woensdag 29 oktober 2008

De stand van zaken

1. Eind november ga ik op een soort van tournee. Drie dagen, drie steden. Utrecht - Nijmegen - Amsterdam. Terwijl ik vroeger nooit een podiumbeest was.

2. Ik heb net een heel droevig verhaal ingeleverd voor de laatste Bunker Hill.

3. Ik blijf maar verkouden. Ik ben uitgeput. Ik zeg noodgedwongen avond-afspraken af.

4. Volgens mij doe ik de laatste tijd iets niet helemaal goed met de energiehuishouding. Misschien staat er ergens een onbekend deurtje open. Zodat ik hele hoge stookkosten heb.

5. Een gezellig weekend. Een leuk etentje. De dag erna verscheen er in de spiegel een dweil. Echt waar, een uitgewrongen dweil zag ik. Heel griezelig.

6. Sinds mijn boek uit is, moet ik vaker en sneller switchen tussen binnen en buiten. Van buiten naar binnen, en dan van binnen snel weer naar buiten.

7. Aan het eind van de dag kom ik in regenpak, met natte haren omdat de capuchion niet blijft zitten, de crèche binnen. En zoek mijn kind tussen de anderen. Een vader zegt: 'Hee! Volgens mij ben er niet helemaal bij. Je staart zo.'

8. De tegenstelling is ook groter geworden. Tussen alleen achter de computer zitten, of alleen op het podium staan. Het is zoeken naar de juiste balans.

9. Iemand zegt: 'Ik ben je boek aan het lezen.'
Het boek gaat haar eigen weg. Zonder mij.

10. Het gaat goed. Het gaat goed!

dinsdag 28 oktober 2008

Niet goed

De muziek is niet goed. De temperatuur is niet goed. Het moment is niet goed. Het lichaam is niet goed. Het hoofd dat erbovenop staat is niet goed. De sjaal om de nek is niet goed. De energie die om haar heen hangt is niet goed. De kamer waar ze in zit is niet goed. Het hele verhaal is niet goed.

maandag 27 oktober 2008

Donkere nacht

We stookten een vuurtje in de straat. Op het brede gedeelte van het trottoir.
Ik bedoel: er was een vuurtje gestookt. Er brandden fakkels. Mensen hadden hapjes meegenomen. Die ochtend hadden we een briefje in de bus gevonden. Vanavond vuurtje. Vanaf 20.00. Zo verzamelden we ons tijdens de donkere nacht met flessen wijn op de stoep. Soms kwam er een straatgenoot bij en dan ging er weer eentje naar huis. Tot het aantal stabiliseerde. Hoe later het werd, hoe dichter we bij het vuur gingen staan. Soms stak er een gek grillig windje op. En draaiden we weer een kwartslag, als spiezen, omdat we anders in de rook stonden. Iemand had glühwein gemaakt die misschien sangria was. We wisten het niet. Vlammen dansten. In de huizen sliepen de kinderen.

zondag 26 oktober 2008

Wat ik dit weekend onder andere te weten ben gekomen:

Dat je echt helemaal geen donder van mensen weet, zelfs niet diegenen die je al honderd jaar meende te kennen, zodat alle oordelen automatisch vooroordelen worden en elke aanname een vergissing. Iedereen is echt anders dan je denkt. Geen enkele uitzondering daargelaten. Nee, geen enkele.

En dat als je al dertig jaar lang specialist bent op het gebied van peutertheater, het best moeilijk kan zijn te blijven onthouden waar het je in den beginne om draaide. Na dertig jaar toneelspelen voor peuters, sla je gemakkelijker door. De grens tussen het leuk pesten van je publiek of het overspoelen met pure agressie is, voor je het weet, vervaagd. Je passie omgeslagen. In aversie. En die breng je dan routineus over op een zaal vol open mondjes en grote oogjes.

vrijdag 24 oktober 2008

Vete

En passant schafte ik een nieuw uiterlijk aan. Ik draaide trage rondjes voor de spiegel. De juffrouw zweeg nadrukkelijk. Ik zei dat ik er normaliter zo niet uitzag. De juffrouw deed haar armen over elkaar en keek de andere kant op. Ik dacht al steeds dat ik de juffrouw ergens van kende. Dat we misschien in een vete zaten. Maar ik wist niet waarvan, en welke vete. Hier en daar slingeren mijn oude vetes. Als losse sokken. Soms duikt er eentje op, in een uithoek van de stad. Of als spam op mijn scherm. Maar dit moest een totaal vergeten vete zijn. Van mijn kant.
We rekenden af. In stilte natuurlijk.

donderdag 23 oktober 2008

Nut

Laat ik het vermaarde haast-gevoel nog eens aansnijden. (nee geen haat) Waarom word ik voortgestuwd door de zinnen: ik heb geen tijd, geen tijd. Het had al af moeten zijn, allang af moeten zijn. Ik ben te laat, veel te laat. Doorgaan, doorgaan. Door. Nooit stoppen.
En als je dan toch per ongeluk tot stilstand bent gekomen, denk je alleen maar: dit is verrekte efficiënt. Stilstand. Dat schiet op. Omdat je daarna juist veel sneller vooruit komt. Daarna. Vooruit.

Mensen vragen me of het niet moeilijk is om de hele dag achter de computer te blijven zitten, je eigen tijd in te delen (etc). Het is moeilijker om niet te blijven zitten. Veel moeilijker om vrij te nemen. Tijd te nemen. Beter nog: te niksen. Eigenlijk wil ik alleen maar goed kunnen niksen, omdat het niksen nut heeft. Veel nut. Omdat het onbewuste dan beter werkt. En het onbewuste toch ook weer van groot belang is. Voor straks.

woensdag 22 oktober 2008

Meneer Leeuwendael

De ING-man, Friets Leeuwendael, levert zijn zoontje - al telefonerend, strak in het krijtstreeppak, gladgeschoren - af bij school. Hij stapt in zijn BMW, claxonneert en scheurt weg. De juf - weer slecht geslapen vannacht, bruine rijglaarzen, pillend H&M truitje - kijkt de knappe heer Leeuwendael na.
'Mijn papa stopt zijn piemel altijd tussen zijn benen,' zegt het zoontje, 'dan praat hij met een gekke stem en doet hij net alsof hij een meisje is.'