donderdag 17 november 2016

Week twee

Het was week twee dat man aan het begin van onze straat woonde en wij aan het einde. Tot nu toe sliep hij er vooral. De nieuwe werkelijkheid moet wennen.
Maar vandaag had hij de meisjes na school opgehaald en waren ze direct naar het appartement boven de Turk gegaan. Er kwam tegen drieën niemand thuis. Geen thee en 'Hoe ging je topo toets?'
De meisjes zouden daar eten, rond bedtijd worden teruggebracht en hij zou ze hier in bed leggen.
Tussen 16.00 en 19.00 u schreef ik. Alle andere werkjes waren gedaan. Het was donker. Alleen het licht van m'n scherm. Stil in huis. Ik had een grote bak gezouten amandelen naast me staan. Er hoefde niet gekookt. Er hoefde niets. En voor het eerst, in jaren leek het wel, viel ik weer even met mijn leven samen.
Wat er gebeurde: Ik zag ook voordelen. Op Funda bekeek ik appartementjes voor mijzelf. En ik zag ons drieën er daadwerkelijk in wonen. Ook zag ik mezelf daar alleen aan het werk. Ik zag mezelf er bevriende schrijvers uitnodigen. (Op de een of andere manier heb ik deze dagen veel behoefte aan vrienden, mijn moeder en vlees. Ik eet belachelijk veel vlees.)
Maar zo tegen 19.30 u begon het wachten. Van: 'Ze zullen zo wel komen' naar 'Waar blijven ze?' tot 'Zit ik hier alleen' naar 'Ik hoor er niet meer bij.' 
En toen ze een uur daarna thuiskwamen, uitgelaten, blij, met blote benen en natte haren van het badderen, riep ik: 'Jullie hadden beter boven die Turk kunnen blijven slápen!'

1 opmerking:

Sjoerd Stellingwerf zei

De niet gekozen 'uitdaging' van een nieuwe ruimte. Vrijheid en beklemming. Man woont boven 'de Turk' benadrukt de opgetreden vervreemding. De kinderen van 'niet meer hier' kun je niets vragen. Opnieuw leegte. Tenslotte, murw en moe: 'ach was maar daar blijven slapen' Niet bij man, maar boven die Turk. De koude oostenwind snijdt de lezer door de regels heen. Levensecht, levens-puur, levens-rauw en... niemand had het zo bedoeld.