Een borreltje bij de buren. We staan met z'n allen in de huiskamer met een glas wijn in onze handen. Er gaan hapjes rond. Het is hetzelfde huis als het onze, maar het is het hunne. De mannen praten met de mannen en de vrouwen staan in een groepje bij elkaar, zoveel is er sinds de jaren '50 niet veranderd - boven ons hoofd de voetstappen, het gelach en geschreeuw van de kinderen. Er zijn meer kinderen dan volwassenen. Ze zijn ons in de loop der tijd de baas geworden. We houden van ze, dus dat geeft niets. Ze horen ons de baas te worden.
Twee buurvrouwen willen er misschien nog wel eentje bij, zo'n kleintje, nu het nog nét kan, een ander is bezig de babyspullen rigoureus de deur uit te doen, bij ons is - buiten de allereerste babypakjes van J. en D. - alles wat naar baby ruikt allang weg.
Op de bank hangen de twee beginnende tieners J. en Z. Ze observeren de volwassenen, met een mengeling van spot en interesse. Ze kijken naar de kinderen, met een mengeling van verveling en plezier. Ze zullen later in elk geval alles anders doen. Dat zouden wij ook. Nee, dat zullen wij ook.
maandag 11 januari 2016
zaterdag 9 januari 2016
Dertig
Mama, van binnen ben ik dertig. Deetje (5) zit op de rand van het bed en trekt haar lange gebloemde nachtpon aan.
Dertig?
Ja, van binnen.
Dat kan wel, zeg ik.
Zo gek klinkt het niet. Als ik er over nadenk, werd ze als dertigjarige geboren. Hoe vervelend moet het voor een dertigjarige zijn om bij een toets in groep 2 de juiste afbeelding van een leeuw of een dolfijn te onderstrepen.
Hoe wéét je dat eigenlijk? vraag ik.
O, dat vertelt mijn boer mij. Ze laat een enorme boer.
Dertig?
Ja, van binnen.
Dat kan wel, zeg ik.
Zo gek klinkt het niet. Als ik er over nadenk, werd ze als dertigjarige geboren. Hoe vervelend moet het voor een dertigjarige zijn om bij een toets in groep 2 de juiste afbeelding van een leeuw of een dolfijn te onderstrepen.
Hoe wéét je dat eigenlijk? vraag ik.
O, dat vertelt mijn boer mij. Ze laat een enorme boer.
vrijdag 8 januari 2016
Liefdesverdriet
Jaren terug in de tijd getuimeld. Bij een afscheidsscène terechtgekomen. Een ochtend in 1994 zal het zijn geweest, of 1995, ik weet het niet, jaartallen zeggen me niets. Ik weet dat ik door hem op de trein gezet werd. En vooral dat het geheel tegen mijn gevoel in was.
Het was in mijn leven nooit eerder zó klip en klaar geweest wat ik voelde en wat ik wilde.
Maar zijn volgepakte Citroën CX stond al klaar op de oprit van de boerderij, de neus richting het zuiden. Hij was afgestudeerd. Later die dag zou hij vertrekken met twee vrienden naar Italië. Voor minstens een jaar. Een nieuw liefje paste niet in de planning.
We stonden op het perron, weg van de mensen, onder het blauwe bord 'Culemborg.' Hij in de eeuwige houthakkersblouse en enorme krullenbos en ik op mijn eeuwige blokhakken en een grote rugzak. We stonden alleen maar dicht tegen elkaar aan, elkaars geur op te snuiven, elkaar vast te houden, tot de trein eraan kwam, dat walgelijke gele boemelding, en hij die stap naar achteren echt zette.
De hele treinrit naar mijn ouders heb ik gehuild. Overstappen in Utrecht op de intercity naar Nijmegen, de stoptrein naar Boxmeer. Het was ook voor het eerst van mijn leven dat er in al die drie treinen geen enkele andere passagier zat. Er was alleen ik en mijn verdriet in een lege trein die steeds verder wegreed van de man waar ik zijn moest.
Het was in mijn leven nooit eerder zó klip en klaar geweest wat ik voelde en wat ik wilde.
Maar zijn volgepakte Citroën CX stond al klaar op de oprit van de boerderij, de neus richting het zuiden. Hij was afgestudeerd. Later die dag zou hij vertrekken met twee vrienden naar Italië. Voor minstens een jaar. Een nieuw liefje paste niet in de planning.
We stonden op het perron, weg van de mensen, onder het blauwe bord 'Culemborg.' Hij in de eeuwige houthakkersblouse en enorme krullenbos en ik op mijn eeuwige blokhakken en een grote rugzak. We stonden alleen maar dicht tegen elkaar aan, elkaars geur op te snuiven, elkaar vast te houden, tot de trein eraan kwam, dat walgelijke gele boemelding, en hij die stap naar achteren echt zette.
De hele treinrit naar mijn ouders heb ik gehuild. Overstappen in Utrecht op de intercity naar Nijmegen, de stoptrein naar Boxmeer. Het was ook voor het eerst van mijn leven dat er in al die drie treinen geen enkele andere passagier zat. Er was alleen ik en mijn verdriet in een lege trein die steeds verder wegreed van de man waar ik zijn moest.
woensdag 6 januari 2016
Wie het sterkste is
Het is hels als je er steeds op let. Als je het nooit vergeet. Als de adem in je keel stokt. Niet verder komt dan het middenrif. De yogaoefeningen ten spijt. In de nacht van eerste op tweede kerstdag schoot het er in. De aanleiding: een verstopt neusgat. Sindsdien hijg ik bij elke beweging als een ouwe hond óf ik zweef een stukje boven de grond. Ademloos. Sindsdien ben ik zogenaamd niet bezig met het in- en uitblazen van lucht. Zuurstof. Niet. Niet. Niet. Vierentwintig uur per dag Niet.
Vandaag is het anders. Ik ben wakker geworden en moet een tijdje geademd hebben zonder dat ik het weet. Mijn lichaam is ook dieper in het matras gezakt.
Ik durf er over te schrijven of nou ja: ik waag het erop. Eigenlijk: ik provoceer. Ja, een lefgozer ben ik. Ik daag mijn eigen ademhaling uit. Als die er nu maar niet mee stopt uit protest. Als die maar niet...
Vandaag is het anders. Ik ben wakker geworden en moet een tijdje geademd hebben zonder dat ik het weet. Mijn lichaam is ook dieper in het matras gezakt.
Ik durf er over te schrijven of nou ja: ik waag het erop. Eigenlijk: ik provoceer. Ja, een lefgozer ben ik. Ik daag mijn eigen ademhaling uit. Als die er nu maar niet mee stopt uit protest. Als die maar niet...
maandag 4 januari 2016
Verandering
's Avonds laat wandelen Jeetje ( 10) en ik nog naar de supermarkt.
'Ik wil nooit gaan studeren,' zegt ze, 'en ik wil ook niet werken.'
'O, wat wil je dan?'
'Niets.'
'Dat is weinig.'
'Jawel, ik wil dat het elke dag oud & nieuw is.'
'Dat gaat op den duur ook vervelen. Dan moeten we die tafel steeds opnieuw van boven naar beneden sjouwen en...'
'Die tafel kunnen we dan gewoon laten staan,' zegt ze. 'Duh!'
'Toch gaat het vervelen.'
'Ik wil gewoon niet ouder worden, ik wil kind blijven, precies zoals ik nu ben.'
'Tja.'
'Ik wil niet dat er iets verandert. Er mag nooit iets veranderen, nooit! Jij moet zo blijven. Jullie moeten zo blijven. Mijn vriendinnen moeten zo blijven. Alles moet precies zo blijven. Alleen Deetje mag wel iets minder irritant.'
Hand in hand lopen we door het donkere Diemerpark. De tiener en ik. Ik wil dat ook wat zij wil. (Alleen Deetje hoeft niet minder irritant)
'Ik wil nooit gaan studeren,' zegt ze, 'en ik wil ook niet werken.'
'O, wat wil je dan?'
'Niets.'
'Dat is weinig.'
'Jawel, ik wil dat het elke dag oud & nieuw is.'
'Dat gaat op den duur ook vervelen. Dan moeten we die tafel steeds opnieuw van boven naar beneden sjouwen en...'
'Die tafel kunnen we dan gewoon laten staan,' zegt ze. 'Duh!'
'Toch gaat het vervelen.'
'Ik wil gewoon niet ouder worden, ik wil kind blijven, precies zoals ik nu ben.'
'Tja.'
'Ik wil niet dat er iets verandert. Er mag nooit iets veranderen, nooit! Jij moet zo blijven. Jullie moeten zo blijven. Mijn vriendinnen moeten zo blijven. Alles moet precies zo blijven. Alleen Deetje mag wel iets minder irritant.'
Hand in hand lopen we door het donkere Diemerpark. De tiener en ik. Ik wil dat ook wat zij wil. (Alleen Deetje hoeft niet minder irritant)
woensdag 30 december 2015
Beeldvorming
Mijn schoonzus was op bezoek. We hadden het over verandering. Zij was in de loop der tijd wel veranderd, maar geen ander mens geworden, concludeerden we. Het doet er uiteindelijk voor je persoonlijkheid niets toe of je vroeger niet van golf hield en nu wel.
'En wij?' vroeg ik toen, 'zijn wij veranderd? Of helemaal niets?'
Het bleef even stil. Ze keek van R. naar mij en weer terug.
'Geen verandering, is dat niet veel erger?' zei ik zachtjes.
'Jij bent wel echt ontzettend veranderd!'
'O ja?' Ik veerde op.
'Ja. Je was vroeger echt de schaduw van R.'
'Zijn schaduw?'
'Ja, je verschool je achter hem. We wisten totaal niet wie jij was. En nu, nu...'
'Nu sta ik zeker constant in het zicht,' zei ik.
R. glimlachte.
Ik dacht aan mij als zijn schaduw. Ik herinnerde me ook ineens iemand die lang geleden tegen me zei: 'het lijkt wel of ik je iets áándoe, door alleen maar koffie met je te willen drinken.'
Dat ging over mij.
'Pas toen je zwanger werd, kon je je écht niet meer verstoppen,' lachte mijn schoonzus.
We lachten. We weten allemaal hoe grotesk ik was. Met mijn aanwezigheid overschaduwde ik toen met mijn gemak de hele schoonfamilie.
'En wij?' vroeg ik toen, 'zijn wij veranderd? Of helemaal niets?'
Het bleef even stil. Ze keek van R. naar mij en weer terug.
'Geen verandering, is dat niet veel erger?' zei ik zachtjes.
'Jij bent wel echt ontzettend veranderd!'
'O ja?' Ik veerde op.
'Ja. Je was vroeger echt de schaduw van R.'
'Zijn schaduw?'
'Ja, je verschool je achter hem. We wisten totaal niet wie jij was. En nu, nu...'
'Nu sta ik zeker constant in het zicht,' zei ik.
R. glimlachte.
Ik dacht aan mij als zijn schaduw. Ik herinnerde me ook ineens iemand die lang geleden tegen me zei: 'het lijkt wel of ik je iets áándoe, door alleen maar koffie met je te willen drinken.'
Dat ging over mij.
'Pas toen je zwanger werd, kon je je écht niet meer verstoppen,' lachte mijn schoonzus.
We lachten. We weten allemaal hoe grotesk ik was. Met mijn aanwezigheid overschaduwde ik toen met mijn gemak de hele schoonfamilie.
dinsdag 29 december 2015
Kerst en zo
Man en ik gingen naar Berlijn. Drie dagen in een hotel in Prenzlauerberg. Daar waar je moet zijn, kennelijk. Of alweer niet moet zijn. Het gaat heel snel met plekken waar je wel en niet moet zijn. Het was interessant in Berlijn. Elke stoeptegel ademt geschiedenis. Dat is belangrijk voor mensen die op IJburg wonen en niet meer weten dat er een verleden was.
Nog voor ik ‘Het jaar van de kreeft’ uit had, landden we op kerstavond alweer in Dusseldorf en reden naar opa en oma en de kinderen. De kaarsjes brandden. De gevulde eieren stonden klaar. Daar had ik op gehoopt omdat wij vroeger altijd gevulde eieren aten op kerstavond. Bij elke feestelijke gelegenheid vulde mijn vader eieren.
Op eerste kerstdag waren het deze keer de twee zusjes die voor de traditionele kerstruzie zorgden.
Het ging over het toneelstuk dat ze dagenlang met z’n tweeën hadden voorbereid. Deetje durfde op het moment supreme niet meer op te treden. De zusjes schreiden, schreeuwden, gilden hoog, en scholden elkaar uit. Het ging van kwaad tot erger.
‘Ik wil Maria niet zijn,’ snikte Deetje.
‘Jij verpest alles,’ riep Jeetje in opperste wanhoop, ‘waarom doe je dat doekje nou niet gewoon om?’
Uiteindelijk heeft man de hele middag met z’n iPhone het toneelstukje van de geboorte van Christus opgenomen en na het gourmetten bekeken we met de hele familie – vader, moeder, broer en vriendin, man en ik – hoe de kerstengel de boodschap aan een prachtig gehoofddoekte Maria zond. De oogjes helder en klaar van alle tranen die gevloeid waren. We zouden met z’n allen meer moeten huilen.
Nog voor ik ‘Het jaar van de kreeft’ uit had, landden we op kerstavond alweer in Dusseldorf en reden naar opa en oma en de kinderen. De kaarsjes brandden. De gevulde eieren stonden klaar. Daar had ik op gehoopt omdat wij vroeger altijd gevulde eieren aten op kerstavond. Bij elke feestelijke gelegenheid vulde mijn vader eieren.
Op eerste kerstdag waren het deze keer de twee zusjes die voor de traditionele kerstruzie zorgden.
Het ging over het toneelstuk dat ze dagenlang met z’n tweeën hadden voorbereid. Deetje durfde op het moment supreme niet meer op te treden. De zusjes schreiden, schreeuwden, gilden hoog, en scholden elkaar uit. Het ging van kwaad tot erger.
‘Ik wil Maria niet zijn,’ snikte Deetje.
‘Jij verpest alles,’ riep Jeetje in opperste wanhoop, ‘waarom doe je dat doekje nou niet gewoon om?’
Uiteindelijk heeft man de hele middag met z’n iPhone het toneelstukje van de geboorte van Christus opgenomen en na het gourmetten bekeken we met de hele familie – vader, moeder, broer en vriendin, man en ik – hoe de kerstengel de boodschap aan een prachtig gehoofddoekte Maria zond. De oogjes helder en klaar van alle tranen die gevloeid waren. We zouden met z’n allen meer moeten huilen.
Abonneren op:
Posts (Atom)