het kan op een bepaald moment in je leven zo lopen dat alles op hetzelfde moment ineens bezinken moet.
Dat moment is voor mij kennelijk nu aangebroken.
Alles dwarrelt maar. Ik wacht netjes tot het bezinksel ergens op een bodem terechtgekomen is.
En dan nu wat minder cryptischer zaken: ik werkte vandaag aan een hoorspel, ik belde de kapper af omdat er ineens een gruwelijk noodweer uitbrak, ik zag het Sinterklaasjournaal dat op sommige scholen verboden is omdat het over duivelse krachten gaat.
Het artikel Nader tot Hem in de Groene heb ik nog niet gelezen. De briefwisseling tussen Stephan Sanders en Yvonne Zonderop over hun nieuwe hang naar het religieuze. Morgen in Trouw staat mijn stukje over het debuut van Nell Zink. Hoe toepasselijk.

dinsdag 10 november 2015

Boek

De marketingdame, de redacteur en ik zitten in de IJsbreker. Alledrie doorweekt. Want op weg naar het café middenin dezelfde hoosbui beland. Nog voor de muntthee er is, wordt de plastic tas over tafel naar me toegeschoven. Alsof het hier om een geheime drugsdeal gaat. Het gaat om boeken. Er zitten er vijf in de tas. Lastmens en andere verhalen. Een keuze uit eerder gepubliceerd- en nog niet eerder gepubliceerd werk. Een heruitgave met wat extra’s, plus een mooie inleiding van Esther Gerritsen. We zitten middenin het verhalentijdperk, dat is goed. Al lees ik ook overal dat de dikke roman weer helemaal terug is van weggeweest. We zitten waarin we willen zitten, dat is nog beter.
Op de terugweg, in het duister, een nog veel hevigere hoosbui. De wind duwt me alle kanten op. Met fiets en al daal ik de brugtrap af. Er hijgt een man in mijn nek. Een raar mannetje. Loopt veel en veel te dicht op me. Ik denk aan ongewenste intimiteiten en drijfnatte boeken.
‘Je eigen boeken op je rug dragen, is natuurlijk niet erg,’ had de redacteur gezegd.
‘Nee,’ had ik geglimlacht.
Het rare mannetje roept iets. Snel spring ik opzij.
‘Ik heb geen remmen!’ Hij spurt me voorbij met zijn fiets aan zijn hand. ‘Je zult wel denken dat het een smoes is.’
Geen remmen en geen tanden, dát is pas erg.


zaterdag 7 november 2015

Lakens

In een liefdeloze kroeg zat ik op een vriend te wachten die weer eens te laat was. Afgrijselijke achtergrondmuziek.
'Ga je mee lakens kopen in Caïro? Het lijkt me leuker om met jou lakens te kopen dan alleen,' appte een vroegere vriendin die in Kenia woont.
'Is goed,' typte ik.
'Of wil je liever naar Dubai?'
'Nee, Caïro.
'Cairo, it will be!'
'Wanneer?'
'Over twee en een halve week. Ik heb lakens nodig voor mijn nieuwe guesthouse.'
'Prima. Ik moest toevallig op korte termijn naar Caïro voor research.'
'Komt dat even goed uit.'
'Wat ik niet helemaal begrijp, waarom moet je die lakens in Caïro kopen?'

De vriend ging tegenover me aan het tafeltje zitten. We bestelden koffie.
'Ik ga lakens kopen in Caïro,' zei ik.
'Goed verhaal.'
We kletsten. Na een tijdje zei ik: 'Het punt is ik vertrouw je niet.'
Het was voor het eerst dat ik zoiets hardop tegen iemand zei. De wereld verging niet. De ander ontstak niet woede. Ikzelf ook niet. Niemand was compleet van de kaart. Hij knipperde kort met zijn ogen en zei dat hij het niet leuk vond om te horen. Ik zag dat hij dat meende.  Maar helemaal vertrouwen deed ik het niet.


dinsdag 3 november 2015

De echte parallelweg

De jongens en meisjes van de Parallelweg in Culemborg reageren enthousiast op het gelijknamige verhaal uit de verzamelbundel Lastmens en andere verhalen die maandag in de boekhandel ligt.
Het is alleen de naam die ik gebruikt heb. Vanwege de dubbele betekenis, denk ik.
De Parallelweg. De plek waar iedereen die daar terechtkwam zich meteen thuis voelde. Zo erg thuis dat sommigen meteen besloten er te blijven. 'Dit huis is van niemand, dus het is ook mijn huis!'
Eigenlijk ben ik nooit ergens meer thuis geweest dan aan de Parallelweg. Dat is waarschijnlijk een behoorlijk geromantiseerd beeld. Romantiek, melancholie & vrijheid dat was de sfeer daar. Een oude, gekraakte boerderij aan het spoor in Culemborg. Met natuurlijk een geest in de kelder. De oude Denenkamp floot en zong op stormachtige dagen. Ik studeerde nog, sommigen waren net klaar met studeren. Allemaal theateracademie. We dronken veel brandnetelthee. We lagen in het hoge gras met tijdschriften. We droegen klompen. Ik schreef een toneelstuk waarin de schapen die in de weilanden ronds ons huis graasden een belangrijke rol speelden. Er was de hooizolder waar de jongen was gaan wonen die verdriet had - volgens mij was het liefdesverdriet - en die zijn motor in de deel stalde. Het is De Deel, maar we noemden het Het Deel. Omdat we geen echte boeren waren.
Met een paar van de jongens en meisjes van de Parallelweg maakten we een toneelstuk. Het heette Voederbieten & Schuimende Melk. Ik schreef het stuk n.a.v. improvisatie. Het ging over twee boerenbroers met een extreem dominante moeder op zolder, en op een dag arriveerde er een meisje uit de stad dat bij hen introk. Er kwam onderling wel gedoe van. Het stuk is nooit ergens opgevoerd. Ik geloof dat iedereen dat ergens nog steeds wel jammer vind. Er was verschil in ambitie, het was het begin van het einde van die periode aan de Parallelweg.

maandag 2 november 2015

Mist

Kwetsbaarheid is één van de grootste talenten van de mens. Kwetsbaar durven zijn opent de weg naar verbinding en contact met de mensen om ons heen. Dit zei Dirk De Wachter in een artikel in de Morgen. Ik zag daarnet ook al een TEDx filmpje over kwetsbaarheid & schaamte. Het wordt vaak verward met zwakheid. Het tegendeel is waar. Het is sterk en getuigt van moed.
Ik kan heel goed sterk en moedig zitten zijn, zo in mijn kamer hier. Als de hele wereld is verdwenen in een dikke grijze mist en er niets of niemand is om je voor te schamen.


woensdag 28 oktober 2015

Power of not yet.

'Mama, ken je de Power of not yet?' vraagt Jeetje (10) als ik haar naar bed breng.
'Not yet.' Ik ga naast haar zitten.
Ze vertelt over de theorie van Carol Dweck die ze vandaag op school hebben geleerd en dat er twee manieren zijn om over problemen na te denken. Dit probleem is te moeilijk voor mij, ik ben te dom. Of je denkt: Dit probleem heb ik nog niet opgelost. Leuk.
'O ja,' zeg ik. 'Dat kan ook! Leuk!'
Het meisje naast me praat geestdriftig over de hersenstam, weggetjes die er gemaakt worden, neuronen, dendrieten en axonen. Over manieren van leren, haar eigen manier van probleemoplossen.
'Dendrieten en axonen?' Ik voel ergens vaag iets oplichten en meteen weer uitdoven. Dendrieten. Ik kan haar nu al niet meer volgen en ze zit nog maar in groep zeven. Wat heeft ze aan mij?
'Ik denk eerder negatief, mama,' zegt ze. 'Al was negatief niet het goede woord volgens de juf.'
'Nee, dat zal wel niet.'
'Ik ga het gewoon nog leren,' zegt ze. 'De power of not yet.'
'We gaan het leren.' Ik stop haar strak in. Zoals mijn moeder dat vroeger bij me deed.
 's Avonds zit ik op de bank, met een deken om me heen, in het pikdonker, en bekijk TEDx filmpjes van die Carol Dweck - The power of believing you can improve - alsof het porno is.