Want op die dag stonden er alleen mensen uit 1953 bij de overlijdensadvertenties. (Zo ongeveer het geboortejaar van mijn ouders) In een ander deel van het land maar op dezelfde dag, stuk voor stuk totáál onverwacht, uit het leven gerukt. Hun nabestaanden waren allemaal verbijsterd, geschokt of verslagen. En ik vermoedde weer eens verbanden. Dat alle mensen uit 1953 die op die dag aan de dood ontsnapt waren, zonder het te weten geluk hadden gehad (etc).
En wat we allemaal nog meer niet wisten. Maar beter ook, maar beter ook.
vrijdag 17 oktober 2008
donderdag 16 oktober 2008
Goddomme
Weer werd ik geconfronteerd met het gezicht van een vrouw in een tijdschrift. Geboren in de jaren zeventig stond in de kleine lettertjes. Goddomme, het is dus een vróúw. Een bijna oude al. Het is een vrouw. Met een serieus leven, een baan, een gezin (etc). Het is een vrouw met doorgroeimogelijkheden (nog net). Het is een vrouw. Een vrouw. Echt een vrouw. Goddomme, geen meisje meer. Geen meisje meer. Dit is echt geen meisje meer.
En dat wil ze ook vast niet, omdat ze alles nu zoveel meer op een rijtje heeft en de weg waar ze op zit goed is. Na jaren echt goed is. Daar is zo'n vrouw vast echt blij om.
En dat wil ze ook vast niet, omdat ze alles nu zoveel meer op een rijtje heeft en de weg waar ze op zit goed is. Na jaren echt goed is. Daar is zo'n vrouw vast echt blij om.
woensdag 15 oktober 2008
De groentevrouw
Ik treed buiten mijn boekje vandaag en bestel tòch een kilootje geschilde aardappelen plus een pond gesneden & gewassen andijvie. De groentevrouw staart me aan.
'We zitten hier al 36 jaar.' Ze weegt. Ze schilt er een aardappeltje bij om de kilo vol te maken. 'Het is allemaal zo veranderd. Dat kun jij je niet voorstellen.'
'Doe ook maar een bakje stoofpeertjes,' zeg ik snel. Profiterend van mijn moed om te overtreden. Ja, het is heel duur, zo'n bakje. In verhouding. Ik weet het, ik weet het. En als ik het niet meer weet, vertelt de groentevrouw het wel weer. En over de groentes van het seizoen die niet meer gekocht worden. Behalve door mij, haar toegewijde klant. Met kluiten aarde en al. Nee, de andere mensen willen die dure bakjes met gedopte erwten, ze willen de kant-en-klare schotels, ze willen...
'Weet je hoe duur dit is?' zegt de groentevrouw, 'in verhouding. Het zijn er maar een paar.' Het bakje dieprode peertjes staat op haar eeltige handpalm.
En als ze me het wisselgeld geeft, kijkt ze naar me alsof ik een voorgoed verloren schaap ben. Haar zoon, de groenteman, geeft me een knipoog en stuurt zijn moeder - hup - naar achteren, om te schillen. Hij geeft haar in 't voorbijgaan een klapje op haar billen.
'Vroeger deden die vrouwen het nog allemaal zelf,' zegt ze.
'We zitten hier al 36 jaar.' Ze weegt. Ze schilt er een aardappeltje bij om de kilo vol te maken. 'Het is allemaal zo veranderd. Dat kun jij je niet voorstellen.'
'Doe ook maar een bakje stoofpeertjes,' zeg ik snel. Profiterend van mijn moed om te overtreden. Ja, het is heel duur, zo'n bakje. In verhouding. Ik weet het, ik weet het. En als ik het niet meer weet, vertelt de groentevrouw het wel weer. En over de groentes van het seizoen die niet meer gekocht worden. Behalve door mij, haar toegewijde klant. Met kluiten aarde en al. Nee, de andere mensen willen die dure bakjes met gedopte erwten, ze willen de kant-en-klare schotels, ze willen...
'Weet je hoe duur dit is?' zegt de groentevrouw, 'in verhouding. Het zijn er maar een paar.' Het bakje dieprode peertjes staat op haar eeltige handpalm.
En als ze me het wisselgeld geeft, kijkt ze naar me alsof ik een voorgoed verloren schaap ben. Haar zoon, de groenteman, geeft me een knipoog en stuurt zijn moeder - hup - naar achteren, om te schillen. Hij geeft haar in 't voorbijgaan een klapje op haar billen.
'Vroeger deden die vrouwen het nog allemaal zelf,' zegt ze.
dinsdag 14 oktober 2008
Grenzen stellen
Ze was zo oud als Jeetje nu, drieënhalf, toen ze hem om een sigaretje vroeg. Het was laat in de avond. Bloedheet. Hij stond buiten te roken. Ik had cola aangeschaft om de bacteriën te doden en kwam aanlopen.
'No,no, no!' hoorde ik hem zeggen,'no cigarette for you! Ben jij helemaal mal, meisje. Waar zijn je ouders?'
Ze stond voor hem op blote voeten, en keek op. Naar hem. Ze was uitzonderlijk knap maar haar haar moest gekamd. Haar t-shirt gleed telkens van haar schouder.
'Hee, zij vroeg net om een sigaret!' riep hij verontwaardigd naar mij.
Het meisje wachtte, maar wij zaten helemaal op één lijn in deze. Dit was een grens. Wij-geven-geen-sigaretten-aan-driejarigen.
Ze verdween geruisloos in het donker. We rookten. We dronken om de buikloop tegen te gaan. We keken naar het land waar we terechtgekomen waren.
Plotseling dook de peuter weer op. Met een halve peuk in haar mond.
'Mag ik een vuurtje?' vroeg ze. 'Sir? Please?'
Hij boog zich diep voorover. Haar gezichtje lichtte kort op toen hij haar vuur gaf. Ze inhaleerde diep. Toen ze weg was, kibbelden we nog een tijdje over principes.
Ze moet nu acht of negen zijn.
'No,no, no!' hoorde ik hem zeggen,'no cigarette for you! Ben jij helemaal mal, meisje. Waar zijn je ouders?'
Ze stond voor hem op blote voeten, en keek op. Naar hem. Ze was uitzonderlijk knap maar haar haar moest gekamd. Haar t-shirt gleed telkens van haar schouder.
'Hee, zij vroeg net om een sigaret!' riep hij verontwaardigd naar mij.
Het meisje wachtte, maar wij zaten helemaal op één lijn in deze. Dit was een grens. Wij-geven-geen-sigaretten-aan-driejarigen.
Ze verdween geruisloos in het donker. We rookten. We dronken om de buikloop tegen te gaan. We keken naar het land waar we terechtgekomen waren.
Plotseling dook de peuter weer op. Met een halve peuk in haar mond.
'Mag ik een vuurtje?' vroeg ze. 'Sir? Please?'
Hij boog zich diep voorover. Haar gezichtje lichtte kort op toen hij haar vuur gaf. Ze inhaleerde diep. Toen ze weg was, kibbelden we nog een tijdje over principes.
Ze moet nu acht of negen zijn.
maandag 13 oktober 2008
Als wie
Ik
(Na dit woord bleef het scherm heel lang leeg, ze keek en zag niets, en dacht niets, en was niets. Ja, een beetje verkouden.)
Ik besta.
Ik was gisteren jurylid bij de voorronde van de NK Poetryslam in Utrecht. Milla Braat won. Het was een indrukwekkend meisje. Hoe ze daar stond op het podium, hoe ze keek. En over identiteit sprak. Waar nooit genoeg over te zeggen is.
Ik heb geen energie meer over, op de eerste dag van de week al niet.
Vijf achtereenvolgende avonden zat ik in een andere omgeving te praten, te schreeuwen om boven de muziek uit te komen of de andere mensen. Ik als debutante, schrijfster, vriendin, buurvrouw, dochter, kleindochter, zus, jurylid, moeder, interessante tante, als wat je maar wil.
Maar als wie zit ik hier nu?
(Na dit woord bleef het scherm heel lang leeg, ze keek en zag niets, en dacht niets, en was niets. Ja, een beetje verkouden.)
Ik besta.
Ik was gisteren jurylid bij de voorronde van de NK Poetryslam in Utrecht. Milla Braat won. Het was een indrukwekkend meisje. Hoe ze daar stond op het podium, hoe ze keek. En over identiteit sprak. Waar nooit genoeg over te zeggen is.
Ik heb geen energie meer over, op de eerste dag van de week al niet.
Vijf achtereenvolgende avonden zat ik in een andere omgeving te praten, te schreeuwen om boven de muziek uit te komen of de andere mensen. Ik als debutante, schrijfster, vriendin, buurvrouw, dochter, kleindochter, zus, jurylid, moeder, interessante tante, als wat je maar wil.
Maar als wie zit ik hier nu?
vrijdag 10 oktober 2008
Ze
Ik zag een paar schrijvers; ze verschansten zich achter planten, hingen tegen muren, wisten het zweet van hun voorhoofd. Het was ook druk daar. En warm.
Maar wat me opviel, en altijd weer als ik ze in het wild zie, is het hoge grijze muizen gehalte. Het levensgrote verschil tussen woord en beeld, het uitgesprokene en het onzichtbare, verbeelding en daadkracht. Zoiets.
Ik heb ook het ook altijd met ze te doen. Ik vind ze lief. Als ik ze zie. Maar als ik ze lees, is het anders. Heel anders.
Dat is zo leuk aan 'ze'.
Maar wat me opviel, en altijd weer als ik ze in het wild zie, is het hoge grijze muizen gehalte. Het levensgrote verschil tussen woord en beeld, het uitgesprokene en het onzichtbare, verbeelding en daadkracht. Zoiets.
Ik heb ook het ook altijd met ze te doen. Ik vind ze lief. Als ik ze zie. Maar als ik ze lees, is het anders. Heel anders.
Dat is zo leuk aan 'ze'.
donderdag 9 oktober 2008
Geluk
Het moment voordat ik mij definitief omdraaide, en mijn voeten op de trappers zette om weg te rijden, ik stond midden op straat, met de lange rode tas, omgehangen alsof het mijn pijl en boog was, mijn fiets tussen mijn benen, en ik keek nog even - onwillekeurig - omhoog. Daar zag ik hen naar me kijken. De één in een mintgroene nachtjapon, de ander met een warrige krullenbol en een sportief vest aan. Zodra ze zagen dat ik opkeek, lachten ze naar me. Zodra ik hen zag, begon ik te lachen. Hier was niets gespeeld. Soepeltjes fietste ik daarna de schemer in. Het jachtveld in. Ze zwaaiden tot ik de hoek om verdween.
En ik wist dat ik straks weer terug zou keren.
En ik wist dat ik straks weer terug zou keren.
Abonneren op:
Posts (Atom)