'Wat heb je vandaag gedaan?,' vraag ik aan mijn dochtertje als ik haar op kom halen bij het kinderdagverblijf.
'Ik ben vandaag naar Afrika gefietst. Samen met Kyra. (haar vriendinnetje red.)
'Helemaal naar Afrika gefietst?'
'Ja en daar hebben we beren en monsters gezien,'roept ze enthousiast.
PS:
Ik kan nog geen nadere mededelingen doen over of het die Thai was. Of waarom mijn maagpijn vandaag een heel stuk minder of zelfs vrijwel verdwenen is. We houden het op een fysieke, korte, doch zeer hevige griep van 1 dag. Later meer.
dinsdag 23 oktober 2007
maandag 22 oktober 2007
Was het die Thai?
We zouden onze tent op die plek nooit opzetten, zo ingeklemd tussen anderen, hebben man en ik al gefluisterd, maar het ís ook geen camping hier. Het is onze nieuwe straat! Die wordt op deze zondagmiddag al wandelend met mijn familie goedgekeurd. En over een jaar zullen we uitbundig zwaaien naar de mensen die hier nu zo onbekend achter de ramen zitten te eten. We zullen op z'n minst de naam van dat blonde kind op het fietsje aan de overkant kennen.
Al kuierend door de buurt merkt mijn vader - zeker niet ontevreden-op: 'dus hiér lopen we de komende dertig jaar. Als ik dertig jaar nog haal.' Ook de loopafstand van het huis naar het centrum, van het huis naar het station wordt heel erg gunstig bevonden. We eten bij de dichtsbijzijnde Thai. Ze brengen het zelfs gratis lees ik. Hier kunnen we, tot de dood ons scheidt, onze maaltijden héél goed bestellen.
Als we even later onze echte straat in Amsterdam weer inrijden, zegt mijn moeder: 'Gek. Deze straat oogt ruimer. Veel wijdser. Rustiger. Terwijl hier toch véél meer mensen wonen.'
Eenmaal thuis word ik meteen ziek. Kotsziek. Zwak. Misselijk. En nu nog steeds.
Al kuierend door de buurt merkt mijn vader - zeker niet ontevreden-op: 'dus hiér lopen we de komende dertig jaar. Als ik dertig jaar nog haal.' Ook de loopafstand van het huis naar het centrum, van het huis naar het station wordt heel erg gunstig bevonden. We eten bij de dichtsbijzijnde Thai. Ze brengen het zelfs gratis lees ik. Hier kunnen we, tot de dood ons scheidt, onze maaltijden héél goed bestellen.
Als we even later onze echte straat in Amsterdam weer inrijden, zegt mijn moeder: 'Gek. Deze straat oogt ruimer. Veel wijdser. Rustiger. Terwijl hier toch véél meer mensen wonen.'
Eenmaal thuis word ik meteen ziek. Kotsziek. Zwak. Misselijk. En nu nog steeds.
zaterdag 20 oktober 2007
Het leuke/verschrikkelijke van alles
Ik wil het heel anders, als alles maar wél hetzelfde blijft.
Als ik maar niets verlies.
Ik wil alles anders als ik er maar niets bijkrijg want meer dan dit kan ik niet aan.
Ik wil stevig blijven zitten op dezelfde stoel en hunkeren naar verandering, een heel nieuwe leven. Wederopstanding.
Met twee handen houd ik me aan de wereld vast. Zoals ie is.
Zoals ie voor mij net nog was.
En nu alweer anders.
En nu?
Als ik maar niets verlies.
Ik wil alles anders als ik er maar niets bijkrijg want meer dan dit kan ik niet aan.
Ik wil stevig blijven zitten op dezelfde stoel en hunkeren naar verandering, een heel nieuwe leven. Wederopstanding.
Met twee handen houd ik me aan de wereld vast. Zoals ie is.
Zoals ie voor mij net nog was.
En nu alweer anders.
En nu?
vrijdag 19 oktober 2007
Ik hoor brommertjes
Sinds kort hoor ik het brommertje weer elke ochtend, klokslag vier uur, de straat in brommen. Van ver al. Het brommertje trekt op, geeft gas, stopt, brievenbus kleppert, het brommertje trekt weer op, geeft weer gas, stopt. Een andere brievenbus kleppert. Totdat het brommertje de hoek om bromt. Weg is het brommertje.
Maar ik blijf brommertjes horen, overal optrekkende brommertjes. Brommertjes die allemaal tegelijk gas geven en wegrijden. Totdat het licht wordt.
Ik wil het absoluut niet hebben over sinds wanneer ik de brommertjes precies ben gaan horen. Of over waarom ik schijnbaar zo licht slaap dat het eerste het beste brommertje mij al wekt. Of over het wel of niet missen van brommertjes. Zeker niet over mogelijke brommertjes in mijn hoofd.
Maar ik blijf brommertjes horen, overal optrekkende brommertjes. Brommertjes die allemaal tegelijk gas geven en wegrijden. Totdat het licht wordt.
Ik wil het absoluut niet hebben over sinds wanneer ik de brommertjes precies ben gaan horen. Of over waarom ik schijnbaar zo licht slaap dat het eerste het beste brommertje mij al wekt. Of over het wel of niet missen van brommertjes. Zeker niet over mogelijke brommertjes in mijn hoofd.
donderdag 18 oktober 2007
Mijn muze 2
Als het kloppen lang aanhoudt, doe ik toch maar open. De bovenbuurvrouw staat voor de deur met een stapeltje post.
'Gaan jullie weg?,' vraagt ze meteen.
'Eh?'
'Gaan jullie verhuizen?'
'Eh..ja misschien wel..'
'Dacht ik wel.'
'Maar hoe weet u dat nou?'
'Ik voel het,' zegt ze.
Ik schaam me omdat ik nooit oprecht in haar helderziendheid geloofd heb. De kleine vrouw staat wijdbeens voor me. Wie weet wat voor geheime informatie ze nu allemaal tot zich neemt.
'Waarheen?'
Ik vertel waarheen en dat het nog lang niet zeker is en dat we het haar pas zouden zeggen als het zeker was.
'Ik wens jullie het allerbeste.'
'We zijn nog niet weg hoor.'
'Het gaat jullie lukken,' zegt ze, 'dat voel ik.'
Voor ik iets kan zeggen vervolgt ze:
'En ik heb een cadeau voor de kleine gekocht.'
'O ja?,' zeg ik verrast.
'Als je niet bij mij binnen wil komen, leg ik het wel voor de deur.' De bovenbuurvrouw duwt de post in mijn handen, vervolgt haar weg naar boven.
'Gaan jullie weg?,' vraagt ze meteen.
'Eh?'
'Gaan jullie verhuizen?'
'Eh..ja misschien wel..'
'Dacht ik wel.'
'Maar hoe weet u dat nou?'
'Ik voel het,' zegt ze.
Ik schaam me omdat ik nooit oprecht in haar helderziendheid geloofd heb. De kleine vrouw staat wijdbeens voor me. Wie weet wat voor geheime informatie ze nu allemaal tot zich neemt.
'Waarheen?'
Ik vertel waarheen en dat het nog lang niet zeker is en dat we het haar pas zouden zeggen als het zeker was.
'Ik wens jullie het allerbeste.'
'We zijn nog niet weg hoor.'
'Het gaat jullie lukken,' zegt ze, 'dat voel ik.'
Voor ik iets kan zeggen vervolgt ze:
'En ik heb een cadeau voor de kleine gekocht.'
'O ja?,' zeg ik verrast.
'Als je niet bij mij binnen wil komen, leg ik het wel voor de deur.' De bovenbuurvrouw duwt de post in mijn handen, vervolgt haar weg naar boven.
Vrijwel iedereen
'Iedereen woont in Amsterdam toch?', besluit een jongen van een jaar of drie op deze ochtend uitgerekend aan mij te vragen.
'Iedereen hiér woont in Amsterdam ja!' Ik kies mijn woorden zorgvuldig.
'Iedereen woont in Amsterdam,' zegt hij tevreden. (Ik geloof dat hij ook wat dovig was, die jongen. Dat hij binnenkort buisjes zou krijgen of ze net had gekregen. Zoiets. In dat geval functioneerden die buisjes nog niet zo goed) De jongen blijft me maar aankijken.
'Wat moet je nou? Hè! Hè?'
'Iedereen woont in Amsterdam,' zegt hij luid en pakt daarbij, ook met zijn lijf, de hele ruimte. (Het was geloof ik de zoon van een beroemd acteur)
'Vrijwel iedereen.' Ik sla mijn ogen neer, buig mijn hoofd, kus mijn meisje op haar kruin en taai af. Ik fiets terug langs de Amstel, het water golft en glinstert epileptisch in het zonlicht. De regenboog die we op de heenweg nog zagen, is weg.
'Iedereen hiér woont in Amsterdam ja!' Ik kies mijn woorden zorgvuldig.
'Iedereen woont in Amsterdam,' zegt hij tevreden. (Ik geloof dat hij ook wat dovig was, die jongen. Dat hij binnenkort buisjes zou krijgen of ze net had gekregen. Zoiets. In dat geval functioneerden die buisjes nog niet zo goed) De jongen blijft me maar aankijken.
'Wat moet je nou? Hè! Hè?'
'Iedereen woont in Amsterdam,' zegt hij luid en pakt daarbij, ook met zijn lijf, de hele ruimte. (Het was geloof ik de zoon van een beroemd acteur)
'Vrijwel iedereen.' Ik sla mijn ogen neer, buig mijn hoofd, kus mijn meisje op haar kruin en taai af. Ik fiets terug langs de Amstel, het water golft en glinstert epileptisch in het zonlicht. De regenboog die we op de heenweg nog zagen, is weg.
woensdag 17 oktober 2007
De aankoop van een woning
Ik geloof dat we vanmorgen een huis gekocht hebben. In een wereld die de onze niet is. De nieuwe wereld is dichtbij de duinen en de zee. Het huis dat erin staat heeft drie verdiepingen en een tuintje. Maar het staat niet in onze geliefde stad. Waar onze geliefde mensen wonen en ons geliefd kind haar eerste vriendschappen heeft lopen. Die abrupt afgebroken zullen worden. Of dan op z'n minst zullen veranderen.
Het gaat sneller, en met meer toevallige bijkomstigheid, dan de aanschaf van een gemiddelde spijkerbroek. De aankoop van zo'n woning.
Het gaat sneller, en met meer toevallige bijkomstigheid, dan de aanschaf van een gemiddelde spijkerbroek. De aankoop van zo'n woning.
Abonneren op:
Posts (Atom)