donderdag 25 september 2008

Gift

Een te lange man met vet blond haar tot over de schouders, en kleine blauwe oogjes. Een man die de waarheid kent en dus verkondigen moet. Al jarenlang. De waarheid is een gift die je niet voor jezelf mag houden. Het is heus niet gemakkelijk als je die taak hebt. Dat zie je wel aan hem. De waarheid weegt zwaar.
Ik zet mijn fiets tegen het hek van de zandbak als hij met zijn vrouw en drie-jarig zoontje voorbij komt. Ik herken hem meteen - twee jaar geleden heb ik de zandbak al eens met hem gedeeld - hij mij niet.
'Ze is in slaap gevallen!' Hij wijst naar Jeetje achterop mijn fiets.
'Ja?'
'Moet jij niet omkeren en rap naar huis gaan?'
'Eh..ik kom net aan.'
'Tegengestelde belangen, hè. Tegengestelde belangen. Het kind moet overduidelijk naar bed. Moeder wil zo nodig in het zonnetje zitten. Het kind is weer de dupe. Dat is erg.'
Zijn vrouw staat op de achtergrond te wachten tot haar man zijn gift gedaan heeft. Zijn kind achter haar benen.
Die van mij schrikt wakker.

woensdag 24 september 2008

Aanrader

Zo goed als het voelt om een idee van iets te hebben, nog beter voelt het je van een idee van iets te ontdoen. Omdat het idee van iets een harnas is geworden. Waar je maar in wat rond banjert. Met gesloten oogkleppen.
Maar een idee is geen kind.
Je kunt je er van ontdoen!
Dat heb ik een week of twee geleden gedaan. Toen lonkte de vrijheid.
(Die ik de volgende dag weer invulde.)

dinsdag 23 september 2008

Broedplaats

Ik bevind me in een te klein, te lauw en te vuil zitbad voor met z'n tweeën. Op een te laat moment in de avond. Moeder en dochter tussen de rode dobberende bootjes die zwart schimmelen aan de binnenkant. En twee tweedehands barbiepoppen - een grote en een kleine - met het haar nog vochtig van de vorige badsessie. Misschien al sinds de vorige eigenaar. De kleine heeft een paarse plastic kop, alsof ze aan de drank is. En op de krullen van de grote groeien paddestoelen. Er drijven vreemde schilfers in het water. Ik denk aan diarree - het scheen op de crèche te heersen - en aan broedplaatsen.

Er was iets wat ik wilde zeggen over moeders en dochters. Of iets anders. Iets dat ik eerder vandaag bedacht. Voordat ik me op dit troebele punt bevond.

maandag 22 september 2008

Het koeren van de duif

Zodra ik een duif hoor koeren, denk ik aan haar. Hoe ik als klein kind in de zon bij haar op schoot zat. Op het terrasje voor haar jaren dertig woning. We gingen dan altijd boontjes rangen. Ik zie ons veel boontjes rangen. Eigenlijk zie ik háár boontjes rangen. Mijzelf niet. Ik zat bij haar op schoot te spelen, zij deed iets met bonen, en ergens verderop koerde - heel tevreden - die duif.

En nu, in het koeren van een duif hoor ik nog steeds dat alles goed is. Helemaal precies goed. Zoals het zijn moet. Bij oma op schoot.
(Misschien dat ik daarom nooit uit Amsterdam weg wil.)

Een vriendin riep uit dat ze duivengekoer haatte. Ze hoorde er verveling in. Ze dacht aan eeuwigdurende zondagen van niet mogen spelen met vriendjes, draden spuug uit haar mond terwijl ze wachtte op morgen. (Ze wil absoluut niet in Amsterdam wonen)

zaterdag 20 september 2008

Droomrecensie

Dames en heren, het was precies die recensie waar ik op hoopte. De droomrecensie. In het NRC. Van Ewoud Kieft.
Het NRC van gisteren alweer.
(ik zal 'm weldra op m'n site plaatsen)
Het is jammer dat zo'n recensie niet dagen mee blijft zweven. Met de krant. Met de lezers. Met de wereld. Nee, alleen in mijn hoofd.
Terwijl in Amerika de economie instort.
En in China de kindjes sterven.
Nu is het wel weer genoeg geweest met het relativeren.

'Weten ze bij het NRC soms dat je lid bent?' vroeg man zich af na het lezen van de recensie.

vrijdag 19 september 2008

Heen en weer

'Gaan we vandáág naar opa en oma?' Het eerste dat ze vroeg toen ze vanmorgen wakker werd.

Het laatste dat ze gisteravond vroeg:
'Gehakt; groeit dat eigenlijk ook uit de grond?'
'Nee, gehakt is geen plantje,' zei moeder.
'Ik hoef geen gehakt meer.'
'Waarom dan niet, meisje?' huichelde moeder.

Heen en weer naar Nijmegen getreind. Heen met gesmeerde boterhammen, een pakje sinaasappelsap en een opgetogen meisje aan mijn zijde.
Terug alleen.
Ja, met Drie Vertellingen van Flaubert, sluimerende verhaallijnen, verwachtingen van een recensie die vandaag misschien in het NRC zal staan. Die ik eigenlijk alleen maar duld als het een buitensporig goeie is.

'Is dat gek?' vroeg ik mezelf.
'Nee', fluisterde ik, 'dat willen we allemaal.'

donderdag 18 september 2008

Naar de boekwinkel

Dames en heren: vandaag ligt het in de winkel: De kleine miezerige god van Esther Gerritsen.
Het is een erg knap genuanceerd en uitgebalanceerd staaltje schrijfkunst. En dat aanhoudend, 316 bladzijdes lang.
De sfeer is dwingend. Hypnotiserend bijna. En kwam in al mijn poriën binnen. Hoe graag hoofdpersoon Dominique ook wil, hoezeer ze ook haar best doet (en ze doet niet anders); het blijft onmogelijk om echt contact te krijgen met de ander. Het wordt Dominique ook op geen enkele, maar dan ook op geen enkele manier een beetje gemakkelijk gemaakt. Door de mensen die ze ontmoet niet. Door wat haar overkomt niet.
Het is een invoelbaar, ernstig, maar zeker geen loodzwaar verhaal.
Het mooiste vond ik misschien wel dat ik glashelder kreeg voorgeschoteld hoe het werkt: het mechanisme van religie. Hoe Dominique - en daarmee ik ook- de wijd openstaande armen van God langzamerhand als plausibele optie gaat zien om in te vluchten... Let wel: het blijft vluchten.