maandag 8 oktober 2007

Toen opende ik mijn mail

Ik dacht een berichtje te zullen gaan schrijven over het zonnige weekend dat we in de tuin van mijn ouders doorbrachten. Over oma en kleindochter die er achter elkaar aankruipen; lieveheersbeestjes zoekend in het gras. Of over het schilderij dat de peuter 's morgens vroeg aan haar jarige opa geeft en het cadeautje dat ze vervolgens absoluut niet af wil staan. Een gekookt ei voor het ontbijt met een vermeend kuikenfoetus erin. (En dat dat schijnbaar niet meer kan tegenwoordig, behalve op het platteland) Het fietstochtje naar Duitsland waarin het kleinkind voorop bij opa op de fiets in slaap valt. Met dieprode wangen en open mond, steunend op zijn arm. Het moment voordat we weer vertrekken; de overgrootmoeder heeft haar achterkleindochter op schoot. Het kusje dat gegeven wordt.
Ik dacht iets te schrijven over het bezoekje aan de pasgeboren zoon van een vriendin, over wedstrijden die gewonnen worden, literaire tijdschriften die uitkomen en een huisje in de duinen dat gekocht gaat worden.
Maar toen opende ik mijn mail en las ik het bericht waarin staat dat er iemand heel erg ziek is. En niet meer beter wordt. Onduidelijk is hoe lang. En wanneer.

zaterdag 6 oktober 2007

Er hangt een vinger in de lucht

De informatieochtend van een openbare lagere school. Waar is het? In de hal klamp ik een groepje ouders aan.
'Komen jullie misschien ook voor de informatiebijeenkomst?' Komen ze niet.
Het is speelkwartier. Ik dool door rond door de gangen van het grote gebouw, totdat ik de man zie. Duidelijk ook een dolende.
Samen dolen gaat altijd beter. Al snel vinden we de lerarenkamer! We zijn goed!, bevestigen ook de meesters en de juffen.
Hier zal het zo dadelijk inderdáád beginnen. Maar nú nog niet. We moeten nog heel even terug naar de gang, a.u.b. De koffie is nog niet op.
We wachten netjes tussen de luizenzakken.
Ik had ook wel koffie gelust,' pruilt de man, 'ik heb ook pauze.'
Niet veel later wenkt meester Taco ons al. Hij oogt goed, jong, energiek, fris. Meester Taco vertelt ons de prachtigste dingen over zijn school. We hangen aan meester Taco's lippen. De belangrijkste waarde van zijn school is de sfeer, benadrukt hij keer op keer. 's Ochtends om kwart over acht stáát meester Taco er. (Waarom heet zo'n man net Taco?) Goed, meester Taco wacht de ouders en de kinderen dus op bij de ingang. Hij geeft ze allemaal een hand en wenst hen een hele goede morgen. En dat elke dag. Wij zijn onder de indruk van zoveel liefde voor de zaak.
Er hangt een vinger in de lucht.
'Waarom stond u dan net niet bij de ingang? Om óns te verwelkomen?', vraagt de man die duidelijk nog verbolgen is omdat hij geen koffie kreeg. 'Spiegelt u de zaken niet net wat mooier voor dan ze zijn meneer Taco?'

vrijdag 5 oktober 2007

Waarschuwing!

Donderdagavond. Je komt het grote gebouw binnen, haalt je pasje door één van de doorgangspoortjes, bliep.
Je buigt af naar de kleedruimtes, rijen grijze identieke pashokken. Je hebt het voor het kiezen vandaag!
Je neemt er een, begint je kleren uit te trekken. Halverwege stop je abrupt. Je luistert, houdt zelfs je adem even in, maar je hoort niets. Je probeert zo zacht mogelijk verder te gaan. (Omdat jíj zeker niet degene wil zijn die de doden per ongeluk zal wekken) Je rilt.
In je donkerblauwe badpak ( chloor bijt uit op cruciale plekken) stap je het hokje uit. Je loopt naar de kluizen. De haren op je lichaam staan recht overeind.
Je voert een geheime code in. 'Zorg dat er niemand meekijkt!', staat er in rode waarschuwingsletters. Je kijkt om je heen: geen mens. Toch bescherm je het toetsenbord met je armen als je je code verifieert. Altijd alert zijn. Ergens hoor je een kluisje openklikken, klik. Dat moet het jouwe zijn. Je blote vloeten kletsen op de tegelvloer. Je hebt ergens iets gelezen over de dwaze dagen en iets met voetbal. Het uur u heeft net geslagen? Je weet van niets.

donderdag 4 oktober 2007

Frollup

Toen ik opstond, keek ik in de spiegel en zag daar een Frollup.
Ik bevoelde mijn gezicht. Duidelijk de gebobbelde huid van een Frollup.
Ik lachte. De Frollup lachte.
En toen ik goed keek zag ik dat ook man en kind Frollup waren geworden.
Het kan zo maar gebeurd zijn!
Wij Frollups schilderen andere Frollups in de vroege ochtend en die komen dan meteen tot leven, wij smeren honing op ons brood en in ons haar. Frollups eten kaas alleen in rolletjes.
Je kunt dus gewoon op een dag wakker worden en in een Frollup getransformeerd zijn.
Het is de vraag of en wanneer de Frollup weer een mens wordt.
En of dat überhaupt wel nodig is.
Je kunt als Frollup gewoon naar de winkel. We lijken op mensen.

woensdag 3 oktober 2007

Mijn Muze

Na drie kwartier lang en aanhoudend kloppen op mijn deur; de sterkte daarbij opvoerend van een beleefd klopje naar luid roffelend, Afrikaans trommelend tot het zware bonzen van een uitgebroken gorilla, ze duwt de klink naar beneden, gooit haar gewicht tegen mijn deur (mijn huis is altijd van binnen vergrendeld), ik begin net te vrezen dat ze er vandaag ook bij zal gaan roepen 'Je bent thuis! Ik hoor je wel ademen!' of dat ze deze keer écht met deur en al bij mij binnen gaat vallen 'HALLO HIER BEN IK,' valt er een absolute stilte aan de andere kant. Ze is weg? Of misschien tref ik haar straks aan op mijn deurmat. Ineengezakt. Moegestreden? Het duurt even voordat ik weer voluit adem durf te halen. Maar ik ben tenminste niet gezwicht!
Als ik uren later naar buiten ga, leunt de enorme bos bloemen tegen mijn deur. Roze, rood met heldergroene stelen. Kelkjes, roosjes. Een paar kopjes hangen. De buitensporige bos staat op een stapel reclamefolders. Een kaartje erbij, geschreven in haar krullerige, bibberende, oude mensen handschrift: 'kus van bovenbuurvrouw.'
De meeste zaken in het leven laten zich niet dwingen, ik wel.

dinsdag 2 oktober 2007

Het doolhofgevoel

Je doet mij definitief geen plezier met doolhoven.
We kwamen in een nagebouwd labyrint van dichte groene heggen terecht. Compleet met doodlopende weggetjes, schijnpaden en nep-uitgangen. Wat begon als een leuke onderzoekingstocht samen met mijn dochtertje eindigde in gekruip door het gat in de heg, het buikschuiven onder afrasteringen; nooduitgangen voor peuters.
Dochter was al lang aan de andere kant, terwijl moeder zich er, met een rood hoofd, doorheen aan het drukken was en halverwege bleef steken. Als in een te nauw geboortekanaal.
Je moet je kinderen ALTIJD je ware gevoel tonen. En niet liegen. Dat voelen ze feilloos. Een kind gaat aan haar eigen gevoelens twijfelen als mama iets anders zegt dan ze uitdrukt. Dat willen we niet.
Dus: 'Mama zit vast.'
'En mama kan de uitgang niet vinden.'
'Mama is heel erg in paniek nu.' (spreek het kind gewoon aan in de eerste persoon)
'Tja ik weet het ook helemaal niet meer.'
'Ik haat doolhoven. Ik word helemaal gek.'
'Dít gevoel heeft jouw mama nou altijd, kindje, als mama gewoon door de wereld wandelt. Het doolhofgevoel heet dat. Dóólhof gevoel.
'Godverdomme! IK ZIT VAST.'
'Luister meisje. We komen hier nooit meer uit, jij en ik. We blijven hier wonen. We zullen verhongeren. Hopen maar dat er iemand langskomt.
'Ja ga maar gewoon. Laat mama hier maar in de heg steken. Jij bent nog jong.'
'Dag lieverdje. Zorg goed voor jezelf.'

maandag 1 oktober 2007

Een blik op mijzelf

Ik ben het prikbord boven mijn bureau: tientallen kleine papiertjes met losse kreten, citaten, aanzetten tot structurering van ? (tijd, werk, plaats), openingstijden van het zwembad, Portugese escudo's, inlognummers, bol.com rekeningen, aanmaning van T-mobile, briefjes met Dringend!, Nog Te Doen, titels van boeken die gelezen moeten worden, uitgeleende boeken en aan wie, telefoonnummer van een schoonmaakster die ik nooit zal bellen, foto van vriendinnen op mijn verjaardag, verhuisbericht van een vage kennis, papieren door een punaise dichtgeduwd, geheime informatie?, dochter eet knakworst, oud herhalingsrecept voor geneesmiddel, krantenknipsel uit 2006 over een muur die de verkeerde kant opvalt, aantekeningen van mogelijke verhalen, over elkaar heen geprikte schema's, systemen, dagindelingen, mijn cv zodat ik weet wat ik deed, een brief aan de ouders/verzorgers betreft gezondheidsonderzoek van vorig jaar of was er alweer zo'n onderzoek?, kortingsbonnen die verlopen en niet verlopen zijn, yoga workshop in november, visitekaartje van een onbekende en dat van mijn moeder, titels van nooit geschreven boeken of nog te schrijven, in praktijk hetzelfde. Dit alles blijft niet binnen de randen van het prikbord.
Mijn buitenkant is fictie.
Ik ben het icoontje op mijn werkblad: als je mij aanklikt, val ik uiteen in honderden naamloze mapjes (naamloos 1,2,80 etc) en evenzoveel titelloze tekstfragmentjes, foto's door de jaren, muziekjes.
Ik ben de kledingkast en als je mij opent weet je niet of het zomer of winter is, of de herfst begint of dat de lente in aantocht is. Ik hoop de lente.