zondag 4 oktober 2015

Doel

Het is doodstil in de sportschool. De les begint pas over een half uur. Als ik me om wil draaien, zegt de sportleraar dat ik vast op de fiets kan gaan zitten. Daar fiets ik, achter glas, met uitzicht op het water. De kade. De zon die blikkert op de golfjes. Blauwe lucht. Joggers hollen voorbij, twee aan twee, kletsend. Mijn fiets staat op level 12 en ik kom niet vooruit. Ik zie elke minuut, elke seconde verstrijken, de hoeveelheid calorie├źn die ik verbrand, mijn hartslag. Daar ga ik, rijdend over fictieve bergen.
'Praat eens.' De sportleraar komt bij me staan.  'Jij moet praten.'
'Waarom?'
'Gewoon praten.'
'Waarover?'
'Vind je het leuk op IJburg?'
'Nee.'
'Waarom niet?'
'Allemaal dezelfde mensen.'
'Allemaal Nederlanders?'
'Allemaal Nederlanders inderdaad.'
'Vind je je leven saai?'
'Ja.'
'Heb je een doel in je leven?'
'Gelukkig wel.'
'Wat is je doel?'
'Boeken schrijven.'
Meteen vraag ik naar zijn levensdoel. Doelen, altijd leuk. Maar dan heeft hij iets anders te doen en is hij weg. Ik trap door en vraag me af of levensbeschouwing op de zaterdagochtend er ook bij hoort. Ergens was ik steeds bang dat hij over god zou beginnen. Die neiging hebben mensen vaak als ze mij even alleen spreken.
Na het fietsen, geeft hij me halters.
'Jij gaat leven, lieverd.' Hij grijnst.

Geen opmerkingen: