Er was van alles te vermelden vandaag. Op deze kleurloze dag. Waarin iedereen geteisterd leek te worden door de rauwe blafhoest en de rode bluskoorts. Ik zag best wat vonkjes oplichten in het grijs.
Maar het wil toch niet vermeld.
Dat blijkt nu.
Nu het meisje in bed ligt, de man uit dineren is en ik de tijd en rust heb - na eerst de hele bovenverdieping spookvrij gemaakt te hebben - om één zo'n vonkje uit te lichten.
Er komt niets.
Misschien wil ik nu liever gaan lezen over Edgar Allan Poe in de nieuwe Groene Amsterdammer - en ook de twee uitdrukkelijk genoemde verhalen uit zijn verzameld werk er nog op na slaan - of zal ik meteen verder gaan met het boek dat de buurman mij vandaag gaf: De Nederlandse Slavenhandel 1500 -1850 van P.C. Emmer. Hoofdstuk 1 : Nederland en de slavenhandel, vergeven of vergeten? Al zat ik midden in Norwegian Wood van Murakami.
Of gewoon een beetje denken over wormgaten.
donderdag 21 februari 2008
woensdag 20 februari 2008
Spook of geen spook, is de vraag
Vanmorgen deed ik weer een poging om de dik tweeeneenhalfjarige het onderscheid tussen de verschillende werkelijkheden duidelijk te maken. Nadat zij (en wij dientengevolge ook) vannacht ruw door de spoken uit bed gejaagd was.
Mijn verhandeling aan het ontbijt ging wonderwel goed.
Ze begreep het helemaal. Van dat het maar een droom was. En dat dromen echt kunnen líjken maar dat ze daarmee nog niet echt zijn. Ja, soms lijken dromen echter dan echt en het is inderdaad wáár dat je de spoken wel echt ziét in een droom maar toch zijn ze er niet. Want als je je ogen opendoet, zijn de spoken weg. En je kunt ze ook niet aanraken. (Al besefte ik dat dit ook allemaal opging voor onze huismuisjes)
'In de realiteit van alledag meisje, zul jij geen spook tegenkomen,' herhaalde ik.
'Spoken zijn niet echt hè?' zei ze.
'Precies! Heel goed! Jij begrijpt het,' riep ik,
'De spoken maakten maar een grapje,' zei ze toen.
Net weer een heel bozespokenwegjaagritueel uit moeten voeren. Voor het te bedde gaan.
Mijn verhandeling aan het ontbijt ging wonderwel goed.
Ze begreep het helemaal. Van dat het maar een droom was. En dat dromen echt kunnen líjken maar dat ze daarmee nog niet echt zijn. Ja, soms lijken dromen echter dan echt en het is inderdaad wáár dat je de spoken wel echt ziét in een droom maar toch zijn ze er niet. Want als je je ogen opendoet, zijn de spoken weg. En je kunt ze ook niet aanraken. (Al besefte ik dat dit ook allemaal opging voor onze huismuisjes)
'In de realiteit van alledag meisje, zul jij geen spook tegenkomen,' herhaalde ik.
'Spoken zijn niet echt hè?' zei ze.
'Precies! Heel goed! Jij begrijpt het,' riep ik,
'De spoken maakten maar een grapje,' zei ze toen.
Net weer een heel bozespokenwegjaagritueel uit moeten voeren. Voor het te bedde gaan.
dinsdag 19 februari 2008
Genade
In een mail naar m'n moeder schreef ik vanochtend: Met mij gaat het ook goed! Behalve dat ik nu een hartaanval aan het krijgen ben!
Ik keek verdwaasd op en schrapte de laatste zin. In vertwijfeling. Omdat ik er tóch middenin leek te zitten en het leuker was als ze in mijn grafrede kon vertellen dat ik het 'had voelen aankomen'.
In plaats van: Plotseling viel ze neer.
Een zwarte hoest die oversloeg op het hart en BAM.
Toch jammer.
Misschien ook, dacht ik even later, waren het gewoon fantoompijnen. Omdat mijn voornaamste werk af was. Ja, het moest een psychologische hartaanval zijn. Dat was wel zo reëel. Of een burned-out. Dat begon ook lichamelijk.
Ik besloot met psychologische hartaanval en al te gaan lunchen bij het Americain. Mijn vriendin zei dat het gewoon een zware longontsteking was. Want dat had iedereen heden ten dagen. Dat kón wel overslaan op het hart maar dat gebeurde niet erg vaak. Ik mocht van haar wel vette vis nemen en hoefde - voor deze ene keer - niet op haar lijstje te kijken dat ze altijd bij zich draagt. Om te checken of het wel een verantwoorde vis is. Ik kreeg genade.
Ik keek verdwaasd op en schrapte de laatste zin. In vertwijfeling. Omdat ik er tóch middenin leek te zitten en het leuker was als ze in mijn grafrede kon vertellen dat ik het 'had voelen aankomen'.
In plaats van: Plotseling viel ze neer.
Een zwarte hoest die oversloeg op het hart en BAM.
Toch jammer.
Misschien ook, dacht ik even later, waren het gewoon fantoompijnen. Omdat mijn voornaamste werk af was. Ja, het moest een psychologische hartaanval zijn. Dat was wel zo reëel. Of een burned-out. Dat begon ook lichamelijk.
Ik besloot met psychologische hartaanval en al te gaan lunchen bij het Americain. Mijn vriendin zei dat het gewoon een zware longontsteking was. Want dat had iedereen heden ten dagen. Dat kón wel overslaan op het hart maar dat gebeurde niet erg vaak. Ik mocht van haar wel vette vis nemen en hoefde - voor deze ene keer - niet op haar lijstje te kijken dat ze altijd bij zich draagt. Om te checken of het wel een verantwoorde vis is. Ik kreeg genade.
maandag 18 februari 2008
De aard
De buurman gedraagt zich alles behalve kakkineus. Hij heeft geen rijbewijs noch is hij zeer gefixeerd op gadgets. De buurman naait zijn kleding zelf en hij tuiniert graag. Toch meen ik in de buurman een 'kakker' te ontwaren. Als ik hem zie lopen, zie ik de schim van een kakker meelopen. Het kakker-zijn zit 'm in hele kleine details. Misschien in de dikte van het haar? Of is het zijn algehele attitude? Het is haast niet onder woorden te brengen. Toen ik over de kakker in de buurman begon, was hoongelach dan ook mijn deel. Dat ik niet veel verder zou kunnen kijken dan een voornaam etcetera. Maar al gauw kwamen daar toch de verhalen over verarmde adellijke geslachten. Even later sprak hij zelfs met een aardappel in de keel alsof hij niet anders gewend was. Hij stak een sigaar op en vroeg met wilde gebaren om betere argumentatie.
Bij mij schemert er altijd heel ver weg die ondergeschikte. Een slavin uit Afrika. Hoe hoog ik mijn kin ook de lucht in hou.
Al moet daar toen ook een slavenhouder meegedaan te hebben. En die zie je soms ook wel bij mij terug.
Bij mij schemert er altijd heel ver weg die ondergeschikte. Een slavin uit Afrika. Hoe hoog ik mijn kin ook de lucht in hou.
Al moet daar toen ook een slavenhouder meegedaan te hebben. En die zie je soms ook wel bij mij terug.
zaterdag 16 februari 2008
Het bestraffen van een haarspeld
's Ochtends worden de haarspeldjes bestraft hier. En op de gang gezet. We zijn zeker niet mals. Ook de haarspeldjes moeten hun grenzen kennen.
Het betreffende haarspeldje had - willens en wetens - aan de printer gezeten. Het wilde er in kruipen. Zich vastboren in het mechaniek. Het speldje wilde krassen maken. Flinke krassen. Het meisje zat erbij onder de tafel en kon er verder ook niets aan doen, zei ze, dat het speldje zo buitengewoon stout was. Ze had al een paar keer gewaarschuwd.
Dus nu zit het rode speldje op het stoeltje in de gang. En pas als het sorry heeft gezegd mag het eraf komen.
Het betreffende haarspeldje had - willens en wetens - aan de printer gezeten. Het wilde er in kruipen. Zich vastboren in het mechaniek. Het speldje wilde krassen maken. Flinke krassen. Het meisje zat erbij onder de tafel en kon er verder ook niets aan doen, zei ze, dat het speldje zo buitengewoon stout was. Ze had al een paar keer gewaarschuwd.
Dus nu zit het rode speldje op het stoeltje in de gang. En pas als het sorry heeft gezegd mag het eraf komen.
vrijdag 15 februari 2008
Er tussenin
Op het trottoir liep een gebogen oude dame met een zwarte overjas en een pantalon van zwart satijn, te roken. Als ze aan haar sigaret trok, raakten haar wangen elkaar aan de binnenkant. Haar benen zo dun als bezemstelen. Dat zag ik omdat ze tegen de wind in liep. Het loopt nooit lang goed met zulke benen. En het woei dus een beetje.
Ik besloot midden op de weg te gaan lopen.
Want op de andere stoep liep een oude Franse vrouw in zichzelf te praten. Ze gebaarde er veel bij. Ze zat midden in een verhandeling. Ze droeg een wollen muts en daarover een capuchon van nep-bont. Naast haar liep haar herdershond tot wie ze soms ook het woord richtte.
Ik keek naar de twee vrouwen links en rechts van mij.
Ik zette de pas erin.
Ik was nog niet zover.
Ik besloot midden op de weg te gaan lopen.
Want op de andere stoep liep een oude Franse vrouw in zichzelf te praten. Ze gebaarde er veel bij. Ze zat midden in een verhandeling. Ze droeg een wollen muts en daarover een capuchon van nep-bont. Naast haar liep haar herdershond tot wie ze soms ook het woord richtte.
Ik keek naar de twee vrouwen links en rechts van mij.
Ik zette de pas erin.
Ik was nog niet zover.
donderdag 14 februari 2008
Rock & Roll af
Ik mocht terugkomen van de fotograaf omdat ik niet tevreden was met mijn zelf.
't Lijkt soms net therapie wat ik doe,' riep hij uit.
'Het past toch niet bij me,' fluisterde ik. 'Rock & Roll.'
Hij zou er wel een ander zelf van maken, verzekerde hij me toen. Eentje waar ik meer tevreden mee was. Want het stond op de achterkant van m'n boek. Normaal deed ie dat nooit.
Het was heel erg aardig van hem. Want hij was al rijkelijk lang met mij bezig geweest. Omdat ik mijn lachen niet goed in kan houden. En omdat ik verstijf zodra iemand naar me kijkt. Laat staan iemand met een koeie-lens.
't Lijkt soms net therapie wat ik doe,' riep hij uit.
'Het past toch niet bij me,' fluisterde ik. 'Rock & Roll.'
Hij zou er wel een ander zelf van maken, verzekerde hij me toen. Eentje waar ik meer tevreden mee was. Want het stond op de achterkant van m'n boek. Normaal deed ie dat nooit.
Het was heel erg aardig van hem. Want hij was al rijkelijk lang met mij bezig geweest. Omdat ik mijn lachen niet goed in kan houden. En omdat ik verstijf zodra iemand naar me kijkt. Laat staan iemand met een koeie-lens.
Abonneren op:
Posts (Atom)