Een maand of twee geleden. Het was ochtend. Jeetje was naar de crèche, wij braaf aan het werk. Toen ging de telefoon.
Man - die in de belendende kamer achter zijn computer zat - nam op. Ze bellen altijd voor hem. Zeker op dat tijdstip. Iets voor werk.
Ik verzonk weer in de woorden op mijn scherm. Tot ik aan de andere kant van de deur, zijn stem iets hoorde uitschieten: 'Elke, ja die is er. Een momentje.'
In mijn hoofd ging ik de mensen na die mij nu mogelijk zouden kunnen bellen. Het moest iemand zijn die me niet eerder gebeld had. Man leek niet vertrouwd met de beller. Maar wel een beetje verrast, of iets.
De glazen deur die ons scheidt, ging open. Man kwam op zijn bureaustoel naar me toe rollen.
'Hier! Elke Geurts voor jou,' zei hij zakelijk en rolde terug naar zijn werk.
'Hallo, met Elke?'
'Ja, met Elke Geurts,' zei een diepe, warme mannenstem.
'O. Wat leuk dat jij me eens belt,' zei ik.
'Ja. Ik heb je boek gelezen, en ik wilde je iets vragen...'
'O? Ja?'
Enfin. Daar ging mijn werkethos. Mijn concentratie. En mijn wat al niet meer. Al ben ik helemaal niet gevoelig voor bekende namen. Het was toch Elke Geurts. Al heb ik über-normaal gedaan. Dat is mijn specialiteit. Het bleef die dag een beetje door mijn hoofd spelen. Het optreden met o.a. Elke Geurts op 30 november a.s.
Het begint nu ook weer een beetje te komen.
zaterdag 15 november 2008
vrijdag 14 november 2008
Vrijgezellig
Ze zijn allebei vertrokken, om pas op maandag terug te komen. En ik zit midden in de troep, op het punt van genieten, zoals vroeger - niets opruimen, eten laten komen, kranten & boeken laten slingeren, geen vaste tijden aanhouden, nergens voor. Losgaan. Mijn eigen leven, dan eindelijk weer. En schrijven natuurlijk. Veel schrijven. Niemand aan je hoofd.
Maar wat regent het buiten.
En komt Sinterklaas zondag aan zonder mij?
En je moet éérst het huis opruimen, voor je alles rond kunt laten slingeren, waar het rondslingeren moet. Als je vrij bent.
Waar wilde ik nu ook weer precies van genieten?
Het is altijd even inkomen, maar dan.
Maar wat regent het buiten.
En komt Sinterklaas zondag aan zonder mij?
En je moet éérst het huis opruimen, voor je alles rond kunt laten slingeren, waar het rondslingeren moet. Als je vrij bent.
Waar wilde ik nu ook weer precies van genieten?
Het is altijd even inkomen, maar dan.
donderdag 13 november 2008
Omhoog
Op de heenweg viel Jeetje halverwege van de trap. Ze was vooral snel beneden. En al gauw liepen we samen - in vrede - in het zonnetje, met allebei een tas. Bij de slager kreeg ze een plak worst, bij de groenteboer een appeltje en bij de notenwinkel een abrikoosje. En ze zei overal 'dank je wel'.
Toen we op de terugweg de trap beklommen, bleef Jeetje halverwege staan: 'Ik kan nu niet omhoog vallen, hè?'
'Nee, dat kan niet.' Ik stond achter haar - in elke hand een volle tas en op mijn rug één. Ik wachtte.
'Waarom eigenlijk niet?' vroeg ze bedachtzaam.
'Alles kan alleen omlaag vallen, omdat we zwaar zijn.'
'O.' Ze dacht na.
'Loop maar even door, liefje. Ik heb veel tassen.'
We klommen verder omhoog. Tot ze ineens weer stil stond.
'We gaan allemaal een keer dood, hè?' vroeg ze.
'Jaha,' zei ik.
'Nu toch niet?'
'Nee, nu niet.'
'Het duurt nog lang voor we doodgaan.'
'Precies. Heel lang.'
'Maar ik wil nooit dood.'
'We hoeven ook nog helemaal niet dood. Loop maar door. Mama heeft echt hele zware boodschappentassen.'
'Niemand wil toch dood?' zei Jeetje en ze begon alle mensen op te sommen die ze kende, en die volgens haar allemaal zeker nooit dood zouden willen.
'We willen inderdaad liever leven,' zei ik snel.
'Maar we gaan tóch dood!' zei Jeetje. Ik hoorde een lichte triomf in haar stem.
Toen we op de terugweg de trap beklommen, bleef Jeetje halverwege staan: 'Ik kan nu niet omhoog vallen, hè?'
'Nee, dat kan niet.' Ik stond achter haar - in elke hand een volle tas en op mijn rug één. Ik wachtte.
'Waarom eigenlijk niet?' vroeg ze bedachtzaam.
'Alles kan alleen omlaag vallen, omdat we zwaar zijn.'
'O.' Ze dacht na.
'Loop maar even door, liefje. Ik heb veel tassen.'
We klommen verder omhoog. Tot ze ineens weer stil stond.
'We gaan allemaal een keer dood, hè?' vroeg ze.
'Jaha,' zei ik.
'Nu toch niet?'
'Nee, nu niet.'
'Het duurt nog lang voor we doodgaan.'
'Precies. Heel lang.'
'Maar ik wil nooit dood.'
'We hoeven ook nog helemaal niet dood. Loop maar door. Mama heeft echt hele zware boodschappentassen.'
'Niemand wil toch dood?' zei Jeetje en ze begon alle mensen op te sommen die ze kende, en die volgens haar allemaal zeker nooit dood zouden willen.
'We willen inderdaad liever leven,' zei ik snel.
'Maar we gaan tóch dood!' zei Jeetje. Ik hoorde een lichte triomf in haar stem.
woensdag 12 november 2008
Niks mis mee.
De tijd begint nu echt te dringen. Half mei wordt Jeetje vier. En ik weet niet waar ze naartoe moet.
Vanmorgen liep ik er weer rond. Op zo'n lagere school. Lage systeemplafonds, tl-verlichting. Hier en daar een gedroogd stuk hout. Dat betekent: herfst. Aan de grijze muren hangen a-viertjes waarop je je kan inschrijven om luizenmoeder te worden. Het is er koud, maar dat is toevallig, want de verwarming is kapot. Op de gang zijn hoekjes ingericht waar kinderen zelfstandig werken.
Och, misschien is deze school een optie? Niet ver van huis. En zo. De directrice zegt verstandige dingen. Niks mis mee.
'Het plekkenplan deugt niet,' zegt een vader, 'het plekkenplan van deze school klopt echt van geen kanten.'
We mogen de klassen inlopen. De meeste kinderen werken zoet. Ze zien er tevreden uit. Rustig. Lief. Daar gaat het toch om. Alleen de juffrouw van de allerkleinsten doet wat unheimisch aan. Maar ja.
'Die zit aan de coke,' fluistert een moeder. 'Heb je die pupillen gezien?'
'Ik vond haar niet prettig ogen,' zeg ik terug.
'O, ik dacht meteen: da's een junk.'
'Wel een beetje een zwart gat, ja.'
Vanmorgen liep ik er weer rond. Op zo'n lagere school. Lage systeemplafonds, tl-verlichting. Hier en daar een gedroogd stuk hout. Dat betekent: herfst. Aan de grijze muren hangen a-viertjes waarop je je kan inschrijven om luizenmoeder te worden. Het is er koud, maar dat is toevallig, want de verwarming is kapot. Op de gang zijn hoekjes ingericht waar kinderen zelfstandig werken.
Och, misschien is deze school een optie? Niet ver van huis. En zo. De directrice zegt verstandige dingen. Niks mis mee.
'Het plekkenplan deugt niet,' zegt een vader, 'het plekkenplan van deze school klopt echt van geen kanten.'
We mogen de klassen inlopen. De meeste kinderen werken zoet. Ze zien er tevreden uit. Rustig. Lief. Daar gaat het toch om. Alleen de juffrouw van de allerkleinsten doet wat unheimisch aan. Maar ja.
'Die zit aan de coke,' fluistert een moeder. 'Heb je die pupillen gezien?'
'Ik vond haar niet prettig ogen,' zeg ik terug.
'O, ik dacht meteen: da's een junk.'
'Wel een beetje een zwart gat, ja.'
dinsdag 11 november 2008
Zien
Ik las de column 'Vreemder dan alles wat vreemd is' van Marjoleine de Vos in het NRC. Met een bril op mijn neus. Ik zag de letters scherp. Ze waren diepzwart. Ze hadden contouren. Ik zag. Zonder te turen. Mijn ogen rustten in hun kassen.
Ik las: het hele leven is vreemd - maar dat vind je meestal helemaal niet. Zou behoefte aan zingeving ook zoiets zijn, gebrek aan aandacht voor wat er gewoon is?
Ze citeerde ook een deel van het gedicht van Alberto Caeiro. Het anti-metafysische heteroniem van Fernando Pessoa. In 1993 las ik Pessoa voor het eerst (zijn Gedichten en Boek der rusteloosheid ) en gisteren flakkerde de liefde weer op als toen.
Soms op dagen van volmaakt en zeer scherp licht,
Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn,
Vraag ik mij langzaam af
Waarom ik schoonheid toeken
Aan de dingen.
Een bloem bijvoorbeeld, heeft die schoonheid
Is er soms schoonheid in een vrucht?
Nee: ze hebben kleur en vorm
En ze bestaan, meer niet
Schoonheid is de naam van iets dat niet bestaat.
En die ik aan dingen geef in ruil voor het genot dat zij mij geven.
Hij betekent niets.
Waarom dan zeg ik van de dingen: ze zijn mooi?
Ja, zelfs mij, die alleen van leven leeft,
Bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen
Met betrekking tot de dingen,
Met betrekking tot de dingen die eenvoudigweg bestaan.
Hoe moeilijk is het jezelf te zijn en slechts het zichtbare te zien!
Ik las: het hele leven is vreemd - maar dat vind je meestal helemaal niet. Zou behoefte aan zingeving ook zoiets zijn, gebrek aan aandacht voor wat er gewoon is?
Ze citeerde ook een deel van het gedicht van Alberto Caeiro. Het anti-metafysische heteroniem van Fernando Pessoa. In 1993 las ik Pessoa voor het eerst (zijn Gedichten en Boek der rusteloosheid ) en gisteren flakkerde de liefde weer op als toen.
Soms op dagen van volmaakt en zeer scherp licht,
Waarop de dingen zo werkelijk zijn als ze maar kunnen zijn,
Vraag ik mij langzaam af
Waarom ik schoonheid toeken
Aan de dingen.
Een bloem bijvoorbeeld, heeft die schoonheid
Is er soms schoonheid in een vrucht?
Nee: ze hebben kleur en vorm
En ze bestaan, meer niet
Schoonheid is de naam van iets dat niet bestaat.
En die ik aan dingen geef in ruil voor het genot dat zij mij geven.
Hij betekent niets.
Waarom dan zeg ik van de dingen: ze zijn mooi?
Ja, zelfs mij, die alleen van leven leeft,
Bezoeken, onzichtbaar, de leugens der mensen
Met betrekking tot de dingen,
Met betrekking tot de dingen die eenvoudigweg bestaan.
Hoe moeilijk is het jezelf te zijn en slechts het zichtbare te zien!
maandag 10 november 2008
Winnen
Het kan me natuurlijk niets schelen, het zal mij poep zijn, het is allemaal subjectief, het is alleen al leuk om op zo'n lijstje te staan.
Maar zo'n longlist bevalt me niet. Helemaal niet. En als ik er níét op had gestaan, nog minder. Dat is het juist.
Van het een op het andere moment bevind ik me in een positie waarin ik kan 'verliezen'. Al moet je dat zo niet noemen. Echt niet. Van het een op het andere moment heb ik 'tegenstanders'. Al moet je dat zo niet zien. Natuurlijk niet. Het is geen sportwedstrijd. En al zijn de boeken niet met elkaar te vergelijken. Helemaal niet. Toch gaan mensen dat doen.
En wat dan nog.
Maar zo'n longlist bevalt me niet. Helemaal niet. En als ik er níét op had gestaan, nog minder. Dat is het juist.
Van het een op het andere moment bevind ik me in een positie waarin ik kan 'verliezen'. Al moet je dat zo niet noemen. Echt niet. Van het een op het andere moment heb ik 'tegenstanders'. Al moet je dat zo niet zien. Natuurlijk niet. Het is geen sportwedstrijd. En al zijn de boeken niet met elkaar te vergelijken. Helemaal niet. Toch gaan mensen dat doen.
En wat dan nog.
zondag 9 november 2008
Tijdsbesef van een driejarige
Als ik doodga, huilen jullie een héle dag?
Veel en veel langer.
Twéé dagen?!?
Veel en veel langer.
Twéé dagen?!?
Abonneren op:
Posts (Atom)