Om zeven uur 's avonds, net toen Deetje (3) een woedeaanval had, ging de bel. De overbuurvrouw die bij de Bezige Bij werkt, kwam me feliciteren met De weg naar zee, - ze had het al gelezen zei ze - en ze bracht me een ander boek. Lof van het rommelige leven van Katie Roiphe.
Ze zei erbij: 'Ik vermoed dat dit wel iets voor je is.'
Ik ken haar verder helemaal niet. Zij mij ook niet. Maar er is niets leukers als mensen die vermoeden dat boeken of dingen wel iets voor je zijn, vind ik. Dus toen het rommelige leven hier in bed lag, ging ik voor de houtkachel liggen, sloeg de verzameling essays van Katie Roiphe open en begon te lezen.
Er stond: 'In mijn eigen leven doe ik vaak mijn uiterste best conflicten en zelfs meningsverschillen te vermijden, dus het is wel wat vreemd dat ik in mijn essays vaak de confrontatie lijk te zoeken, waardoor mensen zich gauw ongemakkelijk en soms zelfs diep gekrenkt voelen. Het is moeilijk uit te leggen waar dat precies door komt. En al geef ik grif toe dat het op zich een weinig zinvolle of houdbare levenshouding is, toch lijk ik mijn dagen zo te vullen: als een vriendelijk persoon, die op papier fel uithaalt.'
Ik wist meteen dat het iets voor me was.
En op mijn keukentafel ligt:
dinsdag 15 oktober 2013
maandag 14 oktober 2013
Superalleen
Mijn boek was kleiner dan ik dacht, vierkanter en dunner. De donkerblauwe stoffen kaft was minstens twee keer zo dik als de inhoud. Op de cover een geel stripeendje met ogen op steeltjes. Het boek was ook zo zwaar als een baksteen. Ik kon het niet lang vasthouden zonder een lamme arm te krijgen.
'Niet handig voor de mensen die het mee willen nemen in de trein,' dacht ik nog. 'Maar ja.'
De titel luidde Superalleen! Daar stond ik ook van te kijken. Er zat een briefje bij de doos dat er op het laatst voor Superalleen! gekozen was, omdat ze dat toch beter vonden, en er was haast bij geweest. Verder geen tijd meer om dat nog met mij te bespreken.
'Superalleen!' zei ik een paar keer zachtjes voor me uit. 'Superalleen.'
'Niet handig voor de mensen die het mee willen nemen in de trein,' dacht ik nog. 'Maar ja.'
De titel luidde Superalleen! Daar stond ik ook van te kijken. Er zat een briefje bij de doos dat er op het laatst voor Superalleen! gekozen was, omdat ze dat toch beter vonden, en er was haast bij geweest. Verder geen tijd meer om dat nog met mij te bespreken.
'Superalleen!' zei ik een paar keer zachtjes voor me uit. 'Superalleen.'
vrijdag 11 oktober 2013
Nobelprijs
We hebben verse muntthee en broodjes gegrilde aubergine met kalkoenfilet besteld.
'Ze is goed,' zeg ik.
'Waarom is ze dan zo goed?' vraagt hij.
'Je moet die verhalen gewoon eens een keer lezen, man.'
'Die titels van haar alleen al.' Hij trekt zijn neus op. 'Liefde van een goede vrouw, Liefde slaapt nooit, Te veel geluk.'
'Het gaat bij Alice Munro over de dagelijkse levens van mensen - vrouwen meestal - in de periferie van de samenleving, die op de een of andere manier aan hun lot, achtergrond proberen te ontsnappen.'
'Precies,' zegt hij. 'Van die nuffige huisvrouwtjeslyriek.'
We zetten onze tanden in de kalkoenbroodjes.
'De onderwerpen mogen dan wel dicht bij haar leefwereld liggen, maar het wordt juist geen moment saai.' Ik spreek met volle mond. 'Elk verhaal blijft hoogst origineel en verfrissend. Ik leer van haar dat je je onderwerpen juist dicht bij huis mag zoeken. Moet zoeken misschien zelfs.'
'Vrouwen schrijven graag over hun eigen kleine wereldjes.' De collega verorbert zijn broodje, alsof hij een hele kalkoen aan het afkluiven is.
'Het was echt een openbaring, weet je dat, toen ik haar verhalen voor het eerst las. Een heel nieuw perspectief. Haar fragmentarische vertelstructuur. Haar gebruik van tijd. Alsof die niet eens bestaat. Zo soepel springt zij heen en weer tussen heden, verleden en toekomst. Virtuoos. En dan alle wendingen die ik niet aan zag komen. En...'
Hij knijpt de honingfles leeg in zijn theeglas en roert.
'Binnen een paar zinnen schetst Alice Munro haarscherp de psychologie van iemand,' zeg ik. 'In elk verhaal weet ze opnieuw menselijke drijfveren bloot te leggen die ondoorgrondelijk zijn, eigenlijk ook onbenoembaar en met het blote oog nauwelijks waarneembaar. Je begrijpt meer van jezelf als je haar verhalen leest en daardoor begrijp je dus meer van de wereld.'
Hij neemt een slokje en duwt het laatste stukje van zijn broodje naar binnen.
'Vrouwen schrijven over hun eigen kleine wereldjes en mannen schrijven over dé wereld. Dat is het verschil,' zegt hij als hij uitgekauwd is.
'We kunnen net zo goed zeggen: Vrouwen gaan dieper op de details in en mannen blijven meer aan de oppervlakte. Ze vertellen minder. Maar dat zeggen we nooit.'
'Nee, dat zeggen we nooit,' zegt hij.
We drinken thee. We kijken op onze telefoons. De thee is op. De broodjes ook.
'Ach, je moet haar werk eens lezen,' zeg ik voor we gaan. 'Dat is alles.'
'Ik hou ook gewoon niet van korte verhalen,' zegt hij.
'Ze heeft minder woorden nodig om alles te vertellen.'
Hij knikt.
'Ze is goed,' zeg ik.
'Waarom is ze dan zo goed?' vraagt hij.
'Je moet die verhalen gewoon eens een keer lezen, man.'
'Die titels van haar alleen al.' Hij trekt zijn neus op. 'Liefde van een goede vrouw, Liefde slaapt nooit, Te veel geluk.'
'Het gaat bij Alice Munro over de dagelijkse levens van mensen - vrouwen meestal - in de periferie van de samenleving, die op de een of andere manier aan hun lot, achtergrond proberen te ontsnappen.'
'Precies,' zegt hij. 'Van die nuffige huisvrouwtjeslyriek.'
We zetten onze tanden in de kalkoenbroodjes.
'De onderwerpen mogen dan wel dicht bij haar leefwereld liggen, maar het wordt juist geen moment saai.' Ik spreek met volle mond. 'Elk verhaal blijft hoogst origineel en verfrissend. Ik leer van haar dat je je onderwerpen juist dicht bij huis mag zoeken. Moet zoeken misschien zelfs.'
'Vrouwen schrijven graag over hun eigen kleine wereldjes.' De collega verorbert zijn broodje, alsof hij een hele kalkoen aan het afkluiven is.
'Het was echt een openbaring, weet je dat, toen ik haar verhalen voor het eerst las. Een heel nieuw perspectief. Haar fragmentarische vertelstructuur. Haar gebruik van tijd. Alsof die niet eens bestaat. Zo soepel springt zij heen en weer tussen heden, verleden en toekomst. Virtuoos. En dan alle wendingen die ik niet aan zag komen. En...'
Hij knijpt de honingfles leeg in zijn theeglas en roert.
'Binnen een paar zinnen schetst Alice Munro haarscherp de psychologie van iemand,' zeg ik. 'In elk verhaal weet ze opnieuw menselijke drijfveren bloot te leggen die ondoorgrondelijk zijn, eigenlijk ook onbenoembaar en met het blote oog nauwelijks waarneembaar. Je begrijpt meer van jezelf als je haar verhalen leest en daardoor begrijp je dus meer van de wereld.'
Hij neemt een slokje en duwt het laatste stukje van zijn broodje naar binnen.
'Vrouwen schrijven over hun eigen kleine wereldjes en mannen schrijven over dé wereld. Dat is het verschil,' zegt hij als hij uitgekauwd is.
'We kunnen net zo goed zeggen: Vrouwen gaan dieper op de details in en mannen blijven meer aan de oppervlakte. Ze vertellen minder. Maar dat zeggen we nooit.'
'Nee, dat zeggen we nooit,' zegt hij.
We drinken thee. We kijken op onze telefoons. De thee is op. De broodjes ook.
'Ach, je moet haar werk eens lezen,' zeg ik voor we gaan. 'Dat is alles.'
'Ik hou ook gewoon niet van korte verhalen,' zegt hij.
'Ze heeft minder woorden nodig om alles te vertellen.'
Hij knikt.
donderdag 10 oktober 2013
Even een stukje over de poezen
De poezen puberen volgens mij. Ze nemen het huis over, rennen als gekken de trappen op en af, gaan op mijn toetsenbord zitten als ik de deur van mijn werkkamer niet sluit. 's Ochtends in alle vroegte smijten ze zich tegen de slaapkamerdeuren van de meisjes. We worden tegenwoordig eerder gewekt door hun gebonk dan door iets anders. 's Nachts slapen ze in de gang voor de kinderslaapkamers. Tijdens het eten zitten ze altijd onder de stoel van de kleinste omdat die het meeste knoeit natuurlijk. Een keer is Ronnie al hoog opgesprongen om met zijn bekje een stuk brood uit haar handen weg te pakken. Deetje werd helemaal rood en begon naar hem te schreeuwen dat ze dit onaardig vond.
'Dit is heel onaardig Jonnie!' zei ze. 'Dat mag niet.' Er volgde een preek. Maar Ronnie zat een eindje verderop met het stuk brood met honing tussen zijn klauwen, alsof het een net gevangen muis betrof, en het ging allemaal zijn ene oor in en zijn andere uit.
Nu liggen ze naast mij op een kussentje te slapen. Twee kleine hondjes. Tegen elkaar aan. Ik denk dat ik ze heel binnenkort zal moeten laten ontmannen- en vrouwen. Misschien morgen al.
'Dit is heel onaardig Jonnie!' zei ze. 'Dat mag niet.' Er volgde een preek. Maar Ronnie zat een eindje verderop met het stuk brood met honing tussen zijn klauwen, alsof het een net gevangen muis betrof, en het ging allemaal zijn ene oor in en zijn andere uit.
Nu liggen ze naast mij op een kussentje te slapen. Twee kleine hondjes. Tegen elkaar aan. Ik denk dat ik ze heel binnenkort zal moeten laten ontmannen- en vrouwen. Misschien morgen al.
woensdag 9 oktober 2013
Interessant vak
De journaliste van het Parool zit er al als ik binnenkom. Ik ga zitten en zij zet het opname apparaatje aan, zo ging het gisteren ook. Het interviews geven, wordt op dag 2 al routine. Het is heel vreemd dat ik zo dadelijk van alles zal gaan vertellen en dat zij dan later met mijn woorden aan de slag gaat. Er een consistent verhaal van maakt. Dat ik dat niet zelf doe, met die woorden. Wiens verhaal is het dan?
Interessant vak, journalistiek.
Interessant vak, journalistiek.
dinsdag 8 oktober 2013
Control freak
Na een gesprek van 2,5 uur kijkt de journaliste van de Volkskrant me aan: 'Dus ben jij een faalangstige control freak?
'Eh, nou dat ook weer niet,' zeg ik. 'Geen control freak...'
'Dat dacht ik ook niet hoor.'
'Nee?'
'Nee, een control freak èn een buitenstaander zijn gaat niet samen.'
Hier moest ik even over nadenken. Waarom zou dat nou niet samengaan?
Ze zei: 'Een control freak bevindt zich per definitie ín de situatie om de zaak goed in de gaten te kunnen houden.'
Dat was waar.
Ik bèn ook helemaal geen control freak gelukkig. Maar hoe was dat control freak dan in de conversatie geslopen? Er was iets met controle. Ik wilde wel graag ergens de controle over hebben, maar waarover ook alweer? Controle, controle, controle.
'Eh, nou dat ook weer niet,' zeg ik. 'Geen control freak...'
'Dat dacht ik ook niet hoor.'
'Nee?'
'Nee, een control freak èn een buitenstaander zijn gaat niet samen.'
Hier moest ik even over nadenken. Waarom zou dat nou niet samengaan?
Ze zei: 'Een control freak bevindt zich per definitie ín de situatie om de zaak goed in de gaten te kunnen houden.'
Dat was waar.
Ik bèn ook helemaal geen control freak gelukkig. Maar hoe was dat control freak dan in de conversatie geslopen? Er was iets met controle. Ik wilde wel graag ergens de controle over hebben, maar waarover ook alweer? Controle, controle, controle.
maandag 7 oktober 2013
Show don't tell
In alle vroegte rende ik langs de achterkant van de Joodse begraafplaats in het Flevopark toen ik plotseling dacht aan show don't tell. Laatst had ik daar een gesprekje over met een collega. Als ik begin met een schrijfcursus, komt show don't tell meestal meteen aan de orde. Daarvoor gebruik ik een hoofdstuk uit 'Het Dikke Schrift' van Agota Kristof. Het is belangrijk om dat principe te snappen als je begint met schrijven. Het laten zien in plaats van het te vertellen. De werking van suggestie. Leren observeren en heel precies op te schrijven wat er is, wat je ziet, hoort, ruikt. Je ervan bewust worden wat je precies zegt. Het gebruik van vage woorden tegengaan. Ervoor zorgen dat de lezer zelf z'n mening kan vormen en dat de schrijver het niet allemaal voorkauwt.
Maar vanmorgen, toen ik langs de graven holde, dacht ik aan een ware show-don't-tellmaffia.
Alsof het de borstvoedingsmaffia betreft, dacht ik. Ik heb geen idee waarom dat op dat moment in mij opkwam. De zon piepte door het gebladerte. Zonnestralen schenen op de stenen. De ochtendmist hing tussen de zerken. Ze stonden kris kras door elkaar. De meesten weggezakt. Scheef. Het terrein was groter dan ik altijd gedacht had en bijna overwoekerd.
Die collega had mij gezegd: 'Jij doet het zelf ook. Jij schrijft heel erg show don't tell.'
'En jij niet, hè?' zei ik
'Nee.'
'Jij doet het helemáál nooit, hè?' zei ik.
'En bedankt,' had hij gezegd.
Show don't tell, dacht ik. Show don't tell. In een regelmatig tempo liet ik de begraafplaats achter me en draafde de ringdijk op.
Nu doe ik het volgens mij weer.
Maar vanmorgen, toen ik langs de graven holde, dacht ik aan een ware show-don't-tellmaffia.
Alsof het de borstvoedingsmaffia betreft, dacht ik. Ik heb geen idee waarom dat op dat moment in mij opkwam. De zon piepte door het gebladerte. Zonnestralen schenen op de stenen. De ochtendmist hing tussen de zerken. Ze stonden kris kras door elkaar. De meesten weggezakt. Scheef. Het terrein was groter dan ik altijd gedacht had en bijna overwoekerd.
Die collega had mij gezegd: 'Jij doet het zelf ook. Jij schrijft heel erg show don't tell.'
'En jij niet, hè?' zei ik
'Nee.'
'Jij doet het helemáál nooit, hè?' zei ik.
'En bedankt,' had hij gezegd.
Show don't tell, dacht ik. Show don't tell. In een regelmatig tempo liet ik de begraafplaats achter me en draafde de ringdijk op.
Nu doe ik het volgens mij weer.
Abonneren op:
Posts (Atom)
