dinsdag 25 december 2007
Je verhaal kiezen
Zal ik vertellen van het eerste klassieke concert van de kleine en hoe ze daarbij keek? De totale overrompeling die van haar gezicht en later van haar hele lijf af te lezen was. Of over dat ze de poes van het bruidspaar besloot te gaan doden. Met een lege colafles. Zal ik schrijven over de nachtelijke taxirit op kerstavond en de 'hele aardige meneer' die ons thuis bracht. Van de zee van kaarsjes op de woonboot en het huwelijksmaal met drie soepen om mee te beginnen. Zal ik vertellen hoe het was om Getuige te zijn bij het huwelijk van een bijzonder stel mensen. De emmer water die achter de kerstboom stond. Of over mijn ouders. Hoe ze die avond weer bij ons thuiskwamen na een diner in de stad dat lekker gesmaakt had? En dat ze op matrassen in onze woonkamer bleven slapen. Of zal ik het hebben over mijn twintig jarige broer die vandaag met de trein naar ons toekwam en hoe blij ik was dat we compleet waren. Zal ik dan tenminste de immense zak met cadeaus vermelden die gisterennacht recht voor onze deur bleek te staan. De allergrootste tas die ik ooit gezien heb met het oude mensen handschrift van mijn muze en de afbeelding van een levensgrote kerstman erop. Misschien zou ik wel moeten verhalen van de minder prachtige zaken die deze kerst ook aan de hand zijn. En waar ik ook van weet.
maandag 24 december 2007
In het trappenhuis
En als ik zo, in mijn eentje, op blote voeten en nog in het duister, door het trappenhuis naar beneden loop, verwacht ik áltijd maar dan ook altijd het dode lijf aan te zullen treffen van een hele grote dikke grijze muis met pluis haar. Recht voor haar deur ligt ze. Of voor de onze. Op weg naar buiten is De Muis bezweken aan haar leven.
Ik kijk er dus zéker niet van op als ik op een dag over een hoop oude koude muis struikel. Laat het nú maar zijn. Dan hebben we dat eigenlijk ook gehad.
Misschien ligt ze in het halletje van onze gang. Dan moet ze, diep in de nacht, bij ons binnen aan het scharrelen zijn geweest. Toen wij op zolder lagen te slapen.
En ik, die vroeg opstond, omdat ik vandaag getuige zal zijn bij een huwelijk, op de dag voor kerst, feest van vrede en verlossing, ik struikel slaapdronken over die muis die onze buurvrouw blijkt te zijn. En haar enige zoon is niet te bereiken met kerst.
Ik kijk er dus zéker niet van op als ik op een dag over een hoop oude koude muis struikel. Laat het nú maar zijn. Dan hebben we dat eigenlijk ook gehad.
Misschien ligt ze in het halletje van onze gang. Dan moet ze, diep in de nacht, bij ons binnen aan het scharrelen zijn geweest. Toen wij op zolder lagen te slapen.
En ik, die vroeg opstond, omdat ik vandaag getuige zal zijn bij een huwelijk, op de dag voor kerst, feest van vrede en verlossing, ik struikel slaapdronken over die muis die onze buurvrouw blijkt te zijn. En haar enige zoon is niet te bereiken met kerst.
zondag 23 december 2007
Life is een hoorspel
In de laatste yogales van 2007 nog snel met mezelf samengevallen. Zoals de sneeuwvlokjes in zo'n plastic ding neerdwarrelen op de bodem ervan, zo dwarrelen wij neer en vallen één voor één op de bodem van ons zelf. (Duidelijk hoorbaar)
Nog nooit zo effectief gedwarreld.
Al dwarrelend naar de Albert Heijn luister ik naar het hoorspel De Ontdekking van de Hemel. Naar een hoorspel te luisteren en tegelijk actief deelnemer van een ander 'hoorspel' te zijn. De iPod dimensie. Voor het eerst opgemerkt dat drie kwart van de mensheid die ik onderweg tegenkom in die dimensie verkeert.
's Nachts zijn we op een feest in een andere plaats en ligt ons meisje thuis in bed. Het begint te ijzelen en we moeten nog helemaal terug naar Amsterdam. Met de auto. En ijzel dwarrelt niet. IJzel valt. Keihard.
De buren hebben al gebeld: Ze zingt. Wat moeten we nu? Zou ze misschien zingen omdat het daar boven bij jullie zo koud is? Door de babyfoon luisteren de buren al uren naar het gezang van ons meisje: 'Ik voel me zo verdomd alleheeheen.'
Even later bellen ze weer: Wat zingt ze goed.
Toen eindelijk thuisgekomen.
Nog nooit zo effectief gedwarreld.
Al dwarrelend naar de Albert Heijn luister ik naar het hoorspel De Ontdekking van de Hemel. Naar een hoorspel te luisteren en tegelijk actief deelnemer van een ander 'hoorspel' te zijn. De iPod dimensie. Voor het eerst opgemerkt dat drie kwart van de mensheid die ik onderweg tegenkom in die dimensie verkeert.
's Nachts zijn we op een feest in een andere plaats en ligt ons meisje thuis in bed. Het begint te ijzelen en we moeten nog helemaal terug naar Amsterdam. Met de auto. En ijzel dwarrelt niet. IJzel valt. Keihard.
De buren hebben al gebeld: Ze zingt. Wat moeten we nu? Zou ze misschien zingen omdat het daar boven bij jullie zo koud is? Door de babyfoon luisteren de buren al uren naar het gezang van ons meisje: 'Ik voel me zo verdomd alleheeheen.'
Even later bellen ze weer: Wat zingt ze goed.
Toen eindelijk thuisgekomen.
vrijdag 21 december 2007
Solid Sky
En in de verschrikkelijke haast trok ik nog snel vier boeken uit mijn boekenkast beneden: De kleine uurtjes, verhalen en gedichten van Dorothy Parker, Een goed verhaal, gekozen en ingeleid door Lidewijde Paris, Insect van Claire Castillon en De olifant verdwijnt van Haruki Murakami. Die moésten blijkbaar nog mee naar boven gesleept. Maar WAAROM?
Op zo'n allerlaatste dag waarin ik toch niet meer écht iets kan doen. Vanwege allerlei aardse verplichtingen. Was. Kerst.
En mijn haar moet ook nog geknipt.
Hier liggen de boeken nu gestapeld - boven op De liefde van een goede vrouw, van Alice Munro - op het bijzettafeltje dat ooit bij het grofvuil lag en voorheen heel lang in een ander huis in deze straat gestaan moet hebben. O, als bijzettafeltjes konden praten (of lezen).
Dan kon hij mij héél wat vertellen nu.
Achter de kledingkast verblijven we. Het tafeltje en ik. Hij staat hier zonder ongeduld. Ik wentel mij nog even snel in de kou, de woorden en in die relatieve tijd. De kledingkast onttrekt de groeiende berg schone kleding op het bed een beetje aan het zicht en houdt mij een beetje uit de poolwind.
Méér kan die dooie kast ook echt niet doen.
Op zo'n allerlaatste dag waarin ik toch niet meer écht iets kan doen. Vanwege allerlei aardse verplichtingen. Was. Kerst.
En mijn haar moet ook nog geknipt.
Hier liggen de boeken nu gestapeld - boven op De liefde van een goede vrouw, van Alice Munro - op het bijzettafeltje dat ooit bij het grofvuil lag en voorheen heel lang in een ander huis in deze straat gestaan moet hebben. O, als bijzettafeltjes konden praten (of lezen).
Dan kon hij mij héél wat vertellen nu.
Achter de kledingkast verblijven we. Het tafeltje en ik. Hij staat hier zonder ongeduld. Ik wentel mij nog even snel in de kou, de woorden en in die relatieve tijd. De kledingkast onttrekt de groeiende berg schone kleding op het bed een beetje aan het zicht en houdt mij een beetje uit de poolwind.
Méér kan die dooie kast ook echt niet doen.
woensdag 19 december 2007
Samen
Ik werk met niemand samen. Dat deed ik meestal al niet. Maar ik had nu de smaak van het samenwerken geproefd. Het idee die smaak te proeven en daarom proefde ik misschien ook iets. Ergens in de verte. Enige samenwerking.
Ik tekende ervoor.
Ach, misschien wilde ik het gewoon graag. Het leek me weleens leuk. Het had wel wat.
Het idee. Van samen.
Zo rond de kerst. Dan krijg je dat.
Ik tekende ervoor.
Ach, misschien wilde ik het gewoon graag. Het leek me weleens leuk. Het had wel wat.
Het idee. Van samen.
Zo rond de kerst. Dan krijg je dat.
dinsdag 18 december 2007
Helder
Je ligt al uren in bed en nog steeds wéét je dat je aan het slapen bent. Dat wil je niet persé weten maar je weet het. Je piekert niet. Je accepteert het. Je ziet jezelf daar liggen slapen. Opgekruld. Doodstil. En bij elk zuchtje van de ander, bij elke beweging van zijn kleine teen, of die van het meisje in de kamer ernaast, ben je meteen klaarwakker. Het gekras van een nagel op een laken ergens in dit huizenblok. Je bent wakkerder dan een mens zijn kan. Want de vrieskou hoor je buiten kraken. Het maanlicht schijnt in je open ogen. Er is geen beginnen aan.
Ver na middernacht zie je jezelf naar beneden sluipen. Op het tapijt lees je de krant. Dat komt op zich wel goed uit want dat had je overdag nog niet gedaan. Je leest totdat de wind die door de erker waait, alle warmte uit je getrokken heeft.
Het wonderlijke is: je onthoudt ook alles wat er staat. Vanaf nu vergeet je niets meer. Nooit meer.
Ver na middernacht zie je jezelf naar beneden sluipen. Op het tapijt lees je de krant. Dat komt op zich wel goed uit want dat had je overdag nog niet gedaan. Je leest totdat de wind die door de erker waait, alle warmte uit je getrokken heeft.
Het wonderlijke is: je onthoudt ook alles wat er staat. Vanaf nu vergeet je niets meer. Nooit meer.
maandag 17 december 2007
Het mormeltje
Ze schijnt na een bezoek aan een kerstmarkt opgemerkt te hebben: 'Sinterklaas is veranderd in een Kerstman.'
Ik was er niet bij.
Wij hadden een weekendje vrij.
Een weekendje voor Onszelf.
Waarin we ook naar het concert zouden gaan van Alela Diane.
Het bleek uitverkocht.
Dat gaf niks. Want we waren bevrijd. We hoefden eens niét aan het mormeltje te denken. Even geen verantwoordelijkheid. We hoefden niet op gezette tijden voor het mormeltje te koken. Niet te kijken of het mormeltje soms moe was. Of het mormeltje moest slapen. We hoefden niet op een ijskoud betonnen speelplein te hangen met het mormeltje. We hoefden niet op tijd thuis te zijn voor het mormeltje.
We hoefden helemaal niet thuis te zijn.
We hoefden niets.
We konden ons Eigen Ding doen.
O, wat konden we het bont maken.
Ik heb al wel een foto van haar gezien op mijn computerscherm.
Helemaal uit het zuiden verzonden.
Ze heeft daar een kerstmuts op.
Die staat haar echt goed.
Ik was er niet bij.
Wij hadden een weekendje vrij.
Een weekendje voor Onszelf.
Waarin we ook naar het concert zouden gaan van Alela Diane.
Het bleek uitverkocht.
Dat gaf niks. Want we waren bevrijd. We hoefden eens niét aan het mormeltje te denken. Even geen verantwoordelijkheid. We hoefden niet op gezette tijden voor het mormeltje te koken. Niet te kijken of het mormeltje soms moe was. Of het mormeltje moest slapen. We hoefden niet op een ijskoud betonnen speelplein te hangen met het mormeltje. We hoefden niet op tijd thuis te zijn voor het mormeltje.
We hoefden helemaal niet thuis te zijn.
We hoefden niets.
We konden ons Eigen Ding doen.
O, wat konden we het bont maken.
Ik heb al wel een foto van haar gezien op mijn computerscherm.
Helemaal uit het zuiden verzonden.
Ze heeft daar een kerstmuts op.
Die staat haar echt goed.
Abonneren op:
Posts (Atom)