donderdag 3 oktober 2013

Geheimen

'Ik wou dat ik helemaal door jouw ogen kon kijken,' zo begint Jeetje (8) bij het ontbijt al.  'Dat ik jou even kon zijn.'
'O jee, ja? Waarom?' zeg ik.
'Dan zou ik weten wat jij precies ziet. Misschien zie jij heel andere dingen dan ik.'
Ik knik, doe intussen iets met boterhammen en beleg.
'En ik zou te weten komen wat je allemaal écht denkt,' gaat ze door. 'Dan kom ik achter al jouw geheimen.'
'Maar ik heb geen geheimen,' zeg ik. 'Denk jij dat ik geheimen voor jou heb?'
Ze knijpt haar ogen samen en bekijkt me. Ik doe net of ik niet weet waar ze het over heeft, terwijl ik nog heel goed weet dat ik vroeger exact hetzelfde verlangen had. Mijn moeders geheimen moest ik zien te ontrafelen. Dat was een belangrijke missie.
'En dan ben jij mij geworden en dan kun je niet meer terug,' zeg ik.
'Ik wil het maar even,' zegt ze, 'een dagje wil ik jou zijn. Langer echt niet.'

woensdag 2 oktober 2013

Toch?

Op de fiets naar het flevopark met de drie-jarige achterop.

'Ik zat in jouw buik toch, mama?' roept ze.
'Ja.'
En toen ik een baby was, kon ik alleen maar liggen. Baby's zitten in de buiken van mama's en niet van papa's.'
'Nee, niet van papa's.'
'Waarom eigenlijk?'
'Zomaar.'
'Daarom is geen reden toch?'
'Nee.'
'Zomaar wel?'

'Hee mama, ik ben toch een kind?'
'Ja.'
'En een meisje?'
'Ja.'
'Is een kind ook een mens?'
'Ja, jij bent ook een mens.'
'Wie is er nog meer een mens?'
'Ik ben een mens. Papa is een mens. Jeetje is een mens.'
'Wie is er geen mens?'
'Ronnie en Noenoe zijn geen mensen.'
'Wie nog meer niet?'
'Beesten zijn geen mensen.'
'En de Gruffalo ook niet hè?'
'Die bestaat niet in het echt, hè?
'O nee, alleen in het bos, hè?'

Als we in het park zijn en ik haar van de fiets til, kijkt ze omhoog.
'De bomen. Ik denk dat die omhoog gehouden worden met een touw anders zouden ze vallen. Toch?'

dinsdag 1 oktober 2013

Sfeer

Eindelijk zag ik de film Borgman en ik weet nog niet precies hoe ik 'm moet plaatsen. Dat vind ik op zich al interessant. Ik heb erg moeten lachen om het geweld. Werd er iemand gewurgd, schaterde ik het uit. De mannen onder de grond deden me denken aan  vampiers die uit hun graf opstaan. Van Warmerdam moet de serie True Blood hebben gezien.
Een eigen kille wereld, met een eigen logica. Maar de villa die speciaal gebouwd was voor deze film, zou je makkelijk hier op IJburg aan kunnen treffen. Het gezin dat er woont ook.
Ik heb tientallen van dat soort villa's gezien op het laatste eiland. De laatste tijd kom ik er wel eens met hardlopen omdat ik in het donker liever niet door het park ren. Dus ren ik langs de vrijstaande villa's met strakke gazons en glimmende wagens op de oprit. In het midden een dieprode, lichtgevende rechthoek. Een verlicht tennisveld. Altijd als ik er kom is dat tennisveld leeg. Er is daar sowieso nooit een mens op straat. Vorige week zag ik er al wel een dennenboom met kerstverlichting.


vrijdag 27 september 2013

donderdag 26 september 2013

In nood

Met een rotgang fietste ik van Bos & Lommer de Baarsjes in, tenminste dat stond nu op de straatnaambordjes 'Baarsjes', het was spitsuur en over een dik kwartier moest ik op het Roeterseiland zijn om les te geven. De eerste les van het seizoen. De routeplanner op mijn telefoon kon de huidige locatie niet vinden. De mensen aan wie ik de weg vroeg, verstonden me niet. Het zweet stond op mijn voorhoofd. Ik racete alle kanten op. Het kwam me allemaal even onbekend voor. Maar zelfs m'n eigen straat zou ik nu niet meer herkennen. Er was geen enkel aanknopingspunt.
Ik kwam terug van de boekpresentatie van 'Van dode mannen win je niet' van Walter van den Berg en probeerde maar beter te accepteren dat ik te laat zou komen. Meteen toen dit gebeurd was, herkende ik de Nassaukade en wist ik waarheen de weg mij leidde. De receptionist zei dat ik er gehaast uitzag en dat hij deze keer maar geen grapjes zou maken. Mijn blouse was nat. Als ik mijn armen bewoog, rook ik mezelf. Terwijl de cursisten een schrijfopdracht maakten, las ik passages uit 'Van dode mannen win je niet.' Eenmaal thuis legde ik mijn benen op tafel en las door.
Vannacht schrok ik wakker van een diep en donker mannengebrul. 'Neuken,' werd er gebruld. Het klonk onmenselijk. Beestachtig.  Ik knipte mijn lampje aan en sloeg het boek weer open. Buiten schreeuwde de man: 'Neuken. Ik wil neuken.'


woensdag 25 september 2013

Vulpen

In de tweede klas van de basisschool kreeg iedereen een nieuwe vulpen. Behalve de linkshandigen.
De nieuwe vulpennen waren rood en hadden een mat-zilveren dop. Mijn pen was helemaal donkergroen. Volgens de meester zouden linkshandigen met de nieuwe vulpen vlekken in hun schrift maken. Maar ik vlekte nooit bij het schrijven. Ik had mezelf al in de eerste klas aangeleerd om mijn hand op een bepaalde manier omhoog te houden. Zo schrijf ik nu nog steeds.
In de weken nadat de kinderen de nieuwe vulpen hadden gekregen, kreeg ik steeds meer moeite met het schrijven met mijn donkergroene pen. Mijn pen ging stroef over het papier. Mijn pen bleef haken. Mijn pen veroorzaakte vlekken in mijn schrift.
Totdat de meester mij op een dag ook een nieuwe vulpen gaf. Het moment waarop ik mijn oude pen bij hem inleverde, herinner ik me nog goed. Maar nog beter herinner ik me de eerste keer dat ik met de nieuwe aanwinst schreef; de softe, lichtblauwe, dikke letters die in mijn schrift kwamen te staan. In plaats van de messcherpe, donkere, dunne lijnen die mijn oude pen gemaakt had.

maandag 23 september 2013

Donna

Middenin de nacht fietste ik terug met het boek van Donna Tartt aan mijn stuur. Meer dan negenhonderd bladzijden. Ik had er iemand morsdood mee kunnen slaan.
De boekpresentatie van het Puttertje was in de Stadsschouwburg en we wilden weleens zien hoe Donna dat deed.
De eerste drie kwartier werd er alleen maar over de schrijfster gesproken, zonder dat we haar zelf te zien kregen. En toen het zover leek te zijn, zagen we nóg alleen maar haar silhouet achter een doek. Een schaduwspel. Ze las voor. We hoorden haar stem. Ze versprak zich twee keer.
Het hoogtepunt van de avond was het moment waarop ze tevoorschijn kwam. In een lang gewaad. En op grote schoenen. Daar stond de schrijfster. In het volle licht.
De gelijkenis met haar en het puttertje was opvallend. Als je tien jaar over een boek doet, word je het onderwerp waarover je schrijft. Dat kan ook haast niet anders.
Bij de borrel stond ze een paar keer vlak bij ons. Je zou haar gemakkelijk over het hoofd zien vanwege haar lengte. Ze is maar één meter vijftig lang. Rondom haar was steeds een hele lege cirkel. Het was stervensdruk. Maar waar zij ging, weken de mensen uiteen.