maandag 13 oktober 2014

Mens en plot

Op twee slappe banden, een ketting waar geen spanning meer op stond en er dus elk moment af kon vallen, fietste ik na het werk terug naar huis. Ik droeg mijn oranje regenjas, en had de grijze pet op. Al regende het niet. De pet heb ik vaak op. Soms ben ik bang dat andere mensen denken dat ik ernstig ziek ben.
Bij het stoplicht stond ik te wachten met andere mensen en kwam er een klein keelpijntje op. Naast me een ragfijne mevrouw met donkerblauwe panty's en suède schoenen met hakjes. Ik kreeg een appbericht. De vis wordt nu in de oven geschoven.
Het werd groen. Ik dacht te hard na over mogelijke plotlijnen.
Thuis las Deetje woordjes van de muur: vis, man, pop, pap, mok, mes, mens. Mens was moeilijker. Omdat mens vier letters had. Plot ook.

zondag 12 oktober 2014

Zaterdagavond

De oppas, de grote nicht van de kinderen, zat op de bank met Netflix. Wij reden naar Abcoude voor een verjaardagsfeestje van onze oude buren. In de auto bespraken we een project dat ik binnenkort misschien wel of misschien niet ging doen. Het was donker toen we de straat inreden waar we moesten zijn. Er stonden grote bomen. Bladeren lagen op de weg. Bladeren vielen op de motorkap. De wereld was zwart-wit.
'Jammer dat we de auto weer niet pal voor het huis van hun buren kunnen zetten,' zei man. 'Ik had die mensen graag willen plagen.'
Een straat verder parkeerde hij. Ik raapte mijn handtas op van het voeteneind. 'Dit is net een scene uit een boek van Yates', zei ik.
Het was koud en guur toen we uitstapten.

vrijdag 10 oktober 2014

Hoe verkoop je een boek?

Ik ben aan de telefoon met iemand die me vanavond in Amen gaat interviewen. Hij zegt dat we een leuk gesprek gaan voeren en dat we het niet over mijn boek zullen hebben, maar over mij. Zodat de mensen geïnteresseerd in mij raken. En uiteindelijk mijn boek willen kopen.
'Misschien moeten we het dan toch ook eventjes over mijn boek hebben,' zeg ik.
'Natuurlijk gaan we het ook over je boek hebben,' zegt hij. 'Ik heb het wel gelezen hoor.'
'Gelukkig,' zeg ik.
'Ja,' zegt hij.


woensdag 8 oktober 2014

Heks

Mevrouw zit in de kleuterklas waar alle kleuters een mooi beplakte schoenendoos krijgen met een ontbijtje erin. Er waren lootjes getrokken. Mevrouw had ook enorm zitten knutselen met haar kleuter. De doos die haar kleuter zelf ontvangt, is beplakt noch beschilderd. Het is een kale schoenendoos met vermoedelijk een oud, liefdeloos broodje erin. De enige doos van de klas waar geen flikker aan gedaan is. Haar kleuter vindt er niets van. Maar mevrouw wel. Zo is mevrouw kennelijk.
Daarna leest mevrouw een verhaaltje voor over een heks met een pukkel op de neus.
'Dát hebben alle heksen,' roept een pientere kleuter.
'Ja, goed gezien. Waarom eigenlijk?' vraagt mevrouw.

dinsdag 7 oktober 2014

Portugees liedje

'Weet jij wat er na de dood is, Elkie?' vraagt Fabio. Hij staat in de woonkamer en drinkt het literpak chocomelk leeg waar hij vanochtend mee aankwam.
'Hoe moet ik dat weten?'
'Geloof jij in de hel of de hemel?'
'Nee.'
'Maar als jij mocht kiezen: de hel of de hemel?'
'Dan koos ik toch maar voor de hemel.'
'Dus jij gelooft wel!'
'Voor de zekerheid kies ik dan de hemel.'
'Jij denkt: het is werken, werken, werken en dan niks meer.'
'Ja.'
'Dan is alles zinloos,' zegt hij. 'Wie speelt er hier gitaar?' In een hoek van de kamer staat een gitaar.  Fabio pakt 'm op, strijkt over de snaren en dan komt er een deuntje. Even later speelt de schoonmaker gitaar en zingt daarbij voorzichtig een droevig Portugees liedje.

maandag 6 oktober 2014

Niet over mij

De pedicure zegt: ‘Het is toch zonde als je op je 65e niet meer kunt lopen, omdat je nú niet naar een podoloog gegaan bent.’ Ik knik. ‘Nu heb je nog geen last,’ gaat ze door, ‘maar als je knieën straks geruïneerd zijn, is het te laat.’
‘O jee,’ zeg ik. Maar ik heb niet het idee dat ze het over mij heeft.
De boekhoudster die ik daarna bezoek, zegt: ‘Op je 65e moet je ineens heel veel gaan betalen, weet je dat wel? Je spaart niets.’
‘O jee,’ zeg ik weer. Ook nu heb ik het idee dat ze het niet over mij heeft. Eigenlijk heb ik heel vaak het idee dat het niet over mij gaat, de dingen. Het leven. Dat klopt niet.

donderdag 2 oktober 2014

Tevreden

'Heb je nog andere dromen naast het schrijven?' vraagt de interviewster. We zitten op een boot en varen door IJburg. Ik weet vanaf het water niet precies waar we zijn. Ik weet nooit precies waar we zijn. Omdat het mij niet interesseert waar we zijn.
'Andere dromen?' herhaalt ze.'Wat wil je nog méér?'
'Weg natuurlijk,' zeg ik flauwtjes. Maar dat is mijn standaardantwoord, dat weet ik. Ik zeg altijd dat ik weg wil. Dat is niets nieuws. Het zou eens wat zijn als ik zei dat ik wilde blijven. 
Ik mompel nog iets over op wereldreis gaan met mijn gezin. En dan nooit meer terugkomen.
Ze wacht op mijn andere droom. We varen door  'de groene tunnel.' 
Na een tijdje beken ik dat ik naast het schrijven geen enkele droom heb. 
'Dus eigenlijk ben je tevreden?' zegt ze. 'Je bent tevreden met je schrijven. Met je leven zoals het is.'
Daar had ik totaal nooit aan gedacht. Dat het tevredenheid zou kunnen zijn.