dinsdag 14 oktober 2008

Grenzen stellen

Ze was zo oud als Jeetje nu, drieënhalf, toen ze hem om een sigaretje vroeg. Het was laat in de avond. Bloedheet. Hij stond buiten te roken. Ik had cola aangeschaft om de bacteriën te doden en kwam aanlopen.
'No,no, no!' hoorde ik hem zeggen,'no cigarette for you! Ben jij helemaal mal, meisje. Waar zijn je ouders?'
Ze stond voor hem op blote voeten, en keek op. Naar hem. Ze was uitzonderlijk knap maar haar haar moest gekamd. Haar t-shirt gleed telkens van haar schouder.
'Hee, zij vroeg net om een sigaret!' riep hij verontwaardigd naar mij.
Het meisje wachtte, maar wij zaten helemaal op één lijn in deze. Dit was een grens. Wij-geven-geen-sigaretten-aan-driejarigen.
Ze verdween geruisloos in het donker. We rookten. We dronken om de buikloop tegen te gaan. We keken naar het land waar we terechtgekomen waren.
Plotseling dook de peuter weer op. Met een halve peuk in haar mond.
'Mag ik een vuurtje?' vroeg ze. 'Sir? Please?'
Hij boog zich diep voorover. Haar gezichtje lichtte kort op toen hij haar vuur gaf. Ze inhaleerde diep. Toen ze weg was, kibbelden we nog een tijdje over principes.

Ze moet nu acht of negen zijn.

maandag 13 oktober 2008

Als wie

Ik
(Na dit woord bleef het scherm heel lang leeg, ze keek en zag niets, en dacht niets, en was niets. Ja, een beetje verkouden.)

Ik besta.

Ik was gisteren jurylid bij de voorronde van de NK Poetryslam in Utrecht. Milla Braat won. Het was een indrukwekkend meisje. Hoe ze daar stond op het podium, hoe ze keek. En over identiteit sprak. Waar nooit genoeg over te zeggen is.

Ik heb geen energie meer over, op de eerste dag van de week al niet.

Vijf achtereenvolgende avonden zat ik in een andere omgeving te praten, te schreeuwen om boven de muziek uit te komen of de andere mensen. Ik als debutante, schrijfster, vriendin, buurvrouw, dochter, kleindochter, zus, jurylid, moeder, interessante tante, als wat je maar wil.

Maar als wie zit ik hier nu?

vrijdag 10 oktober 2008

Ze

Ik zag een paar schrijvers; ze verschansten zich achter planten, hingen tegen muren, wisten het zweet van hun voorhoofd. Het was ook druk daar. En warm.
Maar wat me opviel, en altijd weer als ik ze in het wild zie, is het hoge grijze muizen gehalte. Het levensgrote verschil tussen woord en beeld, het uitgesprokene en het onzichtbare, verbeelding en daadkracht. Zoiets.
Ik heb ook het ook altijd met ze te doen. Ik vind ze lief. Als ik ze zie. Maar als ik ze lees, is het anders. Heel anders.
Dat is zo leuk aan 'ze'.

donderdag 9 oktober 2008

Geluk

Het moment voordat ik mij definitief omdraaide, en mijn voeten op de trappers zette om weg te rijden, ik stond midden op straat, met de lange rode tas, omgehangen alsof het mijn pijl en boog was, mijn fiets tussen mijn benen, en ik keek nog even - onwillekeurig - omhoog. Daar zag ik hen naar me kijken. De één in een mintgroene nachtjapon, de ander met een warrige krullenbol en een sportief vest aan. Zodra ze zagen dat ik opkeek, lachten ze naar me. Zodra ik hen zag, begon ik te lachen. Hier was niets gespeeld. Soepeltjes fietste ik daarna de schemer in. Het jachtveld in. Ze zwaaiden tot ik de hoek om verdween.
En ik wist dat ik straks weer terug zou keren.

woensdag 8 oktober 2008

Gekke wereld

Ik ben niet helemaal van deze wereld. Nooit echt geweest. Gelukkig kan ik er steeds beter van leven, die eigenschap. En vooral mee leven. Alsof ik niet lang geleden eindelijk uit de kast kwam. 'Ik ben niet van deze wereld en dat hoeft niet,' toeterde ik. 'Het is juist leuheuk!'
Sinds ik uit die kast gekomen ben, ben ik meer van deze wereld. Ik kwam midden in de kredietcrisis terecht. Er blijken hier zaken te spelen waar ik weinig weet van had. Er is hier een echte economie, die draait - tot op heden - gewoon door. En er is op deze wereld een schijn economie, die is volledig ingestort. Amerika draaide enkel en alleen op schijn. (Geld dat er wel lijkt te zijn maar er niet is) Toen was er daar crisis. De kredietbanken - onechte banken - gingen failliet en besmetten daarmee de echte banken. Ook die van ons hier. Omdat we dus allemaal met elkaar gelinkt zijn. Echt en onecht, niet en wel. Zo. En niet zo.
Behalve dan met Azië.

dinsdag 7 oktober 2008

Hoekje om

In het donker verliet ik het huis met mijn rieten mand vol lege flessen. Op weg naar de glasbak kwam ik drie nette mensen tegen - het leken wel bankdirecteuren - die me om vijftig cent vroegen. Eentje smeekte erom. Kredietcrisis, dacht ik. Dat krijg je ervan.

Iemand had een blik gekken losgetrokken in mijn buurt.
Er doolden dikke teenagers met witte stalen gezichten, capuchions over hun hoofd gesnoerd, met daarover honkbalpetten. Ze bewogen als robots. Die elk moment wild om zich heen zouden beginnen te maaien met hun gun. Alsof ze in een verkeerd decor terecht waren gekomen, in een ander werelddeel.

En toen ik de hoek omging, marcheerde daar een ex. Van achttien jaar geleden.Een kleine schreeuwlelijk met vettig haar en een grote grijns. Hij joeg me op als vanouds. Ik had weer permanent. En ik schoot.

maandag 6 oktober 2008

Samen

Ze zit tussen ons in op een stoelverhoger. Ze houdt mijn hand vast en die van hem. De zaal loopt vol. We kijken een tijdje in stilte naar het witte doek.
'Daar komt de film op,' zeg ik.
'Ja, en dan wordt het donker, hè?' repeteert ze.
'Precies.'
Ze kust ons om de beurt. Ze blijft kussen totdat de lichten uitgaan, de muziek aanzwelt en het doek oplicht. Ze grijpt mijn arm stevig vast, en die van hem. Het bange spookje Laban wordt geïntroduceerd. We kijken naar het meisje. Met haar regenlaarsjes. Ze lacht, gniffelt en gluurt af en toe van links naar rechts om te constateren dat we er allebei nog zitten. Naast haar. In het donker.
'Ik wil altijd naar de bioscoop,' fluistert ze, 'elke dag en elke dag.'