vrijdag 18 januari 2008

Op ditzelfde moment

Met mijn benen omhoog lig ik, een riem er strak omheen getrokken, een opgerolde deken in mijn rug en een pittenzakje op mijn ogen in een gymzaal. Ontzettend te relaxen. En bovenal: ontzéttend in het moment te blijven. De yogajuffrouw zegt zacht: 'je hoort alleen de regen en de wind buiten.'
Precies, dat hoor ik. Slagregens. Rukwinden. Orkanen.
Ik moet er maar liever niet bij denken dat ik daar over een kleine tien minuten al middenin verkeer. Rondtollend. Zeiknat. Daar gaat mijn moment al.
Voor de les heb ik een dikke envelop met mijn werk bij meneer de schrijver door de brievenbus gedrukt. Maar heb ik nou ál die vijftien handgeschreven briefjes er per ongeluk bij gedaan? Ik kan me gvd maar niet herinneren waar ik die mislukte brieven gelaten heb. Zou hij - op ditzelfde moment - mijn verhalen uit de envelop aan het halen zijn en daar dus vijftien aanzetten van een begeleidend schrijven bij vinden? Ik was telkens opnieuw begonnen met dezelfde brief. Omdat ik de juiste toon eerst niet kon vinden, toen het juiste handschrift niet en daarna verschreef ik me steeds, of de inkt vlekte uit omdat ik met links schrijf. Of ik vond het weer iets te onzeker overkomen, dan weer te kil, of echt heel slecht verwoord. Dan weer té mooi.
Het bloed stijgt in één klap terug naar mijn benen. Dat is knap. Omdat ze dus in de lucht hangen.

donderdag 17 januari 2008

Aandacht

Ik oefen in aandacht hebben voor de dingen. Eén op één aandacht. Aandacht voor elk afzonderlijk kopje bij de afwas, voor het afdrogen van elk theelepeltje. Aandacht bij het lichaam dat nu zit en mijn vingers die typen. Aandacht bij dit stukje over aandacht. Aandacht bij het kammen van mijn haar, het vouwen van elk t-shirt, het uitwerken van één idee, het één voor één overlezen van m'n verhalen en niet halverwege snel door beginnen te bladeren. Of erger; in slaap vallen. Aandacht voor het kauwen van de boterham in de ochtend en daarbij niets anders doen.
Goed, dat is dus nog een hele klus.
Aandacht bij dit stukje alleen al is driehonderdzestig keer ergens anders heengegaan. Bijvoorbeeld naar wat de beste lezeres van Nederland gisteren allemaal zei, met welk verhaal ik zo dadelijk door zal gaan, de voorkant en dat ik niets heb om vanmiddag aan te trekken bij de BNG literatuurprijsuitreiking waar Jan van Mersbergen moet winnen. Maar ik schat Saskia Coster toch ook hoog in. Dat ik sowieso geen kleren meer heb. Dat ik nodig moet winkelen. Afgedwaald.

woensdag 16 januari 2008

Mijn dringende schrijven

Sinds de invoering van email is het begonnen en nu telefoneer ik vrijwel nooit meer. Een enkele keer met mijn moeder. Als zíj mij belt dan. Want zelfs mijn ouders durf ik niet goed te bellen. Als ik eenmaal iemand aan de lijn heb, durf ik namelijk ook niet op te hangen. Pas als mijn vader zegt: 'ik krieg pien an mien oor' weet ik dat het mag.

Neem het bellen van de tandarts of de kapper. Ik ben bang dat die lui net echt ontzettend aan het balen zijn van hun werk. Dat ze altijd maar in die open monden moeten wroeten, of op iemands kop zitten te kijken. En dan bel ik weer met mijn vraag.

Soms moet ik echt iets melden. En dan is mijn elektronische post of sms niet aangekomen. Of men heeft gewoon niet direct gereageerd. In elk geval ik krijg geen antwoord op mijn dringende schrijven. Dan zit ik echt heel diep in de piepzak. Gisteren was ik de hele dag chagrijnig. Zeg maar: depressief. Omdat ik iemand op moest bellen om te zeggen dat ik vandaag wel bij haar kon komen, in plaats van zij bij mij.

(Tijdens een telefoongesprek had ik dit ook allemaal niet gezegd trouwens)

dinsdag 15 januari 2008

Vorige week zat ik in de krokodillenshow

De Zweedse werd als laatste uitgekozen. Dat haar dit overkwam. Ze rolde kort met haar ogen, verifieerde even of de presentatoren echt geen grapjes maakten, maar ze meenden het. Zíj mocht naar voren komen. De Zweedse glimlachte kort naar haar man en twee kinderen. Bij het opstaan, stootte ze haar hoofd aan de zonwering. Even later stond ze in de kleine arena. In het felle zonlicht. Naast de Britse mevrouw en de Spaanse meneer vol tatoeages. Hier zou het zo dadelijk allemaal gaan gebeuren.De presentatoren van de show voerden de spanning op.
De Zweedse was niet persé dik maar heel erg grof gebouwd. En lang. Ze droeg een korte beige broek en een gebroken wit hemdje erbij. Misschien hield ze niet van kleur. De Zweedse zweette. De structuur van haar huid was grof en groezelig. Maar verder paste ze niet in het vulkanisch landschap. Ze torende overal bovenuit, boven de kamelen, de mensen, de giraffen en boven alle dode vulkanen. Maar ze trilde als een klein weerloos meisje nu iedereen naar haar keek. Die aandacht was ze niet gewend. Ze bleef lachen van de zenuwen. Haar gebit was veel te groot en te geel.
De presentatoren werden inmiddels bijgestaan door tromgeroffel van een bandje.
Vlak vóór de Zweedse begonnen de krokodillen te bewegen. Daarachter zat haar familie. Op de tribune. Waar ze net nog gewoon tussen de mensen zat. Heel kort bewoog ze haar vingers naar haar kindjes. Ze wist dat ze niet meer terug kon. Nu ze aan haar nieuwe leven geproefd had.

maandag 14 januari 2008

Ons

'Ik wil bij ons liggen,' klinkt het door de babyfoon.
Het is kwart over vijf in de ochtend. Dag 1. Van werkweek 1 in 2008. Ons is nét precies zonder kleerscheuren beneden aangekomen.
'Ik wil bij ons liggen.'
Stilte.
'Ik wil bij óns liggen.'
Weer een stilte.
Ons zucht. Ons was er zo perfect tussenuit gepiept. Ons was op blote onhoorbare tenen de slaapkamer uit, traptreden af, langs de voordeur van de scherp horende muze geslopen. Met succes. Ons wilde aan ons' eerste espresso nippen. Niets lekkerder, dacht Ons tevreden, dan een eerste koffietje in de heel vroege ochtend. Een stapel nog ongelezen kranten en tijdschriften voor ons.
'IK WIL BIJ ONS LIGGEN!' Haar gevleugelde uitspraak. Duidelijker kan ze zich niet uitdrukken.
In de stilte die nu volgt, schreit ze. Waarom heeft Ons mij verlaten?

Ik zet het hele kleine geurende kopje, met een heel klein klapje, terug op tafel.
En aanvaard de terugtocht.

zaterdag 12 januari 2008

Fragment van 2006,2007,2008

Bij de stapel post zat de nieuwe Brakke Hond met een verhaal van mij. Yeah. Even snel doorbladeren. Klappertandend, bodywarmer van de kapstok grijpend. En er zat nog meer bij de post: rekeningoverzichten van mij. Minder yeah.

Ook vrijwel direct omgekomen op de fiets in het verkeer. (Traditie na een vakantie) In de A-H viel op dat de etenswaren nog houdbaar waren tot 2011. Op het vulkaaneiland kochten we hapjes die goed bleven tot mínstens eind 2006. Er kwam zelfs nog een klein ruzietje van tussen man en mij. In welk jaar léven we nu dan GVD? Ik eet dit niet hoor. Dit kan nog nèt toch? Nee, morgen is het 2008! Niet. Wel!

De koffer inhoud met zwart steen, dode vulkanen, zielloze grond en andere stinkende stoffen door ons huis verspreid. Mijn muze (de bovenbuurvrouw) helaas, helaas, helaas nog niet kunnen vertellen dat we terug zijn gekomen. En de muizen hebben tijdens onze afwezigheid het stof tussen de houten planken uitgekrabd. Van woede.

De afgelopen week verbleven we in een kelder zonder ramen omdat ze daar absoluut niet van licht hielden. Iedere nacht werd er ijselijk gegild door één van ons. Vanuit een diepe duistere wereld.

De natte was hangt in grote slingers door de woonkamer zodat de kleine morgen wel moet denken dat er iemand jarig is. Man zit er onder tv te kijken. Het beste televisiefragment van 2007. Vriendin L op tv! Zij gaat het Zéker worden. Ik verklap niets.
NU de uitslag..

vrijdag 11 januari 2008

Een wit vlagje

Een stel van middelbare leeftijd - een heer en een dame - ligt naakt op het strand. Ze slapen. Gezellig naast elkaar. Maar hun hoofden afgekeerd. De gebruinde billen fier de lucht in. Hun ontspannen lichamen schitteren. Ze hebben zich goed en zorgvuldig ingevet vandaag. Dat zie je gewoon. Aan alles. Ze hebben er echt de tijd voor genomen. Ouderwets: de tíjd. Het zonnetje brandt ook alweer flink. Ze genieten. Innig. Ze begrijpen elkaar helemaal - en ze begrijpen al echt dat het leven eindig is. Dat zie je ook. Ze hoéven zich niet meer te schamen. Erg mooi om zoiets te zien. In volle naaktheid. Die aanvaarding van het leven. Die acceptatie. Ontroerend zelfs. En omdat ze op een verhoginkje liggen; een bergje zand, kan ik hen extra goed zien.
Zodat zelfs het zijdezachte stukje toiletpapier dat nog tussen de billen van de heer uit piept mij niet ontgaat. Als een klein wit vlagje zit het daar. Niet groot. Maar het wappert.

We zijn weer thuis. Morgen echt.