maandag 10 april 2017

Column Trouw, 8 april

Picknicktafel

De witte picknicktafel die voor mijn huis staat, is weer schoon en leeg. Voor het eerst dit jaar zit ik er, met mijn zonnebril op, krant erbij, en alle kinderen uit de straat – jong en oud - spelen ‘stand in de bal’. Het loopt tegen vijven. De buurvrouw schuift ook aan, haar ex loopt net een blokje om. “Ja, hij blijft eten,” fluistert ze. Ik pak er een fles wijn bij.
Het duurt niet lang voordat de overbuurvrouw de straat oversteekt, met haar eigen glaasje. Een stiekem pakje sigaretten.
 “We zouden hier eigenlijk een scherm omheen moeten zetten,” zegt zij.
Was ik vroeger degene die erg kon zeuren over de sociale types op dit nieuwbouweiland, die dag in dag uit bij elkaar op de stoep hangen, tegenwoordig ben ik de eerste die buiten zit.
De witte picknicktafel kregen we precies een jaar geleden cadeau van mijn schoonmoeder.
Ze zei het al jaren met klem: “Jullie moeten echt een fatsoenlijk bankje.”
Alsof ze voorvoelde dat het groen uitgeslagen grofvuilbankje, - en dan vooral het constante instortingsgevaar ervan - symbool stond voor ons huwelijk.
Ik weet de dag nog dat ik thuiskwam en man op de stoep het glimmende meubelstuk in elkaar aan het schroeven was, zo spierwit dat het pijn deed aan mijn ogen. Welke man die écht gaat vertrekken, zet eerst een picknicktafel in elkaar? dacht ik. In die kleur nog wel.
Met mij kregen ook alle buren hoop op een goede afloop. Alsof bij ons de vlag uithing.
De witte picknicktafel als het symbool van vrede en overgave. Precies goed geplaatst op de avondzon. De tafel had inderdaad een verbroederende werking. Zelfs als wij er even niet waren, zaten er mensen voor onze deur te kletsen.
Maar in de herfst werd het doodstil, en de tafel grijs en groezelig. Regen kletterde erop neer. Fietsen werden er tegenaan gezet. Vuilniszakken erbovenop. Man verdween.
De tafel mag haar smetteloze uitstraling dan wel definitief zijn kwijtgeraakt, - met krassen en zwarte brandplekken door een aansteeklont met oud en nieuw – maar ik zit er nog!
Waar ik volgend jaar zit, weet ik niet. Niet hier in elk geval. Niet met deze buurvrouwen.
Er kwamen net twee makelaars langs om ons huis te taxeren. “Een héél gewild pandje”, zeiden ze, “voor een gezin met kinderen en iemand met kantoor aan huis.”
“En op de stoep kunnen ze ook leuk zitten,” zei ik.


maandag 3 april 2017

Column Trouw, 1 april

Beste ex,

Je hoeft je niet te schamen als je over het schoolplein loopt en denkt aan de mensen die mijn column misschien hebben gelezen. Want alles wat ik hier schrijf is de waarheid zoals ik die ervaren heb. En als er mensen zijn die slecht over je denken: ze kennen jou niet.
Beste ex, jij gaat door met je nieuwe leven en ik ben achtergebleven in het oude. Dat is nu het grote verschil tussen ons.
Als de meisjes niet bij jou zijn, drink je ’s avonds een wijntje met je leuke nieuwe huisgenoot, of je stuurt een mailtje naar je leuke nieuwe vlam.
Ik woon in een rouwadvertentie. Alles hier ademt jou, ons, en het mislukte gezin. Dat wat stuk is en ik niet heb kunnen repareren. En de waterkoker die jij gelijmd hebt, - omdat ik die door de kamer had gesmeten - is gister ook weer uit elkaar gevallen.
Als de meisjes bij jou zijn, maak je spaghetti bolognese voor het hele scheidingshuis. Het is zo te horen een gezellige boel daar. Jij creëert overal wel weer een nieuw gezin.
Jij maakt er tenminste iets van, zeg je. Dat is waar. Jij was er altijd al goed in iets van het leven te maken. Dat vond ik ook juist zo leuk aan jou.
Maar hee, ik maak ook iets van het leven. Dit. Verhaaltjes. Mijn moeder zei laatst dat ik wat meer humor in mijn stukjes moest gaan stoppen, omdat ik daar zo goed in ben.
Als de meisjes weg zijn, kom ik alleen nog op mijn werkkamer. De rest van ons huis is een stilleven waarin ik zo min mogelijk besta. Ik doe geen boodschappen, gebruik geen fornuis. Er staat één koffiekopje op het aanrecht. En als ze op zaterdag terugkomen, staan de drie glazen van de woensdagmiddaglunch nog buiten op tafel. Vol regenwater. Het picknickkleed doorweekt. Op twitter noemde iemand me ‘zeurmevrouw’ en ‘get a life.’
Beste ex, ik verlies mijn maatje, mijn liefje, mijn gedeelde herinneringen, mijn gedeelde toekomst en dan ook nog eens de helft van de tijd mijn kinderen.
Maar hee, op een dag zou alles tóch verdwijnen!
Liefs van je ex, ja liefs omdat wij hier nu eenmaal door ons beider toedoen in verzeild zijn geraakt. Het liefst ging ik nu op wereldreis met ons vieren. Nee, jij niet. Dat weet ik wel.



donderdag 30 maart 2017

Er is licht

Het wordt de hoogste tijd dat ik aan 'Ik nog wel van jou' ga werken. Je kunt het boek al bestellen
Er is een cover, een achterflap. Er zijn ook heel wat woorden. Nu nog de concentratie. Maar het is lente. Er is licht. Tijd om iets te maken. Daarom op deze plek wat minder dagelijkse stukjes. Maar iedere maandag in elk geval de column uit Trouw.

maandag 27 maart 2017

Column Trouw, 24 maart

EEN WONDER

Ik kuste mijn dochters en stuurde ze met hun logeer-, school- en gymtassen het hondenweer in. Bij de vuilcontainers op de hoek zat hun vader – of wat daarvoor door moest gaan – in zijn wagen te wachten. Het vuilnis, dacht ik, dat is de plek waar hij thuishoort.
Ik had die man een maand niet gezien of gesproken en het zag er niet naar uit dat daar ooit nog verandering in ging komen. Ik had hem geblokkeerd voor WhatsApp en sms-verkeer. We moesten elkaar af en toe wel mailen voor praktische zaken. Na lezing verwijderde ik zo’n mail direct. Zelfs zijn naam kon ik niet in mijn buurt verdragen.
Ik had aan die twee schatten uitgelegd dat papa en mama nu dus echt ruzie hadden, dat we daarom van de een op de andere dag niets meer met z’n vieren deden, maar dat we de ruzie natúúrlijk een keer op zouden lossen.  
‘Zijn jullie daar eigenlijk al wél mee begonnen?’ vroeg de elfjarige.
‘Ja, ja.’
Ik weet best wel dat de kinderen op de eerste plaats komen en dat je voor hen soms iets vervelends moet doen, zoals gezellig eten met je ex, maar ik kon me niet voorstellen dat zo’n etentje nu ook maar enigszins ontspannen zou kunnen verlopen, laat staan gezellig. Hun verjaardagsfeestjes, allebei in mei, het leek me al godsonmogelijk. Een vechtscheiding scheen me nog reëler toe. En dat was best eng.
Veel mensen hadden zich afgevraagd waar mijn woede toch bleef. Nou, hier was-ie dan! Allesvernietigend. En ik voelde me beter en sterker dan ik me in tijden gevoeld had.
Maar ik heb die meisjes, voor wie dit nooit de beste oplossing kan zijn.
Dus ging ik weer een dag familieopstellingen bijwonen in Nijmegen en daar gebeurde het. Haarscherp zag ik in wat míjn grote aandeel was in het vertrek van man. Het onderliggende familiepatroon dat ik mijn leven lang gevolgd heb. Onbedoeld. Maar toch. Hij was best kansloos.
In de trein terug mailde ik:  ‘Mijn boosheid is helemaal weg. We kunnen wat mij betreft dit weekend zelfs wel iets met z’n vieren doen.’
Een dag later gingen we al met het gezin naar de film en daarna uit eten. Dat was fijn. Maar het fijnste vond ik de rit op het pontje van KNSM-eiland naar Amsterdam-Noord, heel dicht tegen elkaar aan gezeten, vanwege de drukte, allebei een meisje op schoot, zonnetje erbij. Het was een wonder.