donderdag 27 november 2008

De aanwezigheid van een man

Iets te laat - en zeiknat - kom ik de yogales binnenvallen. De dames liggen al met de benen omhoog. Aan de zijlijn zit een glimmende, kale Surinamer in kleermakerszit. Hij kijkt toe. Hij zal volgende week onze juf een tijd vervangen. Ik krijg visioenen. Waarin het yogazaaltje wordt omgetoverd in een sportzaal. Spiegels verschijnen aan de wanden. De housemuziek gaat aan. We zullen niet met de benen omhoog liggen. Nee, springen zullen we. Jumpen. Zweten.
'Sorry, dat ik zo laat ben,' zeg ik. De yogajuf knikt zwijgend. Ik zie geen bh-banden uit haar stoere, grijze topje steken. Toevallig.
'Leuk topje,' fluister ik, 'nieuw?'
Even later lig ik ook heel rustig met de - glad geschoren - benen omhoog tegen de muur. Tussen de andere dames. En net als hen let ik niet op de mannelijke toeschouwer. We gaan op in de oefening. We verdwijnen, zeg maar.
Totdat de yogajuf zalvend zegt: 'Van deze oefening krijg je mooie benen. Het helpt tegen cellulitus en spataderen, want daar houden wij vrouwen helemaal niet van.'
Daar liggen we dan. Het zachte vlees.
We doen deze oefening al jaren. En die was - tot nu toe - altijd goed voor ons hoofd.
De visioenen houden aan.

woensdag 26 november 2008

Hoe schrijf jij?

Naar aanleiding van mijn bezoek aan de studenten van de HKU, m'n oude schooltje, bedacht ik net - tijdens het schrijven - hoe ik schrijf.
We spraken over het hoorspel Komt een vrouw bij de dokter. Het boek van Kluun dat ik bewerkte. Hoe je dat doet? Wat je kiest en waarom? Wat je uitgangspunt is?
Daarna kwam die vraag.
'En hoe schrijf jij?'
'Hoe schrijf ik?'
'Ja?'
'Eh? Gewoon, schrijven, en dan...' Ik zag mezelf steeds grotere gebaren maken tijdens het praten.
Net bedacht ik dus dat mijn eigen schrijven helemaal niet anders gaat dan het bewerken van een boek. Alleen ben ik dan de bewerker van mijn eigen materiaal. Het moet ook een eindje van je af staan, wil je het goed kunnen doen.
'Maar hóé doe je dat dan precies?' vraagt de imaginaire student nu.
'Watte?'
'Je eigen materiaal bewerken?'

dinsdag 25 november 2008

New York - Venlo

We gaan gelijk op, vriendin L. en ik, met ons mediaoptreden en onze prijzen.
Ik zat live in het Duizend Woorden radioprogramma in Hilversum, las het verhaal Vang Mij voor en ontving in mijn broekzak een sms-bericht.
Vriendin L. was op hetzelfde moment live in de televisiestudio in Aalsmeer. Miljoenen mensen zouden op die uitzending gaan afstemmen. Zo hoog waren de kijkcijfers nog nooit geweest. Vanuit de hele wereld zouden de cameraploegen toestromen. Elk journaal zou openen met haar hoofd. Maar dat wist toen nog niemand.
Tijdens de muziek, bekeek ik het berichtje : Ze is het echt!!! schreef het thuisfront.
Ze was het. Lisa van de donorshow. In mijn hoofd vielen de puzzelstukjes op z'n plaats. Haar geheimzinnige bezigheden van de afgelopen tijd.
Ik wist dat ik nieuws in m'n broekzak had, maar luisterde braaf het liedje uit en hoorde daarna een lange, trage verhandeling aan over mijn verhaal. Met lange, trage opmerkingen. En ik moest ook nog iets terugzeggen. Terwijl de hele wereld gefopt werd, en ik dat wist.

Nu is ze in New York omdat ze vannacht met het programma een Internationale Emmy Award gewonnen heeft, en mag ik zaterdag naar Venlo omdat ik een prijs won! De synchroniciteit is opvallend, nietwaar?

maandag 24 november 2008

Estafetteverhaal

Klik hier voor de eerste zes delen van het estafetteverhaal. Het schijnt uiteindelijk een geweldig, spannend en compact verhaal te zijn. (Ik ken het ook maar tot deel zes)

zondag 23 november 2008

Existentie aan de ontbijttafel (364)

'Sinterklaas is oud, hè?' merkt Jeetje plotseling op.
'Ja.'
'Heel oud?'
'Heel oud,' zeg ik.
'Maar hele oude mensen gaan toch dood?' Jeetje kijkt bezorgd.
'Sinterklaas gaat nooit dood,' zeg ik.
'Maar wat als álle kinderen dan dood zijn?' vraagt ze.
'Ja, dan gaat Sinterklaas ook,' zeg ik, 'want dan heeft hij geen reden meer om te bestaan.'
'Dan is het wel héél leeg in Amsterdam, hè? Als alle kinderen dood zijn.'
'Ja, maar dat gebeurt niet. Er komen steeds weer nieuwe kinderen.'
Ik doe mijn best zo nonchalant mogelijk te klinken en begin met veel geruststellend lawaai de tafel af te ruimen. Altijd die zware zaken aan het ontbijt.
'En zijn paard?' vraag Jeetje.
'Wat, liefje?'
'Gaat zijn paard ook niet dood of die wel?'

zaterdag 22 november 2008

Prijs

Ik dong mee naar een prijs. Maar ik wist niet dat ik meedong. Tot vandaag. Nu hoef ik de prijs alleen maar in ontvangst te gaan nemen. Dat is de manier waarop ik prijzen wil winnen. Niets longlist, shortlist. Je hoort het alleen als je gewonnen hebt.
Ik won de Nieuw Proza Prijs (voorheen Rabobank lenteprijs) voor mijn verhaal De Nomadensnaar dat in het literaire tijdschrift Lava stond.
In mijn boek heet het verhaal: Nomadensnaar. 'De' is ergens in het drukproces weggevallen. Dat heeft mij altijd stilletjes geërgerd. Ik wil de titel bij deze dan ook rehabiliteren. Als die tweede druk er komt, wordt het weer gewoon De Nomadensnaar.
Dat heeft het verhaal wel verdiend, vind ik.

vrijdag 21 november 2008

Tijd voor een nieuw boek

'Zo. Daar staan we dan,' zei een middelbare man aan de balie van de uitgeverij, voor de gelegenheid omgetoverd tot bar. Ik had mijn jas net opgehangen, en het eerste glas in handen.
'Ik was twaalf jaar bij mijn eerste vrouw,' zei hij, 'en nu alweer twintig jaar getrouwd met mijn tweede vrouw.'
'Dat is toch keurig netjes,' zei ik.
'Nietzsche heeft eens gezegd dat twintig jaar het maximum is. Dan moet je verder kijken.'
'O, jee.'
'Je moet het gewoon zien als een nieuw boek openslaan.'
'Dus jij ligt weer midden in een scheiding.'
'Dat zeg ik helemaal niet. Dat verband leg jij nu.
'Sorry, ik maak de gekste connecties.'