Het muisje roept lolbroekerij op.
'Er komt steeds een muisje naast mijn stoel zitten,' fluister ik in de telefoon. 'Hij zuigt energie van mij.'
'EEN MUISJE! Ik denk dat ie wat van je wil,' wordt er gelachen. 'Waarschijnlijk heeft ie honger.' Hahaha.
'Hij kijkt zo treurig naar me. Wat moet ik nou doén?'
Er wordt gesuggereerd dat in de muis de geest van een overledene huist die mij iets heeft te vertellen. De muis als boodschapper uit het hiernamaals. Hahaha.
'Misschien moet je 'm in een doosje stoppen!' lacht een ander. 'Met een blokje kaas. Dat is leuk voor de kleine.' Hahaha.
'En dan kun je de buurvrouw vragen of ze op 'm past als jullie op vakantie gaan,' vult weer iemand anders aan. Hihihi.
'Zou jíj kunnen werken met een muisje vlak naast je?' vraag ik zacht. Met dichtgeknepen keel.
Ja dan zijn ze wel even stil. Want ze weten dat zij zich óók niet zouden kunnen concentreren als er constant iemand naar hen zat te staren. Het is wél een levend wezentje.
'En hou nou maar eens op over dat muisje.' Ze worden kriebelig. Omdat ze het ook niet weten natuurliijk.
'Er gebeuren wel belangrijker zaken in de wereld!'
Het muisje staart me aan. Volgens mij nog droeviger dan voorheen.
dinsdag 5 februari 2008
maandag 4 februari 2008
Angst, medelijden en een natte dweil
Ik ben zo bang voor mijn Muze. Ik heb met een natte dweil het gat gedicht waar hij steeds weer uit piept.
Omdat hij mij het werken vandaag belette. Met z'n aanhoudende geloer. Maar ik heb ook zo'n medelijden met mijn muze die nu ergens onder de natte dweil zit. Vol Ajax. Met z'n piepzwarte kraaloogjes.
Hij was vast niet helemaal goed of zo.
Omdat hij mij het werken vandaag belette. Met z'n aanhoudende geloer. Maar ik heb ook zo'n medelijden met mijn muze die nu ergens onder de natte dweil zit. Vol Ajax. Met z'n piepzwarte kraaloogjes.
Hij was vast niet helemaal goed of zo.
zondag 3 februari 2008
Hier zit ik
Zeven uur 's ochtends. Hier zit ik. Al twee boterhammen met nep-worst op. Hier zit ik, koffie van vieze bonen drinkend, de Samenkomst van Anne Enright doorbladerend, Haydns cello concert weer af en de televisie aangezet. Hier zit ik. Te kijken naar Ernie en de altijd getormenteerde Bert. Daarna het sprookje van de nachtegaal aan het Chinese hof.
Hier zit ik. Middenin KRO's kindertijd.
Hier zit ik. En buiten wordt het alweer licht. De tv gaat uit. Alela Diane aan. Recht voor mij schildert zij haar eerste schilderij. Op ezel.
En ik typ dit bericht. Op schoot.
Vandaag gebruikt ze veel zwart.
'Dit is een berenhoofd,' zegt ze na een tijd.
'Ik zit hier,' zeg ik.
We doen ons ding.
Hier zit ik. Middenin KRO's kindertijd.
Hier zit ik. En buiten wordt het alweer licht. De tv gaat uit. Alela Diane aan. Recht voor mij schildert zij haar eerste schilderij. Op ezel.
En ik typ dit bericht. Op schoot.
Vandaag gebruikt ze veel zwart.
'Dit is een berenhoofd,' zegt ze na een tijd.
'Ik zit hier,' zeg ik.
We doen ons ding.
vrijdag 1 februari 2008
Jeetje en Moeder
'Ik maak krokodillenpasta,' zegt Jeetje.
'Dan schrijf ik héél even een stukje.' Moeder wil snel en efficiënt achter de computer schuiven. Maar voor moeder goed en wel zit, balanceert er al een bord op moeders toetsenbord.
'Hier is de krokodillensoep!'
'Da's snel,' zegt moeder. 'Ik dacht trouwens dat jij krokodillenpásta maakte?'
'Nee soep. Zwarte krokodillensoep. Dat vind jij lekkerder,' verduidelijkt Jeetje. Dan fronsend: 'Of wilde jij róde krokodillensoep?'
'Ik heb een spookhuis gezien. Samen met papa.' Jeetje griezelt er telkens van als ze het vertelt.
'Spookhuizen bestaan niet echt,' zegt moeder. Het lijkt moeder het beste om Jeetje al vroeg over het bestaan van verschillende werkelijkheden te vertellen. Om het haar in te peperen.
'Nee, ze bestaan alleen in boeken en op televisie,' zegt Jeetje.
'Ja!'
'Bij barpapapa kwam er een heel eng beest. Die ging barbapapa opeten.'
'O jee.'
'Ja maar toen was het een dróóm van barbapapa. Het was niet echt,' zegt Jeetje.
'En barbapapa zélf is ook niet echt hè,' zegt moeder.
'Nee, dat is televisie.'
'Ja! Goed zo!'
'En in het spookhuis wonen geen spoken. Daar wonen gewoon menzen.' Jeetje laat haar stem zakken en gluurt om zich heen. 'Echte menzen,' fluistert ze.
Dan brengt Jeetje moeder voorzichtig een zebrataartje. Mét een lettersoepje. Moeder boft.
'Pas op! De soep is héét,' waarschuwt ze. Voordat moeder de soep in één keer naar binnen klokt om een stukje te kunnen gaan typen.
'Dan schrijf ik héél even een stukje.' Moeder wil snel en efficiënt achter de computer schuiven. Maar voor moeder goed en wel zit, balanceert er al een bord op moeders toetsenbord.
'Hier is de krokodillensoep!'
'Da's snel,' zegt moeder. 'Ik dacht trouwens dat jij krokodillenpásta maakte?'
'Nee soep. Zwarte krokodillensoep. Dat vind jij lekkerder,' verduidelijkt Jeetje. Dan fronsend: 'Of wilde jij róde krokodillensoep?'
'Ik heb een spookhuis gezien. Samen met papa.' Jeetje griezelt er telkens van als ze het vertelt.
'Spookhuizen bestaan niet echt,' zegt moeder. Het lijkt moeder het beste om Jeetje al vroeg over het bestaan van verschillende werkelijkheden te vertellen. Om het haar in te peperen.
'Nee, ze bestaan alleen in boeken en op televisie,' zegt Jeetje.
'Ja!'
'Bij barpapapa kwam er een heel eng beest. Die ging barbapapa opeten.'
'O jee.'
'Ja maar toen was het een dróóm van barbapapa. Het was niet echt,' zegt Jeetje.
'En barbapapa zélf is ook niet echt hè,' zegt moeder.
'Nee, dat is televisie.'
'Ja! Goed zo!'
'En in het spookhuis wonen geen spoken. Daar wonen gewoon menzen.' Jeetje laat haar stem zakken en gluurt om zich heen. 'Echte menzen,' fluistert ze.
Dan brengt Jeetje moeder voorzichtig een zebrataartje. Mét een lettersoepje. Moeder boft.
'Pas op! De soep is héét,' waarschuwt ze. Voordat moeder de soep in één keer naar binnen klokt om een stukje te kunnen gaan typen.
donderdag 31 januari 2008
Menzen
'Dat is voor menzen,' constateert ze regelmatig. Bijvoorbeeld als het over koffie gaat. Of wijn.
'Dat is niet voor mij. Dat is voor menzen.'
Zoals ze 'menzen' uitspreekt. Alsof het dreuzels zijn. Of insecten.
Je wordt wakker en in de spiegel zie je plotseling: Een Menz. Je zou je doodschrikken.
En ineens blijkt dan ook dat ze zich overal om je heen te bevinden; menzen. Ze kruipen, ze lachen, ze praten, ze rennen, ze maken wilde gebaren, ze zitten. Je wordt er door omringd. Menzen, menzen, menzen. Overal menzen.
Gelukkig hoort ze daar niet bij.
'Dat is meer iets voor menzen!' Ze draait zich om en huppelt verder. Haar staartje zwiept heen en weer.
'Dat is niet voor mij. Dat is voor menzen.'
Zoals ze 'menzen' uitspreekt. Alsof het dreuzels zijn. Of insecten.
Je wordt wakker en in de spiegel zie je plotseling: Een Menz. Je zou je doodschrikken.
En ineens blijkt dan ook dat ze zich overal om je heen te bevinden; menzen. Ze kruipen, ze lachen, ze praten, ze rennen, ze maken wilde gebaren, ze zitten. Je wordt er door omringd. Menzen, menzen, menzen. Overal menzen.
Gelukkig hoort ze daar niet bij.
'Dat is meer iets voor menzen!' Ze draait zich om en huppelt verder. Haar staartje zwiept heen en weer.
woensdag 30 januari 2008
Om het allemaal te bespreken
We hebben maar een uur om het allemaal te bespreken en we moeten nog lopen van hier naar een cafeetje, waar we even rustig kunnen zitten om het allemaal te bespreken. Komt duidelijk een bekende aan. Die moet nú een praatje.
Ik wacht.
'Ah! O! Wat leuk! Moet ook iets verschrikkelijks doen nu. Promotietekstje schrijven. Ah! O! Niet leuk. Ga jij vanavond?
Ah! O! Wat jammer! Ik had de mondharmonica's in m'n zak. Ah! O. Wat leuk!'
Tot we eindelijk verder lopen én het alvast allemaal beginnen te bespreken. Dat is helemaal efficiënt. Spaart tijd. Geld. En wat al niet meer.
Op het hele brede trottoir waar we beiden met de armen wijd drentelen, alsof we gaan vliegen, bespreken we het allemaal.
Maar we horen elkaar niet. Zelfs schreeuwen heeft geen zin.
Vanwege de drilboren.
Stilte.
Ik wacht.
'Ah! O! Wat leuk! Moet ook iets verschrikkelijks doen nu. Promotietekstje schrijven. Ah! O! Niet leuk. Ga jij vanavond?
Ah! O! Wat jammer! Ik had de mondharmonica's in m'n zak. Ah! O. Wat leuk!'
Tot we eindelijk verder lopen én het alvast allemaal beginnen te bespreken. Dat is helemaal efficiënt. Spaart tijd. Geld. En wat al niet meer.
Op het hele brede trottoir waar we beiden met de armen wijd drentelen, alsof we gaan vliegen, bespreken we het allemaal.
Maar we horen elkaar niet. Zelfs schreeuwen heeft geen zin.
Vanwege de drilboren.
Stilte.
Abonneren op:
Posts (Atom)