1.'Kan een papa ook weleens een meisje zijn?' vraagt Jeetje.
'Nee, dat kan niet.'
'Waarom kan dat niet?'
'Papa's hebben piemels. Mama's hebben vagina's. Altijd.'
Zo duid ik even - glashelder - het verschil tussen de papa's en de mama's. (En daarmee de ongelijkheid. De strijd. Het eeuwige conflict. De liefde. Samensmelting.)
'Mammie?' vraagt Jeetje.
2. Alice Munro - De liefde van een goede vrouw, Stilte - er weer op nageslagen. Verhalen die lezen als korte romans. Verhalen die heen en weer schieten in de tijd. Gecomprimeerd. Doordacht. Intelligent. Suggestief. Subtiel. Deze Canadese schrijfster was een grote inspiratiebron toen ik H.B.V.D.K schreef. Zo iemand die een luikje opende en daarmee zicht gaf op een heel nieuwe wereld. Nu lijkt ze het opnieuw te gaan doen.
3. Ik ben nog steeds afgeschermd van de buitenwereld. En wil dat ook graag tegen iedereen vertellen. Ik snap onze oude bovenbuurvrouw wel. Nooit oordelen over mensen, voor je het weet ben je zelf doof. Misschien gaan mijn oren nooit meer open.
4. Jeetje noemt me nu al de hele dag 'Mammie.'
donderdag 11 december 2008
woensdag 10 december 2008
Lachen
Ik kan in normale doen al ternauwernood nadenken. En alles onder controle houden. Nu vliegen mijn gedachten helemaal de pan uit.
De dokter zegt dat mijn bijholtes ontstoken zijn. Is het hele lichaam geen grote bijholte? Ik heb antibiotica gekregen. Maar ik heb geen zin en vooral geen tijd om ziek te zijn. Het maakt me nerveus. Omdat de tijd verstrijkt. En ik erbij zit en ernaar kijk vanuit de cocon die mijn hoofd is. Nu valt me pas goed op hoe levenslustig zo'n kind eigenlijk is. En hoe aanwezig. Hoeveel lawaai het maakt. Al hoor ik alles gedempt. Moet je nagaan. Het zit ook geen seconde stil. Je zou moeten zien hoe het hier tegenover me aan tafel zit te schateren. Zo heb ik eigenlijk allang niet meer gelachen. Met die intensiteit.
De dokter zegt dat mijn bijholtes ontstoken zijn. Is het hele lichaam geen grote bijholte? Ik heb antibiotica gekregen. Maar ik heb geen zin en vooral geen tijd om ziek te zijn. Het maakt me nerveus. Omdat de tijd verstrijkt. En ik erbij zit en ernaar kijk vanuit de cocon die mijn hoofd is. Nu valt me pas goed op hoe levenslustig zo'n kind eigenlijk is. En hoe aanwezig. Hoeveel lawaai het maakt. Al hoor ik alles gedempt. Moet je nagaan. Het zit ook geen seconde stil. Je zou moeten zien hoe het hier tegenover me aan tafel zit te schateren. Zo heb ik eigenlijk allang niet meer gelachen. Met die intensiteit.
dinsdag 9 december 2008
Schrijvers en dokters
Jeetje (3) heeft drie dokterskoffers gekregen van sinterklaas. De goede man voedt haar obsessie met leven en dood. Nu loopt ze standaard met stethoscopen rond haar nek. De poppen en ik worden verbonden, ingespoten, gedotterd. De pinguinknuffel kon helaas niet meer gered worden.
'Maak 'm maar even beter,' zeg ik.
'Dood is dood!' zeg Jeetje. 'Dan kun je niet meer levend worden.'
Gezamenlijk zoeken we een kistje.
Toen ze twee was begon haar roeping. Al probeer ik haar blik regelmatig te verruimen: 'je kunt bijvoorbeeld ook kunstschilder worden, Jeetje, of danseres, of circusartiest?'
'Ik word dokter, mama.'
'Je gaat eerst maar eens naar de basisschool, liefje.'
'Ik wil meteen naar de dokter-school.'
Ik ben bang dat die roeping serieus is. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik schrijver wilde worden. Eigenlijk had ik geen keuze. Het lijkt alsof Jeetje ook geen keuze heeft.
Maar wat drijft haar nu?
Jeetje plakt de pleisters maar de pleisters mogen niet op haar geplakt worden.
Jeetje is nooit ziek, ook als ze wel ziek is. Jeetje geneest de zieken, opdat zij zelf nooit ziek wordt. Ze leeft in de veronderstelling dat dokters niet ziek worden, geen pijn hebben en nooit doodgaan. Zou ik iets dergelijks ook met schrijvers hebben gehad?
'Maak 'm maar even beter,' zeg ik.
'Dood is dood!' zeg Jeetje. 'Dan kun je niet meer levend worden.'
Gezamenlijk zoeken we een kistje.
Toen ze twee was begon haar roeping. Al probeer ik haar blik regelmatig te verruimen: 'je kunt bijvoorbeeld ook kunstschilder worden, Jeetje, of danseres, of circusartiest?'
'Ik word dokter, mama.'
'Je gaat eerst maar eens naar de basisschool, liefje.'
'Ik wil meteen naar de dokter-school.'
Ik ben bang dat die roeping serieus is. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik schrijver wilde worden. Eigenlijk had ik geen keuze. Het lijkt alsof Jeetje ook geen keuze heeft.
Maar wat drijft haar nu?
Jeetje plakt de pleisters maar de pleisters mogen niet op haar geplakt worden.
Jeetje is nooit ziek, ook als ze wel ziek is. Jeetje geneest de zieken, opdat zij zelf nooit ziek wordt. Ze leeft in de veronderstelling dat dokters niet ziek worden, geen pijn hebben en nooit doodgaan. Zou ik iets dergelijks ook met schrijvers hebben gehad?
maandag 8 december 2008
De jonggestorvenen
Ik las de laatste stukjes van Jan van Mersbergen op een rij. Ik ken niet zoveel jong gestorvenen - misschien wel geen - dacht ik, en meteen reed er een dikke jongen in rolstoel door mijn beeld. Hij scheurde door de gangen van school. Met een vette grijns op zijn gezicht. En een baseballpet op zijn kop. Op een dag waren zijn benen weg. Maar hij bleef gewoon luidruchtig en maakte grapjes waar hij zelf smakelijk om lachte. Hij zwaaide naar me en riep altijd: Hee Gurts!
En ik riep Hee Gurts terug. Omdat zijn achternaam op die van mij leek. Maar je spelde het anders. Op een dag was hij helemaal weg. Uit het plaatje verdwenen. En gingen de lessen gewoon door. En mijn leven ook. En ik vergat hem.
Tot hij net weer naar me zwaaide Hee Gurts, je kent mij, toch! En die en die en die en die... Hij lachte er hard bij en was niets veranderd.
En ik riep Hee Gurts terug. Omdat zijn achternaam op die van mij leek. Maar je spelde het anders. Op een dag was hij helemaal weg. Uit het plaatje verdwenen. En gingen de lessen gewoon door. En mijn leven ook. En ik vergat hem.
Tot hij net weer naar me zwaaide Hee Gurts, je kent mij, toch! En die en die en die en die... Hij lachte er hard bij en was niets veranderd.
zondag 7 december 2008
Verkeersbericht.
Door een versperring op de slijmerige weggedeelten - mogelijk door virusvorming - is er een enorme file ontstaan in het hoofd van Elke Geurts. Bij de op- en afritten (neusgaten, oorbuizen) is al het verkeer gestremd. De wegen zijn tijdelijk afgesloten. Men wordt dringend geadviseerd binnen te blijven.
Of een heel eind om te rijden.
Of een heel eind om te rijden.
zaterdag 6 december 2008
Moeder
'Ik doe dit niet hoor!' Moeder gooit de bouwtekening terzijde. Je moet moeder geen huizen in elkaar laten zetten op de vroege ochtend. Nooit eigenlijk.
'Wacht maar gewoon tot papa beneden is,' zegt moeder.
'Waarom?'
'Mama kan het niet.'
'O, maar ik wel.'
'Mama kan het wel, maar ze heeft gewoon geen zin.'
'Waarom niet?'
'Mama háát playmobil. Echt waar.'
'?'
'Nee, dat is onzin. Mama roept maar wat. Mama is heel ongeduldig. Omdat ze erg verkouden is.'
'?'
'Maar we moeten nu eerst iets eten. En iets drinken, trouwens.'
'Ik heb geen honger. En geen dorst.'
's Morgens moet je iets eten, Jeetje, anders word je ziek.'
'Ik word niet ziek.'
'Jawel, héél ziek.'
'?'
'Och, dat is ook onzin. Het zit zo, Jeetje. We moeten een basis hebben van waaruit we opereren. Eten is onze benzine. Anders rijden we niet. En koffie ook, trouwens. Mama moet eerst koffie.'
'Ik zet wel even koffie voor jou.' Jeetje verdwijnt en komt even later terug met een minikopje, op een mini dienblaadje.
Als dat maar voldoende is voor moeder.
'Wacht maar gewoon tot papa beneden is,' zegt moeder.
'Waarom?'
'Mama kan het niet.'
'O, maar ik wel.'
'Mama kan het wel, maar ze heeft gewoon geen zin.'
'Waarom niet?'
'Mama háát playmobil. Echt waar.'
'?'
'Nee, dat is onzin. Mama roept maar wat. Mama is heel ongeduldig. Omdat ze erg verkouden is.'
'?'
'Maar we moeten nu eerst iets eten. En iets drinken, trouwens.'
'Ik heb geen honger. En geen dorst.'
's Morgens moet je iets eten, Jeetje, anders word je ziek.'
'Ik word niet ziek.'
'Jawel, héél ziek.'
'?'
'Och, dat is ook onzin. Het zit zo, Jeetje. We moeten een basis hebben van waaruit we opereren. Eten is onze benzine. Anders rijden we niet. En koffie ook, trouwens. Mama moet eerst koffie.'
'Ik zet wel even koffie voor jou.' Jeetje verdwijnt en komt even later terug met een minikopje, op een mini dienblaadje.
Als dat maar voldoende is voor moeder.
vrijdag 5 december 2008
Dé dag.
's Ochtends verlaat ze zingend het huis, 's avonds komt ze zingend het huis weer in.
Van verre hoort men Jeetje aankomen. Al weken.
'tis een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker!'
Zo fietsen we langs de Amstel. We zien die maan inderdaad door de bomen schijnen. Jeetje zingt voort, in regen- en hagelbuien. En ook als we in colonne bij het stoplicht staan.
Maar vandaag is het zover. Veel te vroeg zijn we wakker.
'Vol verwachting klopt mijn hart,' zingt Jeetje schor.
Vandaag is de dag waar wij naartoe geleefd hebben.
Sinterklaas zal hedenochtend Jeetjes crèche 'Het Marsepeintje' bezoeken.
Vandaag is hij jarig.
'Maar wanneer is zwarte piet dan jarig?' vraagt Jeetje aan het ontbijt.
Van verre hoort men Jeetje aankomen. Al weken.
'tis een vreemdeling zeker, die verdwaald is zeker!'
Zo fietsen we langs de Amstel. We zien die maan inderdaad door de bomen schijnen. Jeetje zingt voort, in regen- en hagelbuien. En ook als we in colonne bij het stoplicht staan.
Maar vandaag is het zover. Veel te vroeg zijn we wakker.
'Vol verwachting klopt mijn hart,' zingt Jeetje schor.
Vandaag is de dag waar wij naartoe geleefd hebben.
Sinterklaas zal hedenochtend Jeetjes crèche 'Het Marsepeintje' bezoeken.
Vandaag is hij jarig.
'Maar wanneer is zwarte piet dan jarig?' vraagt Jeetje aan het ontbijt.
Abonneren op:
Posts (Atom)