dinsdag 10 juni 2008

Flexibele geest

15.45 u. De telefoon gaat.
'Hoi, met BNR nieuwsradio, we zouden jou morgen te gast hebben.'
'Ja?'
'Het spijt me heel erg. Maar er gaat organisatorisch vanalles mis hier. Dus het moet helaas verzet worden.'
'O, ja,' zeg ik.
'Sorry.'
'O, ja,' zeg ik.
'Ik weet dat het al de tweede keer is dat het uitgesteld wordt.'
'O, ja,' zeg ik.
'Nu zal het maandag 16 juni worden, om 15.40 u. Is dat oké voor jou?' Ik mompel waarschijnlijk iets van dat het oké voor mij is. De dame aan de telefoon begint enthousiast uit te leggen over hoe laat ik er dan moet zijn. En waar precies. En wat..
'Maar gaat het dan wel echt door?' Ik onderbreek haar.
'Ja, maandag gaat het echt door.'
'O, ja,' zeg ik. Wereldvreemd staar ik mijn werkkamer in. Vanaf het scherm staren mijn woorden al net zo wereldvreemd terug.
'Sorry,' zegt de dame aan de lijn nogmaals.
'Nee, nee. Het is omdat ik me geestelijk moet voorbereiden op zoiets. En ik weet niet hoe vaak ik me geestelijk kan voorbereiden op hetzelfde. En als het dan weer niet door zou gaan, dan weet ik het ook niet. Snap je? Dus het wordt nu 16 juni zei je? En hoe laat dan?'

Tot zover de berichtgeving over mijn flexibele geest.

maandag 9 juni 2008

Hebben

We luisterden naar de vioolmuziek die, zodra we in bed stapten, door het open slaapkamerraam naar binnen woei. Zo zacht en warm als de lucht. Alsof we op een filmset terecht waren gekomen.
'Zouden dit die nieuwe buren aan de overkant soms zijn?' zei hij na een tijd.
'Dat zijn geen viooltypes.'
'Dit is nog eens wat anders dan die housebassen.'
'Ja, nou, zeker.'
'Misschien is het hier en daar een tikje melodramatisch.'
'Maar dat moét ook,' zei ik, 'dat moet.' De tranen sprongen in mijn ogen.
'Je hebt gelijk. Het is precies goed zo.'
We wisten allebei dat we de cd moesten scoren. Deze muziek - dit moment - grensde aan perfectie. Onze oren probeerden te traceren waar de violen vandaan kwamen. En bij wie in hemelsnaam. Wat was de naam van dit geluk? Waar konden we het kopen. Voor hoeveel.
'Het komt van dichterbij denk ik,' fluisterde hij toen.
'Van hiernáást?'
'Nee, nee, nee.'
'Nóg dichterbij?'
'Ja, nog veel dichterbij,' wist hij.
'Maar wáár!'
'Ssst.'

Maar ineens was het weg.

vrijdag 6 juni 2008

Ik

Het is met schrijven als met vakantiehuizen zoeken. (ik doe het allebei vandaag, heb ook sterk het gevoel dat ik met allebei weer eens te laat begonnen ben, én ik zie alleen maar verbanden.)
Vanuit welk perspectief zoek je? In de ik-vorm of in de derde persoon? En in welke tijd? De tegenwoordige lijkt logisch maar is dat nou wel zo? En waar moet het vakantiehuis staan? Zijn we daar nou niet al te vaak geweest? En met wié gaat ik op reis. Het kan met iedereen zijn. Wat zal er met ik op reis gebeuren? Wat wil ik. Komt ik nog terug. Of verdwijnt ik halverwege de trip. En duikt er een heel andere ik op. Waar iedereen het dan flink mee te stellen heeft.
Afijn: ik ga naar buiten.

Jan van Mersbergen schrijft er een treffend Ik-stukje over vandaag. Of was het gisteren? (Over het lopen met zijn hondje en het schrijven.)

donderdag 5 juni 2008

Doormidden snijden

'Mam, ik ga jou doormidden snijden,' zegt Jeetje (3). Ze houdt het plastic mesje - waarmee zojuist ook monsters van klei gekeeld zijn (dus wat is het verschil met een moeder?) - omhoog.
'Dat zou ik maar niet doen.'
'Wat gebeurt er dan?' vraagt ze zakelijk.
'Dan moet jij mij naar het ziekenhuis brengen.'
Het blijft even stil.
'Dat is wel een heel eind fietsen,' zegt ze dan, 'dat is nog een beetje te ver voor mij denk ik. Dan moet ik een grotere fiets hebben.'
Ik zie het bebloede beeld van mij in twee helften achterop het oranje-gele Loekie fietsje van mijn dochter. Over de snelweg wordt moeder vervoerd - met ijzeren zijwieltjes - naar het Academisch Medisch Centrum.
'Maar ik ga jou tóch doormidden snijden.'
'Maar dat wil ik niet!'
'Ik snijd je door.' Ze buigt zich naar voren.
'Dan heb jij geen moeder meer.'
'O, nou.' Ze kijkt me kort aan.
'Dat vind jij heel erg. Tòch?'
Jeetje haalt haar schouders op.
'Vind jij het soms helemaal niet erg, als je mij niet meer hebt?'
'Oké, dan ga ik mezelf wel doormidden snijden,' zucht ze. En begint.

woensdag 4 juni 2008

Pijlsnel aan de kant

Het mysterieuze virus dat door ons land trekt, heeft heden ook mij aangetast. Overal om mij heen was het al opgedoken - in de vorm van een vriendin uit Arnhem die mij opzocht, in de kinderen van de overkant, de overbuurvrouw waar ik mee op het trottoir zat, zo nog talloze voorbeelden - en het was nog maar een kwestie van tijd voor het mij te pakken zou hebben. Nu, gisteravond om kwart over zeven geschiedde het. Het kan best zijn dat het mij al iets eerder in z'n greep hield. Al die tijd bleef ik maar denken aan een zeer diepe vermoeidheid vanwege het uitkomen van mijn boek twee weken daarvoor (omdat ik een gruwelijk gevoelig type ben, kan ik behoorlijk lang moe zijn van één gebeurtenis.) Maar gisteravond was het dus zover.
'Mijn buik is ineens ook ziek,' zei ik, kromliggend, tegen Jeetje. 'Ga maar naar papa.'
'Zal ik er een kusje opgeven?' Jeetje leunde tegen me aan. Juist toen ik zover was dat ik maar liever dood wilde.
'Nou, nee doe maar niet,' zei ik.
'Een kusje helpt, mama.' Ze tuitte haar mooie lipjes.
'En nu even píjlsnel aan de kant, lieverdje.'

dinsdag 3 juni 2008

Vanuit de toekomst spreek ik Elke toe

'Hee, moet je eens kijken! IK. Dit ben ik!' roep ik.
Ik laat Man de foto op internet zien. Elke Geurts, veertien jaar. Met haar donkere haar in een staartje. Ze kijkt brutaal de lens in. (Dat is maar een houding van Elke Geurts.)
'Ze woont in onze streek. Bij het óórlogsmuseum!'
'Tutututut,' zegt man, 'dat is jouw streek niet meer.'
'Och,' zeg ik, 'ze rijdt pony bij de Bosruiterkes. Wat lief. Ik wist niet dat ik dat kon.'
'Dat ben jíj niet. Dat is een andere.'
'Dat is Elke Geurts. Staat hier.'
'Er zijn wel meer dus,' zegt hij.
'Luister, lieve Elke! Vanuit de toekomst spreek ik je toe.'
Ineens begin ik moederlijk tegen mijn jongere zelf op het scherm te praten.
'Jij kunt het nog allemaal anders gaan doen. Een minder modderig pad inslaan.'
Ik maak een toeter van mijn handen en roep: 'Jij hebt je hele leven nog vóór je, El! Ik geef je één goede raad: wees niet bang.'
Omdat ik het gevoel heb dat het niet echt aankomt, en omdat ik ook wel weet dat het op deze manier moeilijk communiceert, duw ik op 'contact met Elke Geurts.'
'Fuckerdefuck' komt er meteen te staan. 'Oprotten!'
(Dat bedoelt ze niet zo.)

maandag 2 juni 2008

Ik sla je dood

Jeetje ligt bovenop de dekens te slapen - nog in de gevechtshouding - in haar zelf uitgezochte Jip en Janneke pyjama. Haar hoofd rust op het boekje 'IK.' Dikke rooie wangen, de mond een klein stukje open, één vuistje gebald. Per ongeluk zie ik mijn kleine zelf liggen.
De stoel ligt op de vloer naast een massagraf aan poppenbeesten, en een verzameling opengeslagen prentenboeken. De lamp brandt. De klamboe is van het plafond gerukt. Een zwarte mug loert vanuit de hoek van de kamer naar het zoete meisje. Maar ik heb 'm in het vizier.
'Ik zal je doodslaan als je dat meisje ook maar iets aandoet,' zeg ik. 'Eén prikje en ik druk je dood. Ik druk je zo dood, slome.'