Tijdens een etentje kwamen we op vriendschap. Niet onze vriendschap. Maar vriendschap tussen vrouwen in het algemeen. We spraken over de vriendin van vriendin J. die uit zichzelf nooit iets liet horen.
Het onderwerp zat vriendin J. duidelijk hoog, en mij ook. Bij vlagen. Toevallig zat ik net in zo'n vlaag, dus het praatte lekker.
Ik zag haar de laatste tijd namelijk weer door de stad spoken. Of ik zag haar gestalte - zeker weten - zitten in het café waar we vroeger afspraken. Ze roerde in haar koffie verkeerd. Maar altijd als ze dan opkeek, bleek het niet de vrouw die mij vier jaar geleden per email gedumpt had.
Anderhalf jaar na deze mail zagen we elkaar voor het eerst. In een vreemde kroeg. Waar ze in vogelvlucht vertelde hoe haar leven zonder mij verlopen was - heel gelukkig was ze - en waar ze me uiteindelijk de ware toedracht onthulde van het abrupte beëindigen van onze vriendschap.
'Ik was jaloers,' zei ze, 'ik werd verteerd door jaloezie. Omdat het zo goed ging met jou. Voor mij niet om aan te zien. Zo goed.'
Ze vroeg voorzichtig of ik daar begrip voor wilde proberen te hebben.
zaterdag 1 november 2008
vrijdag 31 oktober 2008
Vodou
We bezochten de opening van de Vodoutentoonstelling in het Tropenmuseum. We waren genodigden. Onze overbuurvrouw heeft er banden mee. De Vodou.
'De poppen staan 'uit' hoor,' zo had ze ons van tevoren gerustgesteld.
Tussen de bezoekers liepen Vodoupriesters en andere Ingewijden. Vodougeesten - Lwa - genoeg, die plotseling bezit van je zouden kunnen nemen. Het was een beetje laveren tussen de mensen en de Lwa's. Steeds zag ik in de menigte dezelfde vrouw met een brede witte haarband in en ogen van spiegelglas. Op het laatst verscholen we ons - als we haar weer recht op ons af zagen komen - achter zo'n pop.
Gelukkig was er ook gewoon een auteur van Querido.
Ze droeg een wit gewaad. In een benedenzaal vertelde zij over genezingen die ze verrichtte door chakra's met rum te besproeien. En zodoende te reinigen. Ze vertelde dat ze behalve Vodou-priesteres en Querido auteur ook nog wetenschapster was maar toch niet uit kon leggen hoe 'de krachten' werkten.
'Je weet niet in welk museum jij nog belanden zal als Nieuw-Amsterdam auteur', zei ik tegen mezelf. Toen voelde ik een hand op mijn schouder. Ik gilde. Alsof ik uit een trance ontwaakte.
'De poppen staan uit hoor,' fluisterde de overbuurvrouw, 'maar ik hoorde net wel van Ingewijden dat er een paar boos zijn, omdat ze hier zo tentoongesteld worden.'
Toen we vertrokken kocht ik een boek over Vodou. Bij thuiskomst bleek het onleesbaar. De woorden in mijn boek waren door elkaar gedrukt.
'De poppen staan 'uit' hoor,' zo had ze ons van tevoren gerustgesteld.
Tussen de bezoekers liepen Vodoupriesters en andere Ingewijden. Vodougeesten - Lwa - genoeg, die plotseling bezit van je zouden kunnen nemen. Het was een beetje laveren tussen de mensen en de Lwa's. Steeds zag ik in de menigte dezelfde vrouw met een brede witte haarband in en ogen van spiegelglas. Op het laatst verscholen we ons - als we haar weer recht op ons af zagen komen - achter zo'n pop.
Gelukkig was er ook gewoon een auteur van Querido.
Ze droeg een wit gewaad. In een benedenzaal vertelde zij over genezingen die ze verrichtte door chakra's met rum te besproeien. En zodoende te reinigen. Ze vertelde dat ze behalve Vodou-priesteres en Querido auteur ook nog wetenschapster was maar toch niet uit kon leggen hoe 'de krachten' werkten.
'Je weet niet in welk museum jij nog belanden zal als Nieuw-Amsterdam auteur', zei ik tegen mezelf. Toen voelde ik een hand op mijn schouder. Ik gilde. Alsof ik uit een trance ontwaakte.
'De poppen staan uit hoor,' fluisterde de overbuurvrouw, 'maar ik hoorde net wel van Ingewijden dat er een paar boos zijn, omdat ze hier zo tentoongesteld worden.'
Toen we vertrokken kocht ik een boek over Vodou. Bij thuiskomst bleek het onleesbaar. De woorden in mijn boek waren door elkaar gedrukt.
donderdag 30 oktober 2008
Het schrijven van een blog
Op mijn laatste blog kreeg ik bezorgde mailtjes.
Toen ik het stukje gisteren plaatste, twijfelde ik nog of ik er wel goed aan deed. Ik twijfelde langer dan normaal. De twijfel was ook hardnekkiger. Maar ik had geen ander stukje. En voor ik het wist, stond het er al op. Omdat ik graag elke dag iets plaats.
Ergens voelde ik dat het niet iets was dat ik nastreefde. Het overschreed een zekere grens tussen de private en de publieke zaak. Maar ik wist niet precies waar het 'm in zat. Niet in de vorm. Een opsomming kan erg grappig werken. En ook niet persé in de inhoud. Hoe persoonlijker, hoe interessanter. Vaak. Zeker niet altijd. Er is een grens. Maar die is dun. Dus die kan zo overschreden worden.
De ene keer kan mijn griepje namelijk heel interessant zijn voor een blog, de andere keer is datzelfde griepje iets minder boeiend. Dan kun je er eigenlijk niets anders van maken dan een particulier griepje dat een particuliere klaagzang voortbrengt. Waar geen enkele andere particulier iets aan heeft. Het griepje overstijgt zichzelf niet. Het schrijven van een blog werkt anders dan het schrijven van proza. Maar ook weer anders dan het schrijven in een dagboek. Er is hier een intern onderzoek gestart.
Toen ik het stukje gisteren plaatste, twijfelde ik nog of ik er wel goed aan deed. Ik twijfelde langer dan normaal. De twijfel was ook hardnekkiger. Maar ik had geen ander stukje. En voor ik het wist, stond het er al op. Omdat ik graag elke dag iets plaats.
Ergens voelde ik dat het niet iets was dat ik nastreefde. Het overschreed een zekere grens tussen de private en de publieke zaak. Maar ik wist niet precies waar het 'm in zat. Niet in de vorm. Een opsomming kan erg grappig werken. En ook niet persé in de inhoud. Hoe persoonlijker, hoe interessanter. Vaak. Zeker niet altijd. Er is een grens. Maar die is dun. Dus die kan zo overschreden worden.
De ene keer kan mijn griepje namelijk heel interessant zijn voor een blog, de andere keer is datzelfde griepje iets minder boeiend. Dan kun je er eigenlijk niets anders van maken dan een particulier griepje dat een particuliere klaagzang voortbrengt. Waar geen enkele andere particulier iets aan heeft. Het griepje overstijgt zichzelf niet. Het schrijven van een blog werkt anders dan het schrijven van proza. Maar ook weer anders dan het schrijven in een dagboek. Er is hier een intern onderzoek gestart.
woensdag 29 oktober 2008
De stand van zaken
1. Eind november ga ik op een soort van tournee. Drie dagen, drie steden. Utrecht - Nijmegen - Amsterdam. Terwijl ik vroeger nooit een podiumbeest was.
2. Ik heb net een heel droevig verhaal ingeleverd voor de laatste Bunker Hill.
3. Ik blijf maar verkouden. Ik ben uitgeput. Ik zeg noodgedwongen avond-afspraken af.
4. Volgens mij doe ik de laatste tijd iets niet helemaal goed met de energiehuishouding. Misschien staat er ergens een onbekend deurtje open. Zodat ik hele hoge stookkosten heb.
5. Een gezellig weekend. Een leuk etentje. De dag erna verscheen er in de spiegel een dweil. Echt waar, een uitgewrongen dweil zag ik. Heel griezelig.
6. Sinds mijn boek uit is, moet ik vaker en sneller switchen tussen binnen en buiten. Van buiten naar binnen, en dan van binnen snel weer naar buiten.
7. Aan het eind van de dag kom ik in regenpak, met natte haren omdat de capuchion niet blijft zitten, de crèche binnen. En zoek mijn kind tussen de anderen. Een vader zegt: 'Hee! Volgens mij ben er niet helemaal bij. Je staart zo.'
8. De tegenstelling is ook groter geworden. Tussen alleen achter de computer zitten, of alleen op het podium staan. Het is zoeken naar de juiste balans.
9. Iemand zegt: 'Ik ben je boek aan het lezen.'
Het boek gaat haar eigen weg. Zonder mij.
10. Het gaat goed. Het gaat goed!
2. Ik heb net een heel droevig verhaal ingeleverd voor de laatste Bunker Hill.
3. Ik blijf maar verkouden. Ik ben uitgeput. Ik zeg noodgedwongen avond-afspraken af.
4. Volgens mij doe ik de laatste tijd iets niet helemaal goed met de energiehuishouding. Misschien staat er ergens een onbekend deurtje open. Zodat ik hele hoge stookkosten heb.
5. Een gezellig weekend. Een leuk etentje. De dag erna verscheen er in de spiegel een dweil. Echt waar, een uitgewrongen dweil zag ik. Heel griezelig.
6. Sinds mijn boek uit is, moet ik vaker en sneller switchen tussen binnen en buiten. Van buiten naar binnen, en dan van binnen snel weer naar buiten.
7. Aan het eind van de dag kom ik in regenpak, met natte haren omdat de capuchion niet blijft zitten, de crèche binnen. En zoek mijn kind tussen de anderen. Een vader zegt: 'Hee! Volgens mij ben er niet helemaal bij. Je staart zo.'
8. De tegenstelling is ook groter geworden. Tussen alleen achter de computer zitten, of alleen op het podium staan. Het is zoeken naar de juiste balans.
9. Iemand zegt: 'Ik ben je boek aan het lezen.'
Het boek gaat haar eigen weg. Zonder mij.
10. Het gaat goed. Het gaat goed!
dinsdag 28 oktober 2008
Niet goed
De muziek is niet goed. De temperatuur is niet goed. Het moment is niet goed. Het lichaam is niet goed. Het hoofd dat erbovenop staat is niet goed. De sjaal om de nek is niet goed. De energie die om haar heen hangt is niet goed. De kamer waar ze in zit is niet goed. Het hele verhaal is niet goed.
maandag 27 oktober 2008
Donkere nacht
We stookten een vuurtje in de straat. Op het brede gedeelte van het trottoir.
Ik bedoel: er was een vuurtje gestookt. Er brandden fakkels. Mensen hadden hapjes meegenomen. Die ochtend hadden we een briefje in de bus gevonden. Vanavond vuurtje. Vanaf 20.00. Zo verzamelden we ons tijdens de donkere nacht met flessen wijn op de stoep. Soms kwam er een straatgenoot bij en dan ging er weer eentje naar huis. Tot het aantal stabiliseerde. Hoe later het werd, hoe dichter we bij het vuur gingen staan. Soms stak er een gek grillig windje op. En draaiden we weer een kwartslag, als spiezen, omdat we anders in de rook stonden. Iemand had glühwein gemaakt die misschien sangria was. We wisten het niet. Vlammen dansten. In de huizen sliepen de kinderen.
Ik bedoel: er was een vuurtje gestookt. Er brandden fakkels. Mensen hadden hapjes meegenomen. Die ochtend hadden we een briefje in de bus gevonden. Vanavond vuurtje. Vanaf 20.00. Zo verzamelden we ons tijdens de donkere nacht met flessen wijn op de stoep. Soms kwam er een straatgenoot bij en dan ging er weer eentje naar huis. Tot het aantal stabiliseerde. Hoe later het werd, hoe dichter we bij het vuur gingen staan. Soms stak er een gek grillig windje op. En draaiden we weer een kwartslag, als spiezen, omdat we anders in de rook stonden. Iemand had glühwein gemaakt die misschien sangria was. We wisten het niet. Vlammen dansten. In de huizen sliepen de kinderen.
zondag 26 oktober 2008
Wat ik dit weekend onder andere te weten ben gekomen:
Dat je echt helemaal geen donder van mensen weet, zelfs niet diegenen die je al honderd jaar meende te kennen, zodat alle oordelen automatisch vooroordelen worden en elke aanname een vergissing. Iedereen is echt anders dan je denkt. Geen enkele uitzondering daargelaten. Nee, geen enkele.
En dat als je al dertig jaar lang specialist bent op het gebied van peutertheater, het best moeilijk kan zijn te blijven onthouden waar het je in den beginne om draaide. Na dertig jaar toneelspelen voor peuters, sla je gemakkelijker door. De grens tussen het leuk pesten van je publiek of het overspoelen met pure agressie is, voor je het weet, vervaagd. Je passie omgeslagen. In aversie. En die breng je dan routineus over op een zaal vol open mondjes en grote oogjes.
En dat als je al dertig jaar lang specialist bent op het gebied van peutertheater, het best moeilijk kan zijn te blijven onthouden waar het je in den beginne om draaide. Na dertig jaar toneelspelen voor peuters, sla je gemakkelijker door. De grens tussen het leuk pesten van je publiek of het overspoelen met pure agressie is, voor je het weet, vervaagd. Je passie omgeslagen. In aversie. En die breng je dan routineus over op een zaal vol open mondjes en grote oogjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)