zaterdag 8 maart 2008

Yogafreak

Ik zie mezelf vanochtend alwéér met dat rode uitstekende matje richting gymzaal fietsen. Moet ik weer die hele gevaarlijke weg oversteken. Dat gaat weer nét goed.
De yogales van gisterenavond hangt nog zwaar in mijn benen. Maar ik heb betaald voor vandaag.
Ik lijk wel een yogafreak. Eéntje die de laatste tijd ook nog eens geen enkele vooruitgang boekt. Maar dat vindt een yogafreak niet erg natuurlijk.
Als ik arriveer zit alles nog potdicht. De fiets van de juffrouw staat er niet. Gelukkig zie ik een vrouw staan die er gisteren ook was.
'Wij zijn wel die-hards hè!' roep ik enthousiast naar haar.
'Soms ben ik tijden overal te vroeg en dan heb ik weer tijden dat ik te laat kom,' zegt ze.
'Zijn wij de énigen die naar de yogaworkshop komen?' vraag ik dan.
'Ik hoop het niet,' zegt ze angstig.
'Nee,' zeg ik.
Op mijn telefoon zie ik dat het vier minuten voor tien is. Het begint om tien uur. We kijken om ons heen. Naar de leegte. Het verlaten plein. En daar komt de juf al aangefietst!

vrijdag 7 maart 2008

Boodschap

Nog dodelijker dan iemand teleur te stellen is het om iemand niet teleur te kúnnen stellen.
Om een heel vertrouwd iemand aan je zijde te hebben.
Iemand die na het examen een liefdevolle arm om je heen slaat en zegt: 'Geeft niet. Ik had wel verwacht dat je een 2,3 zou hebben.'

Dit was de boodschap van mijn droom van afgelopen nacht.

donderdag 6 maart 2008

Lars

Op een dag verven ze onze neuzen rood en zeggen ze dat we in het circus zijn. We zitten allemaal in een kring en zingen elkaar toe dat we kleine clowntjes zijn. Ver van ons af, helemaal tegen de deur aan gedrukt, zit Lars maar te huilen. Normaal is Lars onze branieschopper.
'Lars vindt dat het fíjnste plekje.' De circusjuffrouw lacht naar ons. 'Wij zitten hiér graag en Lars wil dáár graag zitten. Kan toch?'
De juffrouw drukt ons op het hart dat we Lars daar gewóón moeten laten zitten.
'Soms heb je dat,' fluistert ze ons toe, 'dan ben je een clown die alléén maar wil huilen. '
Even zien we in onze juffrouw een huilende clown. Ze heeft dreadlocks tot op haar billen en twee gele strikken op haar hoofd.
'Ik mis mijn papa zo,' snikt Lars.
'We gaan op ons hardst voor Lars zingen,' roept de juffrouw. 'Dan komt Lars er zéker bij zitten!'
We zingen Lars op ons hardst toe. 'LARS IS EEN GROTE STERKE CLOWN. ZONDER RODE NEUS!' schreeuwen we met z'n allen. We krijsen onze kelen schor.
Maar Lars kruipt weg in het allerverste hoekje.

woensdag 5 maart 2008

Tandartsbezoek 1

De tandarts is een hele donkere mevrouw met een mintgroene mondkap tot op haar neus. Ze draagt een wit schort waar gereedschap in zit. Moeder moet in een glanzende beige stoel gaan liggen. Met een felle lamp erboven. Op de computer staat een paginagrote röntgenfoto van moeders gebit. De tandarts rolt dofwitte rubberen handschoentjes over haar ranke vingers. Moeder opent haar mond. De tandarts stopt er meteen een witte slang in. De slang maakt een zuigend en slurpend geluid. De tandarts gaat een tijdje op en neer met de slang en pakt dan een haak. Ze stopt de haak ook in moeders mond. Ze trekt en duwt met de haak en daarna met haar vingers.
Als ze hiermee klaar is, doet de tandarts haar mondkap af en lacht naar het meisje. 'Zo nu mag jij even op de stoel.'
Het meisje sluit haar mond.
De tandarts zegt lieflijk: 'Dan ga ik alleen jouw tandjes even tellen.'
De tandarts buigt zich naar voren: 'Als jij op de stoel gaat zitten, krijg jij een cadeautje.'
Het meisje klemt haar lippen opeen. Trekt haar schouders op. Verbergt zich ertussen.

dinsdag 4 maart 2008

Laatste reis

Er reed een dode door de straat. In een reisbus. De chauffeur was wat onhandig. De reisbus schampte een Range Rover die geparkeerd stond. Een kras. Waarop de eigenaar van de Range Rover naar buiten holde, zwaaiend met het fluorescerend gele papiertje van zijn verzekering. De rouwenden - ze waren echt allemaal in het zwart - keken roerloos vanuit hun bus naar het tafereel op straat. De dode in een kist naast hen. En ik keek weer vanuit mijn raam naar hen.
Toen de schade gedekt was, stapte de chauffeur weer in en reed verder. Op datzelfde moment kwamen er meer eigenaars van auto's naar buiten. Ik hoorde stemmen brommen.

Beginnen

Hoe moeilijk is het iets te formuleren dat geen vorm heeft. En nog niet meer inhoud dan een grijs vlekje in de verte. Het is zaak dit mistige gevalletje uiterst voorzichtig te benaderen. Dichterbij te komen. Maar kom niet meteen té dichtbij. Loop er even op je tenen omheen. Jaag 'm geen schrik aan. En zeker niet proberen het gevalletje vast te grijpen want dan is er niets. Nee, kijk 't allemaal maar even rustig aan. Knijp je ogen een klein beetje toe. Luister naar de Beatles. Maar niet te intensief. Klik af en toe op funda.nl voor huizen met gigantische tuinen. Zet je luikjes een klein stukje open.
Beginnen.
Maar beter is het vandaag nog helemaal niets te doen. Als je kan.

maandag 3 maart 2008

Het spuugbeestje

Op Texel kijken we naar de serie: De achtertuin van Jan Wolkers. Daar waar De Spuugbeestjes wonen in de klodders spuug die in de oksels van het koekoekskruid hangen.
Voor het eerst besef ik dat het gruwelijke monster Rotsjiboe en zijn afschuwelijke vriend Klauf (die ons dit weekend stééds weer aan wilden vallen) nooit tegen het groene Spuugbeestje op zullen kunnen. Of tegen de Zusjes Egel. De Berkendoder. Het verfijnde vleermuisje met haar vlerken. Of de salamanders.
'Ben maar niet bang. Ik heb nog nóóit een salamander verdriet gedaan.' De manier waarop Jan Wolkers zo'n beestje geruststelt. 'Ja ga maar, je bent vrij!' Ook wij voelen ons even helemaal bevrijd als de salamander losgelaten wordt.
'Mama, in welke stráát woont Jan Wolkers dan?' Vastberaden pakt dochtertje haar nieuwe zwarte regenlaarzen met doodskoppen. Ze wil die beeldhouwer wel eens opzoeken. Nu we hier toch zijn.
Het spuug waait uit onze mondhoeken zodra we een stap buiten zetten. De Noordzee buldert en gromt. Metershoge schuimkoppen.
De natuur leeft.