zaterdag 23 maart 2013

Verslag

We luisterden naar drie Vlaamse schrijvers in het NRC gebouw. Kristien Hemmerechts was erg lang aan het woord over het verschil tussen fictie en non-fictie schrijven. Waar het steeds weer op neerkwam was dat je bij fictie vrijer was om te schrijven over mensen die je kende dan bij non-fictie. Je hoefde alleen de naam te veranderen en kon je gang gaan. Terwijl je je bij non-fictie meer aan feiten en fatsoensregels diende te houden. Dat kon wel waar zijn. Maar toch klopte er iets niet aan haar betoog. Misschien omdat het er op leek dat het er in het schrijven om ging zoveel mogelijk over anderen te schrijven zonder dat ze dat in de gaten hebben. Ze praatte over schrijven om wraak te nemen en over weinig vrienden overhouden als je alles eerlijk zou beschrijven.
Karl Ove Knausgard, de schrijver van die hele dikke autobiografische boeken over zijn dagelijkse leven, de stream of consciousness methode, kwam ter sprake en dat hij inderdaad nog maar weinig vrienden scheen te hebben. (Hij staat hoog bovenaan mijn leeslijst trouwens)
Ze sprak over schrijven over je ouders, je familie en over bekenden, het kon eigenlijk allemaal middels fictie of non-fictie, behalve schrijven over je kinderen. Dat deed je niet. Heel af en toe kwam debutante Griet op de Beeck er tussendoor en die zei dat het familie kerstfeestje na haar debuut inderdaad minder leuk was dan daarvoor. Maar dat had ze er voor over.  Ook Peter Terrin mocht soms iets zeggen en hij zei dat het wel kon; schrijven over je kinderen.
'Maar niet over hun kleine kantjes,' zei Kristien Hemmerechts.
Hij zei dat hij geen wraak wilde nemen op zijn kinderen.
'Daar gaat het ook niet om,' zei Kristien.
Nu kan ik me niet meer precies herinneren hoe Peter Terrin het zei en wat hij zei, maar wat ik nog wel weet is dat ik het met hem eens was.


vrijdag 22 maart 2013

Uitzicht

Vanuit het raam van mijn werkkamer keek ik weer eens naar de vrijstaande zelfontworpen woningen. Voor mijn neus het industriële grijze houten huis dat filmmakers als hun studio gebruiken, ze wonen op de Keizersgracht, de blokkendoos links, weet ik veel wie er woont, en het witte huis in Portugese stijl rechts, daar worden veel feesten gegeven, daarnaast de enorme  boerderette, meer kan ik er niet van zeggen, het hele perceel is boerderette, en het laatste huis heeft een typische vorm en is helemaal Azuurblauw, dat geen Azuurblauw is, nee een zeer geheime kleur blauw, ik denk er elke dag wel een keer aan dat de man die dat huis ontworpen heeft niet wil zeggen welke kleur het precies is, dat blijft maar door mijn hoofd gaan, ook al onthoud ik normaliter bijna niks en moet het al minstens twee jaar geleden zijn dat een buurman mij vertelde dat hij daar had aangebeld omdat hij het zo'n mooie kleur vond en dat hij toen 'dat ga ik jou niet aan je neus hangen' zei.
Uit het raam keek ik en dacht: ik moet hier weg. Hoe kom ik hier ooit eens een keer weg?  Daarna googelde ik op vliegreizen. De allergoedkoopste. Maar weg komen we hier niet zo snel. Ook niet voor een korte vakantie. Het is allemaal te duur en zo. We moeten opletten. Het is crisis. Misschien wordt het nog wel eens zo erg dat we met het hele gezin het huis uit worden gezet.

woensdag 20 maart 2013

Verminken

Het is half acht in de ochtend. Jeetje leest de krant hardop: Hoe is het anno 2013 nog bestaanbaar dat ouders hun kinderen genitaal laten verminken en daarbij de lichamelijke integriteit van hun pasgeboren zoon aantasten?
'Jij zou nog even piano spelen,' zeg ik.
'Wat is verminken?' vraagt ze.
'Verminken, verminken,' zeg ik.
'Ja, wat is verminken?'
'Kapot maken.'
'Kapot maken? Hoe kun je je kind nou kapot maken?'
Ik zeg niets. In de hoop dat ze het opgeeft, dat ze het artikel terzijde legt en 'Old Mac Donald had a farm' gaat oefenen op de piano. Het is nog wat vroeg voor uitleg over besnijdenis.
Maar ze leest stug door.
'Aha, hier staat het!' roept ze na een tijdje. 'Hier staat wat ze bedoelen.'
Ze leest: In feite snijd je als ouder een stukje van het lichaam van je kind af...
Ze kijkt mij aan: 'Maar waarom doen ze dat dan?'
Bij mijn uitleg wordt de frons in haar voorhoofd steeds groter. Dan legt ze de krant neer en gaat piano spelen. Nee, ze duwt eerst haar tweejarige zus daar weg, die al die tijd luidkeels 'Olifantje in het bos, laat je mama toch niet los' aan het zingen was, zichzelf begeleidend op de piano.
De wereld van de zevenjarige wordt met de dag groter, besef ik, maar niet per se leuker.

dinsdag 19 maart 2013

Duh

De tweejarige, het is van naturen een erg stoer en stevig meisje, blijft halverwege de trap staan. Ze wijst naar het zilvervisje dat voor haar voeten wegschiet en schreeuwt dat ik moet komen om haar bij het gevaar weg te dragen. De vlinderkas in de hortus bleek afgelopen zondag ook al de hel, een spinnetje in een hoek doet haar verstijven en nu is er dus ook het zilvervisje.
Ze heeft die angst van haar vader.
Man is bang voor spinnen. Dat slaat nergens op vind ik. Maar hij zegt dat het een oerangst is en dus gegrond. Eigenlijk ben ik voor geen enkel beest bang. Als ik een muis op het aanrecht zie zitten, gil ik misschien wat hoog. Dat is meer omdat ik het niet verwacht had dan dat het om de angst voor het beest zelf gaat. Ik ben dan wel weer onredelijk bang voor mensen.
Deze ochtend redde ik mijn tweejarige van het zilvervisje, terwijl ik met mijn zevenjarige de eenkindpolitiek in China aan het bespreken was. We hadden het over de 336 miljoen abortussen in veertig jaar op vooral meisjesfoetussen. Ze kon er met haar hoofd niet bij waarom die gezinnen in Godsnaam liever een zoon zouden willen.
'Die zonen komen toch allemaal uit een vrouw,' zei ze. 'Duh.'


zondag 17 maart 2013

Rondjes

De ochtend na het boekenbal, ik was om half vijf thuisgekomen, zat ik om half acht weer rechtop beneden en keek naar een Märklintrein die rondjes door de kamer aan het rijden was. Man en zijn broer lagen languit op de vloer naast de rails. Man plaatste een playmobilpoppetje op het spoor en zijn broer bediende de transformator. Steeds opnieuw en steeds iets harder lieten ze het locomotief over het mannetje heen rijden. Het poppetje verongelukte keer op keer. Ze hadden de grootste lol.
 'Dat deed hij vroeger ook altijd,' riep zijn broer uit.
De meisjes keken toe. Ik vroeg me af of dit nou een goed voorbeeld was. Ik vroeg me wel meer af.
De kachel brandde, twee middelbare mannen speelden, twee meisjes liepen op hun tenen om de rails heen. Ik zat erbij en keek ernaar.  Flitsen van het bal kwamen voorbij. De rondjes die ik liep door de gangen van de stadsschouwburg. Het leek een lichtjaar geleden allemaal, op een andere planeet.

vrijdag 15 maart 2013

Keurslijf en eerlijk

Maarten Biesheuvel zag ik gisteravond bij de DWDD dat voor de gelegenheid omgeturnd werd in Hier is...Adriaan van Dis. Hij zat er met zijn vrouw Eva. Recentelijk ben ik het boekje 'Oude geschiedenis van pa die leefde als een dier want hij schaamde zich nergens voor en hij was erg praktisch' kwijtgeraakt. Ik had het nog niet eens zo lang in mijn bezit. Zo goed ken ik Maarten Biesheuvels werk niet maar toen las ik Zeeverhalen en toen moest ik alles van die man hebben.
Voor mijn studenten had ik het korte verhaal met de lange titel gekopieerd en moet het bij het kopieerapparaat hebben laten liggen en iemand nam het mee.
Toen ik naar hem keek gisteren moest ik denken aan het gesprek met een moeder die me zei dat de kinderen op zo'n crèche toch in een keurslijf geduwd werden en dat ik 'ja' tegen haar zei en dat we toch allemaal in zo'n keurslijf zaten. Dag in dag uit. Dat vond zij ook. En we werden er een beetje treurig van.
Nee, ik denk hier nu pas aan. Toen ik naar hem keek, keek ik gewoon. Om precies te zijn, ik kreeg ontzettende kramp in mijn linkervoet. Onder het kijken, verging ik van de pijn, maar ik deed alsof ik niets voelde.
Ik had geen flauw idee wat hij ging doen of zeggen. Ik was steeds bang dat het iets zou zijn dat niet goed voor hem was. Biesheuvel had geen enkel keurslijf, leek wel. Niets om op/in terug te vallen.
Maar toen ging hij voorlezen. Dat was fantastisch. Door het verhaal dat hij voorlas, het was een brief aan zijn overleden vader, wilde ik meteen zelf aan het werk. Ook zoiets doen. Maar dan anders. Maar net zo eerlijk. Zo zonder keurslijf. Ook wilde ik dagenlang achter elkaar zijn verhalen gaan lezen.




woensdag 13 maart 2013

Ongelukkig is goed

Bij DWDD zat Herman Brusselmans te beweren dat schrijvers die gelukkig zijn nooit een grote roman kunnen schrijven. Schrijvers moeten lijden was zijn overtuiging. Het is niet voor het eerst dat zoiets gezegd wordt natuurlijk. We noemen het  wel de schrijversmythe. Het is niet waar. Maar toch; Herman Brusselmans zelf zag er droever uit dan ooit en ik dacht terug aan de stoet droeve schrijvers die ik in de voorbije weken tegengekomen ben; opgeblazen, volgevreten, rooddoorlopen, klemgezopen, trillend, knarsend, zwetend of gewoon hartstikke gestoord. Er is er werkelijk niet één bij die normaal is, behalve ik, dacht ik. Ik lijd niet serieus genoeg. Ja, ik lijd wel. Als het schrijven niet vlot, lijd ik. Het afgelopen jaar heb ik geleden. Dat mocht best een naam hebben. Maar echt dood wou ik ook weer niet. Een verkapte doodswens is een belangrijke vereiste.  H.B. zei ook nog dat Kees van Kooten nooit een grote roman zou schrijven omdat hij nu eenmaal een héél gelukkig man is. Dat nooit, dacht ik. Dat zal mij nooit overkomen.
'Ik denk dat ik om te beginnen maar bij jou weg moet,' zei ik tegen man.
'Denk je nou echt dat je dáár ongelukkiger van wordt?'  vroeg hij ongelovig.