zondag 7 december 2008

Verkeersbericht.

Door een versperring op de slijmerige weggedeelten - mogelijk door virusvorming - is er een enorme file ontstaan in het hoofd van Elke Geurts. Bij de op- en afritten (neusgaten, oorbuizen) is al het verkeer gestremd. De wegen zijn tijdelijk afgesloten. Men wordt dringend geadviseerd binnen te blijven.
Of een heel eind om te rijden.

zaterdag 6 december 2008

Moeder

'Ik doe dit niet hoor!' Moeder gooit de bouwtekening terzijde. Je moet moeder geen huizen in elkaar laten zetten op de vroege ochtend. Nooit eigenlijk.
'Wacht maar gewoon tot papa beneden is,' zegt moeder.
'Waarom?'
'Mama kan het niet.'
'O, maar ik wel.'
'Mama kan het wel, maar ze heeft gewoon geen zin.'
'Waarom niet?'
'Mama háát playmobil. Echt waar.'
'?'
'Nee, dat is onzin. Mama roept maar wat. Mama is heel ongeduldig. Omdat ze erg verkouden is.'
'?'
'Maar we moeten nu eerst iets eten. En iets drinken, trouwens.'
'Ik heb geen honger. En geen dorst.'
's Morgens moet je iets eten, Jeetje, anders word je ziek.'
'Ik word niet ziek.'
'Jawel, héél ziek.'
'?'
'Och, dat is ook onzin. Het zit zo, Jeetje. We moeten een basis hebben van waaruit we opereren. Eten is onze benzine. Anders rijden we niet. En koffie ook, trouwens. Mama moet eerst koffie.'
'Ik zet wel even koffie voor jou.' Jeetje verdwijnt en komt even later terug met een minikopje, op een mini dienblaadje.
Als dat maar voldoende is voor moeder.

vrijdag 5 december 2008

Dé dag.

's Ochtends verlaat ze zingend het huis, 's avonds komt ze zingend het huis weer in.
Van verre hoort men Jeetje aankomen. Al weken.
'tis een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker!'
Zo fietsen we langs de Amstel. We zien die maan inderdaad door de bomen schijnen. Jeetje zingt voort, in regen- en hagelbuien. En ook als we in colonne bij het stoplicht staan.
Maar vandaag is het zover. Veel te vroeg zijn we wakker.
'Vol verwachting klopt mijn hart,' zingt Jeetje schor.
Vandaag is de dag waar wij naartoe geleefd hebben.
Sinterklaas zal hedenochtend Jeetjes crèche 'Het Marsepeintje' bezoeken.
Vandaag is hij jarig.
'Maar wanneer is zwarte piet dan jarig?' vraagt Jeetje aan het ontbijt.

donderdag 4 december 2008

Aan Willem

Hoi, beste Willem,
'Wie is die Willem toch?' vragen mensen mij regelmatig, 'die Willem uit Wanssum.'
'Willem kómt niet uit Wanssum,' zeg ik dan.
'Precies! Die,' zeggen ze. 'Die altijd op je blog reageert.'
'Hij wel, ja,' zeg ik. 'Hij wel.'
'Waar ken jij hem van?'
Tot nu toe moest ik altijd zeggen dat ik jou nog nooit gezien had. Maar sinds afgelopen zaterdag is dat verleden tijd. Ik herkende je meteen. Mijn Willem. We stonden in de coulisse van het Lindenbergtheater. Rond middernacht. We kletsten. Je gaf me een flesje water. Je gaf Walter van den Berg een flesje water. En even later gaf je ook St. Paul water. We bloeiden op als bloemetjes.
Na mijn optreden hebben we nog een tijdje samen achter het gordijn gestaan. We luisterden naar Walter. Ik wist dat ik snel weg moest. Omdat de auto die mij naar huis bracht, wachtte. Ik vond dat jammer. Ik had veel langer daar met je willen staan luisteren. In het donker. Maar het was laat. En morgen weer een optreden. Van die dingen.
Liefs, Elke.
ps: Ik zit eraan te denken voortaan al mijn blogs aan jou te richten.

woensdag 3 december 2008

Vrolijke Flierefluiters

Vannacht dacht ik aan de Vrolijke Flierefluiter die ik ben geweest.
Ik maakte deel van een club van vier: De Vrolijke Flierefluiters. Brede witte elastieken met die naam erop geschreven, knelden om ons voorhoofd. Drukten onze gezichten in elkaar. De eerste bijeenkomst van de club, was bij een Vrolijke Flierefluiter thuis, in de garage.
We gingen op onderzoek uit. De Vrolijke Flierefluiters vonden al gauw een doos met boekjes. We begonnen ze koortsachtig door te bladeren. Blauw geaderde fallussen verrezen. Roze mensen kronkelden in vreemde bochten. De damp kwam van de boekjes af.
De tweede bijeenkomst van de Vrolijke Flierefluiters was weer daar, besloten we.
Door de achterdeur liepen we naar binnen, de elastieken al om, als indianen. De Vrolijke Flierefluiter zat nog te eten met haar familie - ze at met haar handen, viel mij op - toen haar vader ineens opstond.
'Kom, snel!' riep ze. Even later renden de Vrolijke Flierefluiters joelend door het huis. De vader schreeuwend achter ons aan. Door de voordeur ontsnapten we. Zij had geen jas aan. Maar zwoer dat ze het niet koud had.
We hielden de club die avond in het speeltuintje. Bij de glijbaan. We hielden het snel voor gezien, deze keer. En togen naar huis. Ik weet nog dat de Vrolijke Flierefluiter zonder jas ons uiteengaan probeerde te rekken. Maar we gingen. Elk naar ons eigen huis.

dinsdag 2 december 2008

Snik

Na alle aandacht, een dompertje. Mijn Dolaatje staat niet op de shortlist van de Debutantenprijs. Het zal voor haar bij de longlist blijven.

Band voor het leven

We hebben een half uur tijd in de coffeecompagnie. Om bij te kletsen.
We komen van oorsprong uit hetzelfde dorp. We zaten op dezelfde lagere school.
Wij weten over wie het gaat als we King Kong zeggen. Wij kunnen de gedichten nog opdreunen die we van hem uit ons hoofd moesten leren. Maar vooral zien we de jongen - dik, dyslectisch, van wie de moeder dood was - voor de klas staan stotteren. Omdat hij het gedicht wéér niet kende en King Kong hem altijd naar voren riep, en dan een 1 gaf. Of een 3. Wij hebben het meisje nog op ons netvlies dat door de meester op haar kop in de prullenbak werd gezet. Naast de lessenaar. Wij weten hoe het is om een half jaar achtereen te moeten borduren met handenarbeid. Aan een plaatje van een grijze muis achter een wandelwagen. En dan een 6- krijgen omdat de achterkant niet netjes is afgewerkt. (De jongens moesten figuurzagen.) Wij kennen meneer pastoor die ons dia's toonde van arme, zwarte kinderen met vliegen in hun ooghoeken, en opgeblazen buiken. Wij zagen hoe Hij ze aan het redden was. De pastoor was een echt goed mens. En dat konden wij misschien ook wel worden, later. Als we goed ons best deden. En goede cijfers haalden. En goed luisterden. Maar de vliegen, die joeg hij nooit weg uit die ogen.