We laten haar achter op het centraal station waar de Thalys zal arriveren. Ze draagt haar grote donkerblauwe mantel, echte Parijse mode uit de jaren vijftig, die ze vorige week in Estland heeft gekocht. Haar man en tweejarig kind zijn gisteren al met het vliegtuig naar Zuid-Frankrijk vertrokken, waar ze wonen. Ze was het liefst met hen mee gegaan, maar moest in het Noorden van Frankrijk nog voor een commissie van wetenschappers verschijnen. Ze brengt de wereld onder de oceaanspiegel in kaart, die net zo groot is als het heelal.
Het is een Nederlands/Engels meisje dat ver weg in de Franse bergen opgroeide. Als kind liep ze anderhalf uur alleen door de bergen om het dichtstbijzijnde vriendinnetje te bezoeken. Met blote handen kan zij een vis vangen. Ik schrijf 'meisje' omdat ze acht jaar jonger is dan ik. Maar ze is een vrouw en als de wereld instort, hoort zij bij de overlevenden. Ik niet.
Ze logeerde een paar dagen bij ons, zoals ze tien jaar geleden een paar maanden bij ons woonde. De vorige keer dat ze even langskwam, was ze zwanger.
Als ik omkijk, zwaait ze nog een keer met haar paraplu. Ze heeft er vandaag vijf gevonden in de stad en meegenomen. Mensen gooien hun paraplu's weg. Ze snapt ook waarom. Ik ken niemand die zo snel van begrip is op het cognitieve én op het sociale vlak.
Ik wilde vooral het moment dat ik naar haar omkeek, vastleggen. Hoe ze daar op het perron stond, in die mantel van warme wol. Met haar oranje rolkoffertje. Dapper en alleen. Zwaaiend met een nieuw gevonden paraplu.
dinsdag 30 augustus 2011
maandag 29 augustus 2011
Collega's
Op de boekpresentatie van 'Liefde is een afspraak' van Marieke Groen zag ik ze weer. Het ene moment loop je nog met man en kinderen door de brandende zon over een Toscaans bergpad, het andere moment sta je, natgeregend, met collega's in een kroegkringetje te praten over een andere schrijfster. Zij had een knuffelbeest willen stelen uit een kinderziekenhuis, maar werd bij de uitgang op de diefstal betrapt. Waarop ze het een paar dagen later gewoon weer probeerde met een knuffel van een ander ziek kind. Deze keer met resultaat.
'Dit verzin je!' zei ik.
'Echt niet,' zei hij.
'Ja, ja,' zei ik. 'Maar waarom zou ze dat dan doen?'
'Gewoon, omdat ze van spanning houdt,' zei hij.
'Hoe verzint ze het?' zei iemand anders.
Ik zei dat ik zoiets wèl zou kunnen verzinnen, maar dat ik nooit echt een knuffel zou stelen uit een kinderziekenhuis.
'Wil je een ademverfrisser?' vroeg mijn buurman plotseling en hij haalde een klein doosje met extra sterke mentholsnoepjes uit zijn zak. 'Je mag er ook wel twee,' zei hij er nog glimlachend bij.
'Dit verzin je!' zei ik.
'Echt niet,' zei hij.
'Ja, ja,' zei ik. 'Maar waarom zou ze dat dan doen?'
'Gewoon, omdat ze van spanning houdt,' zei hij.
'Hoe verzint ze het?' zei iemand anders.
Ik zei dat ik zoiets wèl zou kunnen verzinnen, maar dat ik nooit echt een knuffel zou stelen uit een kinderziekenhuis.
'Wil je een ademverfrisser?' vroeg mijn buurman plotseling en hij haalde een klein doosje met extra sterke mentholsnoepjes uit zijn zak. 'Je mag er ook wel twee,' zei hij er nog glimlachend bij.
maandag 8 augustus 2011
Zomerreces
Uw Elke Dag blogster is de hele maand augustus op zomerreces. Op deze plaats komt - helaas - geen vervangster. De dame achter Elke Dag wenst u allen een fijne zomer. In september wordt er hier weer elke werkdag gepubliceerd. Tot dan!
woensdag 3 augustus 2011
Het verschil
Sinds een tijdje rennen we allebei onze rondjes door het park. Niet tegelijk. Omdat de kinderen dan alleen zouden zijn. Maar dat spijt me geen seconde. Ik had niet samen met hem door het park willen rennen. Het zou mijn pas verstoren. Ik zou in de zijne gaan rennen. Zo niet, moet ik weer van hem winnen.
Hij heeft binnen de kortste keren al ergens een buurman opgescharreld om mee te rennen. Zoals hij op een dag ook met een compagnon thuiskwam om een bedrijfje mee te beginnen. Dat gaat bij hem vanzelf. Twee weten meer dan één. Het is gezelliger. Samen rennen ze ook een stuk verder. Ik vind het allemaal goed klinken.
Laatst fietste Jeetje (6) voor het eerst met me mee. Eerst holde ik netjes m'n eigen tempo, - 'fiets jij maar vast voorop,' riep ik standvastig - maar al gauw draafde ik veel te hard om haar bij te houden, sneed stukken af over het gras, moest stoppen door steken in mijn zij, wandelde een stuk en was mijn eigen spoor volledig bijster.
Hij heeft binnen de kortste keren al ergens een buurman opgescharreld om mee te rennen. Zoals hij op een dag ook met een compagnon thuiskwam om een bedrijfje mee te beginnen. Dat gaat bij hem vanzelf. Twee weten meer dan één. Het is gezelliger. Samen rennen ze ook een stuk verder. Ik vind het allemaal goed klinken.
Laatst fietste Jeetje (6) voor het eerst met me mee. Eerst holde ik netjes m'n eigen tempo, - 'fiets jij maar vast voorop,' riep ik standvastig - maar al gauw draafde ik veel te hard om haar bij te houden, sneed stukken af over het gras, moest stoppen door steken in mijn zij, wandelde een stuk en was mijn eigen spoor volledig bijster.
maandag 1 augustus 2011
Toevallig
Een vriendin deed boeken weg dus ging ik vluchtig door haar stapel. Veel verdween in mijn Albert Heijn tas. Zo stond ik op een gegeven moment met 'Kort Amerikaans' in mijn hand. Ik had het boek van Jan Wolkers nooit gelezen, noch de verfilming gezien, en ik las de achterflap. Het zat al bijna in de plastic tas, toen ik de naam van de hoofdpersoon pas zag. Eric van Poelgeest (18). Laat mijn hoofdpersonage nou net Erica van der Poelgeest (16) heten.
Toeval.
Toeval is vaak te interessant om links te laten liggen. Of om het bij toeval te laten. Ik wil dat zo'n toevalligheid mij iets vertelt. Dus ben ik nu Kort Amerikaans aan het lezen en zoek naar overeenkomsten. Dwarsverbanden. Betekenis.
Mijn Erica wil kapster worden en Kort Amerikaans is een haarcoupe.
Het thema van Kort Amerikaans is eenzaamheid en dood, ja hoor, kan ik goed mee uit de voeten.
Het is Wolkers' eerste roman, na een verhalenbundel. Goed, ik schreef eerst twee verhalenbundels. Daar kunnen we er wel eentje van wegmoffelen.
Er zijn meer dingen die niet overeenkomen, maar daar gaat het niet om. Jan Wolkers en ik liggen niet direct in elkaars verlengde. Al ben ik ook een buitengewoon aardig mens.
Wil dit toeval mij zeggen dat er meer seks in mijn verhaal moet? Meer zintuiglijkheid? Moet ik het toch in de derde persoon gaan schrijven? Is dat het?
Ik weet het niet.
Toeval is in elk geval belangrijk. De hele mensheid is eraan opgehangen. Dat zei Swaab gisteren ook. Wij zijn er het resultaat van.
Toeval.
Toeval is vaak te interessant om links te laten liggen. Of om het bij toeval te laten. Ik wil dat zo'n toevalligheid mij iets vertelt. Dus ben ik nu Kort Amerikaans aan het lezen en zoek naar overeenkomsten. Dwarsverbanden. Betekenis.
Mijn Erica wil kapster worden en Kort Amerikaans is een haarcoupe.
Het thema van Kort Amerikaans is eenzaamheid en dood, ja hoor, kan ik goed mee uit de voeten.
Het is Wolkers' eerste roman, na een verhalenbundel. Goed, ik schreef eerst twee verhalenbundels. Daar kunnen we er wel eentje van wegmoffelen.
Er zijn meer dingen die niet overeenkomen, maar daar gaat het niet om. Jan Wolkers en ik liggen niet direct in elkaars verlengde. Al ben ik ook een buitengewoon aardig mens.
Wil dit toeval mij zeggen dat er meer seks in mijn verhaal moet? Meer zintuiglijkheid? Moet ik het toch in de derde persoon gaan schrijven? Is dat het?
Ik weet het niet.
Toeval is in elk geval belangrijk. De hele mensheid is eraan opgehangen. Dat zei Swaab gisteren ook. Wij zijn er het resultaat van.
vrijdag 29 juli 2011
Agota Kristof
Kut, Agota Kristof is dood. Ik was haar een beetje vergeten. Ik had ook allang niets nieuws meer van haar gelezen, maar ik gebruik haar boek 'Het dikke schrift' nog altijd in mijn les.
Ik lees bij elke cursus weer het hoofdstuk 'Onze lessen' voor en dan zeg ik: 'zo moet het.'
De cursisten stribbelen altijd tegen.
'Waarom moet het zo?'
'Zo gaan we het vandaag doen.'
'Ik schrijf heel anders.'
'Probeer het maar eens.'
'Maar ik hou veel van mooie, poëtische taal.'
'Dat doe je thuis dan maar. Dit is een les. Je moet doen wat ik zeg.'
Een fragment uit het hoofdstuk:
'Om te zien of het 'goed' is of niet 'goed' hebben wij een heel eenvoudige regel: het opstel moet waar zijn. Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij horen, wat wij doen. Bijvoorbeeld, het is verboden te schrijven: 'Grootmoeder lijkt op een heks,' wat wel mag is schrijven: 'De mensen noemen Grootmoeder de Heks.'
Het is verboden te schrijven: 'De Kleine Stad is mooi,' want de Kleine Stad kan mooi zijn in onze ogen en lelijk in die van iemand anders. En als wij schrijven: 'De ordonnans is aardig,' is dat geen waarheid, want de ordonnans kan in staat zijn tot gemeenheiden waar wij niet van weten. Wij schrijven dus gewoon: 'De ordonnans geeft ons dekens.'
Wij schrijven: wij eten veel noten. 'En niet: 'Wij houden van noten', want 'houden van' is geen duidelijk woord, het is niet precies en objectief genoeg. 'Van noten houden en 'van onze Moeder houden,' dat kan niet hetzelfde betekenen...'
(...) Woorden die een gevoel aanduiden zijn heel vaag, het is beter het gebruik ervan te vermijden en zich te houden aan de beschrijving van de dingen, van de mensen en van zichzelf, dat wil zeggen aan de getrouwe beschrijving van de feiten.
Mijn scriptie heb ik deels over haar trilogie: Het dikke schrift, Het bewijs en De derde leugen geschreven. Dat is alweer vijftien jaar geleden. Ik weet er nu weinig meer van. Maar ik vind dat iedereen die trilogie moet lezen.
'Moet?'
'Ja. Moet. Of dan tenminste Het dikke schrift.
Ik lees bij elke cursus weer het hoofdstuk 'Onze lessen' voor en dan zeg ik: 'zo moet het.'
De cursisten stribbelen altijd tegen.
'Waarom moet het zo?'
'Zo gaan we het vandaag doen.'
'Ik schrijf heel anders.'
'Probeer het maar eens.'
'Maar ik hou veel van mooie, poëtische taal.'
'Dat doe je thuis dan maar. Dit is een les. Je moet doen wat ik zeg.'
Een fragment uit het hoofdstuk:
'Om te zien of het 'goed' is of niet 'goed' hebben wij een heel eenvoudige regel: het opstel moet waar zijn. Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij horen, wat wij doen. Bijvoorbeeld, het is verboden te schrijven: 'Grootmoeder lijkt op een heks,' wat wel mag is schrijven: 'De mensen noemen Grootmoeder de Heks.'
Het is verboden te schrijven: 'De Kleine Stad is mooi,' want de Kleine Stad kan mooi zijn in onze ogen en lelijk in die van iemand anders. En als wij schrijven: 'De ordonnans is aardig,' is dat geen waarheid, want de ordonnans kan in staat zijn tot gemeenheiden waar wij niet van weten. Wij schrijven dus gewoon: 'De ordonnans geeft ons dekens.'
Wij schrijven: wij eten veel noten. 'En niet: 'Wij houden van noten', want 'houden van' is geen duidelijk woord, het is niet precies en objectief genoeg. 'Van noten houden en 'van onze Moeder houden,' dat kan niet hetzelfde betekenen...'
(...) Woorden die een gevoel aanduiden zijn heel vaag, het is beter het gebruik ervan te vermijden en zich te houden aan de beschrijving van de dingen, van de mensen en van zichzelf, dat wil zeggen aan de getrouwe beschrijving van de feiten.
Mijn scriptie heb ik deels over haar trilogie: Het dikke schrift, Het bewijs en De derde leugen geschreven. Dat is alweer vijftien jaar geleden. Ik weet er nu weinig meer van. Maar ik vind dat iedereen die trilogie moet lezen.
'Moet?'
'Ja. Moet. Of dan tenminste Het dikke schrift.
dinsdag 26 juli 2011
Die nacht kon ze niet slapen
Eén maandag uit het leven van Jeetje (6)
Over de hongersnood in Afrika. Jeetje zit met een vol bord rijst met groenten voor haar neus.
'De mensen zijn zo dun, je ziet hun skelet door hun vel heen schemeren.'
'Maar waarom gaan ze daar dan dood van de honger?' vraagt Jeetje.
'Het is er zo extreem droog gebleven dat alle oogst is mislukt en daarom hebben ze niets te eten. Of heel weinig. Een handje rijst per dag.'
'Maar goed dat het hier vaak regent.'
'Ja, wij wonen in een heel rijk land.' Ik besluit corruptie even buiten beschouwing te laten.
'Dan moeten moeten die mensen maar snel allemaal naar Nederland komen.'
'Ja en dàt mag niet.'
'Waarom niet?'
'Ze passen niet allemaal in ons land.'
'Ik ga pannen met eten daar naartoe brengen,' zegt Jeetje. 'Eh...' Ze zoekt naar een goeie oplossing voor de hongersnood.
'Onze regering geeft wel geld aan die landen, hè, om te helpen. Maar niet genoeg. Ook weer niet zo heel veel.'
'Wij moeten zelf ook geld overhouden,' zegt Jeetje. Ze neemt plotseling grote happen.
'Ik wil niet dat je mijn skelet ziet,' zegt ze. 'Ik ben ook dun.'
Over de dood Amy Winehouse.
'Was ze oud dan of ziek?'
'Nee.'
'Dan is ze zeker doodgemaakt?'
'Nee.'
'Hoe kan het dan dat ze dood is gegaan?'
'Ze dronk zoveel wijn dat ze doodging. Ze at niet, ze dronk wijn. Ze bleef maar wijntjes drinken en kon niet stoppen. Daaraan is ze gestorven.'
'O, dan heeft ze niet goed naar zichzelf geluisterd.'
Ze bezocht Naturalis in Leiden en was thuisgekomen met de dvd Walking With Beasts waarin de levenswijze van uitgestorven diersoorten getoond wordt. Er vloeit nogal wat bloed in die serie. De groten maken de kleinen af.
'Toen waren er nog geen mensen en geen huizen op de aarde,' zegt man opgewekt. 'En misschien zal het over een hele poos wel weer zo zijn. Dan zijn wij mensen weer verdwenen.'
'Verdwenen,' vraagt Jeetje. 'Wanneer?'
'Wij zijn eigenlijk nog maar heel kort hier.' zegt man. 'Wij mensen bestaan nog niet zo lang.'
'Ik ben er toch al best lang?' zegt Jeetje tegen mij. 'En jij nog veel langer, en er zijn voor ons al mensen doodgegaan. En daarvoor ook. En daarvoor.'
'Noorwegen? Wat is er dan precies in Noorwegen gebeurd?'
'O, niks.'
Over de hongersnood in Afrika. Jeetje zit met een vol bord rijst met groenten voor haar neus.
'De mensen zijn zo dun, je ziet hun skelet door hun vel heen schemeren.'
'Maar waarom gaan ze daar dan dood van de honger?' vraagt Jeetje.
'Het is er zo extreem droog gebleven dat alle oogst is mislukt en daarom hebben ze niets te eten. Of heel weinig. Een handje rijst per dag.'
'Maar goed dat het hier vaak regent.'
'Ja, wij wonen in een heel rijk land.' Ik besluit corruptie even buiten beschouwing te laten.
'Dan moeten moeten die mensen maar snel allemaal naar Nederland komen.'
'Ja en dàt mag niet.'
'Waarom niet?'
'Ze passen niet allemaal in ons land.'
'Ik ga pannen met eten daar naartoe brengen,' zegt Jeetje. 'Eh...' Ze zoekt naar een goeie oplossing voor de hongersnood.
'Onze regering geeft wel geld aan die landen, hè, om te helpen. Maar niet genoeg. Ook weer niet zo heel veel.'
'Wij moeten zelf ook geld overhouden,' zegt Jeetje. Ze neemt plotseling grote happen.
'Ik wil niet dat je mijn skelet ziet,' zegt ze. 'Ik ben ook dun.'
Over de dood Amy Winehouse.
'Was ze oud dan of ziek?'
'Nee.'
'Dan is ze zeker doodgemaakt?'
'Nee.'
'Hoe kan het dan dat ze dood is gegaan?'
'Ze dronk zoveel wijn dat ze doodging. Ze at niet, ze dronk wijn. Ze bleef maar wijntjes drinken en kon niet stoppen. Daaraan is ze gestorven.'
'O, dan heeft ze niet goed naar zichzelf geluisterd.'
Ze bezocht Naturalis in Leiden en was thuisgekomen met de dvd Walking With Beasts waarin de levenswijze van uitgestorven diersoorten getoond wordt. Er vloeit nogal wat bloed in die serie. De groten maken de kleinen af.
'Toen waren er nog geen mensen en geen huizen op de aarde,' zegt man opgewekt. 'En misschien zal het over een hele poos wel weer zo zijn. Dan zijn wij mensen weer verdwenen.'
'Verdwenen,' vraagt Jeetje. 'Wanneer?'
'Wij zijn eigenlijk nog maar heel kort hier.' zegt man. 'Wij mensen bestaan nog niet zo lang.'
'Ik ben er toch al best lang?' zegt Jeetje tegen mij. 'En jij nog veel langer, en er zijn voor ons al mensen doodgegaan. En daarvoor ook. En daarvoor.'
'Noorwegen? Wat is er dan precies in Noorwegen gebeurd?'
'O, niks.'
Abonneren op:
Posts (Atom)