Het schrijversdagboek van Viriginia Woolf pakte ik er gisteren weer eens bij en ik sloeg het - boem/pats - open op 18 februari. Dus dat moest iets te betekenen hebben.
Ze schreef: Ik zal alleen nog schrijven waar ik zin in heb; en zij moeten maar zeggen waar ze zin hebben. Ik begin in te zien dat ik als schrijfster alleen nog belang heb bij een soort buitenissige eigenzinnigheid; niet bij kracht of hartstocht of bij iets baanbrekends. Maar dan bedenk ik dat 'buitenissige eigenzinnigheid' in wezen een eigenschap is die ik hoog aansla...
Meteen dacht ik aan Harry Merrie en aan zijn buitenissige eigenzinnigheid. Ook dacht ik na over mijn eigen buitenissige eigenzinnigheid. En dat ik het gewoon een mooi begrip vindt. Buitenissig eigenzinnig.
dinsdag 19 februari 2013
maandag 18 februari 2013
Cultheld
Op zaterdagavond, vlak nadat ik van diverse kanten signalen gekregen had dat schrijven het enige is wat me te doen staat, zat ik op een podium in een Utrechtse molen met vier andere schrijvers en de Rotterdamse cultheld Harry Merrie. De schrijvers hadden uitgeprinte a-viertjes in hun hand. Harry Merrie zat achter een keyboard en een computer. Om de beurt droegen wij voor, daarna kwam er steeds een liedje. Harry had iets aan wat het midden hield tussen pyjama en panterpak. Hij zweefde zelf ook ergens tussen man en vrouw in, tussen hier en daar. Maar voor hij begon zei hij: 'Mijn artiestennaam is Harry Merrie, maar ik heet eigenlijk Harry den Hartog.'
Dat vond ik mooi.
De hele avond heb ik voorovergebogen naar de zanger gekeken. Wij alle vijf, geloof ik. En ook het publiek raakte geobsedeerd door hem en zijn manier van muziek maken. Na het eerste liedje had hij zijn schoenen uitgedaan, zag ik. Hij droeg geitenwollen sokken en had kleine, smalle voeten voor een man. De keren dat ik direct na een liedje van Harry moest voorlezen, vond ik moeilijk. De afstand tussen de muziek en mijn tekst was onoverbrugbaar, of zoiets.
Na afloop van de avond had ik erge koppijn. Maar op de een of andere manier liet ook deze cultheld mij zien dat je moet doen wat je moet doen, zonder concessies. Het was voor hem geen keuze, vermoed ik. Hij kon niet anders. Hij speelde geen cultheld, hij was er één. Hij was de overgave in hoogst eigen persoon. Hier was iemand aan het werk die op het randje van de waanzin verkeerde, maar toch wist wat hij deed.
Al wilde je niet erg graag dichter bij hem komen, de schrijver waarmee ik naar het station liep had dat ook. Van een afstand zwaaiden we hem gedag. Misschien was dat Harry's tragedie. Er waren er niet veel die dichtbij hem kwamen.
Dat vond ik mooi.
De hele avond heb ik voorovergebogen naar de zanger gekeken. Wij alle vijf, geloof ik. En ook het publiek raakte geobsedeerd door hem en zijn manier van muziek maken. Na het eerste liedje had hij zijn schoenen uitgedaan, zag ik. Hij droeg geitenwollen sokken en had kleine, smalle voeten voor een man. De keren dat ik direct na een liedje van Harry moest voorlezen, vond ik moeilijk. De afstand tussen de muziek en mijn tekst was onoverbrugbaar, of zoiets.
Na afloop van de avond had ik erge koppijn. Maar op de een of andere manier liet ook deze cultheld mij zien dat je moet doen wat je moet doen, zonder concessies. Het was voor hem geen keuze, vermoed ik. Hij kon niet anders. Hij speelde geen cultheld, hij was er één. Hij was de overgave in hoogst eigen persoon. Hier was iemand aan het werk die op het randje van de waanzin verkeerde, maar toch wist wat hij deed.
Al wilde je niet erg graag dichter bij hem komen, de schrijver waarmee ik naar het station liep had dat ook. Van een afstand zwaaiden we hem gedag. Misschien was dat Harry's tragedie. Er waren er niet veel die dichtbij hem kwamen.
zaterdag 16 februari 2013
Doorzetters
We gingen uit eten en toen naar een voorstelling over Anorexia Nervosa in de Brakke Grond. De relatie tussen het lichaam en het ongrijpbare 'ik.' Het was een heel persoonlijke voorstelling van de Vlaamse theatermaakster Soetkin Demey en de zusjes Raeven deden ook mee. De ruimte was ingericht als een woonkamer, de stoelen opgesteld rondom een eettafel.
Ergens heb ik bewondering voor mensen met anorexia. Het zijn de echte volhouders.
Als tiener was ik ook veel bezig met calorieën. In al mijn dagboeken hou ik per dag bij wat er weer het eetgrage, vette mondje ingegaan is en hoeveel calorieën dat wel niet is bij elkaar. En dat het dus op deze manier nooit iets wordt met mij. Als ik zo enorm blijf vreten.
Het is nooit anorexia geworden. Ik ben daar niet serieus genoeg voor. Ik denk dat daar mijn bewondering ook zit. Ze nemen hun voornemen serieus. Het zijn de mensen die een statement maken. Hoe ziekelijk ook.
Toch blijft dun zijn aantrekkelijker dan dik zijn. Als ik me niet goed voel en daarom niet echt kan eten, vind ik dat een groot voordeel. Het zo mager als een lat zijn, blijft mijn ideaal.
De hele voorstelling lang keek ik naar de theatermaakster die rondliep en een prachtig lichaam had. Veel bezoekers van de voorstelling waren flinterdun. Gezeten in het donker nam ik me voor nu echt geen zoetigheid meer te nuttigen.
Dan komt alles goed.
Ergens heb ik bewondering voor mensen met anorexia. Het zijn de echte volhouders.
Als tiener was ik ook veel bezig met calorieën. In al mijn dagboeken hou ik per dag bij wat er weer het eetgrage, vette mondje ingegaan is en hoeveel calorieën dat wel niet is bij elkaar. En dat het dus op deze manier nooit iets wordt met mij. Als ik zo enorm blijf vreten.
Het is nooit anorexia geworden. Ik ben daar niet serieus genoeg voor. Ik denk dat daar mijn bewondering ook zit. Ze nemen hun voornemen serieus. Het zijn de mensen die een statement maken. Hoe ziekelijk ook.
Toch blijft dun zijn aantrekkelijker dan dik zijn. Als ik me niet goed voel en daarom niet echt kan eten, vind ik dat een groot voordeel. Het zo mager als een lat zijn, blijft mijn ideaal.
De hele voorstelling lang keek ik naar de theatermaakster die rondliep en een prachtig lichaam had. Veel bezoekers van de voorstelling waren flinterdun. Gezeten in het donker nam ik me voor nu echt geen zoetigheid meer te nuttigen.
Dan komt alles goed.
vrijdag 15 februari 2013
Nuancering
De moeders verdienen het niet. Mijn stukje van gisteren.
Nu ben ik er absoluut niet tegen om moeders of mensen een beetje belachelijk te maken. In tegendeel. Maar als je dat doet, hou dan nooit jezelf buiten schot. De belachelijkste moeder in dezen ben ik nog altijd zelf.
Het leek mij het gemakkelijkste om de moeder die mij beval een mail aan alle ouders te sturen, maar gewoon te gehoorzamen. Ook al stond het mij tegen. Zoveel werk is het niet, zei ik tegen mezelf.
En: dan ben je van het gezeik af. De intrinsieke behoefte om voor een mooie gezamenlijke bos bloemen voor de juf te zorgen, had ik niet. Ik had al een cadeau voor de juf. Ik vond het goed zo. De verantwoordelijkheid voelde ik ook al niet. Er was tenslotte een klassenmoeder. Maar dit zei ik allemaal niet. Als een braaf kind gehoorzaamde ik de moeder die zei wat ik moest doen.
Ik deed iets wat ik niet wilde.
De klassenmoeder die mij later op die dag aansprak, confronteerde mij daar in feite weer mee. En wekte zo mijn irritatie op. Haar verschijning op het schoolplein maakte mij duidelijk dat als je iets doet wat je niet wil, je uiteindelijk alleen maar meer gezeik krijgt. Dat was niet de schuld van de klassenmoeder. Dat was mijn schuld.
De broek die ze aan had was wel haar eigen verantwoordelijkheid
Nu ben ik er absoluut niet tegen om moeders of mensen een beetje belachelijk te maken. In tegendeel. Maar als je dat doet, hou dan nooit jezelf buiten schot. De belachelijkste moeder in dezen ben ik nog altijd zelf.
Het leek mij het gemakkelijkste om de moeder die mij beval een mail aan alle ouders te sturen, maar gewoon te gehoorzamen. Ook al stond het mij tegen. Zoveel werk is het niet, zei ik tegen mezelf.
En: dan ben je van het gezeik af. De intrinsieke behoefte om voor een mooie gezamenlijke bos bloemen voor de juf te zorgen, had ik niet. Ik had al een cadeau voor de juf. Ik vond het goed zo. De verantwoordelijkheid voelde ik ook al niet. Er was tenslotte een klassenmoeder. Maar dit zei ik allemaal niet. Als een braaf kind gehoorzaamde ik de moeder die zei wat ik moest doen.
Ik deed iets wat ik niet wilde.
De klassenmoeder die mij later op die dag aansprak, confronteerde mij daar in feite weer mee. En wekte zo mijn irritatie op. Haar verschijning op het schoolplein maakte mij duidelijk dat als je iets doet wat je niet wil, je uiteindelijk alleen maar meer gezeik krijgt. Dat was niet de schuld van de klassenmoeder. Dat was mijn schuld.
De broek die ze aan had was wel haar eigen verantwoordelijkheid
donderdag 14 februari 2013
De moeders en ik
Op hoge poten komt er een moeder op me aflopen.
'Ik snapte niets van jouw mailtje,' zei ze. 'Ik vond het een rare reactie.'
'O,' zei ik en bekeek haar van top tot teen. Wie ben jij, dacht ik. En: Lelijke broek.
Het bleek over de verjaardag van de juf te gaan.
De dag ervoor was ik door een andere moeder gestrikt om alle ouders te mailen om te zeggen dat ze geld mee moesten nemen. ('Jij kunt toch goed schrijven?') Dan zou zij, die andere moeder dus, de bos bloemen voor de juf wel kopen. 'Met liefde,' voegde ze er aan toe. Het was te gek dat er niets geregeld was! Zo'n geweldige juf!
'Nou,' zei ik. En: 'Er is toch ergens een klassenmoeder?'
'Ben jij dat niet?'
'Nee. Dit zou de klassenmoeder regelen.' Op slinkse wijze probeerde ik onder de moeder uit te komen, maar ze bleef me achtervolgen tot ik zei dat ik zou mailen.
'Fijn!' zei ze. 'Ik koop de bloemen met héél véél liefde.'
'Ik ben de klassenmoeder,' zei de moeder met de lelijke broek. En dat ze allang een cadeau geregeld had.
'Sorry, ik wist niet dat jij...'
'Daar heb je een mail over gehad aan het begin van het jaar.'
'Misschien had je er een foto bij moeten doen.'
Ze noemde de naam van haar kind. Ik knikte braaf. Ik had geen idee wie dat kind was, maar ik wilde haar niet nog meer tegen me in het harnas jagen.
'Ik snapte je mail echt helemáál niet.'
'Dan moet je misschien beter lezen.'
'Er stond iets als: laten we de juf bedelven onder de cadeaus...' Ze trok haar neus op.
'Dat was een grapje.'
'Het is maar net hoe je zo'n mail interpreteert.'
'Nee, het is een kwestie van goed lezen,' zei ik.
De moeder met de lelijke broek begon naar een vader in de verte te zwaaien en maakte dat ze wegkwam. De andere moeder kwam ik die dag ook nog tegen met een collectebus voor een goed doel.
'Ik snapte niets van jouw mailtje,' zei ze. 'Ik vond het een rare reactie.'
'O,' zei ik en bekeek haar van top tot teen. Wie ben jij, dacht ik. En: Lelijke broek.
Het bleek over de verjaardag van de juf te gaan.
De dag ervoor was ik door een andere moeder gestrikt om alle ouders te mailen om te zeggen dat ze geld mee moesten nemen. ('Jij kunt toch goed schrijven?') Dan zou zij, die andere moeder dus, de bos bloemen voor de juf wel kopen. 'Met liefde,' voegde ze er aan toe. Het was te gek dat er niets geregeld was! Zo'n geweldige juf!
'Nou,' zei ik. En: 'Er is toch ergens een klassenmoeder?'
'Ben jij dat niet?'
'Nee. Dit zou de klassenmoeder regelen.' Op slinkse wijze probeerde ik onder de moeder uit te komen, maar ze bleef me achtervolgen tot ik zei dat ik zou mailen.
'Fijn!' zei ze. 'Ik koop de bloemen met héél véél liefde.'
'Ik ben de klassenmoeder,' zei de moeder met de lelijke broek. En dat ze allang een cadeau geregeld had.
'Sorry, ik wist niet dat jij...'
'Daar heb je een mail over gehad aan het begin van het jaar.'
'Misschien had je er een foto bij moeten doen.'
Ze noemde de naam van haar kind. Ik knikte braaf. Ik had geen idee wie dat kind was, maar ik wilde haar niet nog meer tegen me in het harnas jagen.
'Ik snapte je mail echt helemáál niet.'
'Dan moet je misschien beter lezen.'
'Er stond iets als: laten we de juf bedelven onder de cadeaus...' Ze trok haar neus op.
'Dat was een grapje.'
'Het is maar net hoe je zo'n mail interpreteert.'
'Nee, het is een kwestie van goed lezen,' zei ik.
De moeder met de lelijke broek begon naar een vader in de verte te zwaaien en maakte dat ze wegkwam. De andere moeder kwam ik die dag ook nog tegen met een collectebus voor een goed doel.
woensdag 13 februari 2013
Koop make-up voor kinderen
Hedenochtend is de juf van groep 3/4/5 jarig. Daar leefden we al een tijdje naartoe met het hele gezin. We streepten de dagen af. Er hing gisteravond een briefje op onze slaapkamerdeur: 'Lieve papa en mama, welteruste, ik hoop dat het snel morge is. Jeetje.'
Nu is het dan zover. Omdat ze verkleed op school mocht komen, hadden we de jurk en de hoed allang uitgezocht en klaargelegd. Het cadeautje was gemaakt en we hadden ook nog iets gekocht voor de juf. Er kon niets meer misgaan. Er ging ook niets mis, behalve dan dat de dag erg vroeg alweer begon. Om zeven uur zagen beide dames er al uit of ze klaar waren om naar het concertgebouw te gaan. Rond een uur of acht moet Jeetje in stilte besloten hebben, zich nog mooier te gaan maken dan ze al was. Ze sloot zich op in haar kamer.
Omdat ze van mij geen make-up mag, ik heb een spuughekel aan kinderen met make-up, deed ze het met tatoeagepennen. (Dat slijt van de huid) Jeetje is niet voor één gat te vangen. Ze zette paarse pennenstrepen op haar oogleden en ze gebruikte de pen als oogpotlood. Smokey eyes. Ze kleurde haar lippen in met een fuchsia tatoeagepen. Ze tekende oorbellen, die ze van mij ook al niet mag, op haar oren.
Bij het tandenpoetsen pas zag ik Jeetjes gezicht in de spiegel en besefte dat het mijn aversie tegen make-up was die dit veroorzaakt had.
Nu is het dan zover. Omdat ze verkleed op school mocht komen, hadden we de jurk en de hoed allang uitgezocht en klaargelegd. Het cadeautje was gemaakt en we hadden ook nog iets gekocht voor de juf. Er kon niets meer misgaan. Er ging ook niets mis, behalve dan dat de dag erg vroeg alweer begon. Om zeven uur zagen beide dames er al uit of ze klaar waren om naar het concertgebouw te gaan. Rond een uur of acht moet Jeetje in stilte besloten hebben, zich nog mooier te gaan maken dan ze al was. Ze sloot zich op in haar kamer.
Omdat ze van mij geen make-up mag, ik heb een spuughekel aan kinderen met make-up, deed ze het met tatoeagepennen. (Dat slijt van de huid) Jeetje is niet voor één gat te vangen. Ze zette paarse pennenstrepen op haar oogleden en ze gebruikte de pen als oogpotlood. Smokey eyes. Ze kleurde haar lippen in met een fuchsia tatoeagepen. Ze tekende oorbellen, die ze van mij ook al niet mag, op haar oren.
Bij het tandenpoetsen pas zag ik Jeetjes gezicht in de spiegel en besefte dat het mijn aversie tegen make-up was die dit veroorzaakt had.
maandag 11 februari 2013
In de onderzeeër.
Ik was gevlucht voor de man die beneden een houtkachel aan kwam leggen en daarvoor het hele huis moest doorboren. Hij had carnaval gevierd en was nog brak.
'Wat zou jij doen als ze aan de tieten van je vrouw begonnen te draaien,' zei hij tegen man. 'Ik snap best dat ze die Amsterdammers op hun bek slaan. Ze pikken gewoon hun wijven af.'
De uitdrukking 'dan sta je toch effe met je pik in het zand' leerde ik nog van hem en toen vertrok ik.
In de centrale bibliotheek van Amsterdam dook ik in de de eerste de beste onderzeeër die ik zag.
Een rond stalen geval waarin een houten bankje en tafel gemaakt was. Een kleine opening. Het ding was bijna rondom gesloten. Aan de binnenkant waren namen geklad. Ik klapte mijn laptop open en opende een document. Mijn vingers waren stijf van de kou. Ik deed mijn sjaal om en al gauw had ik ook mijn jas weer aan. Buiten werden steeds nieuwe groepen tieners rondgeleid. Een keer kwam er een kind de onderzeeër in. 'Wat doe jij hier?' vroeg het kind.
'Ik woon hier.'
'O,' zei het kind en verdween weer.
Er stonden drie onderzeeërs naast elkaar. Af en toe gluurde ik door één van de twee ronde raampjes naar de buur-onderzeeër. In deze omgeving werd niet aan tieten gedraaid, zag ik. Heel nodig moest ik naar de wc, maar ik kon mijn onderzeeër niet in de steek laten natuurlijk. De dag zou lang gaan duren besefte ik. En vol ontberingen zijn.
Ik tuurde steeds langer door het rondje van matglas naar buiten, op zoek naar leven. Tot ik tussen de onderzeeërs plotseling een collega schrijfster ontwaarde. Met twee vuisten tegelijk begon ik op het raampje te bonzen. Steeds harder. Omdat ik bang was dat ze door zou lopen zonder me te zien.
Maar even later verscheen haar hoofd voor de opening.
'Echt iets voor jou om in dit autistische hok te gaan zitten,' zei ze. En: 'Koffie drinken?'
Zo werd ik uit mijn onderzeeër bevrijd. De wereld bleek groter, lichter en leuker daarbuiten. Maar me concentreren, was er niet echt bij.
'Wat zou jij doen als ze aan de tieten van je vrouw begonnen te draaien,' zei hij tegen man. 'Ik snap best dat ze die Amsterdammers op hun bek slaan. Ze pikken gewoon hun wijven af.'
De uitdrukking 'dan sta je toch effe met je pik in het zand' leerde ik nog van hem en toen vertrok ik.
In de centrale bibliotheek van Amsterdam dook ik in de de eerste de beste onderzeeër die ik zag.
Een rond stalen geval waarin een houten bankje en tafel gemaakt was. Een kleine opening. Het ding was bijna rondom gesloten. Aan de binnenkant waren namen geklad. Ik klapte mijn laptop open en opende een document. Mijn vingers waren stijf van de kou. Ik deed mijn sjaal om en al gauw had ik ook mijn jas weer aan. Buiten werden steeds nieuwe groepen tieners rondgeleid. Een keer kwam er een kind de onderzeeër in. 'Wat doe jij hier?' vroeg het kind.
'Ik woon hier.'
'O,' zei het kind en verdween weer.
Er stonden drie onderzeeërs naast elkaar. Af en toe gluurde ik door één van de twee ronde raampjes naar de buur-onderzeeër. In deze omgeving werd niet aan tieten gedraaid, zag ik. Heel nodig moest ik naar de wc, maar ik kon mijn onderzeeër niet in de steek laten natuurlijk. De dag zou lang gaan duren besefte ik. En vol ontberingen zijn.
Ik tuurde steeds langer door het rondje van matglas naar buiten, op zoek naar leven. Tot ik tussen de onderzeeërs plotseling een collega schrijfster ontwaarde. Met twee vuisten tegelijk begon ik op het raampje te bonzen. Steeds harder. Omdat ik bang was dat ze door zou lopen zonder me te zien.
Maar even later verscheen haar hoofd voor de opening.
'Echt iets voor jou om in dit autistische hok te gaan zitten,' zei ze. En: 'Koffie drinken?'
Zo werd ik uit mijn onderzeeër bevrijd. De wereld bleek groter, lichter en leuker daarbuiten. Maar me concentreren, was er niet echt bij.
Abonneren op:
Posts (Atom)