maandag 16 maart 2009

De ellende van ergens bijhoren is...

Mijn boek is niet op de shortlist van de Gouden Uil terechtgekomen. En dat verwachtte ik ook niet echt. Maar het had - tot mijn grote verrassing - toch ook tòch kunnen gebeuren?

zondag 15 maart 2009

De groep

Een grote groep fietst ons tegemoet met de vuist geheven en het gezicht in een grimas vertrokken. De groep schreeuwt steeds hetzelfde woord naar de boot met meisjes die in het water ligt. In koor. Een andere groep komt van de andere kant aangefietst en schreeuwt een ander woord naar een andere boot. Ook in koor. Alsof er ergens een dirigent is. Er liggen veel boten in het water. Van verschillende roeiclubs. Wij, met z'n drietjes, moeten snel afstappen en uitwijken voor we als mieren worden platgereden. Een oude mevrouw die op zondagochtend langs de Amstel aan het wandelen is, gilt van schrik. Wij blijven bij haar in de berm staan totdat ze ons - van voor en van achter - gepasseerd zijn.
Ik denk aan de film Involuntary die we vrijdag hebben gezien. Niet persé goed. Maar om te rillen zo herkenbaar. De druk van de groep is groot. Zo niet alles. Groepvorming. Groepsgedrag. Aanpassen. Erbij willen horen. Individu. Waar is het individu? Hoe snel verdwijnt het individu als het in aanraking komt met anderen? Meteen. Gedwee volgt het mens de andere mensen. En roept het mens wat de andere mensen roepen. Ik hoor erbij. Daarom krijg ik het ook meteen steenkoud van binnen als ik zo'n stelletje voorbij zie fietsen. Waar ik dus bij hoor. Ik zit alleen niet in de roeiwereld.

vrijdag 13 maart 2009

Overdonderend succes

Het Pessoafestival is een overdonderend succes. Leuk zeg. Heel Nederland schijnt van Pessoa te houden. Het is uitverkocht. Uitverkocht. En nog eens uitverkocht. Terwijl ik me vanavond de hele avond had willen laven aan zijn gedichten en over hem had willen horen vertellen. 'Begrip begrijp ik niet, kan nergens lezen, of ik zal zijn, niets zijnd, wat ik zal wezen. ' (Amen)

En morgen lees ik voor bij boekhandel Feijn in Alkmaar. Samen met Thomas Verbogt en Nico Dijkshoorn. Daarna signeren we. Dat is bij voorbaat al een overdonderend succes.

donderdag 12 maart 2009

Het ding

Het verhaal van het moedertje dat 's middags vredig met twee kinderen aan de broodjes knakworst zit. Ze is blij dat de schilder die de hele ochtend haar balkon heeft staan schilderen, weg is. Het was geen onaardige jongeman. Maar hij bestond.
Ze eten. Het moedertje heeft alles - de twee kindjes en de knakworsten - onder controle. Totdat één van de kindjes plotseling heel nodig naar de wc moet. En als het moedertje tenslotte zijn plasje doortrekt, spuit het water uit dat ding waarmee ze doortrekt. Ze heeft er niet eens een woord voor, dat ding. Terwijl de moeder toch wel wat woordjes zou moeten kennen. Gezien haar beroep. Het Ding, die knop waar je tegen moet duwen, het is niet eens alleen een knop eigenlijk. Maar er zit wel een knop op het ding. Waar je dan met vlakke handpalm tegenaan duwt. Daarboven hangt de spoelbak. Het moedertje had nooit over de spoelbak nagedacht. Gewoon nooit. Ze wist ook niet van het bestaan van het kraantje naast de spoelbak. Terwijl het moedertje al twaalf jaar op die toilet zit. Het bewijs dat moedertjes de buitenwereld niet in hoeven om iets nieuws te weten te komen.

'WATER,' riep het moedertje. 'KOM EENS'. Het moedertje belde eerst haar man die niet opnam. Het water spoot rond. De kindjes besloten in de woonkamer een dijk te bouwen met kussens om het water tegen te houden. Het flitste door het hoofd van het moedertje dat het dus echt in de volksaard zat: dijkjes bouwen bij wateroverlast. En toen rende ze naar buiten. Waar de schilder net zat schaften. In zijn keet.

woensdag 11 maart 2009

Mijn eerste boekenbal

Ik zou uit mogen slapen, maar uitgerekend vanochtend klommen twee schilders naar drie hoog om de raamkozijnen te schilderen en met elkaar te kletsen. 'Hee, ik ben wel naar het boekenbal geweest!' had ik vanuit mijn bed willen roepen. 'Gaan jullie eens weg!'

Ik fietste voor het eerst in een jurk. De ervaring leert dat zo'n jurk omhoog kruipt op de fiets. De jas waait open. Zodat je uiteindelijk in panty en hoge hakken door de stad rijdt. En het nakijken hebt. Met de uitnodigingen in mijn jaszak omdat het tasje dat ik bij me had er te klein voor was.
Zo ging ze naar het feest met één hand haar jas dichthoudend en de kaartjes bevoelend. Voordat ze eruit waaiden.

Eenmaal binnen raakte ik meteen iedereen kwijt met wie ik gekomen was en vond ik anderen die ik van plan was te gaan zoeken. Ik geloof dat dat de kernbezigheid van het boekenbal is. Zoeken, vinden, gezocht en gevonden worden. Terwijl je tussen de bekende Nederlanders door laveert. Waar de camera's zich op richten. En als jij eraan komt, zwaaien ze af.

Ergens in het gebouw troffen mijn ogen per ongeluk die van Harry Mulisch. Hij zat alleen tussen velen. Ik wilde mijn blik omhoog laten glijden alsof ik hem niet zag. Maar we hadden al gekeken en ik besloot hem toe te knikken. Hij lachte hoffelijk naar me. En toen ik vervolgens de trap af daalde, keek hij me vanaf de gouden balustrade na. Ik met mijn knalroze sjaal. En mijn hakken.

Ik hing aan een tafeltje bij mensen van ons, toen er - pal naast mij - een jongeman op de grond viel. (Ik heb ontdekt dat er een 'ons' is. Groepvorming. Als je auteurs van je eigen uitgeverij treft die je niet echt kent, ga je daar wel bij staan. Terwijl je dat bij anderen, die niet van ons zijn, niet zo snel doet.)
Maar goed de jongeman - niet van ons - lag op de grond als een plank. Misschien had hij epilepsie. Misschien viel hij flauw van de warmte. 'Ik denk dat dit een kwestie is van teveel snuiven,' zei iemand. Maar voor er groot alarm geslagen kon worden, was hij alweer opgestaan en in de menigte verdwenen. Ik zag nog dat hij bloed in zijn nek had.
'Misschien is dat weer een nieuwe hype,' werd er gezegd. 'Bloed.'

Op het eind van de avond hadden alle dames hun hakjes uitgedaan en trokken ze hun platte reserveschoentjes aan. Maar mijn tasje was al te klein voor de entreekaartjes. Laat staan voor een extra paar schoentjes. Dat zijn allemaal lessen voor een volgende keer. Want ja, daar moet ik dan toch weer bij zijn.

dinsdag 10 maart 2009

Hoe werkt het?

Het is zes uur 's ochtends. En Jeetje is me al een paar minuten lang aan het bestuderen. Onafgebroken. Als was ik haar onderzoeksproject.
'Hee, wat kijk je nou?'
'Misschien moet je wat minder eten,' adviseert ze me tenslotte.
'Minder eten? Hoezo minder eten? Alsof ik zoveel eet. Ik heb maar één maisboterhammetje met kruidenworst op.'
'Anders krijgen wij nooit een baby.'
Het is even stil aan de ontbijttafel.'
'Aha,' roep ik dan. 'Jij denkt dat er geen baby meer bij past als ik te veel eet.'
'Ja!' zegt Jeetje. 'Je moet gewoon niet eten.'
'Nou Jeetje, zo werkt het dus niet,' zeg ik. 'Neem dat maar van je mama aan.'
'Hoe werkt het dan?' vraagt ze.

maandag 9 maart 2009

Schematische gekte

Ik heb I-Call ontdekt en begon vanochtend meteen met het nauwkeurig invullen van mijn dagschema. Met vier kleuren: blauw (proza), groen (scenario audiofilm), rood (optredens), oranje (huishoudelijke dingen).
Ik loop nu alweer een dik uur achter. Ik hoor in oranje te zitten. (Naar buiten voor een knoop op jas. En: eten kopen)
Ook begon ik vrolijk aan een weekschema. Maar na het invullen van de eerste twee weken, liep ik al tien minuten achter op vandaag. Dat haalde ik niet meer in. En een vijfde categorie - de kleur paars - drong zich ongevraagd aan mij op. En weigerde te verdwijnen. Hoe hard ik ook op de deleteknop ramde. Paars (naamloos).
Naamloos willen mijn schema's zijn. Naamloos mijn daginvulling. Naamloos wil ik zijn. Tijdloos.