Klokslag half vijf 's ochtends begint het spookuur in de bovenkamer. Mijn ogen gaan wijdopen. Een meisje roept klaaglijk om haar moeder. Autoalarmen gaan vanzelf af.
'Mama, mama, ma-maa!'
'Ja, hier ben ik?'
'Jij niet!' roept het buurmeisje. 'Mijn mama!'
'O, sorry,' roep ik terug.
'Ik heb in bed geplast.'
'Probeer anders je vader eens?'
De ramen staan een stukje open, de wanden zijn dun, dit huizenblok is haastig opgetrokken na de tweede wereldoorlog. Wij leven echt met de buren. Dat kan geen gesubsidieerde barbeque evenaren. Als het bed verschoond is, wordt het stil aan de andere kant. Spookgedachten dansen door mijn hoofd. Over deadlines, nieuwe huizen, wereldreizen, verhaallijnen, waarom Jeetje als enige in de straat nog niet fietsen kan zonder zijwieltjes? Daar blijf ik steken.
Het interesseert Jeetje ook helemaal niets. Wij stimuleren haar te weinig. Sommigen zie ik over het trottoir voorbij racen die net drie geworden zijn! Zo kan het echt niet langer.
'We moeten haar nu echt actief leren fietsen.' Ik stoot man aan.
'Huh.'
'Morgen schroef ik de zijwieltjes eraf!'
'Waar heb je het over?' mompelt man. 'Het is midden in de nacht.'
'Straks kan ze nooit fietsen! En dan is het onze schuld. We zijn ook gewoon lui en..'
Man draait zich mopperend om. Hij slaapt alweer. En het spookuur is nog lang niet voorbij.
donderdag 27 augustus 2009
woensdag 26 augustus 2009
Tweede
M'n tweede wordt anders dan mijn eerste. En is misschien daardoor wel minder geliefd. Dat wil ik niet. Wat ik nu schrijf wordt natuurlijk anders dan wat ik in Het besluit van Dola Korstjens schreef. Waar ik toen om geprezen werd, zo schrijf ik nu niet. Misschien zou ik het het liefst willen herhalen en dan nog een keer geprezen worden (en nog een keer) Pas als ik op een dag niet meer geprezen hoef te worden, ben ik echt vrij. Zoals in de Spar in Otterlo, op de scooter in Phnom Penh of zwemmend in zee.
Goed, herhaling van het voorgaande dus. Ware het niet, dat dat onmogelijk is. Omdat dit schrijven iets anders vraagt. Ik iemand anders ben. Hier. Nu. En iets anders opschrijf. Hier. Nu. Of het wat is, weet je eigenlijk nooit vantevoren. Misschien een beetje, ergens in je achterhoofd. Dit is iets. Misschien niets.
Zoals het leven.
Goed, herhaling van het voorgaande dus. Ware het niet, dat dat onmogelijk is. Omdat dit schrijven iets anders vraagt. Ik iemand anders ben. Hier. Nu. En iets anders opschrijf. Hier. Nu. Of het wat is, weet je eigenlijk nooit vantevoren. Misschien een beetje, ergens in je achterhoofd. Dit is iets. Misschien niets.
Zoals het leven.
dinsdag 25 augustus 2009
Het nieuwe leven
's Middags aten we een sladderig broodje kip teriyaki op een overdekt terras. Met uitkijk op piepjonge eerstejaarsstudenten die op fluorescerende opblaasbanken aan de oever van de Amstel zaten. Allemaal lid van dezelfde bank. Het nieuwe leven begint met het openen van een rekening.
Het miezerde inmiddels flink, maar ze bleven gewoon zitten. Flesjes bier in hun hand. Ze zaten in de wereld. Dat demonstreerden ze. Ze waren vrij.
Een groepje eerstejaars in een afgebladderde roeiboot probeerde al een tijdje de kant te bereiken. Waar hun toekomstige vrienden zaten te relaxen. In de stromende regen.
De eendere skinny jeans, de topjes (allemaal een andere kleur) en de vermoeide ogen met doorgelopen mascara. Ze wilden zo graag dat het leuk was. De wereld. De nieuwigheid. Het onbekende. Als ze maar eens aan de kant waren. Als ze maar ooit een voet aan wal zouden zetten.
Het miezerde inmiddels flink, maar ze bleven gewoon zitten. Flesjes bier in hun hand. Ze zaten in de wereld. Dat demonstreerden ze. Ze waren vrij.
Een groepje eerstejaars in een afgebladderde roeiboot probeerde al een tijdje de kant te bereiken. Waar hun toekomstige vrienden zaten te relaxen. In de stromende regen.
De eendere skinny jeans, de topjes (allemaal een andere kleur) en de vermoeide ogen met doorgelopen mascara. Ze wilden zo graag dat het leuk was. De wereld. De nieuwigheid. Het onbekende. Als ze maar eens aan de kant waren. Als ze maar ooit een voet aan wal zouden zetten.
maandag 24 augustus 2009
Wereldreis
Voordat Jeetje verplicht naar school moet, gaan we op wereldreis. Nu ja, niet de hele wereld. Een klein wereldreisje van een maand of drie. Een werelddeeltje verkennen, dan toch op z'n minst. Reisverhalen zal ik schrijven en man besteedt zijn werk een tijdje uit. Aan Jeetje zal het niet liggen. Haar kun je geen groter plezier doen dan slapen in nieuwe vreemde bedjes op nieuwe vreemde plekjes. Aan mij ligt het ook niet. Mijn leven lang denk ik al aan 'de wereldreis'. Een globetrotter in mijn hoofd ben ik. Maar daar komt verandering in. Ik stap zo het grote hoofd uit, hop, en daar sta ik.
Ooit stond ik ergens in Cambodja. Daar was het voor iedereen duidelijk dat ik een buitenstaander was. En de sociale codes niet precies kende. Niemand keek daar raar van op. Of juist iedereen keek raar op. Het was vrijheid. Dat ik niet eens probeerde te doen alsof ik erbij hoorde. Afgelopen weekend waren we op de hoge Veluwe. Ook een mooi gebied. Daar heb ik een tijdje door de Spar in Otterlo gedwaald. Een heel ander universum. Waar de verhoudingen ook meteen duidelijk waren. Ik wilde er bijna niet meer weg. Zo vrij voelde ik me.
Ooit stond ik ergens in Cambodja. Daar was het voor iedereen duidelijk dat ik een buitenstaander was. En de sociale codes niet precies kende. Niemand keek daar raar van op. Of juist iedereen keek raar op. Het was vrijheid. Dat ik niet eens probeerde te doen alsof ik erbij hoorde. Afgelopen weekend waren we op de hoge Veluwe. Ook een mooi gebied. Daar heb ik een tijdje door de Spar in Otterlo gedwaald. Een heel ander universum. Waar de verhoudingen ook meteen duidelijk waren. Ik wilde er bijna niet meer weg. Zo vrij voelde ik me.
vrijdag 21 augustus 2009
Een hele leuke dag, morgen
'Ga maar lekker slapen, Jeetje. Het wordt morgen een hele leuke dag,' zegt vader.
'Nee, want ik moet naar school.'
'Morgen ga je niet naar school.'
'Waarom niet?'
'Het is weekend.'
'O, dan moeten we eigenlijk iets met molens gaan doen!'
'Hoezo dat dan?'
'Nou wiekend, wieken.'
'O, zo ja.'
Dan begint moeder, die in een hoek zat te knikkebollen, plots te ratelen: 'Een slag (een klap of een tik) van den molen weg (of beet) hebben. Dat wil zeggen eigenlijk zulk een slag van den molen gekregen hebben dat men er van suizebolt, draait, en vandaar bij overdracht: niet wel bij het hoofd zijn, niet bij zijn verstand zijn; (van lotje) getikt zijn.'
'Nee, want ik moet naar school.'
'Morgen ga je niet naar school.'
'Waarom niet?'
'Het is weekend.'
'O, dan moeten we eigenlijk iets met molens gaan doen!'
'Hoezo dat dan?'
'Nou wiekend, wieken.'
'O, zo ja.'
Dan begint moeder, die in een hoek zat te knikkebollen, plots te ratelen: 'Een slag (een klap of een tik) van den molen weg (of beet) hebben. Dat wil zeggen eigenlijk zulk een slag van den molen gekregen hebben dat men er van suizebolt, draait, en vandaar bij overdracht: niet wel bij het hoofd zijn, niet bij zijn verstand zijn; (van lotje) getikt zijn.'
donderdag 20 augustus 2009
Fartje
Op de fiets dacht ik waarom hou ik eigenlijk een weblog bij? Omdat ik geen dagelijks feuilleton in een krant heb. Waarom heb ik dat dan nog steeds niet? Dat is onbegrijpelijk ja. Na mijn kassucces.
Binnenkort heb ik een dagelijks feuilleton in een krant. Let maar op. Zo gaan die dingen. Je hoeft het maar te wensen. Het is niet de eerste keer dat ik dit wens. Maar je moet niet bovenop je wens zitten. Dan verstik je 'm. Dus ik heb de wens losgelaten. Als een scheetje.
Het tweejarige kind van mijn vriendin zei gisteren voor het eerst: scheetje. Fart had hij al wel vaker gezegd. Hij begreep nu ook de betekenis van fart en scheetje.
Die maandelijkse column, of is het tweewekelijks? van Annelies Verbeke achterop het NRC is trouwens ook goed. Dat is de krant die ik lees. En die hebben het allerbeste met me voor.
Al fietsend vroeg ik me ook af wat ik nu echt kwijt wilde op mijn weblog. Ik had namelijk net drie keer een stukje over hetzelfde onderwerp geschreven en drie keer gewist. Omdat ik de inhoud blijkbaar toch niet wilde delen. Waarom precies niet?
Ik schreef niet veel over films, boeken, bezoekjes, feestjes, schrijversborrels. Ja, Jeetje was een concrete inspiratiebron. Zou ze later zeggen: Mijn moeder zag mijn leven enkel als materiaal?
Ik fietste in de zon naar het Oosterpark, brokstukken wereld vlogen links en rechts voorbij en ik kon er bijna bij, wat ik wilde zeggen.
Nee, dat is flauw. Ik kwam verder met mijn gedachten. Het had iets te maken met die brokstukken wereld. En mijzelf daarin. En dat ik die twee op deze manier samenbracht. Een samengebald geheeltje. Een fartje.
Binnenkort heb ik een dagelijks feuilleton in een krant. Let maar op. Zo gaan die dingen. Je hoeft het maar te wensen. Het is niet de eerste keer dat ik dit wens. Maar je moet niet bovenop je wens zitten. Dan verstik je 'm. Dus ik heb de wens losgelaten. Als een scheetje.
Het tweejarige kind van mijn vriendin zei gisteren voor het eerst: scheetje. Fart had hij al wel vaker gezegd. Hij begreep nu ook de betekenis van fart en scheetje.
Die maandelijkse column, of is het tweewekelijks? van Annelies Verbeke achterop het NRC is trouwens ook goed. Dat is de krant die ik lees. En die hebben het allerbeste met me voor.
Al fietsend vroeg ik me ook af wat ik nu echt kwijt wilde op mijn weblog. Ik had namelijk net drie keer een stukje over hetzelfde onderwerp geschreven en drie keer gewist. Omdat ik de inhoud blijkbaar toch niet wilde delen. Waarom precies niet?
Ik schreef niet veel over films, boeken, bezoekjes, feestjes, schrijversborrels. Ja, Jeetje was een concrete inspiratiebron. Zou ze later zeggen: Mijn moeder zag mijn leven enkel als materiaal?
Ik fietste in de zon naar het Oosterpark, brokstukken wereld vlogen links en rechts voorbij en ik kon er bijna bij, wat ik wilde zeggen.
Nee, dat is flauw. Ik kwam verder met mijn gedachten. Het had iets te maken met die brokstukken wereld. En mijzelf daarin. En dat ik die twee op deze manier samenbracht. Een samengebald geheeltje. Een fartje.
woensdag 19 augustus 2009
Veel drop en ijs
'Altijd dat stomme geschrijf,' zeg ik tegen Jeetje, 'zal ik maar eens ander werk gaan doen.'
'Je kan ook spelletjes gaan spelen,' oppert Jeetje.
'Spelletjes spelen? '
'Ja, op de computer.'
'Spelletjes spelen is geen werk.'
'Waarom niet?'
'Nou, daar verdien je niks mee.'
'O, zo.'
'Je kunt wel spelletjes maken,' zeg ik. 'Er moet iemand zijn die de spelletjes bedenkt.'
'Ja!' Enthousiast begint Jeetje de spelregels van een bestaand spelletje op te sommen.
'Dat spelletje is al bedacht. Je moet een heel nieuw spel bedenken. Met nieuwe spelregels. Dat is nog best ingewikkeld.'
'Kun jij dat ook?' Jeetje fronst.
'Nee.'
Jeetje staat op.
'Ga jij nu maar snel schrijven, mama. Dan verdien je héél veel geld. Kun je heel veel dropjes kopen. En ijs. Dat vind je toch zo lekker?'
Ze verlaat de kamer.
'Je kan ook spelletjes gaan spelen,' oppert Jeetje.
'Spelletjes spelen? '
'Ja, op de computer.'
'Spelletjes spelen is geen werk.'
'Waarom niet?'
'Nou, daar verdien je niks mee.'
'O, zo.'
'Je kunt wel spelletjes maken,' zeg ik. 'Er moet iemand zijn die de spelletjes bedenkt.'
'Ja!' Enthousiast begint Jeetje de spelregels van een bestaand spelletje op te sommen.
'Dat spelletje is al bedacht. Je moet een heel nieuw spel bedenken. Met nieuwe spelregels. Dat is nog best ingewikkeld.'
'Kun jij dat ook?' Jeetje fronst.
'Nee.'
Jeetje staat op.
'Ga jij nu maar snel schrijven, mama. Dan verdien je héél veel geld. Kun je heel veel dropjes kopen. En ijs. Dat vind je toch zo lekker?'
Ze verlaat de kamer.
Abonneren op:
Posts (Atom)