De ochtend na het optreden in de Desmet Studio's. De ochtend na een zenuwslopende zondag. Al deed ik heel gewoon. Ik weet niet waar die zenuwen vandaan kwamen, maar ik had ze. De hele zondag lang bereidde ik me voor. Ik wist niet precies waarop. Misschien was dat het.
Ik ken wel zenuwen voor een optreden, maar meestal beginnen die een half uur van tevoren pas echt. En bereiken ze een hoogtepunt als ik over tien minuten het podium op moet. Dan begint het malen: Waarom? Waarom doe ik dit? Waar slaat dit op? Wat als ik met microfoon en al het publiek in val, mijn enkel verzwik als ik aan kom lopen en wat als mijn handen zo trillen dat ik geen blad vast kan houden? Wat als mijn bloes plotseling openvalt en ik heb het niet in de gaten?
Dan begint het zoeken naar de nooduitgang, die er niet is. Of te ver weg om nog ooit te bereiken. De nachtmerrie.
Nu had ik 'het' de hele zondag. Jeetje (3) moest een paar keer huilen van de spanning die mij constant vergezelde. Hoe ongedwongen ik me ook voordeed. Hoe ongemerkt ik mijn avondeten ook de prullenbak in moffelde. 'Ze' voelen alles.
Op de fiets ernaartoe, zag ik voor het eerst ook de lol ervan in. Hier gaat Elke G. Het moet een merkwaardig schaap zijn dat zélf naar de slachtbank fietst.
Toen ik des avonds het café van Desmet binnenstapte, was het rete-druk. Ik zag overal schrijvers en bekenden van gezicht. Sommigen waren workshops aan het geven, anderen stonden bij de bar. Ook ik ging in de rij bij de bar staan. Om een koffie te bestellen. Maar ik kwam nooit aan de beurt. Ik bleef maar de laatste van de rij. Met mijn bonnetje. Ik was zojuist waarschijnlijk onzichtbaar geworden. Wat een pech. Nu net.
'Hé, jij moet dadelijk echt optreden,' merkte een collega in het voorbijgaan op. 'Je kunt het.' Er werd - bemoedigend - op mijn smalle schoudertjes geramd. (Wat een opluchting, ik bestond nog.) Ik knikte zwak. Ik ging optreden. Net als Thomas Verbogt, Eva Maria Staal, Tommy Wieringa, Joost Zwagerman en Arnon Grunberg aan de telefoon. Een glansrijtje. En ik stond daartussen. Op deze eerste Avond Van Het Korte Verhaal.
Even later had ik zelfs een koffie in handen.
En weer iets later zat ik vooraan in de zaal, met een glaasje water, vlakbij het hoge podium - dat ik weldra moest zien te beklimmen. Ik keek naar Marike Jager die het ook gelukt was, en luisterde naar haar geweldige muziek.
De uitzending was begonnen. Ik moest binnen niet al te lange tijd op. Een vreemde kalmte - van het ijzige, volhardende soort - overviel me.
Luistert u allen aanstaande vrijdag, van 20.00 u tot 22.00 u bij de Avonden op radio 6, hoe dit afloopt....
maandag 15 december 2008
vrijdag 12 december 2008
Afzien!
Vanaf zijn gouden zetel in Spanje - tussen de fruitbomen - kijkt Hij naar Jeetje in het koude Amsterdam, met een glimlach om zijn mond, en knikt daarbij goedkeurend omdat Hij ziet dat Jeetje besluit haar boterham met appelstroop tóch op te eten. Dat doet Hem goed, ontzettend goed, hij wordt pas echt gelukkig als zij een boterham eet, dus eet Jeetje. Om Hem gelukkig te maken. Haar toeschouwer.
Morgen met zuurkool proberen. Geloven moet tenslotte afzien zijn. Dat moet Jeetje ook leren.
Morgen met zuurkool proberen. Geloven moet tenslotte afzien zijn. Dat moet Jeetje ook leren.
De avond van het korte verhaal
Een leuk literair evenement zondag in Desmet , of te beluisteren op radio 6. En ook ik zal een kort verhaal voorlezen!
donderdag 11 december 2008
4 dingen
1.'Kan een papa ook weleens een meisje zijn?' vraagt Jeetje.
'Nee, dat kan niet.'
'Waarom kan dat niet?'
'Papa's hebben piemels. Mama's hebben vagina's. Altijd.'
Zo duid ik even - glashelder - het verschil tussen de papa's en de mama's. (En daarmee de ongelijkheid. De strijd. Het eeuwige conflict. De liefde. Samensmelting.)
'Mammie?' vraagt Jeetje.
2. Alice Munro - De liefde van een goede vrouw, Stilte - er weer op nageslagen. Verhalen die lezen als korte romans. Verhalen die heen en weer schieten in de tijd. Gecomprimeerd. Doordacht. Intelligent. Suggestief. Subtiel. Deze Canadese schrijfster was een grote inspiratiebron toen ik H.B.V.D.K schreef. Zo iemand die een luikje opende en daarmee zicht gaf op een heel nieuwe wereld. Nu lijkt ze het opnieuw te gaan doen.
3. Ik ben nog steeds afgeschermd van de buitenwereld. En wil dat ook graag tegen iedereen vertellen. Ik snap onze oude bovenbuurvrouw wel. Nooit oordelen over mensen, voor je het weet ben je zelf doof. Misschien gaan mijn oren nooit meer open.
4. Jeetje noemt me nu al de hele dag 'Mammie.'
'Nee, dat kan niet.'
'Waarom kan dat niet?'
'Papa's hebben piemels. Mama's hebben vagina's. Altijd.'
Zo duid ik even - glashelder - het verschil tussen de papa's en de mama's. (En daarmee de ongelijkheid. De strijd. Het eeuwige conflict. De liefde. Samensmelting.)
'Mammie?' vraagt Jeetje.
2. Alice Munro - De liefde van een goede vrouw, Stilte - er weer op nageslagen. Verhalen die lezen als korte romans. Verhalen die heen en weer schieten in de tijd. Gecomprimeerd. Doordacht. Intelligent. Suggestief. Subtiel. Deze Canadese schrijfster was een grote inspiratiebron toen ik H.B.V.D.K schreef. Zo iemand die een luikje opende en daarmee zicht gaf op een heel nieuwe wereld. Nu lijkt ze het opnieuw te gaan doen.
3. Ik ben nog steeds afgeschermd van de buitenwereld. En wil dat ook graag tegen iedereen vertellen. Ik snap onze oude bovenbuurvrouw wel. Nooit oordelen over mensen, voor je het weet ben je zelf doof. Misschien gaan mijn oren nooit meer open.
4. Jeetje noemt me nu al de hele dag 'Mammie.'
woensdag 10 december 2008
Lachen
Ik kan in normale doen al ternauwernood nadenken. En alles onder controle houden. Nu vliegen mijn gedachten helemaal de pan uit.
De dokter zegt dat mijn bijholtes ontstoken zijn. Is het hele lichaam geen grote bijholte? Ik heb antibiotica gekregen. Maar ik heb geen zin en vooral geen tijd om ziek te zijn. Het maakt me nerveus. Omdat de tijd verstrijkt. En ik erbij zit en ernaar kijk vanuit de cocon die mijn hoofd is. Nu valt me pas goed op hoe levenslustig zo'n kind eigenlijk is. En hoe aanwezig. Hoeveel lawaai het maakt. Al hoor ik alles gedempt. Moet je nagaan. Het zit ook geen seconde stil. Je zou moeten zien hoe het hier tegenover me aan tafel zit te schateren. Zo heb ik eigenlijk allang niet meer gelachen. Met die intensiteit.
De dokter zegt dat mijn bijholtes ontstoken zijn. Is het hele lichaam geen grote bijholte? Ik heb antibiotica gekregen. Maar ik heb geen zin en vooral geen tijd om ziek te zijn. Het maakt me nerveus. Omdat de tijd verstrijkt. En ik erbij zit en ernaar kijk vanuit de cocon die mijn hoofd is. Nu valt me pas goed op hoe levenslustig zo'n kind eigenlijk is. En hoe aanwezig. Hoeveel lawaai het maakt. Al hoor ik alles gedempt. Moet je nagaan. Het zit ook geen seconde stil. Je zou moeten zien hoe het hier tegenover me aan tafel zit te schateren. Zo heb ik eigenlijk allang niet meer gelachen. Met die intensiteit.
dinsdag 9 december 2008
Schrijvers en dokters
Jeetje (3) heeft drie dokterskoffers gekregen van sinterklaas. De goede man voedt haar obsessie met leven en dood. Nu loopt ze standaard met stethoscopen rond haar nek. De poppen en ik worden verbonden, ingespoten, gedotterd. De pinguinknuffel kon helaas niet meer gered worden.
'Maak 'm maar even beter,' zeg ik.
'Dood is dood!' zeg Jeetje. 'Dan kun je niet meer levend worden.'
Gezamenlijk zoeken we een kistje.
Toen ze twee was begon haar roeping. Al probeer ik haar blik regelmatig te verruimen: 'je kunt bijvoorbeeld ook kunstschilder worden, Jeetje, of danseres, of circusartiest?'
'Ik word dokter, mama.'
'Je gaat eerst maar eens naar de basisschool, liefje.'
'Ik wil meteen naar de dokter-school.'
Ik ben bang dat die roeping serieus is. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik schrijver wilde worden. Eigenlijk had ik geen keuze. Het lijkt alsof Jeetje ook geen keuze heeft.
Maar wat drijft haar nu?
Jeetje plakt de pleisters maar de pleisters mogen niet op haar geplakt worden.
Jeetje is nooit ziek, ook als ze wel ziek is. Jeetje geneest de zieken, opdat zij zelf nooit ziek wordt. Ze leeft in de veronderstelling dat dokters niet ziek worden, geen pijn hebben en nooit doodgaan. Zou ik iets dergelijks ook met schrijvers hebben gehad?
'Maak 'm maar even beter,' zeg ik.
'Dood is dood!' zeg Jeetje. 'Dan kun je niet meer levend worden.'
Gezamenlijk zoeken we een kistje.
Toen ze twee was begon haar roeping. Al probeer ik haar blik regelmatig te verruimen: 'je kunt bijvoorbeeld ook kunstschilder worden, Jeetje, of danseres, of circusartiest?'
'Ik word dokter, mama.'
'Je gaat eerst maar eens naar de basisschool, liefje.'
'Ik wil meteen naar de dokter-school.'
Ik ben bang dat die roeping serieus is. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik schrijver wilde worden. Eigenlijk had ik geen keuze. Het lijkt alsof Jeetje ook geen keuze heeft.
Maar wat drijft haar nu?
Jeetje plakt de pleisters maar de pleisters mogen niet op haar geplakt worden.
Jeetje is nooit ziek, ook als ze wel ziek is. Jeetje geneest de zieken, opdat zij zelf nooit ziek wordt. Ze leeft in de veronderstelling dat dokters niet ziek worden, geen pijn hebben en nooit doodgaan. Zou ik iets dergelijks ook met schrijvers hebben gehad?
maandag 8 december 2008
De jonggestorvenen
Ik las de laatste stukjes van Jan van Mersbergen op een rij. Ik ken niet zoveel jong gestorvenen - misschien wel geen - dacht ik, en meteen reed er een dikke jongen in rolstoel door mijn beeld. Hij scheurde door de gangen van school. Met een vette grijns op zijn gezicht. En een baseballpet op zijn kop. Op een dag waren zijn benen weg. Maar hij bleef gewoon luidruchtig en maakte grapjes waar hij zelf smakelijk om lachte. Hij zwaaide naar me en riep altijd: Hee Gurts!
En ik riep Hee Gurts terug. Omdat zijn achternaam op die van mij leek. Maar je spelde het anders. Op een dag was hij helemaal weg. Uit het plaatje verdwenen. En gingen de lessen gewoon door. En mijn leven ook. En ik vergat hem.
Tot hij net weer naar me zwaaide Hee Gurts, je kent mij, toch! En die en die en die en die... Hij lachte er hard bij en was niets veranderd.
En ik riep Hee Gurts terug. Omdat zijn achternaam op die van mij leek. Maar je spelde het anders. Op een dag was hij helemaal weg. Uit het plaatje verdwenen. En gingen de lessen gewoon door. En mijn leven ook. En ik vergat hem.
Tot hij net weer naar me zwaaide Hee Gurts, je kent mij, toch! En die en die en die en die... Hij lachte er hard bij en was niets veranderd.
Abonneren op:
Posts (Atom)