vrijdag 13 februari 2009

De kapster

'Maar morgen is het Valentijnsdag,' zei de kapster, 'werk jij op Valentijnsdag?'
'Nou, werken,' zei ik, 'wèrken, wèrken. Ik ga ergens voorlezen.'
'O.'
'Ja, dan zal de zaal dus wel vol verliefde stelletjes zitten.'
'Waar?'
'Op Festival Mooie Woorden.'
'Uit je boek.'
'Ja.'
'Vind je dat niet eng?'
'Jawel.'
'Lijkt me ook.'
Stilte. Ik vraag me weer af of ze nou zwanger is of niet. En of ik daar niet iets vriendelijks over moet zeggen. Ik weet het haast zeker. Dat buikje had ze vorige keer niet. Haar gezicht is ronder. En vroeger kletste ze aan één stuk door. Het is zeker al vier/vijf maanden. Misschien wel zes. Er vallen steeds van die rare stiltes. Waarin ik eigenlijk een babbeltje had moeten opstarten. Waarin zij had willen zeggen dat ze zwanger is. Dat ze niet zo mollig is als ze nu lijkt. Maar dat zegt ze niet. En ik vraag het niet. Stel dat ze gewoon zo mollig is als ze nu lijkt.

donderdag 12 februari 2009

Een danseres

Ik heb een balletdanseres gebaard, kan ik alleen maar denken als ik op de bank naar haar zit te kijken. Uit mij. Een danseres.
Plotseling begon Jeetje namelijk te dansen. En te dansen. Alsof ze nooit iets anders deed.
'Heb jij dit op de crèche geleerd?'
Ze zegt niets. Ze gaat er helemaal in op. Op de bruine mat. Op blote voeten. Haar haren schudt ze los. Ze draait pirouettes op één been, tot ze valt. En ze staat weer op en gaat door. Door. Door. Op de maat van de muziek. Ik herken de passie. Maar niet de dans.
'Ik ga nog zes voorstellingen geven', zegt ze, 'nee zeven, en dan nog eentje.'
Haar wangen worden rood. Ze wil iets uitdrukken. Ik zie het. Het lijkt noodzakelijk. Ik ben in mijn eentje getuige van iets magisch bijna.
Ik zie iets van Jeetje dat ik nooit eerder zag. En dat zit in haar dans.
Ik heb niks met dans.
Maar ik ben nu al om.

woensdag 11 februari 2009

Onpeilbaar

We aten Bij Kees aan de Weesperzijde. Mijn vriendinnetje vanaf de kleuterschool en ik.We bestelden geen hele fles wijn op een gewone dinsdag. Maar dronken er uiteindelijk twee leeg.
Haar leven stond op z'n kop. Ze vroeg zich af of ze misschien ziek in het hoofd geworden was.
Eerst zei ik van niet. 'Ben je gek!' riep ik. 'Dat jij niet ziek in je hoofd bent! Jij weet heel goed wat je doet.'
Bij het toetje zei ik dat ik eigenlijk niet zeker wist of zij nou ziek in het hoofd was of niet.
'Meestal ben ik daar vrij goed in, maar bij jou heb ik het nooit helemaal in kunnen schatten,' zei ik.
'Zie je wel,' zei ze.
'Eigenlijk sinds de kleuterschool al niet,' bekende ik.

dinsdag 10 februari 2009

Ben uitgenodigd voor het boekenbal. Wat moet ik aan?

maandag 9 februari 2009

Het drama van de lekkerbek.

De ene na de andere rampspoed-mail krijg ik binnen vandaag. Om me heen staat de wereld in brand. Mijn vrienden worstelen met grote mensen kwesties. Nee, deze kwesties zijn zelfs voor de grote mens te groot.

En Jeetje en ik eten 's avonds andijviestamppot met een lekkerbekje.
Jeetje eet alléén andijviestamppot waar het om groente gaat, dus andijviestamppot zullen we eten. Met vette lekkerbekken. Zeker sinds de eerste baby's van de crèche haar in gewicht beginnen te overtreffen.
'Het is toch eigenlijk zielig voor deze vis...'
'Neuh, voor deze vis niet. Deze was al ontzettend depressief.'
'Waarom hebben ze 'm dan ook lekkerbek genoemd?' Jeetje bestudeert de depressieve lekkerbek op haar bord zorgvuldig maar neemt er geen hap van.
'Neuh,' zeg ik nog eens. 'Echt-niet-zielig.'
Ik heb de mijne allang op en de stamppot ook. Zij roert in de groene smurrie en ontleedt haar lekkerbek met een vork.
'Ik zie hier volgens mij zijn oogjes.'
'Neuh, dat kan niet. Lekkerbekken hebben geen oogjes!'
Jeetje laat haar vork vallen en kijkt me aan. Geen oogjes. Nu dat weer. De lekkerbek wordt met de seconde betreurenswaardiger. En dan moet ze het arme, gefrituurde visje zeker ook nog opeten?
Maar voordat het zover is, besluit ze eerst eens even rustig naar het toilet te gaan.

Ze kan zelf haar riem los. Zelf haar knoop open. Ze kan intussen alles zelf.
Tijd is ook maar een verzinsel van de grote mens.

zaterdag 7 februari 2009

Het Grote Nieuws uit Heijen

Ik geef me bloot. Dat is eng maar ik doe het gewoon. Nu ik mijn broers heb getoond, kan en wil en moet ik ook laten zien waar ik ben opgegroeid. Waar mijn wortels liggen. Mijn alles. Man bijt hond bracht gisteren Het Grote Nieuws uit Heijen.
(Onder het kopje Nieuwsjager)

Zandlopers

Ik ben al weken bezig een abonnement op de sportschool op de hoek te nemen. Omdat ik te weinig beweeg en al het bloed in mijn benen zakt van het zitten.

Met yoga, eens per week, staan we dan wel op onze handen. En dan denk ik, ik moet tussen het werk door eens op mijn handen gaan staan. Opdat het bloed weer terugstroomt.
We zijn toch zandlopers.