zondag 16 december 2007

In het oude ziekenhuis

Een yoga-zaterdag in een kamer van het voormalige Wilhelmina Ziekenhuis. Pauze. In joggingbroek en op blote voeten loop ik door de oude lege ziekenhuisgangen. Op weg naar een toilet. Mijn voeten gaan over verschoten gele laminaat vloeren. Langs rijen doodstille deuren. Waarachter veel geleden is. Natuurlijk niet alleen geleden. Er zijn daar ook mensen béter geworden, houd ik mezelf voor. Bij één deur hoor ik gedempte muziek. In die kamer musiceert iemand.
De ruimtes van dit ziekenhuis worden nu verhuurd aan kleine bedrijfjes, particulieren. Gebruikt voor allerlei doeleinden.
Als de muziek ineens ophoudt, loop ik door. Waar is iedereen eigenlijk? Bij welke deur moest ik ook alweer zijn? Alles is eender. Resonanties van rammelende karretjes, rijdende bedden. Gehuil. Steeds meer gehuil. Open wonden. Het moet hier een hele drukte zijn geweest, ooit. Als ik per ongeluk beter kijk - het is alsof ik een nieuwe bril op heb die ik niet meer af kan zetten - zie ik ze in de hal rondhangen. Vooral bij de liften zitten ze. En op een kluitje bij de deur richting trappenhuis. Een beetje panisch gedragen ze zich allemaal. Blijkbaar komen ze hier niet goed weg. Een giacommetti-achtig lange vrouw maakt zich los uit de groep. Dwaalt mij tegenmoet. Ze is clichématig bleek. Doorschijnend haast. Nét niet helemaal vervaagd. Ze komt recht op me af. De doden kunnen toch niets meer doen, weet ik. Ze blaffen alleen maar.
'Spooky is het hier hè?' De blonde vrouw passeert me op blote voeten.
'Ja,' zeg ik.
'Ik zou hier niet willen werken,' zegt de mede-cursiste en kijkt verweesd rond. Haar zwarte fietsbroekje slobbert om haar benen.
'Nee,' zeg ik, 'bij welke deur zaten we ook alweer?'
Ze wijst met haar lange vinger naar een deur.
Ik dank haar en loop door. Totdat ik een ayurvedische grondtoon hoor.

vrijdag 14 december 2007

Even wachten

Nog even over het echte leven dat niet in woorden te vangen zou zijn.
Soms is het toch gewoon beter rustig af te wachten - met het vangen in woorden - totdat het echte leven zich in al z'n facetten aan je geopenbaard heeft. Soms, ik geef het toe, is tijd inderdaad belangrijk. Tijd die verstrijkt. Hoe oubollig ook.
Maar ja, straks ben ik oud.

Er is een verhaal waar ik al zeventien jaren mee bezig ben, in allerlei vormen. En het mislukt. Keer op keer.
Het mislukt kei hard. Het is het verhaal waarvoor ik mijn schrijfopleiding feitelijk ooit begonnen ben.

Maar het echte leven gaat door. Voltrekt zich. Al mislukken de verhalen.
Ik heb goud in handen. Maar moet nog even wachten. Even wachten.

donderdag 13 december 2007

De O-Dennenboom

Het echte leven in gedoken vandaag.
In het echte leven heb ik een kerstboom gekocht. Zo groot als een..? Als een...Het echte leven kent geen vergelijk. Woorden schieten er te kort.
Een heel klein ding is het dus. Het is nauwelijks een kerstboom te noemen. Het is eerder een kamerplant die op een kerstboom lijkt. Goed: zo'n ding staat er nu. Voor het eerst. Hier de O-Dennenboom genoemd. De O-Dennenboom is erg leliijk.
Wij nog in de ijskoude na-middag de fiets op voor lichtjes. En een bal. Voor in de O-Dennenboom natuurlijk.
Blijkt dat de O-Dennenboom geen lichtjes verdraagt. Omdat er dan meer plastic in de O-Dennenboom zit dan dennennaalden. D'r zit ook al geen bal in de O-Dennenboom. Omdat je die bij de Blokker - winkel van het ware leven - met driehonderd tegelijk moest aanschaffen. En d'r past maar één bal in onze O-Dennenboom.
Al met al: Het ging nog niet helemaal van een leie dakje; dat echte leven. Maar ik blijf proberen. En er staat al wel iets wat er op lijkt.
Nou doei.

woensdag 12 december 2007

PC HOOFD

Bij het flakkerende licht van het beeldscherm zit ik een beetje te verschrikkelijken. Dan komt de man beneden met het kind op de arm: 'Zit je nú al achter de computer? Je hebt de verwarming nog niet eens aangezet. Geen ontbijt. Geen koffie gemaakt. Niet eens een glaasje water gedronken. Mama is zó uit bed gerold en achter het bureau geschoven, zie je dat?'

Gordijnen worden opengemaakt. Het Grote Licht gaat aan.

Hier zit ik. Te kijk. In m'n gescheurde nachthemd en PC Hooftsloffen aan. Stront in de ooghoeken. Pluizend haar. Een blog aan mijn been. Mijn muisarm piept luid. Ik ga weg. Weg uit deze lege ochtendkroeg. Ik heb nog niet eens koffie gehad! Wat wíl je dan? Het is verrekte koud hier. IJskoud. Kil. En eenzaam.

En in de keuken zitten ze: mijn familie. Ik hoor ze.

dinsdag 11 december 2007

Mijn eigen vriendin

Op de crèche help ik het dochtertje in haar jas - op de achtergrond klinkt alweer kling klokje klingelingeling. En vlak voor me staat een klein meisje. Wijdbeens. Haar handen in haar zij. Dit moeten ze met de spreekwoordelijke donderwolk bedoelen. Het meisje stampt met haar voet op de grond, terwijl ze me strak aan blijft kijken. En donker.
'Dat is míjn vriendin!' Ze praat ingehouden.
'Ja jullie zijn vriendinnetjes.' Ik doe alvast een beetje aan deëscalatie. 'Dat is leuk.'
'Mijn éigen vriendin.' De donderwolk laat zich niet van de wijs brengen. Inktzwart kijkt ze nu: 'Jíj mag mijn eigen vriendin niet meenemen.'
'Jouw mama is er niet hè? Mijn mama wel,' merkt haar vriendin fijntjes op. 'Joúw mama komt niet.'
'Jawel,' zeg ik, 'haar mama komt ook zo. Of haar papa.'
'Ik denk het niet,' zegt haar eigen vriendin nu mistroostig. 'Hier, mag jij mijn das hebben.'

maandag 10 december 2007

Ik, Getuige

Gisteren ben ik gevraagd om Getuige te zijn van iemand. Getuige bij zijn huwelijk. Het was net alsof ik zelf ten huwelijk werd gevraagd.
En vanmorgen werd ik wakker en dacht: 'Er was iets.'
'O ja. Ik mag getuige zijn!'

Ik moet de precieze functie van De Getuige nog googlen om mijn nieuwe rol straks naar behoren te vervullen. Voortaan zal ik door het leven gaan als Getuige. Dat is geen lichtzinnige taak. Op z'n minst één keer per jaar een functioneringsgesprek over de stand van zaken van het huwelijk. Hoe sta je in de relatie? Hoe kan je het nóg leuker maken. Ik hoef me niet met de opvoeding van hun aanstaande kind te bemoeien. Zoiets valt buiten het pakket. Wel heb ik hem meteen al even ingefluisterd dat hij een paar nieuwe schoenen zou kunnen kopen voor de grote dag. Hij dacht zelf aan een heel nieuw pak. Dus dat was nog niet echt noodzakelijk.
Maar hij kan me altijd bellen. Voor advies.

zondag 9 december 2007

Eerste kerstdag

Gisteren zaten we aan de kerstdis. Bij mijn schoonfamilie. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn.

'Op wie lijkt ze nou? Dan lijkt ze weer op jou en dan weer meer op haar vader. Eerst dacht ik dat ze vooral op jouw vader leek (die van mij dus, haar opa) En nu weet ik het eigenlijk niet meer. Jij bent zo donker en zij zo blond.'

Stilte.

'Ik vind haar toch ook wel een beetje op haar nichten lijken. Kijk maar.'

We zien de nichten zitten. Respectievelijk 18 en 24 jaar oud, bloedmooi. Hun 2-jarige nichtje loopt op de achtergrond rond met een olifant. Een beetje terloops hou ik in de gaten of ze de slurf van de olifant niet in een kerstvlammetje houdt. Volgens mij ontvlammen olifanten snel.

'Nou ze lijkt toch óók op mama (haar oma). Kijk maar naar mama vroeger!'

We zien oma zitten. Daarboven een foto van de 2-jarige oma die op de arm van haar moeder zit. En serieus de lens in kijkt. Ernstige blauwe ogen. (Volgens mij lachten kinderen vroeger niet zoveel als nu. Lachen was toen geen noodzaak) Oma's blonde hoofdje vleit zich tegen de schouder van haar donkerharige moeder. Haar moeders blik buigt af. De bruine ogen kijken dromerig weg, ergens naartoe.
(De overgrootmoeder van mijn dochter dus)