donderdag 4 december 2008

Aan Willem

Hoi, beste Willem,
'Wie is die Willem toch?' vragen mensen mij regelmatig, 'die Willem uit Wanssum.'
'Willem kómt niet uit Wanssum,' zeg ik dan.
'Precies! Die,' zeggen ze. 'Die altijd op je blog reageert.'
'Hij wel, ja,' zeg ik. 'Hij wel.'
'Waar ken jij hem van?'
Tot nu toe moest ik altijd zeggen dat ik jou nog nooit gezien had. Maar sinds afgelopen zaterdag is dat verleden tijd. Ik herkende je meteen. Mijn Willem. We stonden in de coulisse van het Lindenbergtheater. Rond middernacht. We kletsten. Je gaf me een flesje water. Je gaf Walter van den Berg een flesje water. En even later gaf je ook St. Paul water. We bloeiden op als bloemetjes.
Na mijn optreden hebben we nog een tijdje samen achter het gordijn gestaan. We luisterden naar Walter. Ik wist dat ik snel weg moest. Omdat de auto die mij naar huis bracht, wachtte. Ik vond dat jammer. Ik had veel langer daar met je willen staan luisteren. In het donker. Maar het was laat. En morgen weer een optreden. Van die dingen.
Liefs, Elke.
ps: Ik zit eraan te denken voortaan al mijn blogs aan jou te richten.

woensdag 3 december 2008

Vrolijke Flierefluiters

Vannacht dacht ik aan de Vrolijke Flierefluiter die ik ben geweest.
Ik maakte deel van een club van vier: De Vrolijke Flierefluiters. Brede witte elastieken met die naam erop geschreven, knelden om ons voorhoofd. Drukten onze gezichten in elkaar. De eerste bijeenkomst van de club, was bij een Vrolijke Flierefluiter thuis, in de garage.
We gingen op onderzoek uit. De Vrolijke Flierefluiters vonden al gauw een doos met boekjes. We begonnen ze koortsachtig door te bladeren. Blauw geaderde fallussen verrezen. Roze mensen kronkelden in vreemde bochten. De damp kwam van de boekjes af.
De tweede bijeenkomst van de Vrolijke Flierefluiters was weer daar, besloten we.
Door de achterdeur liepen we naar binnen, de elastieken al om, als indianen. De Vrolijke Flierefluiter zat nog te eten met haar familie - ze at met haar handen, viel mij op - toen haar vader ineens opstond.
'Kom, snel!' riep ze. Even later renden de Vrolijke Flierefluiters joelend door het huis. De vader schreeuwend achter ons aan. Door de voordeur ontsnapten we. Zij had geen jas aan. Maar zwoer dat ze het niet koud had.
We hielden de club die avond in het speeltuintje. Bij de glijbaan. We hielden het snel voor gezien, deze keer. En togen naar huis. Ik weet nog dat de Vrolijke Flierefluiter zonder jas ons uiteengaan probeerde te rekken. Maar we gingen. Elk naar ons eigen huis.

dinsdag 2 december 2008

Snik

Na alle aandacht, een dompertje. Mijn Dolaatje staat niet op de shortlist van de Debutantenprijs. Het zal voor haar bij de longlist blijven.

Band voor het leven

We hebben een half uur tijd in de coffeecompagnie. Om bij te kletsen.
We komen van oorsprong uit hetzelfde dorp. We zaten op dezelfde lagere school.
Wij weten over wie het gaat als we King Kong zeggen. Wij kunnen de gedichten nog opdreunen die we van hem uit ons hoofd moesten leren. Maar vooral zien we de jongen - dik, dyslectisch, van wie de moeder dood was - voor de klas staan stotteren. Omdat hij het gedicht wéér niet kende en King Kong hem altijd naar voren riep, en dan een 1 gaf. Of een 3. Wij hebben het meisje nog op ons netvlies dat door de meester op haar kop in de prullenbak werd gezet. Naast de lessenaar. Wij weten hoe het is om een half jaar achtereen te moeten borduren met handenarbeid. Aan een plaatje van een grijze muis achter een wandelwagen. En dan een 6- krijgen omdat de achterkant niet netjes is afgewerkt. (De jongens moesten figuurzagen.) Wij kennen meneer pastoor die ons dia's toonde van arme, zwarte kinderen met vliegen in hun ooghoeken, en opgeblazen buiken. Wij zagen hoe Hij ze aan het redden was. De pastoor was een echt goed mens. En dat konden wij misschien ook wel worden, later. Als we goed ons best deden. En goede cijfers haalden. En goed luisterden. Maar de vliegen, die joeg hij nooit weg uit die ogen.

maandag 1 december 2008

Blanco

Ik had dit weekend vijf optredens, in vier verschillende steden. Mijn werk werd twee keer publiekelijk geprezen. Op zaterdagavond door Siem Bakker, jurylid van de Nieuw Proza Prijs. En op zondagmiddag door Tommy Wieringa. Vannacht om 02.30 u werd ik er wakker van. Klaarwakker. Omdat ik niet wist niet waar ik met al die aandacht naartoe moest. Het was buitenproportioneel veel. Voor mijn doen. Ik breng het meest van mijn tijd alleen door, achter mijn computer.
Het was niet mis wat ze allemaal over mijn verhalen zeiden, echt niet. Alsof Elke Geurts iemand anders was.
Elke Geurts zat op een stoel en luisterde. Elke Geurts liep naar voren en sprak door een microfoon. Dat moet ze nog een beetje leren. Elke Geurts las voor. Elke Geurts nam een prijs in ontvangst. Elke Geurts signeerde haar boeken. Voor Maria, groetjes van Elke Geurts. Voor Johan, alle goeds, Elke Geurts. Voor Charles, leuk je hier weer te zien, Elke.
Vannacht moest ik al deze informatie in één keer verwerken. Dat was niet te doen. Totdat in het kamertje naast me - 04.00 u hebben we het over -, het zingen begon: 'Zwarte piet ging uit fietsen, toen klapte zijn band. Toen moest hij gaan lopen met de fiets aan zijn hand...'
Luisterend naar het verkouden stemgeluid van Jeetje, dommelde ik weer in.

Dit weekend zag Jeetje thuis overal zwarte handjes, en hoorde zwarte geluidjes. Als ik tussendoor thuis was, lag ik blanco op bed naar het plafond te kijken, of ik zat blanco in de keuken naar de nieuwe verwarmingsketel te staren.

vrijdag 28 november 2008

Komt dat zien!

28 November
DineZ PluZ, Utrecht
29 November
Knetterende Letteren, Steyl
Wintertuin, Nijmegen
30 November
Voorleesclub De Zwoegende Boezems presenteert:
De Zelfmoorduren Tussen Drie en Vijf.

Met deze keer:
Nico Dijkshoorn
Elke Geurts
Peter Middendorp
Tommy Wieringa
Muziek: The Hank Five
presentatie Carel Helder & David Vos

Zondag 30 november, aanvang 15.00
Café ’t Blaauwhooft
Hendrik Jonkerplein 1
Bickerseiland Amsterdam
telefoon 020 623 87 21
Toegang 5 euro

Woelige tijden

In Jeetjes ooghoeken verschijnen zwarte handjes, en soms een witte. Ze hoort paarden hinniken in de straten. En op de gekste momenten gestommel. In haar slaap woelt ze. En elke nacht wordt ze wakker omdat er een - lieve - man met een mijter bij haar in bed was komen liggen. 'Echt waar,' fluistert ze.
'Echt waar,' zeg ik.
Lang voor het licht is, begint het zingen al. Ernstig. Devoot. Het hele repertoire. En op de melodie van Jeetjes liederen, begin ik te denken. Aan de 'tournee'. En wat ik wanneer aanmoet. En wat ik wanneer voorlees. En of de trein wel rijdt. Dat ik via station Bijlmer moet. En of ik de weg wel terugvind. En hoe dat over twee weken zal gaan. En of ik het nieuwe boek ooit afkrijg. Ik tel de maanden die mij nog resten, en tel maar door.
'Je moet je eens leren focussen op wat er nu is,' zegt man, 'anders ga je nog denken aan de sokken die je volgende week maandag aan moet.'