dinsdag 21 oktober 2008

De mannen van Sikkens

Het stortregent. 8 uur. Jeetje en ik zitten net aan het ontbijt als de bel gaat. Er staan twee mannen onder aan de trap.
'Dag mevrouw!' roepen ze. 'We komen controleren hoe uw balkon in de verf zit.'
'O, ja?'
'Daar heeft u bericht over gehad,' zeggen ze. En dat ze de mannen van Sikkens zijn.De mannen van Sikkens stommelen naar boven.
'Sorry, wat kwam u ook alweer precies doen?' Het is nog vroeg. Ik heb m'n medicijnen nog niet ingenomen.
'Uw balkon controleren.'
'O, ja.'
De natte mannen lopen de keuken door. Het balkon op.
'Het zijn de mannen van Sikkens maar,' fluister ik tot Jeetje. We kijken naar de mannen van Sikkens op ons balkon. Als de mannen alles gecontroleerd hebben, komen ze weer naar binnen. Hoofdschuddend.
'Ik snap niet dat ze ons er niet eerder bijhalen,' zegt de één.
'Wij kunnen problemen voorkomen,' zegt de ander. 'Maar nu is het te laat.'
'Ja. U gaat ons binnenkort weer terugzien, mevrouw.'
'O, leuk!'
De mannen salueren, lopen de keuken uit, trap af. We horen de deur dichtslaan.
'Dat waren de mannen van Sikkens,' zeg ik tot Jeetje. 'Eet maar lekker door.'

maandag 20 oktober 2008

Smoedie

Bij de Vorlesebühne in Perdu zong een meisje lieve liedjes tot en over haar mama. Ze zong oprecht. Maar ingehouden. Zodat je dacht dat ze de mama in kwestie elk moment kon gaan vermoorden. Of het misschien al gedaan had.
En ik zag Jeetje staan. Met een paarse gitaar. En haar haren in een slordige staart. Afgetrapte cowboylaarzen over haar spijkerbroek. Zingend over de lekkere smoothie die ze voor mij zou maken. 'Mama, ik maak een smoothie voor je klaar. Mama, ik maak een smoedie voor je klaar. MAMA, IK MAAK EEN SMOEDIE VOOR JE KLAAR!'
En dan had je Jeetjes blik erbij moeten zien.

zondag 19 oktober 2008

Verdeel maar

Er was een oudere mevrouw die, toen de kinderen uit de straat samen buiten speelden, aan kwam lopen met een plastic tas vol goede kinderboeken. Ze gaf de zak aan ons en zei: 'Hier! Verdeel maar. Ik zie mijn kleinkinderen toch nooit meer.'
Toen liep de mevrouw terug naar haar huis.

zaterdag 18 oktober 2008

Geruststelling

Mijn gezin waar ik zoveel van hou. Als ze me uitzwaaien, heb ik dat het sterkst. Als ik me van hen af beweeg, voel ik me één met die twee.
Als dat mechanisme ook zo werkt als je doodgaat, is alles altijd goed op het eind. Niets om bang voor te zijn dus.

vrijdag 17 oktober 2008

Alsof het tóch een wiskundesom betreft

Want op die dag stonden er alleen mensen uit 1953 bij de overlijdensadvertenties. (Zo ongeveer het geboortejaar van mijn ouders) In een ander deel van het land maar op dezelfde dag, stuk voor stuk totáál onverwacht, uit het leven gerukt. Hun nabestaanden waren allemaal verbijsterd, geschokt of verslagen. En ik vermoedde weer eens verbanden. Dat alle mensen uit 1953 die op die dag aan de dood ontsnapt waren, zonder het te weten geluk hadden gehad (etc).
En wat we allemaal nog meer niet wisten. Maar beter ook, maar beter ook.

donderdag 16 oktober 2008

Goddomme

Weer werd ik geconfronteerd met het gezicht van een vrouw in een tijdschrift. Geboren in de jaren zeventig stond in de kleine lettertjes. Goddomme, het is dus een vróúw. Een bijna oude al. Het is een vrouw. Met een serieus leven, een baan, een gezin (etc). Het is een vrouw met doorgroeimogelijkheden (nog net). Het is een vrouw. Een vrouw. Echt een vrouw. Goddomme, geen meisje meer. Geen meisje meer. Dit is echt geen meisje meer.
En dat wil ze ook vast niet, omdat ze alles nu zoveel meer op een rijtje heeft en de weg waar ze op zit goed is. Na jaren echt goed is. Daar is zo'n vrouw vast echt blij om.

woensdag 15 oktober 2008

De groentevrouw

Ik treed buiten mijn boekje vandaag en bestel tòch een kilootje geschilde aardappelen plus een pond gesneden & gewassen andijvie. De groentevrouw staart me aan.
'We zitten hier al 36 jaar.' Ze weegt. Ze schilt er een aardappeltje bij om de kilo vol te maken. 'Het is allemaal zo veranderd. Dat kun jij je niet voorstellen.'
'Doe ook maar een bakje stoofpeertjes,' zeg ik snel. Profiterend van mijn moed om te overtreden. Ja, het is heel duur, zo'n bakje. In verhouding. Ik weet het, ik weet het. En als ik het niet meer weet, vertelt de groentevrouw het wel weer. En over de groentes van het seizoen die niet meer gekocht worden. Behalve door mij, haar toegewijde klant. Met kluiten aarde en al. Nee, de andere mensen willen die dure bakjes met gedopte erwten, ze willen de kant-en-klare schotels, ze willen...
'Weet je hoe duur dit is?' zegt de groentevrouw, 'in verhouding. Het zijn er maar een paar.' Het bakje dieprode peertjes staat op haar eeltige handpalm.
En als ze me het wisselgeld geeft, kijkt ze naar me alsof ik een voorgoed verloren schaap ben. Haar zoon, de groenteman, geeft me een knipoog en stuurt zijn moeder - hup - naar achteren, om te schillen. Hij geeft haar in 't voorbijgaan een klapje op haar billen.
'Vroeger deden die vrouwen het nog allemaal zelf,' zegt ze.