Ik ben niet helemaal van deze wereld. Nooit echt geweest. Gelukkig kan ik er steeds beter van leven, die eigenschap. En vooral mee leven. Alsof ik niet lang geleden eindelijk uit de kast kwam. 'Ik ben niet van deze wereld en dat hoeft niet,' toeterde ik. 'Het is juist leuheuk!'
Sinds ik uit die kast gekomen ben, ben ik meer van deze wereld. Ik kwam midden in de kredietcrisis terecht. Er blijken hier zaken te spelen waar ik weinig weet van had. Er is hier een echte economie, die draait - tot op heden - gewoon door. En er is op deze wereld een schijn economie, die is volledig ingestort. Amerika draaide enkel en alleen op schijn. (Geld dat er wel lijkt te zijn maar er niet is) Toen was er daar crisis. De kredietbanken - onechte banken - gingen failliet en besmetten daarmee de echte banken. Ook die van ons hier. Omdat we dus allemaal met elkaar gelinkt zijn. Echt en onecht, niet en wel. Zo. En niet zo.
Behalve dan met Azië.
woensdag 8 oktober 2008
dinsdag 7 oktober 2008
Hoekje om
In het donker verliet ik het huis met mijn rieten mand vol lege flessen. Op weg naar de glasbak kwam ik drie nette mensen tegen - het leken wel bankdirecteuren - die me om vijftig cent vroegen. Eentje smeekte erom. Kredietcrisis, dacht ik. Dat krijg je ervan.
Iemand had een blik gekken losgetrokken in mijn buurt.
Er doolden dikke teenagers met witte stalen gezichten, capuchions over hun hoofd gesnoerd, met daarover honkbalpetten. Ze bewogen als robots. Die elk moment wild om zich heen zouden beginnen te maaien met hun gun. Alsof ze in een verkeerd decor terecht waren gekomen, in een ander werelddeel.
En toen ik de hoek omging, marcheerde daar een ex. Van achttien jaar geleden.Een kleine schreeuwlelijk met vettig haar en een grote grijns. Hij joeg me op als vanouds. Ik had weer permanent. En ik schoot.
Iemand had een blik gekken losgetrokken in mijn buurt.
Er doolden dikke teenagers met witte stalen gezichten, capuchions over hun hoofd gesnoerd, met daarover honkbalpetten. Ze bewogen als robots. Die elk moment wild om zich heen zouden beginnen te maaien met hun gun. Alsof ze in een verkeerd decor terecht waren gekomen, in een ander werelddeel.
En toen ik de hoek omging, marcheerde daar een ex. Van achttien jaar geleden.Een kleine schreeuwlelijk met vettig haar en een grote grijns. Hij joeg me op als vanouds. Ik had weer permanent. En ik schoot.
maandag 6 oktober 2008
Samen
Ze zit tussen ons in op een stoelverhoger. Ze houdt mijn hand vast en die van hem. De zaal loopt vol. We kijken een tijdje in stilte naar het witte doek.
'Daar komt de film op,' zeg ik.
'Ja, en dan wordt het donker, hè?' repeteert ze.
'Precies.'
Ze kust ons om de beurt. Ze blijft kussen totdat de lichten uitgaan, de muziek aanzwelt en het doek oplicht. Ze grijpt mijn arm stevig vast, en die van hem. Het bange spookje Laban wordt geïntroduceerd. We kijken naar het meisje. Met haar regenlaarsjes. Ze lacht, gniffelt en gluurt af en toe van links naar rechts om te constateren dat we er allebei nog zitten. Naast haar. In het donker.
'Ik wil altijd naar de bioscoop,' fluistert ze, 'elke dag en elke dag.'
'Daar komt de film op,' zeg ik.
'Ja, en dan wordt het donker, hè?' repeteert ze.
'Precies.'
Ze kust ons om de beurt. Ze blijft kussen totdat de lichten uitgaan, de muziek aanzwelt en het doek oplicht. Ze grijpt mijn arm stevig vast, en die van hem. Het bange spookje Laban wordt geïntroduceerd. We kijken naar het meisje. Met haar regenlaarsjes. Ze lacht, gniffelt en gluurt af en toe van links naar rechts om te constateren dat we er allebei nog zitten. Naast haar. In het donker.
'Ik wil altijd naar de bioscoop,' fluistert ze, 'elke dag en elke dag.'
zaterdag 4 oktober 2008
In de kinderschoenenwinkel
Jeetje begint te huilen als ze het beoogde paar laarsjes aan moet passen. Het kost overredingskracht. We zetten alle zeilen bij. Uiteindelijk heeft ze de laarsjes aan. Maar dan huilt de verkoopster. Met grote uithalen.
'Ze zitten goehoed,' huilt ze. 'Deheze mahaat moet ze hebben.' Dikke tranen rollen over haar wangen terwijl ze flink op de neuzen drukt.
We zijn er alledrie stil van. De schreiende vrouw die hier op haar knieën voor Jeetje zit. Het kopen van schoenen raakt diepe snaren.
'Lohoop er maar even op, meisje,' zegt ze.
Even later loopt Jeetje op de laarzen door de zaak. Als een volleerd model. Uitdrukkingloos en kaarsrecht. Met haar ogen checkt ze de toestand van de verkoopster die net een adempauze neemt.
'Ik wil ze meteen aanhouden,' zegt Jeetje snel.
'Ze zitten goehoed,' huilt ze. 'Deheze mahaat moet ze hebben.' Dikke tranen rollen over haar wangen terwijl ze flink op de neuzen drukt.
We zijn er alledrie stil van. De schreiende vrouw die hier op haar knieën voor Jeetje zit. Het kopen van schoenen raakt diepe snaren.
'Lohoop er maar even op, meisje,' zegt ze.
Even later loopt Jeetje op de laarzen door de zaak. Als een volleerd model. Uitdrukkingloos en kaarsrecht. Met haar ogen checkt ze de toestand van de verkoopster die net een adempauze neemt.
'Ik wil ze meteen aanhouden,' zegt Jeetje snel.
vrijdag 3 oktober 2008
Eenwording
Ik zit op onze nieuwe flexplek - de slaapkamer - als Jeetje binnenkomt met een krant onder haar arm.
'Hier staat jouw boek in,' zegt ze. Ze geeft me de bijlage Persoonlijk van het Financieele Dagblad. We bladeren.
'Was het een goed stukje?'
'Ja,' zegt ze. 'Daar staat het.' Ze wijst de oranje/rode afbeelding van mijn boek aan. Mijn ogen scannen wat Fleur Speet erover te zeggen heeft. En Jeetje drukt haar vinger op het ronddolende figuurtje dat op de voorkant staat.
'Dat ben ik, hè mam,' zegt ze trots. 'Dat is Julie.'
'Ja.' Ik hoop niet dat zij dat is, maar laat het zo. Het is op een fijne manier verenigd vandaag. In de krant. Werk en kind. Eéngeworden.
Over eenwording gesproken.
Twee dagen geleden las ik de achterkant van het NRC, mijn neus raakte het krantenpapier bijna. Ik ben bijziend als hel. Ik lees als een bejaarde. Maar dan zie je nog eens wat. Want op de krantenfoto zag ik onmiskenbaar de rug van mijn boek. Tussen andere boeken. Een snapshot van een boekwinkel - en Dola was gesnapt.
Toen pinkte ik pas echt een klein onzichtbaar traantje weg.
'Hier staat jouw boek in,' zegt ze. Ze geeft me de bijlage Persoonlijk van het Financieele Dagblad. We bladeren.
'Was het een goed stukje?'
'Ja,' zegt ze. 'Daar staat het.' Ze wijst de oranje/rode afbeelding van mijn boek aan. Mijn ogen scannen wat Fleur Speet erover te zeggen heeft. En Jeetje drukt haar vinger op het ronddolende figuurtje dat op de voorkant staat.
'Dat ben ik, hè mam,' zegt ze trots. 'Dat is Julie.'
'Ja.' Ik hoop niet dat zij dat is, maar laat het zo. Het is op een fijne manier verenigd vandaag. In de krant. Werk en kind. Eéngeworden.
Over eenwording gesproken.
Twee dagen geleden las ik de achterkant van het NRC, mijn neus raakte het krantenpapier bijna. Ik ben bijziend als hel. Ik lees als een bejaarde. Maar dan zie je nog eens wat. Want op de krantenfoto zag ik onmiskenbaar de rug van mijn boek. Tussen andere boeken. Een snapshot van een boekwinkel - en Dola was gesnapt.
Toen pinkte ik pas echt een klein onzichtbaar traantje weg.
donderdag 2 oktober 2008
Het Ademen
'We gaan eerst de neuzen poetsen.'
De Italiaanse yogajuf deelt papieren zakdoekjes uit. We zitten op onze matjes. In onze joggingbroekjes. Met onze beentjes in de lotus. Vijf centimeter tussen het ene matje en het andere. Minder dan vijf centimeter scheidt het ene mens van het andere; mij. Dat maakt ons niets uit. Het is ons even niet om de buitenwereld te doen nu. Geen economische crisis hierbinnen. Wij zijn bij onszelf. Ik hier.
Er wordt flink gesnoten. De neuzen moeten he-le-maal leeg zijn, heeft de juf gezegd. Voor als we dadelijk gaan Ademen. Mijn buurvrouw aan de ene kant snuit luid. Die aan de andere kant ook. Het is volle-neuzen-tijd. Dat viel me op de crèche ook al op. Met mijn doekje dep ik het zweet van mijn voorhoofd. De ruimte is klein. Maar er is sfeer gecreëerd. Veel sfeer. En ook licht. Een boeddha met een brandend waxinelichtje in zijn geopende handpalmen. Hier en daar een kaarsje. Wat zijn we blij dat we niet meer in die lekkende, koude gymzaal liggen. Tussen de koekkruimels van de overblijfkinderen. Met beschimmelde baklava aan je voeten. Waar we de ander nauwelijks konden zien. Zóveel plek was er. Waar we snuitenden in de woestijn zouden zijn geweest.
Buiten barst het onweer los. Binnen begint het Ademen.
De Italiaanse yogajuf deelt papieren zakdoekjes uit. We zitten op onze matjes. In onze joggingbroekjes. Met onze beentjes in de lotus. Vijf centimeter tussen het ene matje en het andere. Minder dan vijf centimeter scheidt het ene mens van het andere; mij. Dat maakt ons niets uit. Het is ons even niet om de buitenwereld te doen nu. Geen economische crisis hierbinnen. Wij zijn bij onszelf. Ik hier.
Er wordt flink gesnoten. De neuzen moeten he-le-maal leeg zijn, heeft de juf gezegd. Voor als we dadelijk gaan Ademen. Mijn buurvrouw aan de ene kant snuit luid. Die aan de andere kant ook. Het is volle-neuzen-tijd. Dat viel me op de crèche ook al op. Met mijn doekje dep ik het zweet van mijn voorhoofd. De ruimte is klein. Maar er is sfeer gecreëerd. Veel sfeer. En ook licht. Een boeddha met een brandend waxinelichtje in zijn geopende handpalmen. Hier en daar een kaarsje. Wat zijn we blij dat we niet meer in die lekkende, koude gymzaal liggen. Tussen de koekkruimels van de overblijfkinderen. Met beschimmelde baklava aan je voeten. Waar we de ander nauwelijks konden zien. Zóveel plek was er. Waar we snuitenden in de woestijn zouden zijn geweest.
Buiten barst het onweer los. Binnen begint het Ademen.
woensdag 1 oktober 2008
Geen grapje
'DUREX!' schreeuwde de man aan de tafel achter ons. 'DUUUREX!' Het galmde door de volle fabriekshal waar we zaten te eten. Alle hoofden richtten zich op. Oren spitsten zich even. In de richting waar de schreeuw vandaan kwam. Het geroezemoes stopte een tel.
'Denk je dat ie een grapje maakt?' fluisterde mijn vriendin. Ze zat met haar rug naar hem toe.
'Ik denk het niet,' zei ik.
De man hield zijn hand steeds krampachtig tegen zijn mond gedrukt. Alsof hij bang was voor de woorden die er nog uit zouden kunnen komen. Zijn hoofd was rood. Hij zweette. Zijn hele lichaamshouding gespannen. Als een boog.
'GLIJMIDDEL!' De mensen met wie hij dineerde, besteedden er verder geen aandacht aan. Ze deden ook niet lacherig. Of beschaamd. Ze aten gewoon door en converseerden een beetje. De man at zijn pasta met pesto. Telkens als hij zijn vork naar zijn mond bracht, moest hij zijn hand daar weghalen en weer snel terugleggen.
'GEIL. GEIL. GEIL!' krijste hij.
Je hoorde onderdrukt gegiechel. Hier en daar een geamuseerde lach. Mensen aan belendende tafeltjes zochten oogcontact met elkaar. Nieuwkomers keken verbaasd op naar de roepende. Het geluid droeg ver hier. Vanwege de beroerde akoestiek.
En tijdens het verdere diner van de man zouden alle oren in de hal gespitst blijven. Op hem. Op wat hij nog meer voor geks zou gaan roepen.
'Denk je dat ie een grapje maakt?' fluisterde mijn vriendin. Ze zat met haar rug naar hem toe.
'Ik denk het niet,' zei ik.
De man hield zijn hand steeds krampachtig tegen zijn mond gedrukt. Alsof hij bang was voor de woorden die er nog uit zouden kunnen komen. Zijn hoofd was rood. Hij zweette. Zijn hele lichaamshouding gespannen. Als een boog.
'GLIJMIDDEL!' De mensen met wie hij dineerde, besteedden er verder geen aandacht aan. Ze deden ook niet lacherig. Of beschaamd. Ze aten gewoon door en converseerden een beetje. De man at zijn pasta met pesto. Telkens als hij zijn vork naar zijn mond bracht, moest hij zijn hand daar weghalen en weer snel terugleggen.
'GEIL. GEIL. GEIL!' krijste hij.
Je hoorde onderdrukt gegiechel. Hier en daar een geamuseerde lach. Mensen aan belendende tafeltjes zochten oogcontact met elkaar. Nieuwkomers keken verbaasd op naar de roepende. Het geluid droeg ver hier. Vanwege de beroerde akoestiek.
En tijdens het verdere diner van de man zouden alle oren in de hal gespitst blijven. Op hem. Op wat hij nog meer voor geks zou gaan roepen.
Abonneren op:
Posts (Atom)