De Zweedse werd als laatste uitgekozen. Dat haar dit overkwam. Ze rolde kort met haar ogen, verifieerde even of de presentatoren echt geen grapjes maakten, maar ze meenden het. Zíj mocht naar voren komen. De Zweedse glimlachte kort naar haar man en twee kinderen. Bij het opstaan, stootte ze haar hoofd aan de zonwering. Even later stond ze in de kleine arena. In het felle zonlicht. Naast de Britse mevrouw en de Spaanse meneer vol tatoeages. Hier zou het zo dadelijk allemaal gaan gebeuren.De presentatoren van de show voerden de spanning op.
De Zweedse was niet persé dik maar heel erg grof gebouwd. En lang. Ze droeg een korte beige broek en een gebroken wit hemdje erbij. Misschien hield ze niet van kleur. De Zweedse zweette. De structuur van haar huid was grof en groezelig. Maar verder paste ze niet in het vulkanisch landschap. Ze torende overal bovenuit, boven de kamelen, de mensen, de giraffen en boven alle dode vulkanen. Maar ze trilde als een klein weerloos meisje nu iedereen naar haar keek. Die aandacht was ze niet gewend. Ze bleef lachen van de zenuwen. Haar gebit was veel te groot en te geel.
De presentatoren werden inmiddels bijgestaan door tromgeroffel van een bandje.
Vlak vóór de Zweedse begonnen de krokodillen te bewegen. Daarachter zat haar familie. Op de tribune. Waar ze net nog gewoon tussen de mensen zat. Heel kort bewoog ze haar vingers naar haar kindjes. Ze wist dat ze niet meer terug kon. Nu ze aan haar nieuwe leven geproefd had.
dinsdag 15 januari 2008
maandag 14 januari 2008
Ons
'Ik wil bij ons liggen,' klinkt het door de babyfoon.
Het is kwart over vijf in de ochtend. Dag 1. Van werkweek 1 in 2008. Ons is nét precies zonder kleerscheuren beneden aangekomen.
'Ik wil bij ons liggen.'
Stilte.
'Ik wil bij óns liggen.'
Weer een stilte.
Ons zucht. Ons was er zo perfect tussenuit gepiept. Ons was op blote onhoorbare tenen de slaapkamer uit, traptreden af, langs de voordeur van de scherp horende muze geslopen. Met succes. Ons wilde aan ons' eerste espresso nippen. Niets lekkerder, dacht Ons tevreden, dan een eerste koffietje in de heel vroege ochtend. Een stapel nog ongelezen kranten en tijdschriften voor ons.
'IK WIL BIJ ONS LIGGEN!' Haar gevleugelde uitspraak. Duidelijker kan ze zich niet uitdrukken.
In de stilte die nu volgt, schreit ze. Waarom heeft Ons mij verlaten?
Ik zet het hele kleine geurende kopje, met een heel klein klapje, terug op tafel.
En aanvaard de terugtocht.
Het is kwart over vijf in de ochtend. Dag 1. Van werkweek 1 in 2008. Ons is nét precies zonder kleerscheuren beneden aangekomen.
'Ik wil bij ons liggen.'
Stilte.
'Ik wil bij óns liggen.'
Weer een stilte.
Ons zucht. Ons was er zo perfect tussenuit gepiept. Ons was op blote onhoorbare tenen de slaapkamer uit, traptreden af, langs de voordeur van de scherp horende muze geslopen. Met succes. Ons wilde aan ons' eerste espresso nippen. Niets lekkerder, dacht Ons tevreden, dan een eerste koffietje in de heel vroege ochtend. Een stapel nog ongelezen kranten en tijdschriften voor ons.
'IK WIL BIJ ONS LIGGEN!' Haar gevleugelde uitspraak. Duidelijker kan ze zich niet uitdrukken.
In de stilte die nu volgt, schreit ze. Waarom heeft Ons mij verlaten?
Ik zet het hele kleine geurende kopje, met een heel klein klapje, terug op tafel.
En aanvaard de terugtocht.
zaterdag 12 januari 2008
Fragment van 2006,2007,2008
Bij de stapel post zat de nieuwe Brakke Hond met een verhaal van mij. Yeah. Even snel doorbladeren. Klappertandend, bodywarmer van de kapstok grijpend. En er zat nog meer bij de post: rekeningoverzichten van mij. Minder yeah.
Ook vrijwel direct omgekomen op de fiets in het verkeer. (Traditie na een vakantie) In de A-H viel op dat de etenswaren nog houdbaar waren tot 2011. Op het vulkaaneiland kochten we hapjes die goed bleven tot mínstens eind 2006. Er kwam zelfs nog een klein ruzietje van tussen man en mij. In welk jaar léven we nu dan GVD? Ik eet dit niet hoor. Dit kan nog nèt toch? Nee, morgen is het 2008! Niet. Wel!
De koffer inhoud met zwart steen, dode vulkanen, zielloze grond en andere stinkende stoffen door ons huis verspreid. Mijn muze (de bovenbuurvrouw) helaas, helaas, helaas nog niet kunnen vertellen dat we terug zijn gekomen. En de muizen hebben tijdens onze afwezigheid het stof tussen de houten planken uitgekrabd. Van woede.
De afgelopen week verbleven we in een kelder zonder ramen omdat ze daar absoluut niet van licht hielden. Iedere nacht werd er ijselijk gegild door één van ons. Vanuit een diepe duistere wereld.
De natte was hangt in grote slingers door de woonkamer zodat de kleine morgen wel moet denken dat er iemand jarig is. Man zit er onder tv te kijken. Het beste televisiefragment van 2007. Vriendin L op tv! Zij gaat het Zéker worden. Ik verklap niets.
NU de uitslag..
Ook vrijwel direct omgekomen op de fiets in het verkeer. (Traditie na een vakantie) In de A-H viel op dat de etenswaren nog houdbaar waren tot 2011. Op het vulkaaneiland kochten we hapjes die goed bleven tot mínstens eind 2006. Er kwam zelfs nog een klein ruzietje van tussen man en mij. In welk jaar léven we nu dan GVD? Ik eet dit niet hoor. Dit kan nog nèt toch? Nee, morgen is het 2008! Niet. Wel!
De koffer inhoud met zwart steen, dode vulkanen, zielloze grond en andere stinkende stoffen door ons huis verspreid. Mijn muze (de bovenbuurvrouw) helaas, helaas, helaas nog niet kunnen vertellen dat we terug zijn gekomen. En de muizen hebben tijdens onze afwezigheid het stof tussen de houten planken uitgekrabd. Van woede.
De afgelopen week verbleven we in een kelder zonder ramen omdat ze daar absoluut niet van licht hielden. Iedere nacht werd er ijselijk gegild door één van ons. Vanuit een diepe duistere wereld.
De natte was hangt in grote slingers door de woonkamer zodat de kleine morgen wel moet denken dat er iemand jarig is. Man zit er onder tv te kijken. Het beste televisiefragment van 2007. Vriendin L op tv! Zij gaat het Zéker worden. Ik verklap niets.
NU de uitslag..
vrijdag 11 januari 2008
Een wit vlagje
Een stel van middelbare leeftijd - een heer en een dame - ligt naakt op het strand. Ze slapen. Gezellig naast elkaar. Maar hun hoofden afgekeerd. De gebruinde billen fier de lucht in. Hun ontspannen lichamen schitteren. Ze hebben zich goed en zorgvuldig ingevet vandaag. Dat zie je gewoon. Aan alles. Ze hebben er echt de tijd voor genomen. Ouderwets: de tíjd. Het zonnetje brandt ook alweer flink. Ze genieten. Innig. Ze begrijpen elkaar helemaal - en ze begrijpen al echt dat het leven eindig is. Dat zie je ook. Ze hoéven zich niet meer te schamen. Erg mooi om zoiets te zien. In volle naaktheid. Die aanvaarding van het leven. Die acceptatie. Ontroerend zelfs. En omdat ze op een verhoginkje liggen; een bergje zand, kan ik hen extra goed zien.
Zodat zelfs het zijdezachte stukje toiletpapier dat nog tussen de billen van de heer uit piept mij niet ontgaat. Als een klein wit vlagje zit het daar. Niet groot. Maar het wappert.
We zijn weer thuis. Morgen echt.
Zodat zelfs het zijdezachte stukje toiletpapier dat nog tussen de billen van de heer uit piept mij niet ontgaat. Als een klein wit vlagje zit het daar. Niet groot. Maar het wappert.
We zijn weer thuis. Morgen echt.
zaterdag 29 december 2007
Neefje
Ik word omringd door vier mensen. Er staat een verhaal van iemand op hyves. Iemand wiens vader van 58 op sterven ligt omdat hij plotseling ongeneeslijk ziek werd. Hardop lees ik het voor. Mijn moeder haalt haar neus steeds op. (Het is gewoon haar verkoudheid, denk ik. Is het haar verkoudheid wel?) Op de achtergrond trekt het kleine meisje steeds een grote kast - bijna - omver. 'Pas op! Als die kast bovenop je valt, ben je dood!' wordt er gezegd. Ik lees door. Het meisje gaat weer verder met het trekken aan de kast.
Iemand is groot geworden vinden we allemaal. En best mooi. Hij heeft spierballen gekregen. Schrijft wijze woorden. Ik heb nog op hem gepast. Samen met een vriendinnetje. Maar toen was mijn neefje nog klein. We kregen 25 gulden per uur. Wat werkelijk een belachelijk hoog bedrag was, toentertijd. (We rekenden 5 gulden voor een avond met slapen erbij.) Daar hebben we niets van gezegd tegen zijn ouders. Want hij was ook best druk. We moesten echt stééds achter hem aan om hem te vangen.
En straks vliegen we.
Iemand is groot geworden vinden we allemaal. En best mooi. Hij heeft spierballen gekregen. Schrijft wijze woorden. Ik heb nog op hem gepast. Samen met een vriendinnetje. Maar toen was mijn neefje nog klein. We kregen 25 gulden per uur. Wat werkelijk een belachelijk hoog bedrag was, toentertijd. (We rekenden 5 gulden voor een avond met slapen erbij.) Daar hebben we niets van gezegd tegen zijn ouders. Want hij was ook best druk. We moesten echt stééds achter hem aan om hem te vangen.
En straks vliegen we.
vrijdag 28 december 2007
Wat een werelden!
Ze zijn even boven.
Ik heb al vijf dikke dagen niet geschreven en de vakantie moet nog beginnen! Wat een vooruitzicht.
Als door de week mijn gezin naar het werk of de crèche vertrekt, zie ik overdag geen- of nauwelijks een mens. Liefst kom ik ook niet buiten. Nu is het vakantie en zie ik veel mens.
Sommige van mijn familieleden zijn kluizenaar. In de bossen, ver weg van de bewoonde wereld, houden ze zich op. Maar wonend midden in de stad ben ik het ook een beetje. Zoiets moffel je niet weg.
Met een gigantische koptelefoon op ruim ik het huis op en poets wat. Als de bel gaat, bevries ik: bezoek.
O, nee. Dat was in de wereld van Quinten Quist en de zijnen. De Ontdekking van Hemel met muziek van Henny Vrienten. Maakt dat ik het haast jammer vind als ik in mijn wereld uitgepoetst ben.
Buiten. Met bescheiden dopjes in mijn oren luister ik naar een stevig potje hijgen van Katja Schuurman terwijl ik - met mijn altijd gladgestreken gezicht - mensen passeer. Even later draal ik rondjes door mijn buurt. Het hoorspel Long Distance is nog niet afgelopen en ik was al thuis. Achter onze ramen heb ik het achterhoofd van mijn man gezien. Aan het bewegen van zijn nek las ik af dat hij geanimeerd aan het converseren was. Met iemand.
's Avons laat lees ik het boek Over de Grens van Haruki Murakami nog snel uit. Die Japanner heeft het helemaal begrepen. Met de werelden.
Ssst. Ik hoor gestommel op de trap. Ze komen naar beneden. (Mijn gezin)
Nu staan ze in de kamer, allebei op slippers en in hun zomerjassen. Ze hebben hun spullen al gepakt zeggen ze.
Ik moet nu snel ophangen. Zonnebrandcrème kopen. Nieuwe wereld induiken.
Dag,dag. (Tot snel)
Ik heb al vijf dikke dagen niet geschreven en de vakantie moet nog beginnen! Wat een vooruitzicht.
Als door de week mijn gezin naar het werk of de crèche vertrekt, zie ik overdag geen- of nauwelijks een mens. Liefst kom ik ook niet buiten. Nu is het vakantie en zie ik veel mens.
Sommige van mijn familieleden zijn kluizenaar. In de bossen, ver weg van de bewoonde wereld, houden ze zich op. Maar wonend midden in de stad ben ik het ook een beetje. Zoiets moffel je niet weg.
Met een gigantische koptelefoon op ruim ik het huis op en poets wat. Als de bel gaat, bevries ik: bezoek.
O, nee. Dat was in de wereld van Quinten Quist en de zijnen. De Ontdekking van Hemel met muziek van Henny Vrienten. Maakt dat ik het haast jammer vind als ik in mijn wereld uitgepoetst ben.
Buiten. Met bescheiden dopjes in mijn oren luister ik naar een stevig potje hijgen van Katja Schuurman terwijl ik - met mijn altijd gladgestreken gezicht - mensen passeer. Even later draal ik rondjes door mijn buurt. Het hoorspel Long Distance is nog niet afgelopen en ik was al thuis. Achter onze ramen heb ik het achterhoofd van mijn man gezien. Aan het bewegen van zijn nek las ik af dat hij geanimeerd aan het converseren was. Met iemand.
's Avons laat lees ik het boek Over de Grens van Haruki Murakami nog snel uit. Die Japanner heeft het helemaal begrepen. Met de werelden.
Ssst. Ik hoor gestommel op de trap. Ze komen naar beneden. (Mijn gezin)
Nu staan ze in de kamer, allebei op slippers en in hun zomerjassen. Ze hebben hun spullen al gepakt zeggen ze.
Ik moet nu snel ophangen. Zonnebrandcrème kopen. Nieuwe wereld induiken.
Dag,dag. (Tot snel)
woensdag 26 december 2007
Tijd vliegt
Zodra ze wakker is, roept ze enthousiast: 'Als het donker wordt dan gaan we slapen. En dán gaan we vliegen. Papa en mama en ik. Heel hoog in de lucht. En ik heb een koffertje. En papa een koffer. En mama een koffer. Met kleren en speelgoed en boekjes.
En als we dan wakker worden, is het lekker warm!'
Ja maar niét vandaag hè? Nog een paar nachten slapen,' zo temperen wij dit enthousiasme alvast. Zo brengen wij haar tijdsbesef bij. (Enthousiasme temperen en het besef van tijd gaan samen)
Er vliegt een kerstbal door de kamer. Zo komt ze erachter dat die van glas was. En zo brengen wij haar tijd- plús materiaalbesef bij.
En als we dan wakker worden, is het lekker warm!'
Ja maar niét vandaag hè? Nog een paar nachten slapen,' zo temperen wij dit enthousiasme alvast. Zo brengen wij haar tijdsbesef bij. (Enthousiasme temperen en het besef van tijd gaan samen)
Er vliegt een kerstbal door de kamer. Zo komt ze erachter dat die van glas was. En zo brengen wij haar tijd- plús materiaalbesef bij.
Abonneren op:
Posts (Atom)