vrijdag 19 december 2008

Werkelijkheid eerst!

Net zat ik nog achter mijn bureau, mijn koele flexplek boven, hoog in de lucht - mijn hoofd steekt bijna door het dakraam heen - te schrijven. Diep na te denken over de twee tijden in mijn verhaal, wat ik in welke volgorde zet.
Het volgende moment sta ik hier, in het kunstlicht, in een bloedheet souterrain, met een naakt baby'tje van twee kilo voor me op een aankleedkussen, en een muizentruitje in mijn hand. Het kussen is nog van ons geweest. Ik moet zulke armpjes toch eerder door zulke mouwtjes gekregen hebben. Het baby'tje doet haar oogjes open.
Dit is de werkelijkheid, man. Dit is de werkelijkheid, zeg ik tegen mezelf. En dit is de volgorde.

donderdag 18 december 2008

Jeetje gaat trouwen

'Ik ga later met Luuk trouwen', zegt Jeetje.
'O, ja. Wat leuk.'
'Ja, dan krijgen we twee baby's. Een jongen en een meisje. Luuk krijgt de jongen. Ik het meisje.'
'Luuk kan geen baby's krijgen. Luuk is een jongen.'
'LUUK WEL.'
'Luuk ook niet.'
'Dat heeft hij ZELF gezegd. Hij kan WEL baby's krijgen,' zegt Jeetje boos.
'Oké, oké,' zeg ik. 'Luuk wel. Maar hij is dan ook echt de enige jongen die daartoe in staat is.'
Jeetje is gerustgesteld. Als hij de enige is die baby's kan krijgen, heeft ze meteen de goeie getroffen.
'Mama, waarom moet ik eigenlijk ergens anders gaan wonen als ik ga trouwen?'
Ze luistert aandachtig naar mijn uitleg over dat je op een gegeven moment je vleugels uit wil slaan. Dat je er echt aan toe bent om uit het ouderlijk huis te vertrekken. En je ouders niet meer steeds hoeft te zien. Maar dat dat moment voor haar nog best even duurt, omdat ze nog maar 3,5 is.
'Ik wil NU met Luuk in een eigen huis gaan wonen.' Jeetje staat op en pakt haar roze koffertje.

woensdag 17 december 2008

Hoera!

Ik druk op de bel. Eergisteravond was ik hier ook op de thee. Hij hing toen boven een bak kokend water, een handdoek over zijn kop, chagrijnig mompelend. Zij zat op de hoek van de bank. De rust zelve. Ik met een deken om me heen naast haar. We kletsten over van alles. Het zou nog weken duren.
Het is dezelfde hoek waar ik haar dadelijk aan zal treffen. En ik zal ook op dezelfde plek zitten. Met een piepklein meisje, in een dekentje, in mijn armen.
Maar dat weet ik nu nog niet. Nu sta ik nog voor de deur. Met mijn hoed op. Een tas vol cadeaus in mijn hand. Onderweg hier naartoe dacht ik aan de keren dat ik door de stad naar vriendinnen fietste. En hoe die vriendinnen ook ooit naar mij gefietst waren. En dat ik altijd weer vreemd bang ben voor de totale metamorfose. Zal alles anders zijn? Herken ik haar nog wel?
Hij doet open. Ik herken hem. Ook die blik in zijn ogen. Die heb ik vaker gezien bij jonge vaders. Zacht, doch zeer alert. Diep gelukkig, kan ik er alleen maar van zeggen.
'Heb je een feesthoed opgezet?' roept hij. 'Wil je champagne en slagroomtaart?'
Als ik de kamer binnenkom, zit zij daar. Alsof het gewoon is. Maar nu rust er iets op haar buik, in plaats van erin. We kijken elkaar aan. Moeders. Merkwaardig veranderd en precies hetzelfde gebleven.

dinsdag 16 december 2008

Aan het ontbijt

'Ik ben allang niet meer in het zwembad geweest,' merkt Jeetje op.
'Daar heb je gelijk in.'
'Ik wil nu...'
'Het is vandaag dinsdag.'
'O, dan ga ik naar de crèche, hè?'
'Ja.'
'Is het zwembad nu leeg?' vraagt ze.
'Weet je dat je zelfs een keer op zwemles mag?' Ik verander het onderwerp ietsje.
'Ik kàn al zwemmen.' Ik zie de pruillip opkomen.
'Je kunt nog niet zwemmen zonder bandjes, Jeetje.'
'Ik kan wèl zwemmen zonder bandjes.' De pruillip wordt groter. Haar hele gezicht rood. Een onderdrukte snik. Tot Jeetje barst van verontwaardiging. Dikke tranen rollen over haar wangen. Omdat ze dus wel kan zwemmen zonder bandjes.
'Dat heb ik weleens met papa gedaan en niet met jou! Jij hebt het gewoon nog niet gezien!' Ze meent het. Of het is een ijzersterk actrice.
'Oké, oké. Jij kunt wel zwemmen zonder bandjes, schatje.'
'Anders schiet ik jou dood. In een gloeiend hete pan.'
'Dat zou ik niet leuk vinden.'
'Ik koop een pistool.'
'Dat kun je niet zomaar kopen hoor.'
'WEL.'
'Waar dan? In de Albert Heijn?'
'In de pistolenwinkel.' Jeetje snikt nog na.

maandag 15 december 2008

Kalmte

De ochtend na het optreden in de Desmet Studio's. De ochtend na een zenuwslopende zondag. Al deed ik heel gewoon. Ik weet niet waar die zenuwen vandaan kwamen, maar ik had ze. De hele zondag lang bereidde ik me voor. Ik wist niet precies waarop. Misschien was dat het.
Ik ken wel zenuwen voor een optreden, maar meestal beginnen die een half uur van tevoren pas echt. En bereiken ze een hoogtepunt als ik over tien minuten het podium op moet. Dan begint het malen: Waarom? Waarom doe ik dit? Waar slaat dit op? Wat als ik met microfoon en al het publiek in val, mijn enkel verzwik als ik aan kom lopen en wat als mijn handen zo trillen dat ik geen blad vast kan houden? Wat als mijn bloes plotseling openvalt en ik heb het niet in de gaten?
Dan begint het zoeken naar de nooduitgang, die er niet is. Of te ver weg om nog ooit te bereiken. De nachtmerrie.
Nu had ik 'het' de hele zondag. Jeetje (3) moest een paar keer huilen van de spanning die mij constant vergezelde. Hoe ongedwongen ik me ook voordeed. Hoe ongemerkt ik mijn avondeten ook de prullenbak in moffelde. 'Ze' voelen alles.
Op de fiets ernaartoe, zag ik voor het eerst ook de lol ervan in. Hier gaat Elke G. Het moet een merkwaardig schaap zijn dat zélf naar de slachtbank fietst.
Toen ik des avonds het café van Desmet binnenstapte, was het rete-druk. Ik zag overal schrijvers en bekenden van gezicht. Sommigen waren workshops aan het geven, anderen stonden bij de bar. Ook ik ging in de rij bij de bar staan. Om een koffie te bestellen. Maar ik kwam nooit aan de beurt. Ik bleef maar de laatste van de rij. Met mijn bonnetje. Ik was zojuist waarschijnlijk onzichtbaar geworden. Wat een pech. Nu net.
'Hé, jij moet dadelijk echt optreden,' merkte een collega in het voorbijgaan op. 'Je kunt het.' Er werd - bemoedigend - op mijn smalle schoudertjes geramd. (Wat een opluchting, ik bestond nog.) Ik knikte zwak. Ik ging optreden. Net als Thomas Verbogt, Eva Maria Staal, Tommy Wieringa, Joost Zwagerman en Arnon Grunberg aan de telefoon. Een glansrijtje. En ik stond daartussen. Op deze eerste Avond Van Het Korte Verhaal.
Even later had ik zelfs een koffie in handen.
En weer iets later zat ik vooraan in de zaal, met een glaasje water, vlakbij het hoge podium - dat ik weldra moest zien te beklimmen. Ik keek naar Marike Jager die het ook gelukt was, en luisterde naar haar geweldige muziek.
De uitzending was begonnen. Ik moest binnen niet al te lange tijd op. Een vreemde kalmte - van het ijzige, volhardende soort - overviel me.

Luistert u allen aanstaande vrijdag, van 20.00 u tot 22.00 u bij de Avonden op radio 6, hoe dit afloopt....

vrijdag 12 december 2008

Afzien!

Vanaf zijn gouden zetel in Spanje - tussen de fruitbomen - kijkt Hij naar Jeetje in het koude Amsterdam, met een glimlach om zijn mond, en knikt daarbij goedkeurend omdat Hij ziet dat Jeetje besluit haar boterham met appelstroop tóch op te eten. Dat doet Hem goed, ontzettend goed, hij wordt pas echt gelukkig als zij een boterham eet, dus eet Jeetje. Om Hem gelukkig te maken. Haar toeschouwer.
Morgen met zuurkool proberen. Geloven moet tenslotte afzien zijn. Dat moet Jeetje ook leren.

De avond van het korte verhaal

Een leuk literair evenement zondag in Desmet , of te beluisteren op radio 6. En ook ik zal een kort verhaal voorlezen!