dinsdag 24 maart 2009

De inschrijving

'Het is tijd om weer te gaan sporten'. Daar belde de sportschool me na twee jaar voor op. De sportschool had gelijk vond ik. Ik was al jaren niet geweest. Ik bewoog veel te weinig. Ik voelde me feitelijk ook een wrak. Er werd meteen een afspraak voor de body age test gemaakt. Een paar keer verzette ik de afspraak.
'Je kunt om 16.30 u nog wel komen,' zei de sportschool vandaag.
'O, nou,' zei ik. 'Eigenlijk...'
'17.00 u dan,' zei de sportschool snel.
'O, eh, ja, eh.'
'We verschuiven de pauze van de sportinstructeur speciaal voor jou,' zei de sportschool. 'We rekenen op je!'
Dus ik kwam. Met in mijn rugzak een handdoekje en sportschoentjes en een joggingbroekje. De sportschoollui waren
super vriendelijk. Ze stonden al op me te wachten. Ze kenden mijn voor- en achternaam, gaven me een formulier en een pen. Ze zeiden waar ik moest tekenen. En dat het voor mij het beste was als ik me voor drie jaar vastlegde.
'Is de sauna hier nog wel?' vroeg ik.
Die was er zelfs nog. En heel veel tijdschriften, zeiden ze. Luie stoelen. En gratis drankjes om te drinken.
'Daar kom ik niet voor,' zei ik.
'Natuurlijk niet,' zei de sportschool.
Voor het eerst van mijn leven bedong ik meerdere kortingen. Die ik ook allemaal kreeg.
Er was niets meer dat me tegen kon houden om te gaan sporten. En ik zat al een kwartier over de inschrijfformulieren heen gebogen. Klaar om mijn gegevens in te vullen. Totdat de sportinstructeur tenslotte mijn naam maar voor me begon te spellen. En mijn adres. 'En wat is uw geboortedatum?' vroeg hij.
Er waren intussen allemaal instructeurs bij komen staan. Wel een stuk of zeven. In een cirkel om me heen. Met hun frisse gezichten. In hun trainingspakjes. Ze staarden energiek naar mijn pen. Maar die zweefde in de lucht. En er kwam geen woord op papier.
Na een hele tijd vertrok ik.

maandag 23 maart 2009

Jeetje en de recessie

Ik lees Hans en Grietje voor.
'Waarom laten die papa en mama Hans en Grietje zomaar in het bos achter?' vraagt Jeetje.
'Ze waren ineens arm geworden. Ze hadden bijna geen geld meer om eten voor hun kinderen te kopen,' zeg ik.
'En als jullie nou bijna geen geld meer hebben?' vraagt Jeetje. 'Laten jullie mij dan ook achter?'
'Nee, joh.'
'En als jullie helemaal niks meer hebben. Dan wel, hè.'
'Ook niet. Nooit. Het is maar een sprookje.'
'Het is een oud verhaal,' zegt Jeetje.
'Precies, dat gebeurt niet echt.'
'Vroeger wel,' zegt Jeetje. 'Vroeger lieten de ouders hun kinderen in het bos achter.'

zaterdag 21 maart 2009

Was ik maar een Belg

Ik rommelde en rommelde in mijn tas.
'Dat is véél te veel,' zei Gebrand Bakker meteen toen hij de pagina's zag die ik voor wilde gaan lezen.
'Ik heb het juist iets langer gemaakt,' zei ik. 'Het was te kort.'
'Ik tel altijd 3 minuten per pagina,' zei hij.
'Het is een heel groot lettertype,' zei ik.
'Dat is waar,' zei hij. Gelukkig.
We zaten achterin. Het was volle bak in de Unie. Een jong en fris publiek dat een avondje naar literatuur kwam luisteren. De sfeer was goed. Ik bleef maar in mijn tas rommelen. Paul Baeten Gronda was net geweest. Een geboren verteller. Was ik maar een Belg. 'Als je Vlaams spreekt, heb je altijd een voorsprong,' fluisterde Gerbrand. Toen begon Ramsey Nasr zijn gedichten voor te dragen. Alsof ze vanzelf spraken. Was ik maar een acteur van origine. Na de dichter des Vaderlands zou ik het podium betreden. Ik had een korte existentiële crisis - Was ik maar een ander. Waarom deed ik zulke dingen? Hoe haalde ik het in mijn hoofd om op podia te gaan staan? Ik, het meest verlegen meisje van de klas. Schuw. Nietszeggend. Toen was Ramsey klaar met zijn voordracht.
Het zweet stond in mijn handen. Het sjaaltje om mijn nek voelde wel zacht. En ik stond op, liep naar voren.

vrijdag 20 maart 2009

Die met dat sjaaltje

En dan zal ik straks ergens op een podium staan, met mijn knalroze sjaaltje om. In een zaal waar ik nu nog nooit geweest ben.
Daarvòòr zal ik eerst met de trein naar Rotterdam gereisd zijn. De weg hebben gezocht. Vermoedelijk ook gevonden. En in de nacht ergens zal ik weer thuis arriveren. Mijn sjaaltje afleggen. En alles.
Dat is de werkelijke wereld, die minder werkelijk lijkt dan deze wereld. Waar ik nu nog inzit. Hierboven.

'Die met dat sjaaltje,' noemde Thomas Verbogt me vorige week in Alkmaar. 'Daar heb je die met dat sjaaltje.'

donderdag 19 maart 2009

Slachttijd

Het bewerken van een boek is een vreemde bezigheid. Het is het slachten van een boek. (Zonder het te laten overlijden). Het is het wegkappen van de woorden, zoals oerwouden gekapt worden. Als 'de schrijver' erbij was, zou hij boos zijn. Of tenminste verdrietig. Hij zou zich verbijten. En ik heb nu juist steeds het idee dat hij erbij is. Omdat ik hem een beetje wòrd. Maar tegelijk de grootst mogelijke afstand tot zijn werk bewaar.
Zo had ik op het boekenbal de neiging Kluun aan te klampen als een oude bekende. En ook als ik Remco Campert in de Bijenkorf zie staan, meen ik hem op een ander niveau te Kennen. Beide heren heb ik nooit ontmoet. Maar hun werk wel geslacht. Misschien is ontleden een beter woord.

En morgenavond lees ik hier voor. Als mezelf. Dus als je zin hebt?

woensdag 18 maart 2009

Politie-tje

'Mama, wil jij nog heel even politie-tje met me spelen?' vraagt Jeetje.
'Politie-tje. Hoe kom je daar nou op?'
'Dat speel ik altijd met Sien.'
'Hoe gaat dat dan?'
'Nou, jij rijdt door rood en dat mag helemaal niet. Dan pak ik je. Dan snijd ik je in stukjes. En braad ik je in de oven. En dan eet ik je op.' Jeetje kijkt me triomfantelijk aan.
'Zo werkt het politieapparaat in Nederland niet hoor,' zeg ik. 'En door rood rijden is een relatief klein vergrijp.'
'Maar wil je het spélen?' vraagt ze. 'Alsjeblieft?'
'De politie geeft wel straf, ' zeg ik. 'Meestal een boete. Dan moet je geld betalen. En als je iets héél ergs gedaan hebt, word je een dagje opgesloten. Maar lijfstraffen zijn...'
Jeetje zucht diep. Draait zich om. Zet de oven vast aan. Even later word ik zonder pardon in stukjes gehakt. Gebraden. En opgegeten.

dinsdag 17 maart 2009

Ik geef benefietconcerten

Een briljante opmerking van iemand die zei: een benefietconcert is een concert waarbij de lichttechnici, de geluidstechnici, de schoonmakers, de organisatoren en de catering krijgen betaald maar de artiesten niet.