dinsdag 16 oktober 2007

Ik ben de buitenwereld

Ik ben bij het Cinekid festival waar twee afleveringen van vreemde e.e.n.d. (eigenlijk erg normaal dus) vertoond zullen worden.
In de tweede aflevering is mijn nichtje de vreemde eend. Ze is een klein mens. Zo groot als een peuter maar al elf jaar. Het moment tussen aflevering 1 en aflevering 2. (Achter de schermen worden vast druk banden verwisseld) Helemaal achterin de zaal zit ik. Naast haar vader. Hij kijkt naar het witte doek waarop zo dadelijk zijn dochter te zien zal zijn. De lichten blijven uit. Het is het moment voor de onthulling. Zij zit een rij voor mij. Haar vriendinnen aan de ene kant, haar broer en zus aan de andere kant. Ik kan niets aflezen aan haar gezicht. Ook zij kijkt. Wacht af. Sereen haast. (Het duurt hoogstens een minuutje. Maar het lijkt een eeuwigheid. De stilte.)
En dan horen we de begintune. Mijn nichtje komt in beeld en vertelt over achondroplasie, de groeistoornis die haar leven vormt maar de inhoud ervan wil ze er niet door laten bepalen. En dat doet ze ook duidelijk niet. Dat zien we. Zoals ook de jongen in de rolstoel uit aflevering 1 dat niet deed. Ook bij haar is het vooral de buitenwereld die niet altijd even goed meewerkt met dat plan. Het zijn de blikken van de mensen. Het gefluister achter je rug. Het is de buitenwereld die het vreemde-eend-zijn juist bevestigd. Je moet het in je eentje doen. Ook ik ben de buitenwereld.
Kijk daarom allemaal op 30 oktober bij de VPRO naar de aflevering van mijn nichtje!

zaterdag 13 oktober 2007

Alles is liefde

Amsterdam by night. Alles is Liefde is al eeuwen uitverkocht. Rijendik, tot op het spoor van de tram wachten ze. Mensenmassa's met gel in hun haar, wolken parfum, hoge hakken aan de voeten. (ik had een dikke handtas met een yoggingbroek erin gepropt, direct uit de yoga in de hakken geschoten) Zoenende paartjes, knipogende tieners, lonkende blikken. We flaneren ze voorbij.
Alsof de stad een kermisplaats was. We keken onze ogen uit, was er tijdens onze afwezigheid zoveel veranderd dan? Waren we sowieso afwezig geweest? Snel verouderd? Was de bioscoop voortaan For Free? Of was alles werkelijk Liefde geworden. We denken het laatste, ALLES IS LIEFDE natuurlijk en besluiten te gaan eten. We schuifelen (op hakken moet je ook niet meer willen) door de straat met leuke bijzondere pitoreske restaurantjes. Overal klinkt een ander muziekje maar allemaal even mooi. En daar zit/ligt hij. Een dikke man van een jaar of vijftig. Op de grond. Tegen de pui van een pub. Een bierfles in zijn knuist geklemd. Ogen dicht. Zijn twee Mates zitten op hoge barkrukken ernaast elkaar diep in de ogen te kijken. Met elk een bierfles in de mond. Op de terugweg ligt/zit hij er nog steeds.

vrijdag 12 oktober 2007

Een kleine greep uit mijn bezigheden

..licht gemaakt, ik hoor over Gruffalo's, bezemstelen die in tweëen breken, knollen van rapen, door het raam heb ik de maan gezocht - tevergeefs, in het donker klitten monsters, twee keer op het toilet gepoept, een keer in mijn broek geplast, een lila bril opgezet, ik heb een groep tieners bestudeerd en apen met rode kontjes, krokodillen die mij misschien willen eten, slangen met slappe witte konijnen, stekelvarkens lijken op egels, roze pelikanen spelen verstoppertje onder de brug, vader en moeder olifant - baby olifant is naar het kdv vandaag, ik kijk naar een reuzenvrouw die twee kinderen toeschreeuwt, lang blijven kijken, over gedacht, veel soorten geweien gespot, langs een waterval gerend, gegild, ruzie gemaakt met een onbekende over het verschil tussen een neushoorn en een nijlpaard, langs bellende trams gevlogen, blaadjes zien vallen,er is mij verteld dat het herfst is (er wordt mij wel meer verteld) appel eten, met appel in de hand in slaap gevallen, brood halen, Volkskrant kopen, thuis twee huilbuien, moeten aquarellen, nog een huilbui, toch mogen schilderen, acht schilderijen gemaakt, mijn gezicht beschilderd, papieren kapot gescheurd, pindakaas gesmeerd, gouden glaasje melk gedronken...

donderdag 11 oktober 2007

Lees!

'Onthoud goed, als je jong bent, denk je vaak: je weet niet wat je moet doen en je hebt geen hoop. Neem iedere kans die je krijgt, want je weet niet waar nieuwe wegen toe leiden.'
Dit briefje kreeg Doris Lessing van vrienden van haar vader toen ze zestien was. En dat is het advies dat ze nu aan haar kleinkinderen geeft: Laat je niet bang maken. En lees! Ze won vandaag de Nobelprijs voor de Literatuur. 87 jaar.
(The Golden Notebook wil ik mee beginnen)
Met de post kwam vandaag uit België: De Brakke Hond, herfst 2007. Daarin opgenomen mijn verhaal Het besluit van Dola Korstjens. Op bladzijde 71 moest het staan. Na een uur heen en weer bladeren vond ik bladzijde 71 dan toch! Zeer geschrokken legde ik het blad weg. (Het is die definitieve aanblik van je verhaal op papier) Even later pakte ik het weer op om op bladzijde 1 het verhaal Gebroken Wit van Caroline Ligthart te gaan lezen. (Eerste prijs winnares van de Verhalenwedstrijd! En geweldig geschreven.) Bij de post zat de Groene met het essay: Waarom vrouwen (bijna) nooit literaire prijzen winnen.
Ook las ik er een recensie van Groener Gras, de nieuwe verhalen bundel van Annelies Verbeke. Met de kop: Iedereen verliest. (Haar verhalen moeten door mij aangeschaft worden. Haar wekelijkse collumn in het NRC interesseert me.)
Morgen zal er een lang artikel van Esther Gerritsen in de Volkskrant te lezen zijn over Virginia Woolf.
(Virginia Woolfs Mrs Dalloway wacht ongeduldig in mijn kast. Ik was al fan van het oeuvre van Esther Gerritsen)
Dus: LEES! (Voordat we Educated Barbarians worden die alleen met computers omgaan, aldus Doris Lessing die het - dunkt me - weten kan.)

Anders!

Maak een ander verhaal jij! Zet een nieuw muziekje op. Hoor een klank die je nooit eerder hoorde. Koop nieuwe oren desnoods. Kijk vandaag met een andere blik. Door een andere kleur ogen. Vandaag niet die twee armetierige kijkers van jezelf die steeds hetzelfde zien. Verruil ze! En ook je lijf. Loop op nieuwe benen. Ruik met frisse neus. Denk iets anders. Volg een ander gedachtenspoor. Een nog onontgonnen pad. Verras jezelf. Zoeken jij. Zoek de magie van deze dag. Die ergens moét zijn, die ergens anders in moet zitten dan gisteren.
Het is zesentwintig minuten over negen al.

woensdag 10 oktober 2007

Gediplomeerd

Binnenkort zullen de ouders met hun bijna wiegedood baby's in wachtrijen voor mijn deur staan. (Als je maar voldoende frisse lucht inneemt, kun je ze allemaal aan) Ik zal de pinda's uit de luchtpijpen van de gestikte peuters rammen. Gevallen kleuters met bot dat uit hun onderbenen steekt, zullen stilletje wachten op mijn handelen. (Op mijn gestreken lakens waarmee ik alle gebroken benen in de stad afdek) Onmiddellijk zal ik de ernst inzien van de niet wegdrukbare rode puntjes op het lichaam van degene die met een klein beetje hoofdpijn naar bed ging. ( Hersenvliesontsteking. De puntjes herken ik als De Dood die stiekem aan het intreden was, totdat IK kwam..)

dinsdag 9 oktober 2007

Schuld

Ik kom niet graag afspraken niet na maar was de kinderen totaal vergeten die ik om half vier mee naar het speeltuintje zou begeleiden. Ze hadden alle tien al een half uur in een rijtje voor de deur gestaan. De schoentjes aan. De jasjes dichtgeknoopt. Mutsjes op. Hoopvolle blikken. En toen de crècheleidster belde, herinnerde ik me zelfs niet dat ik hád moeten komen. Dus ik smeet mijn werk neer, als een dolle fietste ik er alsnog op af. Voor niets. De kinderen zaten alweer in een ander schema. Ik heb me er ter plekke vooral van vergewist dat het inderdaad mijn domme fout was. (Me - onder toeziend oog van de leidster - maar snel ingeschreven voor vandaag. Echt goedmaken was niet meer mogelijk, dat begreep ik al wel) Net toen ik weer naar huis wilde sjezen om me daar te gaan zitten schamen ( m'n werk toch nog snel af te maken), zat daar een reuzenkonijn op de stoep. Duidelijk een huiskonijn. Dat het niet lang op straat zou overleven. Er stond een voordeur open. Daar moest het huiskonijn uitgekomen zijn. Maar ik had haast. Was al veel tijd kwijt. De leidster keek streng toe. (Als ik met konijnen al zo omging, hoe moest dan met..) 'Misschien is er iemand daarbinnen onwel geworden?', vroeg ze. Ik knikte.
En niet veel later stond ik met een vreemde vrouw in een vreemd huis met een vreemd konijn en keek ik in een vreemde wc of daar iemand lag.